Een vreugde voor altijd

Pam Emmerik, Soms feest. Verhalen. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 160 blz., 329,90
VAN GOEDE verhalen zegt men altijd dat het ‘juweeltjes’ zijn. De verhalen van Pam Emmerik, in haar debuut Soms feest, verdienen die kwalificatie zonder meer. Het zijn stuk voor stuk prachtige vertellingen, geschreven in een voortreffelijke, fijnzinnige en lichtvoetige stijl en gelardeerd met een scherp soort humor, die telkens geweldige grappen oplevert.

Maar Emmeriks verhalen moeten eigenlijk geen ‘juweeltjes’ worden genoemd. Juwelen zijn in zichzelf gesloten, hermetische dingen, die alleen naar zichzelf verwijzen. En het mooie aan Emmeriks verhalen is nou juist dat ze dat niet zijn: het zijn open, levende, ademende vertelsels die allemaal met elkaar zijn verbonden. De vijftien verhalen reageren op elkaar, vullen elkaar aan, becommentariëren elkaar, en vormen tezamen weer een ander, groter, verhaal.
Soms feest is een meisjesleven in vijftien delen. Pam Emmerik laat een ik-vertelster aan het woord, die, jong als ze is, bladzijde na bladzijde, verhaal na verhaal meer van de wereld ontdekt en meer uitvindt over zichzelf. En de lezer maakt haar ontdekkingstocht van dichtbij mee, glimlachend, grimlachend en soms met tranen in de ogen.
De toon van Soms feest is verraderlijk luchtig. Doordat Charlie, het meisje dat aan het woord is, haar belevenissen op een opgewekte, nonchalante manier presenteert, zet ze de lezer meer dan eens op het verkeerde been. Grote Problemen en Ingrijpende Kwesties komen op een tongue in cheek-manier aan de orde, worden tussen neus en lippen door verteld. Emmerik houdt ze met opzet uit de spotlights, ten faveure van gebeurtenissen die veel kleiner lijken en veel minder tragisch zijn. Op die manier maakt ze de tragiek, die nooit afwezig is onder de quasi-luchtige gebeurtenissen, nog veel tragischer. Het is een soort omtrekkende beweging die ze maakt. Pam Emmerik vertelt met een omweg, gaat nooit direct op de zaken in. Ze focust op het kleine en geeft daardoor het grote een nog sterkere lading.
IN DE WERELD van Charlie ’“Van Charlotte?” “Nee, van Charlie Parker.”’ worden de belangrijkste plaatsen ingenomen door haar moeder, de rest van het gezin, haar krakersvrienden en -vriendinnen, Duitsers, lichamen, haar ontbottende kunstenaarschap en kleuren. Al heel vroeg weet Charlie dat ze kunstenaar wil worden, en waarom. 'Schilder of schrijver. Maar liefst allebei. Want kunst is een vreugde voor altijd. Misschien komt dat wel omdat kleuren voor een schilderij of woorden voor een verhaal hetzelfde zijn als moleculen voor een hangertje. Maar dan beter, veel beter. Betere moleculen voor betere machines! Als kunstenaar heb je altijd het gevoel dat je in het stralendste zonlicht loopt. Ook al is het buiten triest en donker en komt er een begrafenisstoet van twee kilometer en duizend zwarte schoenen voorbij, jij draagt je verfbespatte lakschoenen en gaat lachend over straat, niets dat je kan deren. Want kunst is een vreugde voor altijd.’
PAM EMMERIK (1964) is beeldend kunstenaar, en nu dus ook schrijver - ongetwijfeld tot haar grote vreugde. Haar kunstenaarschap verloochent zich niet in haar verhalen: ze bekijkt en beschrijft de wereld met een oog dat gevoelig is voor kleurstellingen, verhoudingen en contrasten. De details, daar gaat het om, en die laat ze spreken.
