De wereld van de Telegraaf-lezer

Een volle zak voor wakker Nederland

Wie de Nederlandse ziel wil schouwen, leze de enige echte volkskrant van ons land van voor tot achter. Merkel goed, Papandreou slecht.

Medium 2011 45

BIJ ALLE DISCUSSIES over de versukkeling van de ‘oude media’ zouden we bijna vergeten dat het grootste papieren dagblad van Nederland nog altijd floreert. In het afgelopen kwartaal kreeg De Telegraaf er tienduizend lezers bij en steeg de oplage naar 605.000. 'Het was een sportrijk jaar met het wereldkampioenschap voetbal en de Olympische Spelen’, luidde de verklaring van uitgever-directeur Frank Volmer van Telegraaf Media Nederland. De krant kent wel eens mindere jaren, maar daar ligt men, aldus Volmer, bij De Telegraaf niet wakker van: 'Wij vinden de bereikcijfers belangrijker want die tellen voor de adverteerders het zwaarst.’

En dat bereik is enorm, ook op het web. 'Wij zijn beter dan anderen in staat onze bezoekers van informatie te voorzien op een breed scala van onderwerpen’, zei adjunct-hoofdredacteur Jan-Kees Emmer, verantwoordelijk voor de digitale poot van de krant, tegen Nederlands Medianetwerk: 'Het creëren van massabereik zit al meer dan honderd jaar in ons DNA.’ De video’s op zijn site trekken veel kijkers, met name de dagelijkse Nieuwsflits die in honderd seconden ditjes en datjes uit het nieuws doorneemt. Telegraaf.nl noteerde een explosieve groei van het aantal views van 1,9 miljoen in juli vorig jaar naar meer dan acht miljoen in juli van dit jaar. De chats, live reportages en webinars (zoals die van De Financiële Telegraaf) worden eveneens goed bezocht.

Maar de digitale bezoekersaantallen halen het toch niet bij die van de ouderwetse lezers. Het Nederlandse volk wil zijn krantje bij het ontbijt en dat krijgt het, tot in Lloret de Mar toe. In de zomer worden honderdduizenden exemplaren van De Telegraaf gedrukt in Madrid, Barcelona, Gran Canaria, Marseille, Verona en Istanbul en verspreid naar lokale winkels en campings. En dan nog moet de Nederlander bijtijds uit zijn vouwcaravan om er eentje te pakken te krijgen. Kortom, De Telegraaf is de enige echte volkskrant van ons land. Wie de Nederlandse ziel wil schouwen moet die krant regelmatig van voor tot achter lezen. Dan blijkt dat die Nederlander nauwelijks geïnteresseerd is in het wereldgebeuren en des te meer in zijn eigen navel, die van zijn buren of die van de helden en schurken uit de vaderlandse soaps en reality-programma’s. Het is me dan ook niet gelukt om drie weken lang De Telegraaf, de hele Telegraaf en niets dan De Telegraaf te lezen. Dat voornemen bleek voor een weekbladredacteur alleen al praktisch onhaalbaar. En in een redactie die nog bij Romain Rolland en Frederik van Eeden op schoot heeft gezeten kun je al gauw niet meer meekomen op een dieet van filefuiken, frauderende ambtenaren en het kwakkelhuwelijk van Martijn Krabbé. Toch valt je bij een grondige dagelijkse lectuur op hoe goed die krant in elkaar zit.

BIJNA DE HELFT van de dagelijkse oplage is gevuld met klein nieuws dat door ouderwets journalistiek voetenwerk is verkregen. Op dat niveau excelleert De Telegraaf. Veel verhalen zijn zonder omhaal van de straat, de barstoel of de achterbank van de politieauto geplukt. Om die reden schreef Jan Blokker ooit bewonderend dat De Telegraaf 'meer naar krant stinkt’ dan enig ander Nederlands dagblad. Telegraaf-journalisten laten zich leiden door tips, gebeurtenissen en vermoedens die elke andere Nederlander zouden opvallen, met dat verschil dat zij de luxe hebben om er achteraan te gaan, alsook - soms - het talent om ze uit te diepen en er aantrekkelijk over te schrijven. Verder sampelt de redactie veel berichten over celebs, rariteiten en menselijke drama’s en schrijft ze die zo op dat je de indruk krijgt dat je er met je neus bovenop staat, al mag je je afvragen of dat wenselijk is bij een 47-jarige Amerikaan die geld inzamelt om zich aan zijn elefantiasis scroti te laten opereren (de arme man heeft een zak van vijftig kilo). Maar niet alle nieuws bevindt zich op grijpafstand van de journalist. En niet alle feiten lenen zich voor een verhaal met een vette kop of kwispelende staart. Het wereldnieuws wordt in De Telegraaf zodanig versimpeld dat het huilen je soms nader staat dan het lachen. Om precies te zijn: de complexiteit wordt verruild voor een moreel oordeel. Je hoeft niet precies te weten hoe het zit met die euro, met Barack Obama of met die stammen in Libië, als je maar weet wie goed of fout is in deze wereld.

