Een vrouw is een vrouw is een vrouw

Omdat ik De maakbare man aan het lezen was, van Maxim Februari, begon ik ook weer te bladeren in Onder mannen, van Norah Vincent, de Amerikaanse journaliste die een tijdlang undercover ging als man. Of nee, eigenlijk ging het zo. Ik zat na middernacht in de trein en luisterde een gesprek af tussen twee jongens. Veel moeite hoefde ik daar niet voor te doen, want ze praatten heel hard. Ze waren allebei zo midden twintig, de een was Nederlands, de ander Marokkaans, dat laatste wordt straks nog relevant voor het verhaal.

Zoals Februari schrijft wordt je leven niet opgeschud en overhoopgehaald door gesprekken die je van a tot z volgt, maar door halve zinnen die je opvangt tijdens het zappen. Ik viel midden in het gesprek, en dat ik op cruciale momenten het een en ander zelf moest invullen had te maken met een overzorgzame treinconductrice die haar reizigers voor indutten wilde behoeden door telkens als de trein vaart minderde, snerpend door de luidsprekers alle stations op het traject te benoemen. En dit ook nog eens drie keer te herhalen.

Onder mannen is overigens een onthutsend boek dat waarschijnlijk alleen door vrouwen wordt gelezen. Ik heb er wel eens wat uit na proberen te vertellen, aan een man, die onverstoorbaar doorging met het strijken van zijn overhemden. En of ik snapte waar die kleine vlekjes op zijn blouses vandaan kwamen, was het roest van de wasmachine, of zat het in de stof?

Wat op mij vooral veel indruk maakte was wat Vincent schrijft over haar belevenissen in hoerententen en stripteaseclubs. Misschien komt het omdat zij kijkt met de blik van een vrouw die daar normaliter niet hoort te zijn, of omdat ik bang ben dat de gruizige onderwereld die zij beschrijft eigenlijk de echte wereld is, maar ik krijg iedere keer de rillingen als ik de bladzijde opsla. Al was het maar vanwege het feit dat er een efficiënte inrichting is bedacht voor een zeer basale ruilhandel, door Vincent samengevat als: mijn spleet voor jouw dollars. In een cabineachtige ruimte staan zo’n tien draaistoelen op een rij, vastgeklonken in de vloer. De mannen zitten volledig gekleed op zo’n stoel, met een naakt meisje op hun schoot. De meisjes hebben hun benen om de man heen geslagen, sommigen met de handen op de vloer om greep te hebben terwijl ze hun kruis tegen het zijne schurken. Een paar meisjes zitten met hun rug naar de man toe, terwijl ze met hun achterwerk tegen de man oprijden. Via een halfhoge wand, ‘als een doorgeefluik in een keuken’, kan naar binnen gegluurd worden door de mannen die op hun beurt staan te wachten.

Vincents aandacht werd getrokken door een jonge jongen in een footballshirt, wiens gezicht ze goed kon zien omdat hij zijn stoel helemaal richting kijkluik had gedraaid. Hij bewoog zijn heupen niet, had zijn armen losjes om de nek van de danseres geslagen, zijn kin leunde krachteloos op haar schouder. Hij zag er helemaal loom en tevreden uit, ‘als een slapend kind dat door zijn moeder door de supermarkt wordt gedragen’.

Ze hadden het dus over vrouwen, die jongens in de trein. En dan bedoel ik niet over hun moeders. Eigenlijk hadden ze het vooral over een wederzijdse vriend, die er wel weg mee wist, met de vrouwen. Hoe langer ze over hem spraken, hoe mythischer zijn proporties werden. Het was niet eens het feit dat hij ze – ‘dames en heren we naderen nu station …’ – allemaal, en dat hij ze keihard in hun – ‘ik herhaal, station …’ – en in hun – ‘deze trein zal nog stoppen in …’. Hij nam ze stuk voor stuk te grazen zal ik maar samenvatten. Wat op zich het punt niet was. Waar deze gast vooral in glorieerde was dat hij erna niks meer van zich kon laten horen. Geen sms’je, niks.

En hij komt ermee weg man!

Het was duidelijk dat de jongens zelf met taaiere verplichtingen na gedane zaken te maken hadden. Alle voor- en nadelen van jongere en oudere vriendinnen werden in detail besproken.

Of je ze wel of niet kunt – ‘het volgende station is …’ – en of je ze mag – ‘tevens eindstation van deze trein’. Maar dat ze erna, hoe irritant, eindeloos aan je blijven trekken.

Maar hoe zit het dan met Marokkaanse meisjes? vroeg de ene nog voorzichtig, toch bang een taboe te schenden. Kun je die ook gewoon, als je wilt, in hun – ‘denkt u alstublieft aan uw bezittingen’.

‘Aaah man’, antwoordde de ander met een royaal gebaar: ‘Vrouwen zijn vrouwen weet je.’

Ik dacht aan Gerard Reve. Dat zelfs hij, aartshomo, wist hoe vrouwen zijn. Niet meer van je weg te slaan als je ze eenmaal had – ‘we wachten nog even op een vrijkomend spoor’. Kleverige zoogdiertjes noemde hij ze, een en al rompslomp en bezitsmatigheid met zich mede brengend.

Fietsend naar huis, door het schaars verlichte park, zwermde een uitgelaten groep meisjes me tegemoet. Ze waren op weg naar de stad, op weg naar het grote avontuur.