Een verhaal over ons

In een vorig leven zaten we allemaal in het kraaiennest van Columbus en wie maar lang genoeg zoekt blijkt verwant aan Karel de Grote.

Het was misschien wel twintig jaar geleden sinds we voor het laatst samen op pad waren, mijn kinderen en ik. Vroeger gingen we gezinsgewijs op vakantie, maar na een paar jaar besloten zij en hun moeder dat het beter was als ik thuisbleef. Dat scheelde voor iedereen veel stress en ergernis.

Het idee van ‘vakantie’, dat je niets anders doet dan zonnebaden, oude gebouwen bekijken en slenteren, bezorgt me al een zenuwinzinking als ik eraan denk. Mijn toenmalige geliefde heeft nog een keer begripvol gesuggereerd dat ik ’s ochtends zou kunnen werken als zij en de kinderen leuke dingen deden, maar we wisten allebei dat dat niets zou worden. Mijn schuldgevoel is net zo goed ontwikkeld als mijn semi-autistische hang naar structuur. En zo werden de vakanties korter en korter, tot ze uiteindelijk nog maar vijf dagen duurden, waarvan de eerste en de laatste opgingen aan reizen en in- en uitpakken en de tussenliggende door mij werden doorgebracht in grimmige afwachting van het aanstaande vertrek. Het heeft vast met mijn moeder te maken, die een enorme hekel had aan vakantie. Aan ledigheid, moet ik zeggen. Ze was het soort vrouw dat altijd bezig was, waarschijnlijk om te voorkomen dat ze werd besprongen door gedachten en herinneringen.

We waren in Worms en dat was geen oefening in ledigheid. Vijftien jaar geleden bood een Duitse lezer aan om mijn stamboom te trekken, waarop ik ‘dank u’ en ‘nee’ zei. Als iets mij niet boeit is het genealogie. In de stad waar ik opgroeide haalde een boekhandelaar ooit de krant toen stamboomonderzoek hem tot een verre nazaat van Karel de Grote had verklaard. Ik heb ergens gelezen dat minstens driekwart van de Europese bevolking zijn stamboom kan herleiden tot Karel de Grote. Dat heeft niets te maken met afkomst. Onder normale omstandigheden breidt het aantal bloedverwanten zich per generatie zo ontzettend uit dat het wel heel gek moet zijn als je niet ergens in de krochten van de geschiedenis iemand tegenkomt met wie je wel geassocieerd wilt worden: koningen en koninginnen, helden en heldinnen, struikrovers desnoods. En natuurlijk Karel de Grote.

Genealogie is de sibbekundige variant van regressietherapie, waarbij de gehypnotiseerde in een eerder leven piramides bouwde, in het kraaiennest van Columbus’ schip als eerste Amerika zag of courtisane was aan het hof van Hendrik de Achtste. Nooit eens iemand die na afloop van zo’n therapie tevreden constateert dat de familie twaalf generaties lang geen donder heeft meegemaakt en op geen enkele manier een stempel heeft gedrukt op de geschiedenis.

Op aandringen van iemand die mijn Duitse lezer/genealoog bleek te kennen, aanvaarde ik desondanks het aanbod en zo kwam ik in het bezit van een lange lijst die begon in Worms. De verste voorvader was tegen het einde van de zestiende eeuw vanuit die stad met vrouw en dochter naar Amsterdam vertrokken, waar hij opperrabbijn werd en de geboorte van zijn tweede dochter meemaakte. Een arbitraire keuze, dat Worms. Toen meer internetbronnen beschikbaar kwamen, kon ik de lijn doortrekken naar Emmerich, Kleef, Norden, pakweg vijftiende eeuw, maar desondanks voelde ik weinig verwantschap. Zou dat anders zijn geweest als ik dagen, weken, maanden misschien wel, in archieven had doorgebracht, een vergrootglas in de ene hand, vergeelde documenten in de andere?

Met mijn romankarakters heb ik meer dan met de namen uit mijn stamboom

De belangstelling voor genealogie is enorm toegenomen nu veel materiaal digitaal beschikbaar is. Het Centrum voor familiegeschiedenis vierde onlangs dat meer dan tweehonderd miljoen persoonsgegevens uit tachtig miljoen historische akten van Nederlandse archiefinstellingen zijn te vinden op de site wiewaswie.nl. Who Do You Think You Are?, een programma van de BBC waarin beroemde Britten hun stamboom onderzoeken, kent versies in allerlei landen. De toegankelijkheid van bronnen en populaire programma’s verklaren niet waarom zoveel mensen gefascineerd zijn door genealogie. Spannende ontwikkelingen op het gebied van natuur- en wiskunde zijn ook makkelijk toegankelijk, desondanks is quantumfysica geen volkshobby. Veel mensen laten hun DNA onderzoeken, maar weinigen hebben een abonnement op Science.

Waarom zijn afkomst en verleden zo’n belangrijke rol gaan spelen terwijl traditionele familiebanden steeds minder relevant zijn? Of is het juist de afnemende cohesie van oude structuren die de behoefte naar ‘een verhaal over ons’ aanwakkert?

‘Woonden ze hier?’ vroeg mijn dochter toen we op een snikhete dag door de Judengasse van Worms liepen. Hier ergens inderdaad, maar ik wist niet waar precies. Waarschijnlijk zou het huis er ook niet meer zijn. Kruistochten, waarbij het uitmoorden van joodse gemeenschappen in eigen land als opwarmertje gold, lokaal geïnspireerde pogroms, bezetting door het Zweedse leger tijdens de Dertigjarige Oorlog, daarna twee keer de Fransen en tot slot bombardementen van Engelsen en Amerikanen in 40-45 hadden weinig overgelaten van de middeleeuwse binnenstad. Het maakte niet veel uit. Ik kon niet voelen wat die bekende Britten en Nederlanders voelden als ze door het verleden van hun familie liepen. Ja, the past is a foreign country, maar dat kan niet verklaren waarom ik zo onaangedaan door dat voormalige getto in Worms wandelde. Ik heb twee dikke romans geschreven die ver teruggaan in de geschiedenis, in familiegeschiedenissen. Met de karakters uit die romans heb ik meer dan met de namen uit mijn stamboom.

‘Ik denk’, zei mijn zoon, die historicus is, ‘dat je die romanfiguren leert kennen, terwijl die stamboom een verzameling data is. En wat zegt het allemaal? Als je maar ver genoeg doorgaat kom je uit bij een kwastvinnige die het land opkruipt om te zien of het leven daar beter is.’

Op de een of andere manier vond ik dat bemoedigende woorden.