Beeldmanipulatie.Reageer op dit artikel>>

Een verkeerd beeld

In de VPRO-documentaire Beperkt houdbaar protesteerde filmmaakster Sunny Bergman begin dit jaar tegen het steriele, onnavolgbare vrouwbeeld dat ontstaat door de digitale bewerking van foto’s. Als vervolg op haar film vroeg ze Nederlandse tijdschriften zich te verplichten tot het voeren van het logo ‘gephotoshopt’ dan wel ‘Photoshop-vrij’. De Groene Amsterdammer is vanzelfsprekend Photoshop-vrij. Daar is alle reden toe, niet alleen uit overwegingen van vrouwvriendelijkheid.

Dat de techniek niet enkel zegeningen voortbrengt, blijkt uit de ontwikkeling van de digitale camera, de personal computer en de software die hun gecombineerde mogelijkheden in één woord samenvat: Photoshop. Ingrijpende fotobewerking is tegenwoordig staande praktijk in de mode- en reclamefotografie. Ongevraagd worden de borsten van modellen vergroot of verkleind, hun benen verlengd, hun rimpels weggewerkt en hun ogen van kleur veranderd.

Medium photoshopvrij black 1

Het relletje van vorige week over de vakantiefoto van president Nicolas Sarkozy bewijst ten overvloede dat ook de politiek zich aan de esthetica van de modewereld onderwerpt. Het weekblad Paris Match publiceerde een gemanipuleerde foto van een kwieke Sarkozy die in een kano door een Amerikaans moeras peddelt. Toen concurrentL’Express het origineel afdrukte, werd duidelijk dat Match het zwembandje om Sarkozy’s middel had weg_-gebrusht._ Het incident is niet alleen een afgang voor een president die jong en dynamisch wil ogen, het is ook een bewijs van zijn greep op de media. Zijn politieke vrienden controleren veel kranten en bladen (waaronder ‘Pravda-Match’) alsmede de populaire tv-zender tf1, hetgeen hem het verwijt oplevert dat hij Berlusconi achterna gaat.

De grens tussen esthetische en politieke retouche is altijd vaag geweest. Op de bekende staatsiefoto van Abraham Lincoln met wereldbol en Amerikaanse vlag uit 1860 staat alleen Lincolns hoofd. Het elegante lichaam eronder behoort toe aan de politicus John Calhoun. De fotograaf had de negatieven op maat geknipt en op elkaar geplakt.

De kunst van het weglaten kwam tot bloei in het midden van de vorige eeuw toen dictators hun rivalen lieten wegretoucheren. Berucht zijn de lompe Russische encyclopediefoto’s waarop de slachtoffers van Jozef Stalins zuiveringen met de witkwast waren bewerkt. Minder bekend is dat Adolf Hitler de knekelkop van zijn propagandachef Joseph Goebbels van de familiekiekjes liet poetsen.

Uit die tijd dateert ook het subversieve gebruik van de fotomontage. Op een plaat uit 1935 van de Duitser Helmut Herzfeld, geestverwant van Georg Grosz en Bertolt Brecht, propt een Duits gezin aan tafel ijzeren gebruiksvoorwerpen en fietsonderdelen in de mond. ‘Hoera, de boter is op!’ luidt het bijschrift, gevolgd door een destijds populair Goering-citaat: ‘IJzererts heeft een rijk altijd sterk gemaakt, boter en vet maken een volk slechts dik.’

Dankzij de digitale fototechniek zijn gemanipuleerde foto’s technisch niet meer van echte te onderscheiden. Zoals bijna alle software ontstond de digitale foto-opslag aan de keukentafel van twee nerds, de broers John en Thomas Knoll uit Michigan. Thomas ontwierp in 1987 een grafisch programma waarin hij zelfgemaakte foto’s kon opslaan en corrigeren. Op aandringen van John, die visuele effecten voor de filmindustrie ontwierp, maakte het tweetal een semi-professionele versie die binnen een jaar werd aangekocht door Adobe. In het voorjaar van 1990 lagen de eerste dozen met Photoshop 1.0 in de winkel.

