Een vrouw uit de catalogus

SIEP (43) woont in een klein dorpje in Friesland, net onder Lemmer. Aan de muren in het voorhuis van zijn boerderij hangen drie schilderen met daarop oosterse meisjes. ‘Die had ik al voordat ik ooit in Thailand was geweest. Sommige mannen ontdekken op hun veertigste dat ze homo zijn. Ik ontdekte dat ik op donker val.’

Zijn vriendin Kim ging tijdelijk terug naar Thailand, om een voorlopige verblijfsvergunning te regelen. Kim is zijn derde. De eerste haalde hij tweeëneenhalf jaar geleden op. Hij had een meisje op een foto gezien, en hij ging met een stel vrienden naar Thailand om haar op te zoeken.
Niet het meisje van de foto, maar een ander ging met hem mee naar de boerderij. ‘Van haar hield ik, maar zij niet van mij. “Ik heb zoveel dingen voor je betaald”, zei ik tegen haar. “Je mag me wel eens dankbaar zijn.” Dat nam ze me kwalijk. Ze kon hier niet aarden en ging terug naar huis en kind.’ Haar heimwee had niets te maken met haar kind, zegt hij. 'Het is niet zielig dat ze hun kind daar achterlaten. Dat is een Europese gedachte. Zij zijn zo.’
Met de tweede heeft Siep bijna een jaar samengewoond. 'Dat was een anticlimax. We lagen elkaar niet. Ze zat hier maar in de keuken, ze hinderde me. We hebben tien maanden apart geslapen.’ Hij heeft haar netjes behandeld, zegt hij. Ze kon blijven tot haar visum afliep. Even heeft ze wat gehad met een andere jongen uit het dorp. 'Maar ze wou hem toch niet.’
Inmiddels was de derde in aantocht. Vorig jaar november ontmoette Siep Kim, in december zou ze voor drie maanden overkomen. 'Die ander moest zo gauw mogelijk weg. Ik zei: “Als je eerder weggaat, betaal ik je ticket.”’
Kim kwam in de 'rottigste tijd van het jaar’, in de winter. Maar de bittere kou, de kale weilanden, de verlatenheid van het dorp en de vreemde taal hebben haar niet afgeschrikt. Ze komt binnenkort bij hem wonen.
Bergen Nederlandse vriendinnen heeft Siep gehad. Hij is de 'Casanova van het dorp’. Maar er zat niks bij. 'Ik werd teleurgesteld in de liefde. Al dat misbruik, die ontrouw. Het is een constante concurrentiestrijd om een Nederlandse vrouw te krijgen. Moet je opboksen tegen gladde jongens. Ik ben maar een gewone boer. En was er eens een die me liefhad, dan hield ik weer niet van haar.’
EEN VROUW VINDEN die blijft, is niet eenvoudig voor een boerenjongen. De vrouwen van tegenwoordig gaan naar school, willen carrière maken. 'Ze hebben geen trek om op een boerderij te zitten.’ En als je al een vrouw vindt die boerin wil zijn, dan is ze zelden knap. 'In Thailand kun je knappere krijgen.’ Hij haalt een fotomapje te voorschijn. Fraaie meisjes van rond de dertig, tenger, en vrolijk lachend.
Hij is ook wel eens met zijn vrienden in de Dominicaanse Republiek geweest. Daar zijn ook mooie vrouwen. 'Maar daar gaat het alleen om de seks. Thaise vrouwen zijn aangenamer gezelschap, je eet ook met ze, ze laten je het land zien.’ Dat dat geld kost, heeft niets met sekstoerisme te maken, volgens Siep. 'De cultuur is daar zo. Het is net zoiets als de klompen bij ons.’
Eigenlijk heeft hij geen vrouw nodig, zegt Siep. Af en toe doet hij zelf wat huishoudelijk werk, tussen de middag komt Tafeltje-dek-je zijn warme maaltijd brengen. Zijn nieuwe vriendin krijgt geen taak op de boerderij. 'Alleen koken, en het huis schoonhouden. Verder moet alles op eigen initiatief gebeuren.’ Een gezin stichten hoeft voor Siep niet zo. 'Dat gejank en geschreeuw… En voor de seks alleen moet je geen vrouw in huis halen. Dat werkt niet.’ Het gaat hem om het gezelschap.
