‘een vrouw zonder pil is een domme trut!’

IN 1967 VERWOORDDE Judith Herzberg haar gemengde gevoelens over de anticonceptiepil in het gedicht ‘Pil’: ‘Zeer tegen mijn wil slik ik / zondag, maandag, enzovoorts / dat roze rondje dat / mijn innerlijk verstoort, / tegen mijn wil, maar met / mijn wil, want als een kip / heb ik dozijnen / kinderen die ik niet leg, / niet leggen wil.’

Zijn vrouwen kippen? Je zou het haast denken als je de recent verschenen brochure van pilproducent Wyeth doorbladert. Reclamemateriaal - gepresenteerd als een flitsend tijdschriftje, getiteld Why it (is for you) - voor de nieuwe anticonceptiepil van Wyeth. En why die pil zo goed is voor you, mag Renate (14 jaar) toelichten. Zij verhaalt in het foldertje over haar vakantieliefde: ‘Hij kwam uit Finland, was 20 jaar en sprak een beetje hakkelig Engels. Steeds was er die spanning.’ Gelukkig was Renate met haar 14 lentes op alles voorbereid - zij slikte natuurlijk de pil. Al dringt zich de gedachte op dat het kind beter een condoom bij haar hakkelende Fin had kunnen aanbrengen. Ja, vrouwen zijn kippetjes, chickies, die van Wyeth en passant nog wat make-up en versiertips aan de hand gedaan krijgen.
Een slimme meid begint op tijd. Maar je kunt ook nog gerust wat wachten met het slikken van de pil hoor, 'er is helemaal niets geks aan als je op je zestiende nog niet met een jongen hebt geslapen’. Je zou je er nog ouderwets feministisch kwaad over maken. Als het aan de farmaceutische fabrikanten ligt, slikken vrouwen vanaf hun twaalfde tot ver na de menopauze hun heilzame hormoonpreparaten. En heb je (nog) geen gemeenschap of opvliegers, dan kun je maar het beste vast preventief gaan slikken. Die boodschap sorteert nog effect ook. Hier te lande worden jaarlijks zo'n 200.000 jongeren seksueel actief - een interessante markt.
Op dit moment is van de zeventienjarige meisjes al bijna de helft aan de pil. En van de 15- tot 19-jarige meisjes die voor het eerst gemeenschap hebben, slikt twintig procent al een maand of langer - heel preventief - de pil. De condoomschroom onder jongeren blijkt groot; 'de pil is de norm, het condoom het alternatief’, concludeerde onderzoekster Jany Rademakers een paar jaar geleden in een studie naar anticonceptiegebruik door jongeren. Met een condoom krijg je geen aids en wordt je ook heus niet zomaar zwanger, terwijl - vooral bij jonge meisjes - bijvoorbeeld wel het risico op borstkanker door de pil licht kan worden verhoogd. Maar kennelijk weegt het voor de jongste gebruiksters zwaarder dat met de pil schroomvallige gesprekken over veilig vrijen en de aanschaf van condooms in drukbezochte drogisterijen kunnen worden omzeild.
MAAR, ZOALS GEZEGD, kritiek op de pil is al bijna ouderwets. De anticonceptiepil wordt op het ogenblik door 1,7 miljoen vrouwen in Nederland geslikt. In de veertig jaar na haar ontdekking is 'de’ pil zo gewoon als kraanwater geworden. Zij is in Nederland de koningin der anticonceptiva en staat nauwelijks nog ter discussie, terwijl ze nog altijd kunstmatige hormonen bevat en potentieel schadelijke bijwerkingen heeft. Vanaf het einde van de jaren zestig rezen daarover de eerste kritische geluiden op vanuit het Vrouwenhuis, na jaren van gejuich over die nieuwe, 'bevrijdende antibabypil’. Veel vrouwen bleken haar toch, zoals Judith Herzberg dichtte, zeer tegen hun wil te slikken - dat 'roze rondje dat het innerlijk verstoort’. Zij voelden zich in een 'hormonaal corset’ geperst door opdringerige artsen en fabrikanten, die bovenal controle zouden willen krijgen over de vrouwelijke vruchtbaarheid.