Inmiddels zijn er aanvullende en concurrerende softwarepakketten op de markt waarvan de mogelijkheden soms verbluffend zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor hdr-fotografie (High Dynamic Range), die helderheidsgradaties toont die voor het menselijk oog zichtbaar zijn maar buiten het dynamische bereik van de gewone camera vallen. Anderzijds kan iedereen na wat zelfstudie op de pc voor Stalin spelen en zijn onterfde neefjes van de familiefoto verwijderen of zichzelf een hoofdrol toebedelen in gebeurtenissen waarbij hij niet eens aanwezig was. Propagandisten, geheime diensten en echtscheidingsadvocaten doen er hun voordeel mee. Daarentegen bestrijdt Adobe tegenwoordig het gebruik van het werkwoord ‘photoshoppen’ omdat de negatieve bijklank ‘de merknaam ondermijnt’.

Een ernstiger bijwerking is dat de nieuws- en documentairefotografie erdoor wordt ondermijnd. Mediaconsumenten stellen dezelfde eisen aan nieuwsfoto’s als aan reclamefoto’s. Van de weeromstuit gaan professionele fotografen hun opnamen bewerken. Sportfotografen monteren een bal in een voetbalfoto, nieuwsfotografen brengen schaduwen en details aan waar ze niet waren. Soms gebeurt dat in dienst van de macht, zoals bij de beruchte omslagfoto van Time Magazine uit 1994 waarop het portret van O.J. Simpson, zojuist gearresteerd op verdenking van moord, extra donker en dreigend was aangezet. Soms gebeurt het in dienst van de underdog, zoals bij de fotografen van Reuters in het Midden-Oosten die dramatische foto’s van Israëlische bombardementen photoshopten. In alle gevallen wordt het vertrouwen van de lezer of kijker geschonden.

Daarmee is niets ten nadele van de satire gezegd. Op het internet circuleert een hilarische montage van de Deense computeringenieur Andersen, voorstellende een foto uit een Amerikaans tijdschrift uit 1954. De foto toont een ‘huiscomputer’ zoals die er volgens de Rand Corporation in de toekomst uit zou zien: een kamerbrede cockpit met tientallen bedieningspanelen, een buitenmodel toetsenbord en in het midden een reusachtig verchroomd stuurwiel (Andersens bewerking was gebaseerd op een foto van de commandobrug van een kernonderzeeër). De plaat is zo bedrieglijk dat Scott McNealy, de baas van Sun Microsystems, hem tijdens een presentatie vertoonde om duidelijk te maken hoe snel de computertechniek sinds 1954 was voortgeschreden.

McNealy’s blooper bewijst iets anders, namelijk dat de fototechniek sneller voortschrijdt dan zelfs het deskundige oog kan bijhouden. Dat maakt een eenduidig fotobeleid ter redactie noodzakelijk. In zeldzame gevallen is het bewerken van nieuwsfoto’s juridisch of ethisch gerechtvaardigd, maar dan moet de manipulatie ofwel vanzelf duidelijk zijn ofwel toegelicht worden. Media die de foto’s van de Abu Ghraib-mishandelingen toonden, maakten sommige onderdelen terecht onherkenbaar, zoals de gezichten van de slachtoffers die per slot van rekening niet om hun tentoonstelling hadden gevraagd. Maar sluipende beeldmanipulatie, al is hij nog zo goed bedoeld, hoort niet thuis in de serieuze media. Documentaire en journalistieke fotografie is geen opleukertje voor de krant, het is een vak met een autonome positie in de nieuwsgaring die geen compromissen verdraagt. ‘De rest is kunst of onzin’, zoals fotograaf Daniel Koning van de Volkskrant placht te zeggen, ‘en in die categorieën is alles toegestaan.’

Foto’s:
Madrid 11 maart 2004, bomaanslag. De Standaard en de Volkskrant plaatsten de originele foto. Bij de andere kranten is het afgerukte lichaamsdeel (linksonder) weggewerkt of zwart-wit gemaakt
Met dank aan Photoq
zie ook de discussie over beeldmanipulatie op Photoq

Medium afbeelding 201
Medium afbeelding 202
Medium afbeelding 203
Medium afbeelding 204
Medium afbeelding 205
Medium afbeelding 207
Medium afbeelding 206