Als 'rechts ventiel’ deelt De Telegraaf de mensheid in volgens orwelliaans schema. Veel geld verdienen is knap, belasting betalen is dom. Alcohol is leuk, hasj is verderfelijk. Traditionele vrouwen zijn aantrekkelijk, feministen lelijk. Nederlanders zijn oprecht, Arabieren achterbaks. Winkeliers zijn helden, studenten zijn verwend en ambtenaren zijn lui. Four legs good, two legs bad. Waar andere kranten de nuance zoeken, schuwt De Telegraaf die als de pest. Om maar met de euro in huis te vallen: de problematiek van de Europese eenheidsmunt wordt in De Telegraaf teruggebracht tot een familiedrama. Daarin figureren de Noord-Europeanen als verantwoordelijke, hard werkende gezinshoofden en de Grieken als aangetrouwde misfits die op andermans feestje het hoogste woord voeren, alle hapjes opeten en als dank in de plantenbakken pissen. Ach ja die Grieken, wie kent ze niet? Door koppen als 'Hoppa, uit de euro’ en 'Grieks bedrog tergt Europa’ maakt de krant duidelijk waar het op staat. Uit de bijbehorende artikelen word je geen snars wijzer omtrent oorzaak en gevolg. Het kwaad heeft een gezicht, zoveel is duidelijk. Merkel goed, Papandreou slecht.

Elke krant is partijdig, voert campagnes en kent zijn oude vetes, maar De Telegraaf heeft als extra nadeel dat je er intellectueel van opdroogt. Dat is niet altijd zo geweest. Het is jammer dat journalistieke kanonnen als recensent Ivan Sitniakowski en politiek commentator Kees Lunshof geen opvolger hebben gekregen. Hans Kuitert, de linksdraaiende Midden-Oosten-verslaggever die nog wel eens een aanklacht van Likoed aan zijn broek kreeg, zit tegenwoordig achter een bureau aan de Amsterdamse Basisweg. Rusland-correspondent Pieter van der Sloot, alias Pieter Waterdrinker, schrijft tenminste boeiende romans. Helaas doet hij De Telegraaf er maar zo'n beetje bij. Zodoende voel je je als lezer langzaam vollopen met gemopper en kant-en-klaar-meninkjes van de columnisten van dienst. De lucht is eruit en een reddende fietspomp is in geen velden of wegen te bekennen.

Natuurlijk moet er in de politieke verslaggeving plaats zijn voor raillerend commentaar. Britse kranten hebben daarvoor een apart genre, de parliamentary sketch die de lezer een indruk moet geven van een belangrijk parlementair debat van de vorige dag. Het is een ironisch en doorgaans partijdig vignet in forse lijnen en primaire kleuren. De redacties zetten er hun beste mensen op. De schetsen van Simon Hoggart in The Guardian, Frank Johnson in The Telegraph en die van wijlen Colin Welch in de verder zo afschuwelijke Daily Mail zijn een genot om te lezen. Maar die mensen verstaan hun vak en ze hoeven niet elke week hun kunstje te doen. Wat er gebeurt als die voorwaarden ontbreken, kun je tegenwoordig aflezen aan De Telegraaf. Tot teleurstelling van zijn 'door postnatale wispelturigheid beheerste feeksje Carla Bruni’ kan vader Sarkozy deze week geen luiers verschonen, schrijft columnist Bert Dijkstra: 'Liefje, ik ben veel te druk met de Grieken uit de shit trekken.’ Reuze aardige column, zou een Britse eindredacteur zeggen: maak er nog maar eentje.