Maar ondertussen gaf diezelfde pil wel een enorme impuls aan de emancipatie van vrouwen. De pil en de vrouw(enbeweging) - ze hebben altijd een haat-liefderelatie gehad.
'De passieve berusting in het onbeperkte moederschap is de voornaamste oorzaak van de slavernij der vrouw geworden’, schreeft Marie Wilhelmina Rutgers-Hoitsema in 1912 in de brochure Vrouwenbeweging en geboortecijfers. Zij was van 1900 tot 1912 voorzitster van de Nieuw Malthusiaanse Bond (NMB), de vroege voorloper van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH). De NMB was als een rebelse meid die zich sinds 1881, dwars tegen de tijdgeest in, bezighield met propaganda en hulpverlening op het gebied van anticonceptie. Onder andere met behulp van het toen zéér moderne Middelenboekje, waarin het bescheiden aantal beschikbare voorbehoedmiddelen openlijk werd beschreven en toegelicht, voerde de NMB een bevlogen strijd tegen de 'dreigende overbevolking’. In de geest van Thomas Malthus pleitte de bond anderhalve eeuw na diens apocalyptische voorspellingen openlijk voor geboortenbeperking in Nederland, en voor collectieve ontworsteling aan de 'vloek der vruchtbaarheid’. Verder was de bond voorstander van vrouwenemancipatie en van 'geluk en gezondheid’ voor beide partners. Het pessarium werd door de Bond beschouwd als het meest betrouwbare anticonceptiemiddel. Vrouwen werden geadviseerd het pessarium iedere avond in te brengen, 'liefst voordat de man thuiskomt, dat staat wel zo aardig’.
Aletta Jacobs - feministe van het eerste uur, NMB-aanhangster en de eerste vrouwelijke arts in Nederland - had het pessarium ondanks felle kritiek en verdachtmakerijen eind vorige eeuw in Nederland geïntroduceerd. Ook zij was ervan overtuigd dat betrouwbare anticonceptie de belangrijkste bijdrage aan de verbetering van de positie van de vrouw zou zijn. Anticonceptie is in Nederland altijd een feministisch issue geweest, al was de angst voor een bevolkingsexplosie minstens zo'n sterke motor achter de de-taboeïsering van 'voorbehoedzaam’ vrijen.
In het Engeland van begin deze eeuw waren feministen wel voorstander van geboortenregeling, maar zij wezen het gebruik van anticonceptiemiddelen af, omdat zij daarin een onderwerping van de vrouw aan de seksuele driften van de man zagen. Zij meenden dat de vrouw geen seksuele behoeften kende, en dat de man, die deze wel had, zich moest beheersen. In Nederland daarentegen ijverde de vrouwenbeweging, net als in de strijd voor het vrouwenkiesrecht die rond diezelfde tijd werd gevoerd en in 1919 in een triomfantelijke overwinning eindigde, nogmaals voor een soort kiesrecht: de vrije keuze van de vrouw voor of tegen voorbehoedmiddelen, en dus de keuze om haar leven en liefdesleven in te richten zoals ze zelf wilde. Eeuwenlang was voor de vrouw bepaald dat haar levensvervulling in het moederschap lag. Haar liefdesverlangens werden eenvoudigweg gelijkgesteld aan de wensen van haar man. Maar in werkelijkheid, zo gingen vrouwen zich realiseren, waren zijn lusten haar lasten zolang seks onlosmakelijk verbonden bleef met (de angst voor) zwangerschap. De tijdgeest werd er langzamerhand rijp voor en de wetenschap was er klaar voor. Toen in 1919 werd ontdekt dat zwangerschapshormonen tijdelijke onvruchtbaarheid bij konijnen konden veroorzaken, stortten overal ter wereld wetenschappers zich op het raadsel van de vrouwelijke hormoonhuishouding. De ontwikkelingen in de laboratoria gingen echter stapvoets - niet snel genoeg, vond de Amerikaanse feministe Margaret Sanger.