Maar trouwen? Daar prakkiseert hij niet over. 'Eerst maar eens de kat uit de boom kijken. Voor je het weet zijn ze ervandoor.’ Zijn wantrouwen heeft menige relatie verstoord, zegt hij zelf. 'Ik ben in mijn jeugd al te vaak in de steek gelaten.’ Als hij al trouwt, dan zeker niet in gemeenschap van goederen. 'Ik moet mezelf en mijn bedrijf wel indekken.’
Dan komt buurman Ben (62) binnen. Hij is al tweeëntwintig jaar getrouwd met Nooi. En Jan (36) schuift ook aan tafel voor een biertje of wat. Hij woont sinds een jaar samen met Boem in een stacaravan op het erf van Ben. De Thaise Boem en Nooi kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Vanzelfsprekend is dat niet. 'Thaise vrouwen zijn heel jaloers.’
Samen verzorgen ze de tuin. 'Alle Thaisen hebben groene vingers. Net mollen.’
Ben is de 'leermeester’ van de jongens. Hij kan ze vertellen hoe ze moeten omgaan met hun oosterse vrouwen. Er zijn er inmiddels zes in het dorpje met hooguit driehonderd inwoners. 'Binnenkort noemen we het hier Thaisloot.’ De nieuwkomers zijn allemaal min of meer familie van zijn Nooi. 'De jongens komen ons vragen of we nog een leuke vrouw weten.’
Ben werd tweeëntwintig jaar geleden verliefd op Thailand. 'De mensen zijn mooi, en hun cultuur fascineert me.’ Hij zou het liefst boeddhist worden, net als zijn echtgenote. 'Wat gevoel betreft lopen wij achter op hen. Zij hebben iets mystieks, daarmee vergeleken zijn wij barbaren. Wij moeten van ons geloof elke zondag naar de kerk. Nooi steekt een kaarsje aan en gaat bidden. Op het moment dat zij daar behoefte aan heeft. Ze is dan helemaal in trance.’ Alleen het Thaise eten trekt hem niet. Nooi kan gelukkig uitstekend koken, ook aardappels en groente.
Zijn vrouw sprak geen Nederlands, geen Engels en zeker geen Fries toen ze hier kwam. 'Het was handen-en-voetenwerk.’ Of het voor haar moeilijk was hier te wennen? Ben heeft geen idee. 'Ik had het druk met geld verdienen. Als het haar niet beviel, kon ze toch zo weer terug.’ Nooi heeft de taal geleerd van spelletjesprogramma’s op televisie.
'Je moet hard zijn, dat zijn zij ook. Verliefdheid is onzin. Liefde is niet de werkelijkheid van het leven, zo denkt een Thaise ook. Je hoeft niet van iemand te houden om ermee te trouwen. Een Thai denkt: we gaan samen wat opbouwen, dan gaan we vanzelf van elkaar houden.’
'Al die vrouwen daar willen wel weg. Ze zien de rijkdom van het westen op televisie. Voor hen is alles buiten Thailand Hollywood.’ Een buitenlander is een buitenkans. Ze gaan graag mee. Maar, zegt Ben, je krijgt haar familie erbij. Dat is de deal. Hij maakt nog steeds elke maand wat geld over voor oma.
'Het zijn beste vrouwen’, zegt Ben. 'Ze snappen dat ze hier ook moeten werken voor een koelkast.’ Nooi werkt in een rozenkwekerij en ’s winters in de bollen. 'Het zijn harde werkers. Ze beuren en ze sparen als leeuwen.’ Het geld gaat naar de familie. 'Ze lachen de hele dag, klagen nooit. De werkgevers zijn er dolblij mee. “Doe mij maar een bus vol”, zeggen ze.’
Thaise vrouwen staan achter hun man. 'Ze willen dat je succesvol bent. Je hoeft geen miljonair te zijn, als je je best maar doet. Ik neem de beslissingen. Een Nederlandse vrouw had het nooit met me uitgehouden, maar een Thaise verwacht dat van je. Ze hebben meer waardering en respect voor je.’
Maar ze zijn niet slaafs of ondergeschikt, zeggen de mannen. 'Ze zijn dienstbaar. Maar dat is ook schijn. Een Thai denkt jaren vooruit: hoe kan ik hem zo snel mogelijk helemaal naar mijn hand zetten. Ze willen hun eigen voordeel halen. Wat dat betreft is er geen grotere vijand dan een Thai. Ze palmen je in, en voor je het weet staan ze boven jou in plaats van andersom.’
