Spitzenkandidaat Frans Timmermans

‘Een verhaal? We hebben Frans!’

Frans Timmermans is al zijn hele leven onderweg naar Brussel. Gedreven door angst voor nationalisme trekt hij door Europa met een progressief pleidooi dat sociaal-democraten uit hun malaise moet halen. We volgden hem drie maanden.

Lissabon, december 2018. Frans Timmermans op het congres van de Europese sociaal-democraten © Miquel A Lopes / ANP

Rode, gele en groene banieren sieren de ijskoude muren van de parochiekerk van Eygelshoven. Het is eind november, de voorbereidingen van carnaval zijn begonnen. Mensen met gekleurde hoeden voorzien van gouden randen, bontjes en soms een lange fazantenveer dralen opgewonden rond. Frans Timmermans is in aantocht.

De lange mantels, scepters en ‘steken’ worden uitsluitend gedragen door mannen. ‘Dit is een beetje de geïnstitutionaliseerde kant van carnaval, dat is en blijft een mannenbolwerk’, fluistert een journaliste van dagblad De Limburger. Als Timmermans met zijn gezin plaatsneemt op de eerste kerkbank verzamelen de voorzitters van de zeventien stadse carnavalsverenigingen zich aan het einde van het gangpad. Onder luide begeleiding van hun clubliederen lopen ze één voor één naar het altaar met aan elke arm een ‘hostess’, lachende vrouwen die beduidend jonger zijn dan de heren zelf.

Vier van die mannen belden een half jaar geleden aan in Brussel. De security was ingeseind, de persoonlijke assistente zat in het complot. De enige die van niets wist was Frans Timmermans zelf. ‘Toen we hem vertelden waarom we er waren was hij op slag emotioneel’, vertelt het Limburgse Statenlid Max Ruiters. Hij herinnert zich hoe Timmermans de heren vroeg om een klein momentje zodat hij snel zijn iPhone uit zijn zak kon grissen. Daarop zocht hij naar dat ene liedje van de Heerlense charmezanger Wiel Knipa, de man naar wie zijn vader vroeger ook altijd luisterde. ‘Met één klik had Frans het juiste nummertje gevonden.’ De mannen – waaronder de burgemeester van Landgraaf en een Limburgs Statenlid – konden hem vertellen dat hij toe mocht treden tot de Broederschap van de Orde van de Gulden Humor.

Dat klinkt als een carnavalsonderscheiding, en dat is het eigenlijk ook, maar wel een met grote culturele betekenis. Het grote kerkraam waar zachtjes regen tegen slaat is een kunstwerk van de Limburgse kunstenaar Charles Eyck, de eerste persoon die de ‘Orde van de Gulden Humor’ ooit in ontvangst nam. Later volgden Toon Hermans, Godfried Bomans, Jan Smeets en vele anderen, en vandaag dus Frans Timmermans. ‘Natuurlijk betekent dit veel voor hem’, zegt Ruiters. ‘Hij krijgt dit omdat hij het ver heeft geschopt maar zijn afkomst nooit verloochend heeft.’

Als Timmermans opstaat om het podium te bestijgen snellen er twee dames naar hem toe om ook hem naar zijn plek te begeleiden. In plaats van de dames joviaal te armen, zoals zijn voorgangers deden, knikt hij lachend naar ze en loopt dan zelf naar zijn plaats. Een week later zal hij tijdens een ontmoeting in Amsterdam verklaren: ‘De volgende ochtend heb ik bij het ontbijt geroepen: “Dit kan echt niet meer, jongens. Over tien jaar moet de helft van dit gezelschap vrouw zijn.”’

Op het podium wordt hij gedecoreerd in de meest letterlijke zin: behalve een grote medaille en een oorkonde krijgt hij een sok-achtig mutsje op zijn hoofd, dat hij met eerbied draagt. Hij lijkt kleiner dan ooit, haast verlegen, als hij grappen en complimenten in ontvangst neemt van Max Ruiters. ‘Ie ziegt altied precies uut juuste op uut juuste moment.’ Als hij even later zelf mag spreken benadrukt hij in dialect het belang van gemeenschap en een gedeelde cultuur, ‘van ergens bijhoren’. ‘Grip op de magie krijg je nooit’, zegt hij in een poging het gevoel te duiden. Hij sluit af met de opmerking dat niets belangrijker is dan ‘de waardering van je eigen mensen’.

