Genetisch gemanipuleerd voedsel

Een vloek of een zegen

24 juli 2013 - Eind mei gingen wereldwijd ruim twee miljoen mensen de straat op tegen het genetisch gemanipuleerde voedsel van internationale chemiereuzen als Monsanto en Bayer. Maar hoe reëel is het gevaar van dergelijke gewassen eigenlijk?

Medium monsanto

Op een zonnige dinsdagmiddag ontvouwt zich op het Justitieplein voor de rechtbank van het arrondissement Dendermonde in het Belgische Scheldeland een even kleurrijk als curieus schouwspel. Activisten en boeren uit verschillende landen hebben stalletjes opgezet om biologisch geteelde aardappelen en vruchtensappen uit eigen boomgaard te verkopen. Ze houden spandoeken omhoog met kreten als ‘Say no to gmo’ en ‘Genetically modified foods are not a solution’.

In de rechtbank zelf vindt op dat moment het proces tegen de elf van Wetteren plaats, beter bekend als het Aardappelproces. Terecht staan elf activisten van de protestorganisatie Field Liberation Movement (flm) die in mei 2011 een proefveld met genetisch gemanipuleerde aardappelen van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie in het dorpje Wetteren grotendeels vernielden. Naast vernieling van privé-bezit is hier sprake van criminele bendevorming, pleit de openbaar aanklager terwijl de heroïsche ridderbeeltenissen die de muren van de rechtbank sieren streng op de aanwezigen neerkijken.

Buiten de dikke muren en de metaaldetectoren van de rechtbank hebben tientallen Franse boeren zich vanochtend hier verzameld om steun te betuigen aan de elf aardappelactivisten. De Franse boerenbeweging voert al jaren actie tegen genetisch gemanipuleerde gewassen. De boeren vrezen voor de gevolgen die gmo’s (genetisch gemanipuleerde organismen) kunnen hebben voor het milieu en de menselijke gezondheid, maar zijn ook sceptisch over de enorme invloed die grote multinationale producenten van genetisch gemanipuleerde zaden, zoals Syngenta, Bayer, basf en natuurlijk Monsanto ondertussen hebben verworven. ‘Die bedrijven patenteren hele planten’, roept een oude Franse boer. ‘En als het stuifmeel van die gmo-planten op mijn akker terechtkomt, dan moet ik ook voor die zaden betalen omdat ik zogenaamd de patentwetgeving heb geschonden. Die bedrijven hebben te veel invloed en als boer vind ik dat absoluut onacceptabel!’

De situatie in Amerika lijkt de zorgen van de Franse boeren te rechtvaardigen. Amerikaanse boeren hebben inmiddels jaren ervaring met genetisch gemanipuleerde zaden en gewassen. Ondernemingen als Monsanto zijn van oorsprong chemiebedrijven die onkruidbestrijdingsmiddelen ontwikkelden. Halverwege de jaren negentig kwamen ze met een nieuw verdienmodel op de proppen. De chemische industrie had planten genetisch zo weten te manipuleren dat ze resistent waren geworden tegen bepaalde onkruidverdelgers, met als bekendste voorbeeld het onkruidbestrijdingsmiddel RoundUp van Monsanto. Door toepassing van deze ingenieuze techniek zou het herbicidengebruik sterk af moeten nemen. Er was immers nog maar één enkel bestrijdingsmiddel nodig, was de redenatie. Een ideale techniek om snel en efficiënt onkruid te kunnen verdelgen op de uitgestrekte akkers van de Verenigde Staten. De technologie werd enthousiast ontvangen door zowel industrie als landbouwers. Maar door groeiende problemen met toenemend chemicaliëngebruik en monopolisering van de zadenmarkt, als gevolg van de patenten die de chemiereuzen op de door hen ontwikkelde zaadvariëteiten aanvroegen, is dat initiële enthousiasme ondertussen flink afgenomen.