Neem nou Boem, de vriendin van Jan. 'Een dondersteen.’ Ben geeft raad. 'Af en toe moet je op de rem gaan staan. Even nee zeggen en aan de touwtjes trekken. Is ze kwaad, laat haar dan maar kwaad wezen. Er kan er maar één de baas zijn.’
Een Thaise vraagt veel aandacht. 'We moeten een geweldige inspanning leveren om de relatie te laten slagen. Mensen denken dat je een hoertje hebt gekocht. Dat vooroordeel is er. Maar met een oosterse vrouw is het veel moeilijker leven dan met een Europese. Het is een enorme opgave.’
EEN ADVERTENTIE in de krant: 'Ook u kunt Russische dames ontmoeten via Contact Sint-Petersburg.’ De advertentie leidt naar het kantoor van zakenman Leo Schouwstra (52) in het centrum van Leeuwarden. Naast het kantoor een showroom met Bulthaupkeukens, 'de Rolls Royces onder de keukens’.
Een paar jaar geleden opende Schouwstra een Bulthaup-showroom in Sint-Petersburg. 'Inmiddels zijn er heel wat Russen die geld hebben.’ De relatiebemiddeling is eigenlijk bijzaak. Hij doet het niet uit commerciële overwegingen, maar 'vanuit sympathie voor de Russische dames’.
Russinnen willen graag een Nederlandse man, zegt Schouwstra. 'Het gros van de mannen daar is onaantrekkelijk, het zijn botterikken. Ze drinken veel, zijn arrogant. Nederlanders zijn vrouwvriendelijker.’
In het klantenbestand van Schouwstra staan ongeveer veertig mannen ingeschreven. Het zijn keurige heren, zegt hij. Mannen die al eens op de Filipijnen of in Thailand zijn geweest schrijft hij niet in. Mannen van zeventig die een jonge bloem willen ook niet. 'Ik organiseer geen seksreisjes.’
De inschrijving kost zevenhonderd gulden per half jaar. Uit een catalogus met foto’s en een korte persoonsbeschrijving kunnen de mannen hun keuze maken. Met een stuk of tien potentiële bruiden wordt eerst gecorrespondeerd, en dan vinden de ontmoetingen plaats. 'Tussen de eerste brief en het eerste contact zit hooguit twee maanden. Je moet er snel op af.’ Schouwstra regelt het visum, de reis, het verblijf en de ontmoetingen.
De heren overnachten in appartementen en ontmoeten de dames bijvoorbeeld in een restaurant. 'Je kunt niet in de lobby van een hotel afspreken. Dat heeft geen klasse.’ Al met al zijn de heren rond de tweeduizend gulden kwijt aan zo'n reis. 'Maar een Nederlandse vrouw kost ook geld.’
De meeste cliënten zijn tussen de veertig en de vijftig, en hebben vaak al een huwelijk achter de rug. 'Die mannen hebben geen trek in een Nederlandse vrouw van hun leeftijd. Hier zijn vrouwen niet vrouwelijk meer. In kleding en gedrag zijn het net mannen. Ze zijn gescheiden, bitter en het enige dat ze te bieden hebben, is een stapel onbetaalde rekeningen.’
Zelf is Schouwstra sinds zijn scheiding twaalf jaar geleden alleen. 'Soms ga ik eens kijken wat er in Nederland rondhuppelt.’ Hij is wel eens naar dansavonden voor vrijgezellen geweest. 'Dat heeft geen klasse. Treurig word je van die mannen en vrouwen. Het is de restantenbak.’ Hij blijft voorlopig liever vrijgezel. 'Ik ben nog te jong om me te binden.’
SIETZE HOFMAN (34) wilde zich na twee mislukte huwelijken wél binden. Als hij wil, zegt hij, hoeft hij geen nacht alleen te slapen. Vrouwen genoeg. 'Maar ik hou niet van die types die zichzelf aanbieden.’ Hij schreef zich in bij een 'gewoon’ huwelijksbureau. Eén keer sprak hij met een dame af. 'Ze had doordringende problemen. Een kruiwagen vol ellende.’