DIE GEMAKZUCHT doet geen recht aan de erfenis van jonkheer Henry Tindal die De Telegraaf in 1893 oprichtte als vooruitstrevend nieuwsblad voor de Amsterdamse elite (tegenwoordig zou je 'grachtengordel’ zeggen). In de eerste decennia van de twintigste eeuw onderscheidde de krant zich door zijn moderne journalistiek en bedrijfsvoering. De Telegraaf liep voorop met een Britse opmaak en Amerikaans aandoende misdaadverslaggeving, een levendige sportpagina en een vrijgevochten kunstrubriek, maar ook met harde kritiek op de regering die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar de smaak van de francofiele hoofdredacteur Holdert veel te dicht tegen Duitsland aanschurkte. Er werkten progressieve geesten zoals toneelschrijver Herman Heijermans die zeven jaar lang bijdragen aan De Telegraaf leverde.

De naoorlogse Telegraaf was onversneden rechts, maar had tenminste allure. Tegenwoordig lijkt de krant net als de rest van Nederland te verzuren en vast te lopen in herhaling en achterklap. De politieke redactie zwalkt gemelijk van de ene Mauro naar de andere terwijl de commentaren lijden onder een ongezonde fixatie op belastingen, onbetrouwbare Grieken en Arabieren en niet te vergeten Joop den Uyl, een man wiens naam voor jongere generaties slechts een verre echo is. In De Telegraaf wordt hij onverkort als knoeier en potverteerder weggezet, hoewel zijn kabinet het land zonder kleerscheuren door een oliecrisis, een gijzelingscrisis en een koningscrisis loodste en een van de degelijkste ministers van Financiën uit de moderne geschiedenis van Nederland telde. Toen Anet Bleich in 2008 haar biografie van Den Uyl publiceerde, pikte De Telegraaf daar alleen het sappige detail uit dat de PVDA-leider voor de oorlog rechts-nationalistische sympathieën had: 'Jonge Den Uyl bewonderde Duitsers.’

Die eeuwige herhaling is functioneel. Het geheim van De Telegraaf zit ’m in zijn continuïteit, schreef mediahistoricus en voormalig directeur van het Nederlands Persmuseum Mariëtte Wolf, die op de geschiedenis van de krant promoveerde (Het geheim van De Telegraaf, 2009). De formule wordt bewaakt door hoofdredacteuren die over het 'Telegraaf-DNA’ beschikken. Daardoor heeft de krant een 'sterke radar voor de sentimenten die onder brede lagen van de bevolking leven’. Maar waarop slaat die radar dan aan? Volgens Wolf is dat 'de mens’ in het nieuws. Of een artikel nu gaat over de huizenmarkt, het wereldkampioenschap voetbal of de nieuwste kaskraker van tv-producent John de Mol, altijd zoekt de redactie naar de emoties, persoonlijke belevenissen of particuliere drijfveren van betrokkenen, zowel in het positieve als in het negatieve. Daarom heeft de lezer van De Telegraaf er geen idee van dat Den Uyl een voor Nederland zeldzame intellectueel was die zich kon meten met een Jacques de Kadt, wel dat hij een warhoofd in een morsige regenjas was die steevast bij Breukelen de verkeerde afslag nam.

OOK DE ZAKELIJKE berichtgeving wordt ingekleurd door betrokkenen naar voren te halen in profielen, interviews, grote foto’s of regelmatige vermelding in de society-rubrieken. En hoe dichter een nieuwsfeit het huiskamerniveau nadert, hoe beter. Zieke kinderen, beroofde oma’s, miskende helden en mishandelde of anderszins zielige dieren doen het in De Telegraaf ook goed omdat ze aansluiten bij de hedendaagse norm van universeel slachtofferschap. Hetzelfde geldt voor de kleine en grote misdaad waaraan de krant vanouds veel aandacht besteedt. De redactie wekt graag de suggestie zelf op misdadigers te jagen omdat de wet en de overheid ons in de steek laten. Zo beweerde De Telegraaf onlangs nieuwe informatie te hebben over de identiteit van de Utrechtse serieverkrachter. De redactie zit hem 'op de hielen’, meldt de lead.

