Film/serie: ‘2001: A Space Odyssey’ / ‘Altered Carbon’

Een vreemde in een vreemde wereld

2001: A Space Odyssey © 2018 Warner Bros

In futuristische verhalen sturen de informatica en de biotechnologie het evolutionaire proces. Voorlopig eindstation: onsterfelijkheid.

In de wereld van de toekomst eten mensen met messen, vorken en lepels, maar die zien eruit als chirurgische instrumenten. Zitten doen ze op stoelen in felle kleuren en met vreemde vormen die corresponderen met het menselijk lichaam of een blad van een boom. Communicatie verloopt via de videotelefoon (met het appen is het gedaan). Reizen gaat naar boven de dampkring, maar ook dieper de ruimte in. En de slimme machine maakt het futuristische leven compleet. Althans, wat betreft het alledaagse. De ontwikkelingen gaan nog veel verder – als de dag van morgen is aangebroken, dan zijn we onsterfelijk.

Deze visie werd bedacht door sciencefictionauteur Arthur C. Clarke en regisseur Stanley Kubrick, geestelijk vaders van het verbeelden van de menselijke en technologische evolutie. Met 2001: A Space Odyssey creëerden ze een ‘geschiedenis van de toekomst’. De film dateert uit 1968, maar voorspelt nog altijd heel precies wat er met ons gaat gebeuren.

De innovaties in 2001 en de metafysische implicaties ervan keren terug in allerlei nieuwe film- en literaire verhalen over de toekomst. Het meest in het oog springt de Netflix-serie Altered Carbon, gebaseerd op een romantrilogie van de Engelse schrijver Richard K. Morgan. Net als bij Kubrick en Clarke biedt de serie een visie op technologische innovatie en het effect ervan op de mens. Kubricks film eindigt met het beeld van de Star Child, een voorstelling van de geëvolueerde mens, een mengeling van technologie en het op koolstof gebaseerde lichaam, in alles een god. Dat zijn álle mensen in Altered Carbon, ook hoofdpersoon Takeshi Kovacs (Joel Kinnaman). In het jaar 2384 ontwaakt hij na 250 jaar lang dood te zijn geweest. Hoe dat kan: menselijke herinneringen kunnen worden bewaard op een disk die een ‘synapsen-stapelgeheugen’ heet. Als je die implanteert in de nek van een lichaam, dat men een sleeve of hoes noemt, dan komt de biomassa tot leven en ben je weer jezelf.

Is jouw lichaam kapot, dan kun je jezelf gewoon downloaden in een nieuw lichaam

Wanneer Kovacs ‘wakker wordt’ merkt hij dat de wereld om hem heen totaal veranderd is. Misschien is dat ook de reden waarom hij zich gedraagt als een ouderwetse hard-boiled detective uit een Raymond Chandler-roman, en na zijn wederopstanding opdracht krijgt de moord op een rijke industrieel, Laurens Bancroft, op te lossen. Deze taak is aanzienlijk lastiger gezien het feit dat Bancroft springlevend is. Want: herboren in een nieuwe sleeve. Bancroft is lid van de hogere klasse die in deze wereld ook letterlijk op stand woont, in buurten, ‘protectoraten’ geheten, zwevend boven de wolkengrens. Ver beneden, op aarde, leeft Kovacs samen met de rest van de mensen samengepropt in appartementen in vieze steden waar het constant regent, waar zonlicht nooit komt en het neonschijnsel van augmented reality en virtual reality het enige lichtpunt is. Iedereen heeft een apparaatje bij zich om een geïmplanteerd communicatiedevice in het oog te activeren met functies die we kennen van de smartphone: bellen (maar níet appen), navigeren, surfen en die ‘verheven werkelijkheid’ in beeld brengen. Met het geactiveerde oog zie je bijvoorbeeld reclames voor nachtclubs en bordelen. Het is een bizarre wereld waarin vliegende auto’s, pulsvuurwapens en elektronisch papier alledaags zijn. Net als de vraag die als een virus in dit verhaal woekert, namelijk wat er dan nog overblijft van wat we noemen: de mens.