Waar de Amerikaanse zadenmarkt ondertussen voor een groot deel in handen is van Monsanto en de zijnen blijft de markttoegang voor genetisch gemanipuleerde gewassen in Europa ondanks Amerikaanse diplomatieke druk vooralsnog heel beperkt. Op dit moment zijn er maar twee gmo’s ter cultivatie toegelaten op de Europese markt, de door chemieconcern basf ontwikkelde Amflora-aardappel en de maïsvariëteit mon810 van Monsanto. Frédéric Vincent is woordvoerder van de Europese Commissie op het gebied van Gezondheid en Consumentenbescherming en geeft tekst en uitleg in het hoofdkwartier van de Commissie in Brussel. Volgens hem loopt Europa een flink eind achter op de rest van de wereld wat betreft genetisch gemanipuleerde landbouw. ‘Er worden in Europa bijna geen gmo’s verbouwd, behalve in Spanje en Portugal. mon810 werd al in 1998 goedgekeurd en toegelaten. Tegenwoordig worden er nog steeds maar ongeveer honderdduizend hectare aan landbouwgrond gebruikt voor het verbouwen ervan. In vergelijking met het wereldwijde areaal van meer dan 170 miljoen hectare aan genetisch gemanipuleerde gewassen is dat echt heel weinig.’

Desondanks is het verzet onder Europese boeren groot. In Frankrijk worden maïsvelden met de grond gelijk gemaakt, in Hongarije gewassen uit de bodem getrokken en in het Belgische Wetteren vernielden de elf het gewraakte proefveld met genetisch gemanipuleerde aardappels. Jean-Marie komt uit de Noord-Franse stad Lille, is 74 jaar oud en inmiddels veteraan wat betreft veldacties tegen gentech-gewassen. Hij zegt: ‘Het probleem is dat als je een bepaalde herbicide veel spuit de onkruiden op een gegeven moment ook resistent worden. Dat is nu eenmaal hoe de natuur werkt. Om het onkruid dan toch dood te krijgen moet je steeds meer herbicide gaan gebruiken. Afgezien van het feit dat zoiets heel slecht is voor de natuur en het grondwater is het natuurlijk ook financieel onaantrekkelijk voor de boer.’

Onder aanvoering van de boerenactivist José Bové organiseerden de Franse boeren zich onder de naam Faucheurs Volontaires, de Vrijwillige Maaiers, om velden met gmo’s vakkundig met de grond gelijk te maken, legt de uit Toulouse afkomstige boerenactivist Guillaume du Croy uit. Met succes, want de Franse regering verbood in 2008 de cultivatie van mon810 en ging daarmee lijnrecht in tegen de Europese richtlijnen. Tegenwoordig richten de Franse boeren zich op proefvelden waar met gmo-gewassen wordt geëxperimenteerd, legt Du Croy uit. In zijn oude Renault-bus om de hoek van de rechtbank in Dendermonde laat hij een aantal filmpjes zien van acties waaraan hij heeft deelgenomen. Op een filmpje is een groep van een paar honderd boeren te zien die, achtervolgd door traangas spuitende politieagenten, dwars door een maïsveld rennen om de genetisch gemanipuleerde maïs uit de grond te trekken. ‘Zie je die politiehelikopter boven het veld?’ zegt Du Croy lachend. ‘Daarom gaan we nu meestal ’s nachts als we ergens een nieuw gentech-veld ontdekken.’

‘Genetische manipulatie is helemaal niet nodig om oogstresultaten significant te verbeteren’

Een groot deel van de Franse boeren is al meermalen opgepakt en vastgezet, vertellen ze. Er bestaat in Frankrijk brede publieke steun voor de acties van de maaiers. De oude Jean-Marie vertelt dat hij recentelijk nog veroordeeld is tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. ‘Maar vaak volgt er ook nog een geldboete van meer dan vijftigduizend euro. Op boerenmarkten verkopen we wijn en groenten om die boetes te kunnen bekostigen. Daarbij doneren veel mensen uit solidariteit geld aan onze beweging. Wij stoppen niet met strijden voordat alle gmo’s Frankrijk uit zijn.’

