The Man Booker Prize

Een volledig volwassen sprookje

Sommige critici weten niet goed wat ze aan moeten met A Little Life, het zevenhonderd pagina’s dikke tweede boek van de Hawaïaanse schrijfster Hanya Yanagihara. Ze voelen zich ontoerekeningsvatbaar of begoocheld: A Little Life behoort namelijk tot die zeldzame literaire romans die volwassen mensen aan het huilen maken. Het ligt voor de hand om het boek daarmee te verdenken van sentimentaliteit en effectbejag. Niet helemaal onterecht. Maar er is meer aan de hand.

A Little Life is een mannenepos. Het volgt vier intieme studievrienden die na hun afstuderen in New York hun geluk beproeven. Acteur Willem is knap en ruimhartig; architect Malcolm is onzeker en zachtaardig; kunstenaar JB is getalenteerd en egocentrisch; advocaat Jude is misschien wel begaafder dan allemaal, maar ook zwaar getraumatiseerd, geestelijk en fysiek. Jude is de spil van het boek. Waar zijn vrienden zich over de jaren losmaken van hun meer of iets minder gelukkige jeugd blijft hij achtervolgd worden door een gewelddadig verleden dat zijn weerga niet kent. In secuur maar hoog gedoseerd detail onthult Yanagihara steeds iets meer van die pikzwarte nachtmerrie. Het is een onwaarschijnlijke parade van booswichten – pedoseksuele broeders, vrachtwagenchauffeurs met losse handen, sadistische psychiaters – en naargeestige locaties – kille kloosters, morsige motels, akelige weeshuizen. No country for little boys.

Bijna even onvoorstelbaar als de hoeveelheid kwaad die de jonge Jude wordt aangedaan, is de overdaad aan succes, liefde en zorg die hem toekomt als volwassene. Naast de trouwe Willem, met wie hij woont, JB en Malcolm verzamelt hij een extended family om zich heen van mentoren, vaderfiguren, loyale huisartsen. Zij zijn zich bewust van Jude’s kwetsbaarheid, maar weten er het fijne niet van omdat hij angstvallig zwijgt over zijn trauma’s. Dat hij zo veel warmte verdient gaat er bij de beschadigde Jude zelf bovendien niet in. Om zich te handhaven blijft hij zich de rest van zijn leven mutileren en ook de bloederige details daarvan blijven de lezer niet bespaard.

Medium hanya yanagihara color 1

Het opgeschroefde contrast tussen goed en kwaad, tussen ellende en vreugde, is misschien wat A Little Life tot zo’n onontkoombare tearjerker maakt. Maar het is ook kenmerkend voor het type realisme dat Yanagihara uitvindt met deze roman. Alles wat zich voordoet in het boek is mogelijk, maar de manier waarop en vooral de mate waarin doen wonderlijk kunstmatig aan. De intensiteit en emotionaliteit van de mannenvriendschap, bijvoorbeeld, is nogal ongekend. Naarmate Willem en Jude dichter naar elkaar toe groeien wordt het narratief expliciet over hun gevoelens op een manier die je niet met gangbare beelden van mannelijkheid zou associëren. De mannen blijven weliswaar binnenvetters, maar Yanagihara geeft ze een emotioneel – nadrukkelijk weinig intellectualistisch – innerlijk leven en een omgang met elkaar die bijna vervreemdend leest. De vrienden geven elkaar koosnaampjes, zeggen voortdurend dat ze van elkaar houden, aaien en kussen elkaar.

De vrienden geven elkaar koosnaampjes, zeggen steeds dat ze van elkaar houden, aaien en kussen elkaar

Het kan ook niet anders dan opvallen dat een vrouwelijke auteur een gigantisch boek schrijft met niet één dragend vrouwelijk personage. ‘Er zijn geen moeders in sprookjes’, verklaart de schrijfster daarover in een interview. En inderdaad, daarmee typeert ze haar verteltrant: een sprookjesachtig, soms bijna allegorisch realisme waarin wordt uitvergroot en geminimaliseerd. Daarbij past ook de opmerkelijke onbepaaldheid van de tijd. A little Life speelt decennia lang in een niet nader gedefinieerd heden, zonder grote maatschappelijke gebeurtenissen. Het ontbreekt aan het soort Zeitgeist-details – iPhones, Facebook – en directe maatschappijkritiek die meer satirische realisten als Jonathan Franzen rijkelijk toepassen. Meer dan iemand als Franzen, die het heden tot karikatuur maakt, schept Yanagihara een nét andere realiteit, die daarom absorberender en subversiever is.

Haar bewuste keuze om het een en ander flink aan te zetten resulteert in een gulzig geflirt met kitsch en melodrama. Er is veel geschreeuw, gehuil, veel worstelen, vechten, beven, schokschouderen. Alles is vet, het geluk, maar ook de wanhoop: ‘Oh god (…) What have I done?’ denkt Willem in zo’n dramatische scène met Jude. ‘I’m sorry, Jude, he said in his head, and this time he was able to cry properly, the tears running into his mouth, the mucus that he was unable to clean away bubbling over as well.’

Een criticus van The Atlantic, die A Little Life jubelend de langverwachte ‘Great Gay American Novel’ noemt, interpreteert die vetheid als een kenmerk van homo-esthetiek. Maar behalve dat haar roman universeler is dan alleen een boek over homoseksualiteit (het is nergens een problematisch thema) gaat Yanagihara’s overdrijving verder dan de bekende taal van camp. Haar esthetiek doet in grafische rijkdom meer denken aan de schilderijen van Lucien Freud, waarin het menselijke, het ontroerende en het wanstaltige uitvergroot met elkaar verwrongen zijn.

En, zoals bij Freud, is er geen ontsnappen mogelijk. Yanagihara sleurt je met je hele hebben en houden bij je naïeve lurven, door een gruwelijk prachtige sprookjeswereld waarin niet de romantische liefde, kinderen of geld het leidend principe is, maar vriendschap (ja, in zekere zin is ook dat romantisch). Dat die vriendschap niet altijd opgewassen blijkt tegen demonen maakt A Little Life tot niet alleen een sprookje over volwassen worden maar ook tot een volledig volwassen sprookje.

Esthetisch, emotioneel, impliciet extreem maatschappelijk (véél meer dan veel ‘geëngageerde’ romans van de afgelopen tijd): het is een verwarrende, fascinerende leeservaring, ook op niveaus waarvan je niet eens wist dat ze bestonden. Het huilen hoort erbij.