Toch stemmen zowel binnen als ver buiten de kerkmuren steeds minder mensen op zijn pvda. In heel Europa ligt de sociaal-democratie op haar rug en wordt ze bedreigd door de lokroep van nationalisme en identiteitspolitiek. Timmermans heeft echter de hoop niet opgegeven en wierp zich in het najaar op als ‘spitzenkandidaat’ voor de Europese sociaal-democraten, waarmee hij een gooi doet naar het presidentschap van de Europese Commissie.

‘Kent iemand hier Frans Timmermans!?’ roept een jonge redacteur van De wereld draait door, die voor de gelegenheid een rood petje op heeft gezet en rode sokken draagt. Hij is vandaag de presentator op een druk bezochte pvda-ledenavond in het Volkshotel in Amsterdam, de campagne begint officieel pas in april maar is eigenlijk al vele maanden bezig. Rode lampen werpen een warme gloed over de gezichten van partijleider Lodewijk Asscher, Frans Timmermans en de europarlementariërs Kati Piri en Agnes Jongerius. Op het podium onderstrepen sjofele vintagemeubels, een kamerlamp en monsteraplanten dat dit geen saaie partijbijeenkomst mag zijn, het gaat hier om ‘een beweging’.

Het thema van de pvda-avond in Amsterdam is, niet geheel verrassend, ‘werk’ en de presentator wil van de partijprominenten op de eerste rij weten wat hun eerste baantjes waren. Zo komen we te weten dat de jonge Agnes werkte bij de V&D en puber Lodewijk in de weer was met een ‘levensgevaarlijke broodmachine’. Dan is het de beurt aan Frans Timmermans, die gedecideerd zegt: ‘Ik verkocht Engelstalige kranten aan de toeristen in Rome.’ De zaal schatert, achterin roept iemand: ‘Een echte socialist!’ Een ander mompelt: ‘Kan die man nou nooit eens gewoon bluffen dat hij een krantenwijkje had?’

De Limburger is altijd internationalist geweest. Zoals hij ook altijd volks én elitair heeft willen zijn. Als zoon van een bode en nachtwaker op verschillende ambassades in Europa schuurde hij altijd tegen de elite aan, maar hoorde er nooit echt bij. De echte diplomatenkinderen gingen naar grotere feestjes en hadden hun eigen sinterklaasfestijnen waar de kinderen die niet tot ‘ons soort mensen’ behoorden van werden geweerd. ‘Meer nog dan aan rechts heeft Frans een hekel aan conservatisme’, zegt Asscher. ‘Het idee dat je puur vanwege je afkomst geen recht zou hebben op iets maakt hem kwaad.’

Hij vocht zich in en leerde als kind door alle verhuizingen Italiaans, Frans, Engels en zelfs Vlaams spreken. Die laatste taal was nodig om pesterijtjes te voorkomen die hem ten deel vielen als jonge ‘Hollander’ in België, zo schrijft hij in zijn autobiografische boek Glück Auf. Het zaaide de kiem voor de culturele kameleon die Timmermans later zou worden. ‘Het is zeer charmant hoe hij zich altijd aanpast en talen vaak beter beheerst dan natives’, zegt de Belg Vincent Stuer, die jarenlang Barroso adviseerde en daar een boek over schreef. In de Juncker-Commissie werkte hij voor de Letse commissaris, nu is hij in dienst van de d66-fractie in Brussel. ‘Al schuilt er ook een gevaar in: het brengt hem ver totdat je het gaat doorzien. Dan wordt het een zwakte en vragen mensen zich af: hij verwoordt heel goed wat ik denk, maar heeft hij ook een eigen mening?’

Historicus Thijs Kleinpaste had aanvankelijk dezelfde twijfel. Toen hij in 2013 een jaar voor Timmermans ging werken als speechschrijver veranderde dat. ‘Hij is juist zeer principieel, zeker wanneer het over verheffing gaat, daar zit iets elementair emotioneels in.’ De opa van Timmermans komt veel voor in zijn speeches als de mijnwerker die door de verzorgingsstaat zijn nakomelingen een beter bestaan kon bieden, inmiddels duiken ook zijn eigen kinderen op in toespraken. ‘Zijn idealisme vertaalt zich echter snel naar sentiment, naar het verleden’, zegt Kleinpaste. ‘Daarmee is het soms wel een verhaal van vroeger: Nederland als plek waar een dubbeltje een kwartje kon worden.’

Voor hem is dat verhaal onlosmakelijk verbonden met Europa, maar juist die redenering staat onder druk nu, zegt Kleinpaste. ‘Critici stellen het bestaan van de Europese Unie tegenover de positie van de gewone man. Zolang de kritiek van opportunisten en nationalisten kwam was die wel te pareren, nu komt die kritiek ook van links. Timmermans kon echt nijdig worden wanneer politici of columnisten leugens uitkraamden over de Europese Unie.’