‘Tak’ Kovacs. Een aantrekkelijke man van vlees en bloed. Maar er mag geen misverstand zijn: net zoals iedereen in dit verhaal is Kovacs een gebiohackte transhuman. Hiermee is hij een directe culturele afstammeling van Kubricks sterrenkind. Met het beroemde laatste beeld van 2001 – de verschijning van een reusachtige ster in de vorm van een menselijke foetus – gaf Kubrick een vooruitblik op het transhumanisme, een beweging waarvan de aanhangers in onze eigen wereld steeds actiever worden. Zij zien technologie als een manier om de mens te verbeteren totdat die onafhankelijk is van dat stoffelijke lichaam. Gevolg: het sterrenkind bij Kubrick, en in Altered Carbon onsterfelijkheid voor alle mensen op aarde en in de gekoloniseerde gebieden in de diepe ruimte.

De ideeën in de serie lijken vergezocht, maar ze zijn dat niet. Ze keren bijvoorbeeld terug in het gedachtegoed van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. In zijn boek Homo Deus (2016) beschrijft hij hoe de mens zich in het proces van ‘upgraden tot de status van een god’ bevindt. Harari schetst de context: als we inderdaad erin zouden slagen hongersnood, ziekte en oorlog te overwinnen, dan rest ons alleen nog maar de vraag hoe de verveling tegen te gaan. Welke onderwerpen kunnen we dan nog behandelen, gezien de genialiteit van de mens? Volgens de historicus is deze kwestie des te belangrijker vanwege de macht die we krijgen door razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van de informatica en de biotechnologie. Hij identificeert twee terreinen die het brandpunt van de nieuwe ontwikkelingen zullen vormen: het zoeken naar geluk en het bereiken van onsterfelijkheid.

De sprong van mens naar homo deus lijkt te groot, ook in Altered Carbon waarin de wereld op het eerste gezicht nauwelijks op die van ons lijkt. Toch vertoont de serie net zoals destijds 2001 veel overeenkomsten met de huidige tijd. In aflevering zes raakt politieagent Ortega (Martha Higareda) zwaargewond in een schietgevecht met de vijanden van Kovacs. Omdat Kovacs inmiddels verliefd is op Ortega doet hij er alles aan om haar te redden. Dat wil zeggen: haar lichaam. Wat grappig is, want in het verhaal doen lichamen er dus niet toe. Is dat van jou kapot, dan kun je jezelf gewoon downloaden in een nieuw lichaam. Maar het is de verliefde Kovacs minder om haar mooie persoonlijkheid te doen dan om hoe ze eruitziet (zwoele ogen, afgetraind lichaam). Daarom haast hij zich met haar lichaam naar het ziekenhuis. Bij het scannen van Ortega’s vingerafdruk blijkt dat ze niet genoeg geld voor een operatie heeft. Kovacs is razend. Hij spuugt op de scanner, bewust. Doordat het apparaat zijn dna scant blijkt dat hij wél kan betalen. Maar dan is hij er nog niet. Terwijl zij op de operatietafel ligt moet hij een nieuwe arm voor haar uitkiezen. Op een scherm verschijnt reclame voor allerlei modellen. Kovacs kiest de duurste. Zo wordt Ortega gered, haar lichaam gebiohackt: met haar nieuwe kunstarm is ze vele malen sterker dan voorheen.

‘Dat is het gevaar van te veel levens hebben, je gaat de dood zien als een curieuze metafoor’

Ortega, verbeterd door de cyborgtechniek, is de mens van de toekomst. In Homo Deus stelt Harari dat technologie overheersend zal worden in het proces van natuurlijke selectie: ‘Het organische lichaam zal versmelten met apparatuur zoals bionische handen, kunstmatige ogen of met miljoenen nano-robots in onze bloedsomloop die problemen zullen diagnosticeren en schade zullen herstellen. Zo’n cyborg zal tot veel meer in staat zijn dan een normaal lichaam.’ Het is duidelijk: wat sciencefiction is in Altered Carbon is nu al een realiteit. De tafel is gedekt voor de geboorte van het sterrenkind – de mens als godheid.