Al die aandacht voor agressief, frauduleus en anderszins normoverschrijdend gedrag heeft natuurlijk invloed op de lezers. Onderzoek van Maurice de Hond wijst uit dat Telegraaf-lezers zich onveiliger voelen dan lezers van andere kranten, een postume pluim voor de criminoloog en schrijver Willem Nagel, alias J.B. Charles, die een klager over de vele criminaliteit ooit aanraadde een ander ochtendblad te nemen. Natuurlijk vindt de redactie zelf dat zij slechts signaleert wat er in de samenleving gebeurt, maar zoals onderzoekster Wolf constateert houdt de krant door die alarmerende berichtgeving ook zijn eigen functie van rechts ventiel in stand.

En wat is precies dat sentiment dat in 'brede lagen van de bevolking’ leeft? Ook daarop is een antwoord mogelijk, met dank aan Catherine Keyl die in de bijlage Vrouw haar muizenissen met ons deelt. Nu ze 65 is geworden, verwoordt Keyl een levenshouding waarvan eigenlijk de hele krant doortrokken is: 'gewoon relaxt leven’. Dat relaxte leven is de tegenhanger van de slachtoffermoraal. Het slachtoffer is zielig omdat het is uitgesloten van de banale genoegens van dat 'relaxte leven’: gehaktballen met Joppiesaus eten, huilen om Lee Towers die in Ahoy een ode aan zijn kleindochter brengt of je op de billen laten slaan door een in latex gehulde buurvrouw. Dat is ons goed recht, want we betalen ervoor. We hebben het hier goed voor elkaar en willen niet in ons klein geluk gestoord worden door linkse spelbedervers of buitenlandse flessentrekkers die het op onze banen, vrouwen, uitkeringen en vrijheden voorzien hebben. Die horen niet in onze samenleving thuis.

NU ZIJN er nogal wat krachten in de wereld die deze idylle verstoren. Sommige hebben een gezicht, zoals de 'dolle’ Moammar Kadhafi, de 'stuntelende’ Job Cohen of het 'monster’ Joran van der Sloot. Ontwrichtende verschijnselen zonder gezicht zoals globalisering, belastingvlucht of de macht van de farmaceutische industrie komen zelden aan bod. Maar ook 'de mens in het nieuws’ doet er voor De Telegraaf niet echt toe. Als je er goed naar kijkt, is ieder mensenleven buitengewoon complex en niet in een moraliteit te vatten. Maar dan moet je wel goed kijken en dat doet de krant niet. De behoefte aan morele duidelijkheid wint het steevast van de feiten. Neem het geval van cabaretier en tv-presentator Rob Kamphues die schijnbaar tegen wil en dank vader is geworden. Zijn kortstondige partner, een voormalig medewerkster bij de PVDA, is in augustus van een dochter bevallen. En nu wil Kamphues volgens de krant 'zijn kindje niet leren kennen’. Het artikel berust louter op de ontboezemingen van de vrouw in weekblad Privé. Een kwartiertje wederhoor volstaat om ernstige twijfel over haar relaas te wekken. Kamphues zegt dat het om een vluchtige relatie ging en weigert te geloven dat het meisje 'zijn kindje’ is. Volgens zijn advocaat heeft hij de vrouw herhaaldelijk een DNA-test voorgesteld, maar wilde zij daar niet op ingaan. Kamphues heeft aangifte tegen haar gedaan wegens stalking en het Openbaar Ministerie is tot vervolging overgegaan.

Met die kennis hoort voor een journalist de kous af te zijn. Je blijft desgewenst op de hoogte, maar je laat de betrokkenen publicitair met rust tenzij er iets te melden is dat hun privé-belang overstijgt, bijvoorbeeld een rechterlijke dwaling of een maatschappelijke misstand. Zo niet voor De Telegraaf. 'Rob Kamphues NEGEERT ZIJN BABY!’ gilt de rubriek Privé, gevuld door hoofdredacteur Evert Santegoeds van het gelijknamige zusterblad. De gemankeerde mevrouw Kamphues krijgt van hem een hele pagina om haar kant van het verhaal nog eens breed uit te meten. Op de foto zien we hoe ze zich moederlijk over 'dat lieve kleine meisje in die Haagse wieg’ buigt. Alle ingrediënten voor een Telegraaf-verhaal zitten erin: een BN'er die links lult maar zich schofterig gedraagt, een vrouwelijk slachtoffer dat op ons aller schouder komt uithuilen en een twee maanden oud kind van de rekening. Of het waar is, doet er niet toe. Kindje goed, weglooppapa slecht. De wereld van de Telegraaf-lezer klopt weer.