Een verschrikkelijke ramp, deel 2

De president van Venezuela, Hugo Chavez, liet zich afgelopen weekend langs de meest recente uitwassen van het kapitalisme rijden: de overstromingen die in zijn land ruim dertig doden hadden gekost. De oorzaak van de weggespoelde sloppenwijken lag volgens de flamboyante leider ‘zonder twijfel bij het verstoorde milieu-evenwicht dat door het kapitalisme is veroorzaakt’.

Klimaatverandering bleek daarmee weer eens een goede kandidaat te zijn om de plaats in te nemen van de ‘buitenlandse saboteurs’ die in de twintigste eeuw altijd de schuld konden krijgen van alles wat er ergens misging. Nog maar heel kort geleden leek klimaatverandering het eerste mondiale probleem te zijn dat mondiaal zou worden aangepakt, door alle landen samen. Maar hoewel de ministers van 190 landen op dit moment over een gezamenlijke aanpak overleggen in Cancun is de mogelijkheid van een geloofwaardige aanpak verwaarloosbaar klein.

Dat ‘Cancun’ niets belangrijks zou opleveren, was vorig jaar al duidelijk toen de klimaattop in Kopenhagen mislukte. Volgens documenten die via WikiLeaks zijn gelekt, zei EU-president Herman Van Rompuy al in december 2009 dat de top in Cancun alleen maar een herhaling kon worden van de ‘verschrikkelijke ramp’ die Kopenhagen was. Zijn stafchef had het over Cancun als Nightmare on Elm Street 2: ‘een horrorfilm die niemand nog een keer wil zien’.

Helaas hadden beide mannen gelijk. Het beoogde akkoord van Kopenhagen ging ten onder in een perfecte storm, waarin de wereldwijde economische crisis figureerde, gestolen e-mails van klimaatsceptici, ergernis van arme landen jegens rijke en de wens van India en China om de VS eens hun nieuwe gewicht in internationale zaken te laten voelen. De mislukking betekende veel meer dan alleen wat oponthoud in het bereiken van een nieuw akkoord. De mislukking en vooral de manier waarop het misging, bewezen dat een mondiale aanpak van klimaatverandering bij de huidige politieke verhoudingen in de wereld niet mogelijk is.

Daar hoeft niemand blij om te zijn, ook ‘klimaatsceptici’ niet. De wereld zal de komende eeuw hoe dan ook een omslag moeten maken in de richting van een duurzame economie - als het niet is om het klimaat, dan wel omdat de grondstoffen van de wereld niet tot in lengte van dagen het huidige tempo van economische groei en bevolkingstoename kunnen dragen. Je hoeft geen groot licht te zijn om in te zien dat internationale samenwerking die omschakeling alleen maar kan helpen.

Bovendien suggereert het mislukken van ‘Kopenhagen’ dat de landen van de wereld überhaupt niet in staat zijn om welk probleem dan ook samen aan te pakken. In de sterk verwaterde eindverklaring onderstreepten de landen van de wereld destijds ‘dat klimaatverandering een van de grootste uitdagingen is van onze tijd’, waar zij met ‘sterke politieke wil urgent tegen zullen strijden’. Als er niet eens een akkoord komt als landen gezamenlijk een probleem zo belangrijk vinden, dan vraag je je af wat er dan nodig is om wél tot internationale samenwerking te komen.

De manoeuvres in de aanloop naar de klimaattop in Cancun maakten de oude scheidslijnen weer duidelijk: de arme landen zoals de Malediven, de nieuwe groeiers zoals China, de stille saboteurs zoals Japan en Rusland, de machteloze weldoeners in Europa, de door binnenlandse politiek geobsedeerde VS. Het zou inmiddels al een succes zijn als er een vervolg komt op het Kyoto-protocol van 1997 - oftewel geen achteruitgang ten opzichte van nu. Voor veel landen lijkt het in Cancun belangrijker om de schuld op andere groepen landen te kunnen schuiven dan om een nieuw akkoord te bereiken. Niet precies hetzelfde als het toneelstukje dat Hugo Chavez opvoerde in de sloppenwijken van Caracas, maar ook weer niet fundamenteel anders.