Een verstopt kistje

Net als alle eerdere hoofdpersonen van André Aciman is ook Paul in de nieuwe roman weer hunkerend en sentimenteel. Zo komt hij in de buurt van de oplossing van het eeuwige raadsel van de liefde.

De r zit weer in de maand, wat betekent dat in Hollywood langzaam maar zeker de prestigieuze filmdrama’s de rode loper op worden gerold, het ‘awards season’ begint en filmjournalisten alvast gaan speculeren wie in het nieuwe jaar straks de Oscars mogen ophalen. Vooralsnog creëert Call Me by Your Name, van regisseur Luca Guadagnino, heel veel buzz. En waarom ook niet? De trailer is al alles wat je wilt zien: de jaren tachtig, zomer, Italiaans landschap, huizen gevuld met boeken, zwoele avonden op dorpspleinen met jongens en meisjes. De hoofdpersoon is een Italiaanse tiener, de zoon van een hoogleraar, die een intense band opbouwt met een Amerikaanse academicus die tijdens de zomer zijn vader assisteert en hem introduceert in de wereld van de liefde, voor vrouwen en mannen.

Nu kun je nooit blind op trailers varen, maar als je niet tot eind november wilt wachten (in Nederland verschijnt de film in januari), kun je natuurlijk ook het boek lezen waarop het is gebaseerd, namelijk Noem me bij jouw naam van André Aciman. De roman uit 2007 begint met een scène die heel erg des Acimans is. Op de tennisbaan speelt de muzikale Elio een mixed dubbel met de Amerikaanse Oliver, die in de pauze zijn hand in zijn nek legt, en hem met duim en wijsvinger in zijn schouders knijpt. Elio bevriest, en vraagt zich vervolgens pagina’s lang af of Oliver merkte dat hij bevroor, wat dat bevriezen betekende, of de rest van het gezelschap door had dat hij bevroor, waarom Oliver niet liet merken dát hij merkte dat hij bevroor, en waarom dan niet? ‘Zal hij níet geweten hebben waarom ik zo plotseling wegdook voor zijn hand? Níet gemerkt hebben dat ik tegen hem aanleunde? Níet hebben aangevoeld dat ik me, toen hij me begon te masseren, niet kon ontspannen omdat dat mijn laatste vluchtweg was, mijn laatste verdediging, mijn laatste voorwendsel, dat ik me helemaal niet had verzet, maar alleen had gedaan alsof ik me verzette, dat ik niet in staat was me te verzetten en dat ook nooit zou willen, wat hij ook van me zou doen of vragen?’

Zo is de romantische inborst van de personages van Aciman, of zo zijn de draaikolken van hun gedachten. Elk klein gebaar wordt in hun hoofd opgeblazen, omgedraaid, vol betekenis gestopt en van die zelfde betekenis gestript. Elke liefde wordt honderd keer beleefd voordat hij er daadwerkelijk is. Zijn helden sterven duizend doden.

Vooralsnog hebben zijn boeken in hun feitelijkheden altijd een relatief autobiografische insteek gehad. Over zijn jeugd schreef hij zijn debuut, de bejubelde memoires Out of Egypt: Aciman werd geboren in Alexandrië, Egypte, in 1951. Zijn ouders waren Franstalige, sefardische joden die een textielfabriek bezaten. Bij hem thuis werd Frans, Italiaans, Arabisch en een vorm van Hebreeuws gesproken, het was een kosmopolitisch huishouden (een beetje zoals in Call Me by Your Name) in een land dat steeds nationalistischer werd. Toen zijn ouders het antisemitisme onder Nasser in Egypte zagen toenemen, besloten ze in 1965 te vluchten naar Rome, daarna naar New York. Aciman haalde zijn letterkunde-doctoraat aan Harvard (de setting van zijn roman Harvard Square) en schrijft in het Engels.

Small aciman  andre%cc%81 enigma variations  sigrid estrada dec. 16
André Aciman laat zijn autobiografische gegevens achter zich © Sigrid Estrada

Voor zijn nieuwste roman (Het raadsel van de liefde, in het Engels Enigma Variations) heeft Aciman zijn autobiografische gegevens achter zich gelaten. Zoveel kom je niet te weten over de hoofdpersoon Paul, behalve dat hij in New York woont en ooit zijn zomers doorbracht in een dorpje aan zee in Italië. Maar verder is hij net zo hunkerend en sentimenteel als alle eerdere hoofdpersonen. De roman bestaat uit vijf lange sierlijke verhalen, die in elkaar grijpen. De vertaling, van Nan Lenders, mist soms een paar woordgrapjes en om onduidelijke redenen wordt ‘sleeping together’ letterlijk vertaald als ‘met elkaar slapen’ (terwijl de affaire in kwestie zich toch echt in de middaguren afspeelt), maar verder is de tekst soepel en elegant en volgt de vertaler helder de verrassende draaiingen en overwegingen van Paul. Als je de eerste zinnen op een rijtje zet weet je meteen wat voor emotioneel vlees je met hem in de kuip hebt:

Uit Eerste liefde: ‘Ik ben teruggekomen vanwege hem.’