Timmermans was toen buitenlandminister, maar het had ook anders kunnen gaan. In 2005 vloog hij als Kamerlid samen met de buitenlandwoordvoerders van andere fracties naar Turkije. ‘Hij voelde zich verschrikkelijk’, zegt de cda’er Jan Jacob van Dijk, ook hij zat in het vliegtuig. ‘Hans van Baalen en ik hadden ook verloren maar we hadden meer met hem te doen. Het verlies was echt onder zijn huid gekropen.’ Enkele dagen daarvoor had het referendum over de Europese grondwet plaatsgevonden, het Nederlandse volk verwierp dat idee.

Niet alleen was Timmermans teleurgesteld, hij twijfelde. Hij had hier jarenlang naartoe gewerkt en was een van de gezichten geweest van deze grote stap richting hechtere Europese integratie. Moest hij niet gewoon de politiek verlaten? De pvda-fractievergadering in de nacht voor de vliegreis naar Turkije was er een geweest van ‘de lange messen’. Tijdens een scherp intern debat kwam de vraag op tafel of Timmermans wel de geschikte man was geweest om campagne te voeren, of hij zijn Europa-portefeuille wel moest behouden. ‘De hele partij voelde zich na dat referendum buitengewoon onzeker en is jarenlang zoekende geweest naar een positie over Europa. Zoals wel vaker in de sociaal-democratie kun je je afvragen of zo’n zoektocht niet permanent is’, zegt oud-partijleider Diederik Samsom, die toen ook in de fractie zat.

Een zomer lang fietste Timmermans door de heuvels van Limburg om te reflecteren op waar het mis was gegaan om vervolgens terug te keren naar Den Haag. Een paar jaar later bij het Verdrag van Lissabon voorkwam onder meer hij een nieuwe volksraadpleging en daarmee een nieuw drama, Europa moest vooruit en Timmermans overigens ook. Enkele jaren later mocht hij zijn ‘droombaan’ van minister van Buitenlandse Zaken gaan vervullen. In die rol werd hij extreem populair, maar liefst 88 procent van de Nederlanders was enthousiast over de buitenlandminister. ‘Nooit eerder heb ik zulke positieve cijfers gemeten voor het optreden van Nederlandse bewindslieden’, zei Maurice de Hond in die tijd tegen het Algemeen Dagblad. Zelfs pvv- en SP-kiezers oordeelden voor zeventig procent positief. Hij drukte een zeer Europese stempel op het ambt en zou, vlak na zijn beroemde mh17-speech en twee jaar in dienst, vertrekken voor zijn eerste echte Europese baan.

Brussel, september 2018. Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker en Frans Timmermans voor een vergadering van het Europees Parlement © Virginia Mayo / AP / HH
‘Zodra mensen zich niet meer thuis voelen verzetten ze zich tegen elke vorm van verandering en vluchten in de angst voor anderen’

‘Iedereen hier sprak over zijn overweldigende speech bij de Verenigde Naties’, herinnert Tom Nuttall zich. De Britse journalist schreef in die tijd de toonaangevende ‘Charlemagne-column’ van The Economist. ‘Eindelijk kwam er een communicator met de behendigheid om boodschappen af te geven die verder reizen dan slechts de grijze Brusselse bubbel.’ ‘Er hing hier een soort Timmermania’, beaamt journalist David Herszenhorn van Politico, een krant voor Brusselse insiders.

Timmermans werd ‘eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie’. Een gewichtige titel. Waag het ook niet om hem zomaar ‘commissaris’ te noemen of ‘vicevoorzitter’, nee, hij is de eerste vicevoorzitter. De Limburger is de facto de eerste man ná Juncker, de onderbaas van de Commissie. Al vroegen sommigen zich ook af of de altijd ambitieuze Timmermans niet wel eens de wat lossere Juncker zou kunnen gaan overschaduwen en we officieus te maken zouden krijgen met de ‘Commissie-Timmermans’.

Dat zou nooit gebeuren. ‘Timmermans had de rechterhand moeten worden van Juncker maar werd eerder een spons voor al zijn moeilijkheden’, zegt Nuttall. Eén voor één belandden de ingewikkelde dossiers op het bord van de ambitieuze sociaal-democraat terwijl beleidsterreinen die hij graag wil – Brexit bijvoorbeeld – naar het kabinet van Juncker toe werden getrokken, gedepolitiseerd en uitbesteed aan christen-democraten.