Achter de dikke deuren van de klimaatkamer van de Universiteit van Amsterdam staan rekken vol met petrischaaltjes waarin kleine stukjes plant liggen. Michel Haring is hoogleraar plantfysiologie en houdt zich al zijn hele werkende leven bezig met de genetische manipulatie van planten. Hij legt uit hoe het werkt: ‘Eerst snijd je een plant in stukjes. Die leg je vervolgens samen met een bacteriekweek in een groeicultuur, zodat de genen van de bacterie gaan mengen met die van de plant. Daarna kan ik de plant onder fluorescerend licht bekijken om na te gaan waar het bacterie-gen zich in de plant bevindt en wat het doet.’

Haring kweekt hier genetisch gemodificeerde petunia’s, kamerplantjes. Hij stoort zich enorm aan de simplificaties waarmee het debat over genetische manipulatie wordt doodgeslagen. ‘Door mijn onderzoek wil ik te weten komen wat bepaalde genen doen. Het is echt nuttige technologie waar goede resultaten mee behaald kunnen worden. Recentelijk ontdekten we bijvoorbeeld een bepaald gen in een wilde tomaat dat ervoor zorgde dat de tomatenplant een geurstof aanmaakte die insecten afstoot. Dat gen hebben we vervolgens door genetische manipulatie in een cultuurtomaat gezet. Die bleek diezelfde geurstof aan te gaan maken waardoor insecten wegbleven. Dat is een goed voorbeeld van hoe je genetische manipulatie kunt gebruiken om planten resistent te maken tegen insecten.’

Het zonder omhaal afwijzen van gentech is dan ook dom, zegt Haring. Toch is de hoogleraar kritisch over het te snel en op te grote schaal toepassen van de techniek in de landbouw. ‘Wij proberen met ons onderzoek hier op de universiteit de werkelijkheid te begrijpen. Ons onderzoek heeft nooit als doel om iets op de markt te zetten.’ Als onderzoek daarentegen een marktdoelstelling heeft, kan dat de objectiviteit van het wetenschappelijke oordeel in gevaar brengen, filosofeert hij op zijn werkkamer op het Amsterdamse Science Park. ‘Het is een feit dat veel genetisch gemanipuleerde planten niet heel uitgebreid onderzocht zijn. Als je kijkt naar toelatingsstudies die gedaan zijn door de Europese Voedselautoriteit (efsa) die beoordeelt of een gewas wel of niet wordt toegelaten, dan houdt men vaak geen rekening met de effecten die de introductie van zo’n plant heeft op het bodemleven of op het grondwater. Het zou de plicht van de overheid moeten zijn om daar vragen over te stellen. Als dat niet gebeurt, ontstaat er bij de burger al snel een onderbuikgevoel dat zich tegen genetische manipulatie in het algemeen keert. Als mensen het gevoel krijgen dat er iets niet in de haak is met iets fundamenteels als hun eten, dan is het snel gebeurd met de publieke opinie.’

Een van de belangrijkste bezwaren tegen de snelle en grootschalige introductie van genetisch gemanipuleerde gewassen in het wereldwijde landbouwsysteem is echter volgens Haring veel simpeler: genetische manipulatie is vaak helemaal niet nodig om betere resultaten te behalen. ‘Als er nu echt problemen zouden bestaan die je alleen kon oplossen door genetische manipulatie, dan ben ik helemaal voor gentech. Maar dat is niet zo. Alle resultaten die wij met onze experimenten hier op de universiteit behalen zijn ook zonder gentech mogelijk. Een tijd terug was ik uitgenodigd bij een groot zaadveredelingsbedrijf in Noord-Holland, en zij waren tot dezelfde conclusie gekomen: genetische manipulatie is helemaal niet nodig om oogstresultaten significant te verbeteren.’