'Dierbare herinneringen’, het openingsverhaal, introduceert Charlie en haar familie. Voor het eerst komt ook het 'jood-zijn’ ter sprake. Charlies moeder heeft de gewoonte om als het haar tegenzit, te verzuchten: 'Geef de jodenmeisjes maar weer de schuld’, en voor Charlie, die stukje bij beetje de wereld aan het ontdekken is, wordt die kwestie een rode draad in haar bestaan. 'De verhoudingen bij ons thuis waren altijd zo lekker duidelijk geweest. Mijn moeder was joods, en wij, mijn broertje en ik, wij waren van mijn moeder, dus wij waren ook joods. Mijn vader was slechts de banketbakker die met zijn puntzak mijn moeder als een slagroomsoesje volgespoten had (we waren jong goed voorgelicht) zonder zich om het resultaat te bekommeren tot het te laat was en ik shockproof in mijn moeders schoot vastgegroeid was.’
De familie heeft een verleden, een verleden dat nog steeds haar grimmige sporen nalaat in het heden. Charlie probeert op haar eigen, eigenzinnige manier de kwestie te bekijken en te beoordelen. Als ze een jaar of tien oud is, is oorlog haar grootste hobby. Voor school bereidt ze, vertelt ze haar moeder, een spreekbeurt voor 'over haar onderduikervaringen’. Ze leest alles over de Tweede Wereldoorlog, vervolgens alles over Israel ('Ik zag voorlopig geen oplossing’) en weet steeds minder goed hoe ze er nu tegenaan moet kijken: 'Dat bijzondere volk der joden leek rond mijn zestiende uit te draaien op een privé-nachtmerrie. Ik vond geen oplossing. Ik besloot van school af te gaan. Maar ik vond nog geen oplossing. Soms had ik het gevoel dat de hele wereld uit joden, antisemieten en filosemieten bestond en dat ikzelf maar het liefste nergens bij zou willen horen.’
Waar Charlie wèl een tijdje bij hoort, is de kraakbeweging. Met een paar medestanders kraakt ze een huis. Als ze daaruit worden verwijderd, volgt een ander pand, en een ander. Het leven in een communeachtige gemeenschap als een kraakpand is af en toe uiterst hilarisch. Pam Emmerik beschrijft buitengewoon komisch hoe iedereen elkaar op de lip zit en ruzie krijgt over pindakaas en andere huishoudelijk ongerief. Maar Charlie leert ervan, zoals ze overal van leert.
Ze krijgt ook het actievoeren onder de knie. Zij en haar vrienden komen voortdurend in opstand. 'Tegen apartheid in Zuid-Afrika, de Bom, de Amerikaanse inmenging in Nicaragua of El Salvador. Mooie kleine komplotten tegen de buitenwereld die op haar beurt natuurlijk stevig tegen ons leek samen te spannen.’
'Mooie kleine komplotten’, dat is veelzeggend. Het kleine, daar gaat het om. Ook in het prachtige 'Klein heldendom’, dat op het eerste gezicht lijkt te handelen over niet meer dan een kinderfeestje, en het lachwekkende gdrag van Charlies moeder, maar tussen de regels door het schrijnende verhaal van Rosa vertelt. 'Rosa is eigenlijk een nicht van mijn moeder, mijn achternicht dus, maar de nazi’s hebben zo weinig van onze familie overgelaten dat de restjes het zich niet kunnen veroorloven om zulke nuances aan te brengen. Anders zouden de gaten de kaas nog opeten. Dus zijn we gewoon familie. Kaas in het vuistje.’
Rosa wordt achtervolgd door herinneringen aan een gruwelijk verleden. Steeds opnieuw denkt ze dat 'ze’ haar alsnog te pakken zullen nemen. Het is een dieptragisch verhaal, maar Pam Emmerik vertelt het op een ontragische manier en zet het niet nog eens extra zwaar aan, juist niet, zodat ze het naar de zijkant van het verhaal verplaatst, schijnbaar van minder belang dan de grollen van Charlie.
Dat is typisch Emmerik. 'Klein heldendom’ is een subliem verhaal, mede door de ingehouden wijze van vertellen, waarbij het grote klein wordt gemaakt en het kleine als groot gepresenteerd. Door die manier van schrijven en vertellen roept Pam Emmerik vele malen meer ontroering bij de lezer op dan wanneer ze het thema had behandeld met de zwaarte die het normaal gesproken heeft. Door haar humor en lichtvoetigheid, door haar sprankelende stijl weet ze het meest schrijnende drama luchtig over het voetlicht te brengen maar het tegelijkertijd een onontkoombare kracht en impact te geven. En wie dat kan, is een erg goede schrijver. En goed schrijven is een vreugde voor altijd.