Medium altered carbon
Altered Carbon, Takeshi Kovacs (Joel Kinnaman) © Netflix

Gelukkig: onze upgrade wordt geen ‘Apocalyps uit Hollywood’, zo stelt Harari. Hij relativeert het duizelingwekkende futurisme door erop te wijzen dat homo sapiens zich stapje voor stapje zal ontwikkelen. Dat is een schrale troost. Want er komt een moment waarop ‘onze nazaten zich realiseren dat ze niet meer hetzelfde soort dier zijn dat de bijbel heeft geschreven, de Chinese Muur heeft gebouwd of gelachen heeft om de capriolen van Charlie Chaplin’. Dit heeft verreikende implicaties. Want wat nu als we de bijbel best wel belangrijk vinden? Of ons realiseren dat we niet kunnen zonder het mee-beleven van de diepe menselijkheid die Chaplin ons in zijn films toont? Zonder deze dingen lijkt de wereld van de toekomst toch wel veel op een eindtijd.

Verdriet over het verlies van wat we hadden, keert terug in zowel 2001 als Altered Carbon. Een toon van vervreemding overheerst, vooral in de vormgeving van Kubricks film. De regisseur, die bekendstond om zijn ‘kilheid’, was een fanaticus wat betreft technologie en design. Het eetgerei dat astronauten Dave Bowman en Frank Poole in de film gebruiken, in 1957 ontworpen door Arne Jacobsen, oogt nog altijd futuristisch, haast gevaarlijk in de wijze waarop het mes de vorm van een scalpel heeft. Ook de Djinn-stoelen van Olivier Mourgue lijken eerder op iets wat een lichaam kan verorberen dan op meubelair om op te relaxen. In Altered Carbon is het al niet veel beter: in de sets is nergens iets dat duidt op zachtheid en gemak. Het is niet verwonderlijk dat de mensen liever op straat eten dan thuis in hun appartementen van staal en kunststof.

Deze overkill aan design duwt ons onwillekeurig in de richting van de radicale vernieuwing die Harari beschrijft. Want hoe moet je leven als je niet meer hoeft te sterven? De vraag is ook wat we doen met datgene wat we ooit als waardevol hebben beschouwd nu we ‘anders’ aan het worden zijn. Met Chaplin, inderdaad. Of met zoiets als het humanisme van Chandlers detective Philip Marlowe, aan wie de harde good guy Kovacs in Altered Carbon ons doet denken. Verdriet over de teloorgang van het menselijke hangt als een waas (het neonlicht) over iedere aflevering van deze serie. Melancholie maakt zich meester van Kovacs, een vreemde in een vreemde wereld. ‘Dat is het gevaar van te veel levens hebben’, zegt hij, ‘je gaat de dood zien als een curieuze metafoor.’

Hoe saai, hoe betekenisloos, het leven dan wel niet is, dát ervaart Kovacs. Om deze reden klampt hij zich zo naarstig vast aan zowel zijn eigen lichaam als dat van de vrouw op wie hij verliefd raakt. Kovacs realiseert zich dat het stoffelijke iets essentieels betekent: dat is voor hem ‘geluk’, misschien omdat het een tastbaar bewijs van het verleden vormt, van herinneringen, van mens-zijn. Maar hij hoort in een antropologisch museum. Net zoals de oude Egyptenaren zich geen tijd zonder de farao’s konden voorstellen, of zoals de mensen in de Middeleeuwen zouden hebben gelachen over het idee dat God niet bestaat (voorbeelden die Harari opschrijft), zo weten we straks niet beter dan: de mens is goddelijk.


2001: A Space Odyssey is vanaf 31 mei landelijk terug in de bioscoop. Het eerste seizoen van Altered Carbon is nu te zien op Netflix