Gloreren kon Timmermans als man die het kleine plastic bestreed. De Europese wet waardoor we nu betalen voor plastic zakjes in winkels komt uit zijn koker. Bekender is hij als onderhandelaar in Ankara voor de EU-Turkije-deal. Als wegbereider van Angela Merkel vliegt hij heen en weer om een akkoord te bereiken en triomfeert hij vooral op vorm, het diplomatieke spel. De inhoud staat nog altijd ter discussie, zeker bij partijgenoten. ‘Migratie was extreem moeilijk’, verzucht de Belgische Kathleen van Brempt, vicevoorzitter van de sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement. ‘De deal met Turkije blijft zeer wrang, al heeft het natuurlijk ook gewerkt. Daar moeten wij vanuit de sociaal-democratie zeer goed over nadenken.’

Veel kritischer is de man die de deal met de Turken ooit bedacht. ‘Een van de allerergste dingen die had kunnen gebeuren met deze deal was dat de coördinatie van de uitvoering zou komen te liggen bij de Commissie’, zegt Gerald Knaus, directeur van de denktank European Stability Initiative. ‘Het is een beschamende vertoning geworden. Vluchtelingen slapen nog altijd in de winter in kampen op eilanden.’ Hij verwijt Timmermans en de Commissie dat hun wil om een politiek belangrijk instituut te zijn heeft geleid tot overmoed. ‘Het is echt niet hun fout dat ze de middelen en expertise niet hebben, die liggen bij de lidstaten, maar het is wel hun fout dat ze deze rol naar zich toe hebben getrokken terwijl ze de macht niet hadden om het in goede banen te leiden.’

De wens om een politiekere commissie te zijn was de uitgesproken Timmermans op het lijf geschreven. Zo kreeg hij onder meer de taak om te snoeien in regelgeving. Iets waarmee je in noordelijke lidstaten misschien vrienden maakt maar in Brussel niet. Ook hier bleken zijn ‘eigen’ sociaal-democraten grote moeite mee te hebben, bang als ze waren dat dit het mes zou kunnen worden in milieuwetgeving, zegt Van Brempt. ‘Uiteindelijk hebben wij hem wel zo beïnvloed dat de nadruk kwam te liggen op betere regelgeving en niet zozeer op “minder”.’ Hoe dan ook werd Timmermans binnen de Commissie de man die zijn eigen collega’s vaak moest terugfluiten.

Echt lastig, zo zeggen vriend en vijand, was het machtsspel binnen de Commissie. ‘Het systeem van Juncker is zeer autoritair en gesloten. Alles wordt aan een paar mensen toebedeeld’, zegt Vincent Stuer, die werkte voor de ondergesneeuwde Letse vicevoorzitter van de Juncker-Commissie. Juncker is weliswaar het politieke gezicht, maar zijn kabinetschef Martin Selmayr de uitvoerder. De Roemeense Commissaris Kristalina Georgieva stapte na twee jaar zelfs op, volgens Politico vanwege de verstikkende controle door Selmayr, die zich met elk belangrijk dossier bemoeit.

Zelfs Timmermans was niet gevrijwaard van die offensieve manier van politiek bedrijven. Tijdens de onderhandelingen met Polen over de manier waarop het Europese waarden aan zijn laars lapte, bleek dat Selmayr achter zijn rug om óók onderhandelde in Warschau. Twee bronnen dicht bij Timmermans bevestigen dat waar hij een harde koers wilde varen Juncker en Selmayr uit waren op een compromis met de Poolse regering – iets wat volgens een betrokkene bij de onderhandelingen de zaak zeker niet bespoedigde.

‘Timmermans is óók een machtspoliticus, maar op z’n Hollands’, zegt Van Brempt. ‘Hij is veel directer, transparanter en openlijker. Een trukendoos zoals Juncker die heeft is er een die jullie niet kennen. Selmayr en Juncker zijn echte machtspolitici en ik geloof dat hij dat heeft onderschat, hij liet zich soms wel in de luren leggen door hen.’

Gevraagd daarnaar zegt Timmermans droogjes: ‘Geloof me… Ik loop al wat langer rond in Europa en dit is wel de politieke Champions League, dan komt alles voorbij. Dan is alles geoorloofd. Het betekent dat je on top of it moet blijven. Ik heb altijd geprobeerd om iedereen mee te krijgen in de Commissie. Dat het soms knetterde klopt. Dat is eigenlijk wel goed, want dan krijg je een besluit waar iedereen achter kan staan. Het is uiteindelijk gelukt, de strategie heeft zich bewezen. We hebben de rechtsstaat verdedigd en de EU is in Polen populairder dan drie jaar geleden.’

