Herman Koch, Odessa star

Een vreselijk pannenkoekenrestaurant

Herman Koch

Odessa star

Augustus, 304 blz., € 18,50

Herman Koch werd bekend als schrijver met Red ons, Maria Montenelli (1989), de Salinger-achtig getoonzette biecht annex scheldkanonnade van een slachtoffer van het Montessori-onderwijs en de Amsterdam-Zuid-kak. In zijn volgende romans ontwikkelde hij zich tot een schrijver met een ironisch-realistische schrijfstijl, op zoek naar een vertellenswaardig drama. Zijn hoofdpersonages gaan licht gebukt onder hun lege bestaan, en zoeken een uitweg uit hun lethargie in een wraakfantasie (Red ons, Maria Montenelli), in andermans geschiedenis (Eindelijk oorlog, 1998) of in een tijdelijk verblijf in het buitenland (Eten met Emma, 2000). Prettig leesbare romans, die in al hun prettigheid echter ook een beetje landerig zijn. Het verhaal houdt op een bepaald moment op, maar het had ook niet op kunnen houden, of juist al honderd pagina’s eerder. Tegelijkertijd hanteert hij een schrijfstijl die toegesneden lijkt op het vertellen van een dwingend verhaal: snel, helder en wrang.

Odessa star, zijn nieuwe roman, heeft weer een typisch Koch-personage als hoofdfiguur. Eindveertiger Fred woont in de Amsterdamse Watergraafsmeer die met zijn pseudo-geslaagde bewoners symbool staat voor zijn persoonlijke net-niet-status. Dit wordt hem nog eens extra ingepeperd door het feit dat hij niet de beschikking heeft over de tuin bij zijn huis. Zijn benedenbuurvrouw, die als onderhuurster bij de koop van het pand zat inbegrepen, wil maar niet dood. Samen met haar hond, die ze «uitlaat» in eigen tuin, verspreidt ze een ondraaglijke stank die door alle kieren en reten naar boven walmt. Als Fred zijn oude schoolkameraad Max G. tegen het lijf loopt, ziet hij een uitweg opdoemen uit zijn dreinende bestaan dat extra grijs gekleurd wordt door de tanende liefde van zijn vrouw en zoon.

Ziehier het drama met een hoog lulligheidsgehalte, dat met de entree van maffioos Max G. een wereldser wending neemt. Fred schurkt maar al te graag aan tegen het Tarantino-achtige milieu van Max, en draait opgewonden de muziek uit Reservoir Dogs in zijn auto. De hele roman door wordt verwezen naar deze film van Tarantino, waarin geweld en humor hun gezamenlijke perverse hoogtepunt bereiken. Zo hard en grappig is Odessa star ten enenmale níet; bloot mag dood slaan, ironie kan er ook wat van. Voor zover er in het boek sprake is van een dreigende atmosfeer, is dat een geleende dreiging, samenhangend met de lading die het liedje «Stuck in the Middle with You» heeft sinds Reservoir Dogs.

De film die ongenoemd blijft, maar die Koch nog sterker geïnspireerd moet hebben bij het schrijven van Odessa star is Harry, un ami qui vous veut du bien van Dominik Moll (2000). Max G. ontpopt zich tot de Harry die het beste met zijn vroegere klasgenoot voorheeft, al herkent hij hem niet in eerste instantie, en die er niet voor terugdeinst alle meer en minder uitgesproken vijanden en obstakels in diens leven voor hem uit de weg te ruimen. Déze Harry wil zijn inspanningen echter wel graag beloond zien, zo blijkt uiteindelijk.

De intrige in de roman die het sterk moet hebben van een snelle plotontwikkeling, komt erg langzaam op gang. Een paar hoofdstukken lang herneemt de verteller zich telkens opnieuw, een procédé dat Koch ook al toepaste in zijn vorige romans (ieder hoofdstuk opnieuw beginnen te zeggen wanneer het eigenlijk begon). Waar een schrijver als Tim Krabbé uitblinkt in compacte observaties die de klassieke aantrekkingskracht tussen de braverik en de durfal onmiddellijk neerzetten, neemt Koch zijn toevlucht tot een flauwe uitgesponnen fantasie over het seksleven van een leraar waaruit zou moeten blijken dat Max altijd al een gevaarlijke jongen was.

Middelmatige midlifer Fred blijkt een rancuneuze kijk op de mensheid te hebben ontwikkeld, die zich uit in oeverloze uitwijdingen over hoe iemand eruit ziet (onsmakelijk), wat iemand kookt (idem), welke boodschap die persoon op haar antwoordapparaat heeft staan (bespottelijk) en met wie ze een verhouding heeft (foute man). Een pannenkoekenrestaurant is «een vreselijk pannenkoekenrestaurant», een acteur een zogenaamd «echt theaterbeest» en het buurmeisje heeft natuurlijk «een varkenshoofd». Op dat soort momenten krijgt de columnist Koch de overhand, en loopt zijn roman leeg als een luchtballon. Het voorstellingsvermogen van Fred, vol verwondering dat al die lelijke mensen om hem heen naar de wc gaan en kinderen maken, lijkt het puberale stadium nooit te boven zijn gekomen. De passages met de zoon moeten van Fred een meerkantige persoonlijkheid maken en weer wat lucht in het verhaal pompen, maar die staan zozeer op zichzelf dat ze bijna buiten het verhaal blijven staan. Ergens zweemt een dieper drama, maar het blijft bij zwemen: alsof de schrijver bang is het er te dik bovenop te leggen. Als roman raakt Odessa star al met al gaandeweg behept met hetzelfde als de hoofd figuur. Angst. Leegte.