Hans Veldman, De perschef als biograaf

Een vroege spindoctor

Hans Veldman

De perschef als biograaf: Jonathan Daniels over

Franklin Delano Roosevelt en Harry S. Truman

Uitg. Aspekt, 220 blz., € 20,-

Nu in Irak de Amerikaanse Task Force 75 — belast met het vinden van massavernietigingswapens — gefrustreerd zijn koffers pakt, laait in de VS de kritiek op de regering-Bush weer op, nadat het land enige tijd euforisch was geweest over de val van Saddam. In de Washington Post vergeleek Harold Meyerson vorige week de wijze waarop de regering het land de oorlog in had gelogen met de frauduleuze praktijken van energiegigant Enron. Steeds duidelijker wordt dat in de aanloop naar de oorlog «onwelgevallige feiten» werden vervangen door «feiten» die meer aansloten bij de officiële motivatie voor de invasie. In tegenstelling tot de managers van Enron deden Bush en consorten dat niet, althans niet direct, om zichzelf te verrijken, maar «slechts» om een oorlog te kunnen voeren.

In dat hele proces spelen de talloze voorlichtingsambtenaren een rol. Uiteraard doen zij in de eerste plaats wat hen wordt opgedragen, maar het zou interessant zijn om te onderzoeken in hoeverre de persvoorlichters van het Witte Huis eigenlijk zelf geloven wat ze vertellen, en of ze niet een eigen rol spelen, waardoor een dergelijk proces nog meer dynamiek krijgt.

Om te weten hoe dit tijdens de oorlog in Irak in zijn werk ging, zullen we nog even geduld moeten hebben, maar over de rol van persvoorlichters in het verleden wordt steeds meer bekend. Onlangs promoveerde de amerikanist Hans Veldman op een interessante studie naar de activiteiten van Jonathan Daniels, de perschef van Franklin D. Roosevelt en de officiële biograaf van Harry S. Truman.

In de familie Daniels strekte de innige verstrengeling van politiek en journalistiek zich uit over twee generaties. Vader Josephus was eigenaar en hoofdredacteur van een dagblad in North Carolina én een overtuigd Democraat. Hij behoorde tot de eerste aanhangers van Woodrow Wilson, toen deze zich kandidaat stelde voor het presidentsschap. Als dank voor Daniels’ steun maakte Wilson hem minister van Marine. Op zijn beurt benoemde de kersverse minister de jeugdige en tomeloos ambitieuze Franklin Delano Roosevelt tot staatssecretaris. Toen deze twintig jaar later een gooi naar het presidentschap deed, werd hij ook voluit gesteund door de invloedrijke journalist. De dankbare Roosevelt benoemde zijn vroegere baas tot ambassadeur in Mexico.

Zoon Jonathan, die inmiddels in de voetsporen van zijn vader was getreden, ging in 1941 onder FDR in het Witte Huis werken. Aan het eind van de oorlog was hij perschef, en onder meer verantwoordelijk voor de selectie van de foto’s die het Amerikaanse publiek onder ogen kreeg. Op zich is dat al een verantwoordelijke taak, maar in het geval van Roosevelt was het een bijzonder precaire aangelegenheid. Vanaf het begin van diens presidentschap golden er strenge regels, die dienden te bewerkstelligen dat de bevolking niet de indruk kreeg dat ze werd geregeerd door een invalide.

Begin 1945 was FDR echter doodziek en nog voor het einde van de oorlog zou hij overlijden. Niettemin nam hij in februari deel aan de topontmoeting in Jalta, waar hij samen met Stalin en Churchill besluiten nam over de toekomst van Europa. Zijn naaste medewerkers hielden hun hart vast, en achteraf zou ook blijken dat Roosevelt zich nauwelijks meer kon herinneren wat hij met Stalin had afgesproken. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen — er waren alleen legerfotografen aanwezig, die op grote afstand moesten blijven — waren de foto’s die op het bureau van Daniels terechtkwamen ronduit schokkend. Ze toonden een doodzieke, vaak wezenloos voor zich uit starende Roosevelt. Aangezien het land in oorlog was, er enorme belangen op het spel stonden, Stalin en Churchill een buitengewoon vitale indruk maakten, en er toch al veel vragen werden gesteld over de gezondheid van de president, moest Daniels bij zijn selectie van de foto’s bijzonder zorgvuldig te werk gaan. Veldman heeft in zijn boek ook een aantal van de foto’s opgenomen waarop duidelijk is te zien dat Roosevelt niet lang meer te leven heeft.

Uit dagboekaantekeningen en brieven van Daniels blijkt dat hij ook zelf nauwelijks kon geloven dat de president stervende was, en Roosevelts dood op 12 april 1945 kwam dan ook als een enorme schok. Hoezeer een door de wol geverfde journalist en voorlichter als Daniels zelf ging geloven in de verhalen die hij moest vertellen, blijkt ook uit zijn oordeel over Roosevelts opvolger, Harry S. Truman. Als zo velen in Washington zag Daniels in de letterlijk en figuurlijk kleine Truman geen waardige opvolger van de titaan Roosevelt. Langzamerhand stelt hij echter zijn beeld bij, en als hij door de president wordt gevraagd diens biografie te schrijven, is hij ook niet te beroerd om tal van «onwelgevallige feiten» te vervangen door andere. Uit Veldmans bestudering van Daniels’ research notes blijkt dat de biograaf wel degelijk wist van allerlei twijfel achtige zakenaffaires, Trumans lidmaatschap van de Ku Klux Klan, en vele dubieuze politieke contacten, maar het blijkbaar niet opportuun achtte die te vermelden in zijn biografie, die grote invloed heeft gehad op het beeld dat het Amerikaanse volk van Truman kreeg.