Haring staat niet alleen in dit standpunt. In 2009 concludeerde het internationale VN-onderzoeksgenootschap International Assessment of Agriculture Knowledge, Science and Technology for Development (iaastd) in een lijvig rapport dat de hogere oogstresultaten die genetische manipulatie zou opleveren op z’n minst discutabel zijn. Ook het ontbreken van systematische langetermijnstudies naar de milieu-impact wordt in het rapport aangestipt als een belangrijk punt. Haring begrijpt de kritiek goed. ‘Grootschalige toepassing van herbicidenresistente gewassen is een doodlopende weg. Hoe meer je met chemicaliën gaat spuiten, hoe meer resistente onkruiden er ontstaan en hoe meer chemicaliën er weer nodig zijn om ook die onkruiden te kunnen verdelgen.’

Medium 19590307
‘Mensen jagen op een spook uit het verleden waardoor de volle potentie van gentech in de toekomst niet benut kan worden’

Een stuk minder sceptisch over de mogelijkheden van gentechnologie is de Amsterdamse universiteitshoogleraar Louise Fresco. De storm van kritiek op genetische manipulatie komt volgens haar voort uit de onbekendheid van veel critici met de details van de ontwikkelingen in de sector. De harde toon van het debat over genetische manipulatie irriteert haar hoorbaar. Critici focussen volgens haar te veel op gevaren die niet specifiek aan gmo’s gebonden zijn en sluiten daarmee hun ogen voor de mogelijkheden. ‘Het is een mythe dat gentech alleen gebruikt wordt voor grootschalige landbouw. Dat was vele jaren geleden zo bij de introductie van de herbicidenresistente gewassen, dus in die zin is gentech met een valse start begonnen. Natuurlijk moet herbicidengebruik teruggedrongen worden. Maar dat is geen specifiek probleem van gentechnologie. Zo is het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de Indiase katoenteelt verminderd door het gebruik van gentech. Het punt is dat de mogelijkheden om genetische variatie uit de natuur te benutten door gentechnologie veel groter is dan bij klassieke veredeling. Mensen jagen op een spook uit het verleden waardoor de volle potentie van gentech in de toekomst niet benut kan gaan worden.’

Fresco is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar de grondslagen van duurzame ontwikkeling in een internationaal perspectief. Ze maakte carrière bij de Wageningen Universiteit en werkte onder meer voor de Verenigde Naties. Doordat tegenstanders veel te snel vervallen in platitudes en misverstanden worden de mogelijke voordelen die gentechnologie heeft volledig overschreeuwd. Want die voordelen zijn er volgens Fresco zeker, ook in Europa: ‘Er zijn twee belangrijke redenen om minder terughoudend te zijn ten opzichte van biotechnologie. Ten eerste moet je voorkomen dat alle research development zich uit Europa terugtrekt. Dat is iets wat je nu, als gevolg van het niet nemen van besluiten door de politiek, al ziet gebeuren. En dat veelal ondanks de goedkeuring van efsa. Ten tweede moet je je realiseren dat gentech toepasbaar is op een heel breed terrein. Als mensen ál het gebruik van genetische modificatie willen verbieden, verlies je ook meteen een heleboel nuttige toepassingen. Veel angsten die mensen hebben voor gmo’s hebben helemaal niks met de toegepaste genetische technologie te maken. Veel mensen zijn bang voor nieuwe technieken die ze niet kennen, ze vrezen de vooruitgang en de mondialisering. Die protesten tegen Monsanto eind mei, die liggen een beetje op een lijn met de Occupy-protesten, mensen zijn bang geworden voor de elite en voor hun technologie. Ik begrijp die angst wel, mensen zijn bang dat ze opeens afhankelijk zijn van een ondoorzichtige voedselketen die ze niet begrijpen. Maar vooruitgang verbieden heeft nog nooit iets opgelost. Tenslotte moet Europa zijn expertise op peil houden, anders verliezen we de kennis om te beoordelen wat er elders gebeurt en wat er aan risico’s kan optreden.’