De ‘Timmermania’ in Brussel is inmiddels over. ‘Dat was ook eigenlijk nooit echt realistisch’, zegt Nuttall. Al heeft hij door zijn uitgesprokenheid op het gebied van Europese waarden zijn kleur wel behouden. ‘En ach, ik heb nog nooit iemand glorieus uit een Commissie zien komen’, zegt partijgenoot Van Brempt.

De ‘ziel van Europa’ is de term die telkens terugkomt in interviews en toespraken, het vormt het hart van Timmermans’ campagne. ‘Ik wil niet cruijffiaans klinken maar je begrijpt het pas als je het ziet. Als je het niet ziet geloof je ook niet dat het er is’, vertelt hij in zijn Brusselse kantoor op de twaalfde verdieping van het Berlaymont-gebouw. In een poging uit te leggen wat die ziel precies is wijst hij naar de grote EU-vlag in de hoek van zijn kantoor. ‘In Polen gaan jongeren daarmee de straat op. Het is dus zeker íets.’

De oppermachtige christen-democraten zijn na vijf jaar coalitiepartner te zijn geweest nu zijn belangrijkste tegenstander. Timmermans verwijt hun dat ze geen weerwoord bieden aan oprukkend nationalisme en antirechtsstatelijke tendensen, maar juist zachtjes meebuigen. ‘Als je de krokodillen voert levert dat maar één ding op en dat is dat ze jou pas als laatste opeten’, zegt hij dan – een citaat van Winston Churchill dat hij vaak herhaalt.

Dat die krokodillen steeds vaker de kop opsteken in de vorm van populistische bewegingen en nationalistische retoriek jaagt hem angst aan, al snapt hij het wel. ‘Pas als je je veilig voelt in een gemeenschap kun je met een open vizier naar buiten kijken. Zodra mensen zich niet meer thuis voelen verzetten ze zich tegen elke vorm van verandering en vluchten in de angst voor anderen.’ Volgens hem is de hang naar controle en veiligheid, take back control, het gevolg van een achteruitgangsgeloof dat zich meester heeft gemaakt van veel kiezers. ‘De sociaal-democratie heeft altijd gebloeid met de houding: “Het is vandaag niet goed maar morgen ietsje beter en de dag daarop wéér beter”’, zegt Timmermans. ‘Het geloof in vooruitgang is essentieel voor ons. Dat gevoel moeten wij weer terugbrengen.’

Dat hij internationalist én Europeaan is betwijfelt niemand, al dwingt zijn nieuwe positie hem ook uitgesprokener links te zijn. ‘Frans is heel emotioneel en rete-slim. De opkomst van rechts-extremisme en nationalisme raakt hem zo diep dat hij economisch linkser is geworden’, zegt oud-pvda-voorzitter Hans Spekman. ‘Hij snapt nu ook dat de verliezers van globalisering bescherming nodig hebben, we staan dichter bij elkaar dan vroeger.’ In 2012 voorkwam Timmermans met een uitgelekte e-mail dat de pvda een door Spekman gewenste ruk naar links zou maken. ‘Ik ben duidelijker de verwevenheid tussen sociale onzekerheid en de globale roep om identiteit gaan inzien’, zegt Timmermans zelf. ‘Materieel iets doen aan identitaire onzekerheid is heel ingewikkeld, dat is een gevoel. Maar materieel iets doen aan bestaanszekerheid kan wél: een beter minimumloon, betere sociale voorzieningen, investeren in onderwijs.’

Uiteindelijk moet dat een hoopvol verhaal opleveren dat optimistisch de toekomst in kijkt, maar uiteindelijk overheerst toch de angst voor die krokodillen. ‘De paradox is dat het succes van het Europese verhaal ertoe heeft geleid dat er geen verhaal meer is’, verklaart Timmermans. ‘Als we niet inzien dat de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog geen uitzondering waren maar juist onderdeel van wie wij zijn, dan is het verhaal weg.’

In een sfeerloze hotellobby in het zakelijk district van Lissabon hangt een ingehouden opgelaten sfeer. Het is elf uur ’s avonds en morgen wordt Timmermans tijdens het congres van de Europese sociaal-democraten op het schild gehesen als spitzenkandidaat. Samen met Asscher staat hij onder een laag systeemplafond, om hen heen een haag van ongeveer dertig pvda’ers uit alle gelederen van de partij. ‘Degene die nu nog aankomt met het verhaal dat er een nieuw verhaal moet komen… Gooi een glas bier over zijn hoofd!’ roept Asscher vrolijk. ‘We hebben Frans. Op onze Frans en op onze toekomst!’ De hotellobby joelt.

