Een volzin uit de zee gevist

Aan het begin van het jaar was ik weer eens druk met S. Vestdijk: gevolg van de geslaagde biografie die Wim Hazeu over hem schreef. Herlezen heb ik trouwens altijd graag gedaan. Karel van het Reve gaf ooit een lijst met 28 titels op van boeken die hij jaarlijks herlas. Hij vergeleek mensen die nooit iets herlezen met iemand die een kamer bewoont met een fraai uitzicht en die, nadat-ie een keer of wat uit het raam heeft gekeken, dat raam laat dichtmetselen of van matglas voorzien. Hear, hear.
Wat later in het jaar fietste ik door de stad met De bezette stad: Plattegrond van Amsterdam 1940-1945 op zak. Dit fascinerende adresboek van Bianca Stigter leerde me dat het gebouw van mijn oude school gedurende de bezettingsjaren de Centrale Jeugdstormschool was, waar dus nsb-kinderen les kregen, voorts dat ik tien jaar van mijn werkzame leven doorbracht in de burcht waar eerder het tijdschrift Storm en andere SS-bladen waren geredigeerd en dat het gebouw van Vrij Nederland, waar ik het grootste deel van mijn loopbaan sleet, in die ellendige tijd onderdak bood aan ‘een kopie van de Duitse, op nationaal-socialistische leest geschoeide “Volkswohlfahrt”’. Goddank kon ik mijn wankelende zelfbeeld stabiliseren door de lectuur van een biografie die Igor Cornelissen schreef: Mathieu Smedts: De katholiek die Vrij Nederland redde. Smedts, eerst en vooral een onverschrokken verzetsman, verdient ten volle zijn voortreffelijke biografie.

Eigenlijk lees je in zo’n jaar een zee aan woordenstromen. Toch herinner ik me heel levendig het moment dat ik uit die zee een volzin viste die ik de schrijver woord voor woord kon nazeggen. Hij stond in Margin Released, een al in 1962 verschenen boek met levensherinneringen van de romanschrijver J.B. Priestley. Hij luidde: ‘Ik schrijf in mijn 68ste jaar van dit leven en begrijp weinig of niets.’

Wim Hazeu, Vestdijk

De Bezige Bij, 1003 blz., € 39,90

Bianca Stigter, De bezette stad

Athenaeum-Polak & Van Gennep,

271 blz., € 22,50