Fresco verkondigt haar optimistische visie op hoe technologie de wereld beter kan maken al jarenlang. In 1998 sprak ze in de Leidse Pieterskerk tijdens de 27ste Huizinga-lezing al haar zorgen uit over het gebrek aan nuance en verregaande polarisering in het debat over genetische manipulatie: ‘En zo staan de advocaten van de moderne landbouwtechnologie en de schaduwdenkers pal tegenover elkaar: wat voor de eersten een weldadige revolutie is, vormt voor de tweede groep een bron van afschuw en ellende, en zelfs, voor sommigen, de voorbode van de definitieve vernietiging van de aarde. Technologie lijkt een kwestie van geloof geworden: een vloek of een zegen.’

Haar voorspelling lijkt te zijn uitgekomen. Zelf wil Fresco niet te boek komen te staan als een hardliner die mordicus voorstander is van gentech, alhoewel ze maar al te vaak op die manier geportretteerd wordt. Voortdurende voorzichtigheid is volgens haar namelijk op zijn plek: ‘Ik vind echt principieel dat je de mogelijkheden die zo’n technologie heeft niet bij voorbaat moet uitsluiten door die techniek als geheel te verbieden. Natuurlijk is het heel belangrijk om te allen tijde voorzichtig te zijn met welke nieuwe technologie dan ook. De effecten moeten zorgvuldig onderzocht worden. Maar als een bepaald gewas is goedgekeurd door een onafhankelijke wetenschappelijke commissie is er geen legitieme reden meer om die techniek af te wijzen.’

Milieuorganisatie Greenpeace maakt zich wel ernstige zorgen over de wereldwijde toename van genetisch gemanipuleerde gewassen en pleit daarom voor een totaalverbod in Europa. In 2010 publiceerden de milieubeschermers het rapport De werkelijke kosten van gentech landbouw, waarin alle nadelen op een rij zijn gezet. Greenpeace constateert, net als de iaastd, tegenvallende opbrengsten van gentech-gewassen en signaleert de opkomst van herbicidenresistente onkruiden en de daaruit voortvloeiende problemen met toenemend gebruik van chemicaliën.

Maar voor Greenpeace is de vermeende onvolledigheid van de toelatingsprocedures voor gmo’s die de autoriteiten in Brussel hanteren misschien nog belangrijker. Of een bepaald gewas wel of niet ter cultivatie wordt toegelaten in Europa beslist de Europese Commissie in Brussel. Voordat de Commissie een beslissing neemt worden eventuele gezondheids- en milieugevaren eerst minutieus onderzocht door de in Italië gevestigde Europese Voedselautoriteit, de European Food Safety Authority (efsa). De toelatingsprocedures zijn in Europa vergeleken met de rest van de wereld robuust. Maar toch klopt er volgens Greenpeace van alles niet aan. De efsa kijkt naar eventuele risico’s van het knippen en plakken met genen, bijvoorbeeld of er als gevolg van een bepaalde manipulatie nieuwe eiwitten ontstaan die de gezondheid kunnen bedreigen. Maar de impact die onkruidverdelgers op bijvoorbeeld de drinkwatervoorziening kunnen hebben speelt geen enkele rol in de risicoanalyses van de efsa, zegt Herman van Bekkem van Greenpeace. ‘Drinkwaterbedrijven langs de Maasoevers meten al sinds 2006 alarmerend grote hoeveelheden glyfosaat in het water. Glyfosaat wordt in de landbouw gebruikt voor het afdoden van graan en door gemeenten ingezet als onkruidverdelger op straat. Maar het is ook de werkzame stof in onkruidverdelgers als RoundUp van Monsanto, waarvan het gebruik natuurlijk nauw samenhangt met de aanwezigheid van RoundUp_-ready_ gemaakte gewassen. Als je al die aspecten zou gaan meewegen in de toelatingsprocedures, dan komen die gewassen er echt niet meer in.’