‘Ik ben geen vrouw en daar kan ik niets aan veranderen. Het beste wat ik jullie kan beloven is een mannelijke feminist’

Dan is het aan Frans zelf. ‘Het enige wat ik tegen jullie wil zeggen is dat ik ontroerd ben dat jullie er allemaal zijn’, zegt hij met een lichte trilling in zijn stem. ‘Ik moet morgen iets heel moeilijks doen… Een toespraak houden.’ Iedereen lacht. ‘Ik weet op dit moment écht nog niet wat ik ga zeggen. Het enige wat ik weet is dat jullie morgen in de zaal zullen zitten en dat jullie mij dan steunen. Tijdens de moeilijkste campagne die wij als partij ooit hebben meegemaakt…’ ‘Proost!’

Dat de campagne moeilijk wordt was de teneur van de eerste congresdag. ‘Zijn jullie dood?’ brulde de Europese partijvoorzitter Sergej Stanishev vanaf het hoofdpodium. De zaal prevelde slechts een twijfelachtig ‘nee’ terug. De rest van de dag was een aaneenschakeling van strijdvaardige clichés die vaak net aan kracht misten. Om maar niet te spreken over de zoveelste sociaal-democraat die nog maar eens ruiterlijk wilde toegeven dat ‘het vertrouwen bij burgers is verspeeld’, ‘de sentimenten zijn onderschat’ en ‘er een nieuw verhaal nodig is’.

De echte energie komt van drie mannen die zich als rocksterren door het congresgebouw bewegen. Wanneer Jeremy Corbyn, die kort even invliegt, de Portugese premier Antonio Costa of Frans Timmermans met zijn gevolg passeert wordt hij direct omringd door partijleden die met hem op de foto willen. Toch lijken de verschillen groot. Costa verwierp met succes het striemende corset van begrotingsdiscipline dat Brussel aan lidstaten oplegde, terwijl Corbyn met elke vezel in zijn lichaam uitstraalt weinig op te hebben met de Europese Unie. Hij stemde in zijn lange carrière in het Britse Lagerhuis tegen zo’n beetje elk verdrag dat pleitte voor verdere Europese integratie en zijn Labour is al net zo richtingloos als de Conservatieve Partij van Theresa May.

Tijdens het congres zitten Costa en Timmermans gebroederlijk naast elkaar. ‘Ik probeer altijd te leren van anderen, wat Costa heeft gedaan is inspirerend’, zegt Timmermans. ‘Ze hebben werknemers via vakbonden weer in hun kracht gezet.’ Dat dit het resultaat was van een breuk met de Brusselse bezuinigingspolitiek bestrijdt hij. ‘Ze hebben de marges opgezocht maar nooit gebroken. Ze hebben gezocht naar een beleid dat niet puur was gericht op bezuinigingen.’

Met Corbyn vergadert hij kort achter gesloten deuren. ‘Wat zijn jouw Brexit-plannen dan precies?’ heeft hij hem naar eigen zeggen gevraagd. ‘Het werd mij allemaal niet veel duidelijker’, verzucht Timmermans. Twee weken later schrijft de Britse oppositieleider in The Economist: ‘Wij hebben gebroken met de trend van socialistische en sociaal-democratische partijen in Europa, die hun aanhang zagen instorten omdat ze instemden met bezuinigingen en gemeenschappen niet beschermden.’ Dat Corbyn en Timmermans op hetzelfde congres ongeveer evenveel opwinding ontketenen, is tekenend voor de ambivalentie van de sociaal-democratie in Europa. ‘Onze partij is gefrustreerd’, zegt de Duitse partij-ideoloog Gesine Schwan na afloop van de eerste congresdag. ‘We zijn niet dapper genoeg en ontwijken de echt lastige vragen die mensen raken. Het publiek ziet dat en vindt ons niet alleen oninteressant maar ook gewoonweg saai. Wat vinden wij nou? We moeten keuzes maken en lef tonen.’

Kiezen gebeurt niet op het congres, er is geen tegenkandidaat voor Timmermans. ‘Het was goed geweest als we hier meer richtingenstrijd hadden gehad. Een man met een linkser profiel zoals Antonio Costa was interessant geweest. Maar goed, er is maar één kandidaat dus dan is dat de realiteit’, zegt Elio Di Rupo gelaten. De oud-premier van België loopt met flamboyante vlinderdas door de gangen van het congresgebouw. ‘Timmermans was een goede commissaris en zal een goede spitzenkandidaat zijn. De grote vraag is: is het genoeg voor ons? We staan er zo ontzettend zwak voor.’