De Russische vrouwen zijn nog vrouw, prijst Schouwstra aan. 'Ze verzorgen zichzelf goed. Mooie ogen, lange benen, fraaie schoentjes, een leuk rokje in plaats van een spijkerbroek. Je gelooft haast niet dat dat daar gewoon losloopt. Ze zijn niet zo over-geëmancipeerd. En ze willen graag een oudere man, dat geeft meer stabiliteit.’
Hofman ontmoette zijn Tanja via Schouwstra in Sint-Petersburg. Ze stond niet in de catalogus. 'Pas toen ik daar was, en verschillende ontmoetingen had gehad met andere dames, schreef zij zich bij het bureau in.’
Het zat gelijk goed, zegt Hofman. Van beide kanten. Tanja is drieëntwintig, blond, 'heel clever’, en 'een beetje van de oude stempel’. Hij is schilder en stucadoor, zij is econome en ingenieur. Hij is gereformeerd, zij Russisch-orthodox. Sinds de ontmoeting in april is er een 'mooie, diepgaande relatie’ ontstaan. Zij praat wat Engels, hij heeft het Russische alfabet in huis, zij kent een beetje Fries. De taalbarrière is geen probleem. 'Het zijn toch de ogen die spreken.’
Elke dag belt hij haar. Het kost hem zeker vijftienhonderd gulden per maand. En hij heeft haar nog een paar keer bezocht. 'Ik heb het voorrecht een groot romanticus te zijn. Als ik daar ben, koop ik om de dag rode rozen voor haar. Ze is stapelgek op me.’
Haar moeder ook. Ze vroeg hem te logeren. Dat wil hij niet. 'Je moet de kat niet op het spek binden.’ Zij is nog nooit met een man geweest, ze heeft wel ontmoetingen gehad met andere buitenlandse mannen, maar dat is nooit wat geworden.
'Als ik bij haar ben geweest, zeggen kennissen wel: “Je portemonnee is leeg, en je zak ook.” Dat vind ik jammer. Ik wil geen misbruik van haar maken. Ik ben geen brave borst, maar ik verplaats me in een vrouw. Het is bedoeld als iets moois tussen twee mensen. Dat moet je niet pushen.’
Deze maand heeft hij haar weer opgezocht. Om haar ten huwelijk te vragen. Aan het eind van het jaar komt ze waarschijnlijk naar Wijnjewoude, waar hij een flink stuk land heeft, met struisvogels, honden, poezen, kippen en een paard. Hij is een nieuw huis aan het bouwen. 'Maar al woonde ik in een kippenhok, dan kwam ze nog.’ Het liefst zou hij met haar een gezinnetje stichten. 'Dan kan ze lekker thuisblijven.’ Zijn zoon van vijftien verheugt zich er volgens hem ook op.
Zijn eerste huwelijk sloot hij binnen zes maanden, het tweede na drie. Tanja kent hij ook nog maar net. Maar Hofman is vol vertrouwen. 'We trouwen in gemeenschap van goederen. Gaat het mis, dan neemt ze de helft maar mee.’
Russische vrouwen zijn geen weglopers, verzekert Schouwstra. Poolse vrouwen, die kun je niet vertrouwen. 'Dat zijn eksters. Ze komen voor de luxe, en vragen zodra het kan een scheiding aan.’
De Russinnen hebben geen economische motieven. 'Ze staan heus niet met hun koffertje klaar om naar Nederland te vertrekken. Het zijn zelfstandige vrouwen. Ze hebben aan de universiteit gestudeerd, hebben een goede baan. Ze willen alleen graag een leuke relatie, een stuk aandacht. Bij Russische mannen kunnen ze dat niet vinden.’
DE RUSSIN KRIJGT een 'vrouwvriendelijke man’, de Nederlander een aantrekkelijke, vrouwelijke vrouw. 'Aan hun familie vertellen de mannen meestal dat ze haar op het werk hebben ontmoet’, zegt Schouwstra. Het voordeel is dat het Europese vrouwen zijn. 'Voor de sociale contacten is dat beter. Met een Thaise of een Filipijnse denken mensen dat je een stuk speelgoed hebt gekocht. Een klein, donker snoepje. Bij een Russin valt dat minder op.’
Om privacy-redenen is de naam van Siep gefingeerd.