‘De Europese Unie is het enige deel van de wereld dat zo geobsedeerd is met voedselveiligheid’, verzucht Frédéric Vincent, terwijl hij nipt van zijn biologische koffie in de persbar van het Berlaymontgebouw in Brussel. Voor de woordvoerder van de Europese Commissie zijn de massale protesten tegen de ‘frankenfoods’ van gentech-bedrijven als Monsanto en de actieve lobby van milieuclubs als Greenpeace onbegrijpelijk. Het politieke debat over dit onderwerp zit op dit moment namelijk muurvast en steeds meer Europese lidstaten weren de enige gmo die op dit moment überhaupt in Europa verbouwd wordt, mon810. Vincent: ‘Als een bedrijf een bepaald gewas wil introduceren binnen de Europese Unie, dan moet daarvoor een aanvraag worden ingediend bij de Europese Commissie. In haar beoordeling van die aanvraag baseert de Commissie zich op de bevindingen van de efsa. Als Monsanto of basf of wie dan ook iets toegelaten wil zien, dan moeten ze aantonen dat hun gewasvariëteit veilig is. Die veiligheidsstudies worden vervolgens op wetenschappelijke wijze getoetst door de efsa. Als die de aangeleverde onderzoeken heeft beoordeeld en het gewas veilig verklaart, dan geeft de Europese Commissie ook groen licht voor toelating. Het probleem is dat die toelating vervolgens door de Milieuraad van Europese ministers moet worden goedgekeurd. En aangezien de lidstaten het absoluut niet eens kunnen worden over dit onderwerp is dit waar het hele toelatingsproces vastloopt.’

‘Als je wereldwijd zoveel diversiteit in cultuurgewassen kwijtraakt, dan is dat heel gevaarlijk’

Het standpunt van de Europese Commissie over gmo’s is neutraal, zegt Vincent. In een vrije-markteconomie mag iedereen, zonder al te grote restricties, producten op de markt introduceren en verhandelen, is de opstelling van Brussel. ‘De Europese Commissie neemt geen standpunt in voor of tegen gmo’s. Dat onze toelatingsprocedures zo strikt zijn dat het meer dan drie jaar kan duren voordat een gewas wordt toegelaten, dat is iets waar de Amerikanen constant over klagen. In Amerika is zo’n toelating binnen een paar maanden afgehandeld.’

De Europese Commissie neemt haar positie als beschermengel van internationale verdragen serieus, zegt Vincent, ook al wordt dat proces regelmatig gefrustreerd door de lidstaten: ‘Als een bepaald gewas door de efsa, de Commissie én de Milieuraad is goedgekeurd, mogen lidstaten alsnog besluiten dat gewas binnen hun landsgrenzen niet toe te laten. Maar dan moeten ze dat wel op een wetenschappelijke manier kunnen bewijzen, ze moeten het standpunt van de efsa kunnen weerleggen. En dat kunnen ze vaak niet. Dus de zes of zeven landen die op dit moment mon810 verboden hebben, breken de Europese wet en dan moeten er sancties volgen. Ware het niet dat het opleggen van die sancties óók door alle lidstaten goedgekeurd moet worden, en daar gaat het weer mis.’

Voormalig boerenactivist en Faucheures Volontaires-voorman José Bové is er, ondanks de recentelijke bekendmaking van zadenmultinational Monsanto om de Europese markt voortaan links te laten liggen, niet gerust op. Jarenlang was Bové het boegbeeld van de Franse boerenstrijd tegen genetisch gemanipuleerde gewassen. Tegenwoordig is hij zelden nog op de akkers te vinden en voert hij zijn strijd vanuit het Europarlement in Brussel, waar hij sinds 2009 actief is als parlementariër voor de Groenen. De oud-boer oogt ontspannen in zijn werkkamer in de Europese wijk in Brussel. ‘Soms is deze formele omgeving nog wennen voor iemand uit de boerenbeweging’, zegt hij. ‘Maar op deze manier kan ik mijn strijd tegen genetische manipulatie voortzetten, alleen nu binnen de muren van de macht. De toelatingsprocedures voor gmo’s in Europa zijn zeker niet perfect en laten veel relevante aspecten buiten beschouwing. Toch ben ik blij met de strenge procedures die we nu hebben. Maar nu Europa met de Amerikanen zal gaan onderhandelen over een nieuw vrijhandelsverdrag wordt onze strijd alleen nog maar relevanter, want de Amerikaanse regering heeft aangegeven alle wetgeving die markttoegang van gmo’s beperkt te willen zien verdwijnen.’