Frans Timmermans (l) treedt toe tot de Orde van de Gulden Humor © Luc Lodder

Terug in de hotellobby. Met een biertje in de hand heeft Timmermans de schijn van ontspannenheid, maar hij weet echt nog niet wat hij morgen gaat zeggen. Vlak voor hij de lift in stapt, half twaalf ’s avonds, zegt hij: ‘Ik ga nu werken. Een speech is bij mij last minute en daar kan niemand mij bij helpen.’ Een volledige tekst schrijven doet hij niet, slechts een paar kernwoorden op papier voldoen. ‘Ik ga zo eerst opschrijven wat er vandaag is gebeurd. Dat duurt ongeveer een uurtje, anderhalf uur. Daarna ga ik slapen.’ Om vijf uur gaat dan de wekker en leest hij de aantekeningen door. Wat is blijven hangen van de dag daarvoor? ‘Het gesprek met Olivier Faure, van de Franse socialisten, over de Franse hesjes en het gesprek met Jeremy Corbyn. Wij vertegenwoordigen een ander soort sociaal-democratie, maar hij was een van de eersten om mij te steunen.’ Terwijl hij stilletjes naar boven gaat, drinken zijn partijgenoten en medewerkers beneden tot laat door.

‘Wie zijn vrienden zijn binnen de partij? Goh… Ik weet dat eigenlijk niet’, zegt Asscher aan de bar. ‘Ik zit er net een generatie onder.’ Timmermans hecht aan zijn mensen maar is een einzelgänger, zeggen velen die nauw met hem hebben samengewerkt.

Asscher en Kati Piri, de internationale vertegenwoordiger van de pvda, hebben er hard aan gewerkt om hem spitzenkandidaat te krijgen. Zij begonnen al in het voorjaar van 2018 met rondbellen en overtuigden partijgenoten in heel Europa. ‘Doorslaggevend was Duitsland’, zegt Asscher. ‘Het helpt ontzettend dat hij Duits spreekt en dat Federica Mogherini (de huidige EU-buitenlandvertegenwoordiger – cvdv) niet meedeed, zij is een jeugdvriendin van de Duitse partijvoorzitter.’ Mogherini was een geduchte tegenstander geweest: vrouw, uitgesprokener links en Zuid-Europees. ‘Iedereen kent Timmermans in Europa, dat maakte het wel makkelijk’, zegt Asscher. ‘En ja, in Zuid-Europa heb ik wel uitgelegd dat hij echt wel links is.’

Het blijkt geholpen te hebben: de steun uit Zuid-Europa is groot. Vlak voor Timmermans het podium bestijgt voor zijn grote eerste speech als spitzenkandidaat stroomt het eerst vol met twintigers uit alle Europese landen. Als ware hij de koning van dit Benetton-reclame-achtige tafereel staat Timmermans vooraan en spreekt. Of beter: ageert. Tégen het conservatisme en de oppermachtige christen-democraten. Vóór een duurzaam – en een eerlijker – Europa. ‘Ik weet dat velen van jullie hadden gehoopt dat hier een vrouw had gestaan’, zegt hij gedragen. ‘Maar dat ben ik niet en daar kan ik niets aan veranderen. Het beste wat ik jullie kan beloven is een mannelijke feminist.’

De speech is een succes. En zoals die begon met zijn opa die door nazi’s van zijn paard werd geschoten, eindigt die met zijn dochtertje, dat al fietsend door Limburg vraagt: ‘Wat zijn grenzen, papa?’ Timmermans laat een stilte vallen, kijkt de zaal in en zegt dan indringend: ‘Is zo’n vraag geen prachtig geschenk voor iemand die leeft in een Europees grensgebied?’ De zaal staat op, explodeert in applaus en mist daarmee bijna het fotomoment dat later alle kranten zullen afdrukken: de vuist gaat de lucht in en Timmermans roept hard: ‘Let’s fight and win this thing.’

Aan de andere kant van die voor Timmermans’ dochter onzichtbare Limburgse grens woont een andere Europeaan: Martin Schulz. ‘Frans is een treuer Freund’, zegt de oud-partijleider van de Duitse sociaal-democraten en oud-voorzitter van het Europees Parlement. ‘In maximaal een kwartiertje rijd ik naar zijn oude huis in Heerlen, dat gebeurde best vaak.’ Ze gingen dan samen naar wedstrijden van hun favoriete voetbalclubs FC Köln en Roda JC. ‘Frans en ik zijn allebei de provincialen binnen onze partij én geloven in Europa’, vertelt hij in een telefoongesprek. ‘Nu voelen onze mensen zich geïntimideerd door migranten en lage inkomens, dat sluit aan bij rechts-extreme en rechts-conservatieve retoriek. Het is aan ons om te laten zien dat het niet klopt. In plaats van dat we schipperen tussen hen wegzetten maar wel hun argumenten omarmen.’