De fantasie van de liefde neemt het steeds op tegen de werkelijkheid van de liefde

Lentekoorts: ‘Zodra ik ze in het restaurant zie zitten, wend ik mijn blik af en doe net alsof ik naar het menu sta te kijken dat bij de ingang hangt.’

Manfred: ‘Ik weet niets over jou.’

Sterrenliefde: ‘Ik had Chloe al in geen eeuwigheid gezien.’

Abingdon Square: ‘Aan haar e-mails kan ik, als ik erop terugkijk, nog steeds zien hoe breekbaar het allemaal was.’

In het tweede verhaal ziet Paul van een afstandje zijn vriendin in een restaurant met een andere mooie man. Ze straalt, ze geniet. De rest van de middag zwerft hij door New York en stelt zich alle mogelijke scenario’s voor – hoe hij haar kan confronteren, hoe ze het opbiecht, hoe ze hem smeekt te blijven, hoe ze hem bespot en verlaat, hoe kalm en redelijk ze wel niet zal zijn. Ik ben niet jaloers, zegt Paul steeds tegen zichzelf: ‘Want ik ben banger voor jaloersheid dan voor het verlies van liefde.’ Terwijl hij door de stad loopt merkt hij nog iets anders aan zichzelf: hij is gelukkig. Die avond heeft hij een dineetje in het schitterende appartement van vrienden. Zijn geliefde is er, met haar al-dan-niet-minnaar. Hij praat met hem, ze hebben een gekke, geladen klik. Als hij met zijn geliefde in de taxi naar huis gaat, vraagt hij of ze verliefd op hem is. Ze trekt een wenkbrauw op, en zegt, ik parafraseer, dat ze net hetzelfde aan hem wilde vragen. Opeens voelt hij zich betrapt op iets wat hij zelf nog niet besefte: ‘We hoeven nauwelijks nog iets te zeggen, maar ik weet dat van ons tweeën, nu op dit moment, hier in deze taxi, ik het ben, niet zij, die is overgelopen naar de andere kant.’

Misschien lijkt het alsof ik zo de clou van het verhaal verklap, maar dat Paul op mannen en vrouwen valt weet je als lezer dan al lang. In het eerste verhaal blikt hij terug op zijn eerste jeugdliefde, een veel oudere timmerman, en tijdens zijn wandeling door New York fantaseerde hij al uitvoerig over zijn dubbelpartner bij tennis (die weer centraal zal staan in het derde verhaal). De spanningsboog van het verhaal ontstaat uit alle emoties die elkaar opvolgen, tegenspreken, aanvullen en weer door de werkelijkheid omvergeblazen worden. De fantasie van de liefde neemt het steeds op tegen de werkelijkheid van de liefde. Misschien komt daaruit zijn geluksgevoel van eerder die middag voort: Paul is pas gelukkig als hij vanaf een afstandje verlangt. Hij is verslaafd aan die hunkering: Slave to Love, zou Bryan Ferry zingen.

Misschien, moet je dan zeggen, heeft het ermee te maken hoe we de liefde leren kennen, en verlangen we altijd terug naar die geïdealiseerde eerste liefde. In het schitterende openingsverhaal denkt Paul terug aan zijn verliefdheid, als twaalfjarige, op de Italiaanse meubelmaker Giovanni uit zijn dorp. Het was niet direct seksueel: Paul wilde dat Giovanni hem zag, en wilde op zijn beurt Giovanni worden. Al vroeg in het verhaal (bijna een novelle op zich) komt Giovanni bij hem thuis en kijken Paul en zijn moeder ademloos toe hoe hij een oud geërfd bureau openschroeft, en een in de buik van het meubelstuk verstopt kistje vindt. Zijn moeder maakt het open en vindt de gouden manchetknopen van haar vader.

Dat is de liefde volgens Aciman: een geheim waarvan je zelf niet eens wist dat je het had, verstopt, en alleen de juiste persoon kan het vinden en openmaken.