De onderhandelingen tussen beide economische blokken gingen deze zomer van start. Sinds in 2009 al uit uitgelekte documenten bleek dat het afschaffen van allerlei non-tarifaire handelsbelemmeringen een absoluut speerpunt was voor de Amerikaanse diplomatie in Europa ligt ook ditmaal weer alles op tafel, beweert Bové. ‘Als dit vrijhandelsverdrag doorgaat wordt het veel moeilijker voor Europese overheden om genetisch gemanipuleerde gewassen te weigeren. Dat verdrag is een directe aanval van multinationale ondernemingen op Europese wetgeving hierover.’

Frédéric Vincent moet lachen om de aantijgingen van de voormalige landbouwactivist. ‘Vergeet niet dat mijnheer Bové zelf door een rechter veroordeeld is voor het vernielen van bedrijfseigendom toen hij nog actief was binnen de boerenbeweging. We hebben niet voor niets zulke strikte toelatingsprocedures binnen de EU. De onderhandelingen die we deze zomer gaan voeren met de Amerikanen doen daar niets aan af. Natuurlijk is het Amerikaanse bedrijfsleven absoluut niet blij met de Europese wetgeving over gmo’s. Maar we importeren al hartstikke veel genetisch gemanipuleerde soja en maïs uit Amerika als veevoer. Dat de Amerikanen ook voor hun zaden meer markttoegang willen afdwingen verandert niets aan het feit dat er in Europa geen enkel draagvlak bestaat om de huidige regelgeving te veranderen. De Amerikanen kunnen hoog en laag springen, maar die toelatingsprocedures gaan we niet veranderen. Sterker nog, de Europese Commissie heeft recentelijk een voorstel ingediend waardoor lidstaten door Brussel goedgekeurde gewassen niet eens meer wetenschappelijk hoeven te weerleggen, maar op basis van publieke opinie kunnen verbieden. Maar ook dat wordt weer geblokkeerd door de Milieuraad, omdat de ministers van de lidstaten het onderling niet eens worden. En omdat de lidstaten zich zo lafhartig opstellen wordt constant met een beschuldigende vinger naar Brussel gewezen.’

Het heilige geloof van Brussel in de eigen procedures is volgens Greenpeace absoluut geen garantie voor een gentech-vrije toekomst van Europa. Toezichthouder efsa is er in het verleden meer dan eens van beschuldigd een draaideurconstructie te hebben met de top van de Europese voedingsmiddelenindustrie. Ook in de patentwetgeving zitten gevaren besloten die de Europese Commissie niet ziet of niet wil zien, vertelt Van Bekkem in het hoofdkantoor van Greenpeace aan het Amsterdamse IJ. De grote chemiebedrijven streven volgens hem naar genetische manipulatie van gewassen omdat het dan gemakkelijker wordt om op basis van een bepaalde genfunctie een patent op een product of gewas aan te vragen. ‘Wat zulke bedrijven in Amerika al doen en in Europa graag zouden willen, is dat ze niet alleen het gen zelf kunnen patenteren maar ook het organisme dat het gen in zich draagt. Zo kan Monsanto dus eigenaar worden van de hele plant, niet alleen van de manipulatie. Het is vooral de vraag hoe ver je zo’n patentwetgeving wil laten gaan. Ik kan er bijvoorbeeld voor kiezen om een gen te patenteren. Als jij dat gen vervolgens wil gebruiken, moet je daarvoor van mij een licentie kopen. Op die manier blijft alle kennis binnen het publieke domein. Maar nu heb je een situatie waarin Monsanto kan zeggen: die hele plant is van mij en daar blijf jij van af. Dan kun je dus ook niet meer doorkweken met zo’n plant. En dat is dom, want de natuur past zich natuurlijk wel gewoon aan. Volgens de logica van Brussel moet dat allemaal mogelijk zijn op een vrije markt, maar wat je in Amerika ziet is dat de zadenmarkt zo gemonopoliseerd is geraakt door grote jongens als Monsanto die overal veredelingsbedrijven opkopen, dat lokale zaadbedrijven nu niet eens meer regulier of biologisch zaad verkopen.’