Schulz gelooft in zijn vriend en zelfs in het idee dat hij de sociaal-democratie kan doen herleven met zijn onversneden progressieve verhaal dat identiteitspolitiek juist niet schuwt. ‘Ik geloof juist dat het aan mannen zoals wij is om te laten zien hoe je globalisering kunt managen en hoe gemeenschappen en identiteiten daarin passen.’

Vijf jaar geleden was Schulz zelf spitzenkandidaat. De revolutie van de Duitser mislukte terwijl die van Timmermans nog moet beginnen. ‘De grootste valkuil is dat je naar adviseurs gaat luisteren’, zegt Schulz. ‘Ik luisterde te veel naar al die spindoctors in Berlijn.’ Hij werd zo het type grijze centrist waar mensen weinig mee op hebben. ‘Je kent Frans inmiddels, dus dan weet je hoe ongelooflijk boos hij kan worden. Hij kan exploderen. Dat moet hij juist niet proberen te temmen maar behouden. Dan is het helemaal niet erg dat hij een centristisch sociaal-democraat is maar een kracht, omdat het bij hem echt is.’

Ook Diederik Samsom ziet wel wat in het verhaal van Timmermans over gemeenschapszin en de Europese ziel. ‘Verheffing gaat al snel over de portemonnee, maar moet meer zijn dan een rekensom’, zegt hij. ‘Het populistisch-nationalisme doet een beroep op het gevoel van waarden: bij wie hoor je nou? Horen we nog bij elkaar of moeten we met de rug naar elkaar toe gaan staan? Frans snapt dat. We moeten stoppen met het beantwoorden van een roep om identiteit met slechts koopkrachtplaatjes.’

‘Frans is een goeie, hoor. Mooi als een van ons zo ver komt’, zeggen streekgenoten die het kerkje van Eygelshoven hebben verlaten en zich verplaatsen naar een feesttent met lopend buffet en fanfareband. Timmermans zit daar in het midden en kletst met vrienden en oude bekenden. ‘Maar we gaan niet op hem stemmen. Wij zijn geen socialisten hè? Het is hier allemaal cda of anders pvv.’

Voor Timmermans is dat geen verrassing. ‘Mensen die zeggen “ik stem cda” doen dat al jaren en zal ik niet snel kunnen verleiden om iets anders te doen. Het hoort bij deze streek’, zegt hij. ‘Maar wat ik ook hoorde die avond was: “Ik stem op Geertje.” Oké, zeg ik dan, jij hebt ons in de steek gelaten maar ik laat jou nooit in de steek. Dan moeten we lachen, die relatie is er nog altijd.’

Hierin schuilen de kracht én de wederopstanding van de sociaal-democratie, zo zal hij later in Brussel vertellen. De man in de stad en de bewoners van Heerlen horen volgens hem thuis in één beweging: ‘Mijn stroming is gebaseerd op het ideaal van broederschap, de afspraak elkaar niet te laten vallen.’ Behalve aan conservatisme heeft de Limburger een hekel aan ‘kosmopolitisch provincialisme’, het verschijnsel waarbij een steeds wereldvreemdere elite samenklontert in grote steden en zich onttrekt aan problemen aan de onderkant van de samenleving. ‘Dat is veel erger geworden in de afgelopen tien jaar. Als je vanuit Londen twee uur reist kom je terecht in kleinere steden waar de economische structuur er een is van het verleden en het maar de vraag is of er een toekomst is.’

‘Ik geloof niet dat de sociaal-democratie ten einde loopt zoals Yascha Mounk, die ik goed ken, beweert. Vroeg of laat gaan de mensen in Londen en de mensen in York, of zij in Amsterdam en zij in Heerlen, weer inzien dat ze van elkaar afhankelijk zijn’, zegt hij. ‘Hoe willen zij anders gaan eten in de stad? Of van natuur genieten? Rondom die wederzijdse afhankelijkheid zal een gemeenschap ontstaan met onderlinge solidariteit. Dat is sociaal-democratie. De grote vraag is, en dat ben ik met Yascha eens, komt het op tijd voor ons of is het te laat?’