Daarnaast bestaan er ook reële gevaren voor boeren die in de buurt van gentech-velden reguliere landbouw bedrijven. In Amerika heeft Monsanto al meermalen boeren aangeklaagd voor schendingen van patenten op door Monsanto ontwikkelde genetisch gemanipuleerde zaadvariëten die door de wind of insecten op akkers in de buurt van gentech-velden terechtkwamen. ‘De Milieuraad, dus alle Europese milieuministers bij elkaar, heeft in 2008 geconcludeerd dat de toelatingsprocedure voor genetisch gemanipuleerde gewassen niet klopt’, zegt Van Bekkem. ‘Zij hebben geconstateerd dat je sociaal-economische aspecten mee zou moeten laten wegen, dus dat het makkelijker moet worden om gentech-vrije zones te kunnen blijven garanderen en dat het gevaar op besmetting op dit moment te groot is.’

Ook Michel Haring maakt zich flink druk over de groeiende invloed van grote multinationals die steeds meer genetisch gemanipuleerde gewassen proberen te vermarkten. Hij begrijpt de wereldwijde protesten eind mei tegen Monsanto dan ook wel. ‘In Amerika is een wet aangenomen waardoor bedrijven als Monsanto volledig gevrijwaard worden van elke schade door hun gewassen. Als je zoiets leest, dan zakt je broek toch af? Dat soort bedrijven redeneren puur en alleen uit winstperspectief en hebben door hun agressieve piraterij een techniek die heel zinvol zou kunnen zijn een heel negatief stigma meegegeven.’

Vooral de dalende diversiteit van zaden en gewassen is volgens Haring een tikkende tijdbom. Hij hamert erop dat genetisch gemanipuleerde zaden op dit moment vooral gebruikt worden in de grootschalige landbouw die gigantische monocultuur vereist. Gentechnologie zelf kan ook op andere manieren zinvol ingezet worden, zegt Haring. Volgens hem is het huidige landbouwsysteem te veel geënt op grootschalige wereldhandel en te kapitaalintensief. De hoogleraar plantfysiologie pleit dan ook voor duurzamere en meer lokaal georiënteerde landbouwsystemen. ‘Grootschalige landbouw is funest voor de biodiversiteit in een gebied, omdat je op die manier monocultuur stimuleert. Als je kijkt naar die enorme stukken regenwoud die gekapt worden om genetisch gemanipuleerde soja te verbouwen in Brazilië, dan moet je je bedenken dat die sojabonen allemaal het land uit gaan. Daar eet niemand wat van in Brazilië. Vervolgens moeten de Brazilianen het voedsel dat ze nodig hebben weer importeren uit andere landen. Dat is toch waanzin? Dat systeem gaat echt alleen maar om geld verdienen.’

De verkleining van de diversiteit in zaden als gevolg van fusies, patenten en toenemende grootschaligheid in de landbouw is echter het allergrootste gevaar voor de toekomst, zegt Haring. ‘Als je wereldwijd zoveel diversiteit in cultuurgewassen kwijtraakt, dan is dat heel gevaarlijk. Er zijn maar een stuk of vier sojasoorten die RoundUp-ready zijn, op 180 miljoen hectare wereldwijd. Ik vind het echt een wonder dat die nog niet allemaal ziek zijn geworden en omgevallen, terwijl je dat wel zou verwachten bij zoveel monocultuur. Want als je de diversiteit in cultuurgewassen blijft vernauwen is het wachten tot er een grootschalige ramp optreedt.’


Beeld: (1) Activisten vernielen een veld met genetisch gemodificeerde maïs in Miadou bij Toulouse (Frankrijk), 19 augustus 2006; (2) Protest in Wageningen tijdens de wereldwijde Mars tegen Monsanto, 24 mei 2013. Michiel Wijnbhergh / HH