Het was al 1950 toen Sanger, een soort Amerikaanse Aletta Jacobs die in haar land de eerste 'birth control clinic’ had opgericht, haar hele bezit aan de bioloog Gregory Pincus gaf met het dringende verzoek dit geld in de ontwikkeling van 'het ideale anticonceptiemiddel’ te steken. Dat zou 'onschadelijk, betrouwbaar, simpel, praktisch, universeel toepasbaar en esthetisch bevredigend’ moeten zijn 'voor zowel man als vrouw’. Vijf jaar later had Pincus zijn 'antibabypil’ klaar en in 1956 bewees hij voor het eerst dat een combinatie van de hormonen progestageen en oestrogeen een grote groep vrouwen behoedde voor zwangerschap. De vooravond van een immense contraceptieve revolutie was aangebroken - de geschiedenis van de pil was begonnen.
HET ZOU NOG TOT 1961 duren voordat het farmaceutische bedrijf Organon besloot om de pil ook in de Lage Landen te introduceren. Ongeveer een jaar later was de pil hier verkrijgbaar en werd ze ook direct vrij veel voorgeschreven, zij het zogenaamd tegen menstruatieklachten. Dat je tijdens het gebruik niet zwanger kon worden, stond in de bijsluiter vermeld als een van de 'bijwerkingen’. De ziektekostenverzekeraar vergoedde de pil alleen als die was voorgeschreven op 'medische indicatie’. Belachelijk, vond Dolle Mina. De vrouwenactiegroep was druk bezig met de strijd voor vrije abortus en in één moeite door gingen de Mina’s de straat op om actie te voeren voor opname van de pil in het ziekenfondspakket. De pil paste precies in de filosofie van de abortusstrijd. Vrouwen konden immers maar beter zorgen niet ongewenst zwanger te raken - abortus was een noodmaatregel. Dus stelde Dolle Mina onomwonden: 'Een vrouw zonder voorbehoedmiddelen is een domme trut!’ En in oktober 1970 hielden de vrijgevochten vrouwen een demonstratieve optocht door de Amsterdamse binnenstad, met spandoeken waarop kreten als 'Moeders wil is wet, met de pil naar bed’, 'De pil moet rollen’, en 'De pil voor 0 cent. U geniet zoveel meer’.
Vrouwen konden maar beter massaal aan de pil gaan - het was immers revolutie! Dolle Mina zag in de pil ook dè mogelijkheid voor vrouwen om zich net als mannen op een zorgeloze manier seksueel te ontplooien. En inderdaad heeft de pil een enorme impuls aan de seksuele revolutie gegeven die zich in vele Westeuropese slaapkamers schoorvoetend aan het voltrekken was. Opeens konden zowel mannen als vrouwen daar even 'bevrijd’ aan deelnemen. Vrouwen waren, als het er in bed op aankwam, niet langer aangewezen op het verantwoordelijkheidsgevoel van hun man. En zij konden zich, (tijdelijk) verlost van de 'vloek der vruchtbaarheid’, opeens ook wijden aan studie, werk en carrière.
In 1972 kreeg Dolle Mina haar zin - de pil werd in het ziekenfondspakket opgenomen en werd daarmee 'gratis’ voor iedereen. Binnen een paar jaar nam het gebruik explosief toe. In 1977 waren al meer dan een miljoen vrouwen aan de pil. Aan zorgelijke geluiden over bijwerkingen en risico’s van pilgebruik besteedden de feministen aanvankelijk geen aandacht - bezwaren van vrouwen tegen de pil zouden slechts betekenen dat zij 'nog niet geëmancipeerd’ waren. En voor deze ene keer waren de mannen het met hen eens.
Frank Wibaut, arts en onderzoeker in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, schreef in 1975 dat weerstand van vrouwen tegen de pil gewoon 'weerstand tegen seksualiteit’ was. En Libelle-dokter Bregstein verklaarde in datzelfde jaar, wild psychologiserend, dat prikkelbaarheid geen bijwerking van de pil kon zijn maar werd veroorzaakt door de 'latente kinderwens’ van de gebruikster. Een afnemende geneigdheid om te vrijen, ofte wel libidodaling, kwam volgens Bregstein 'doordat vrouwen zich minder “vrouw” voelen omdat ze niet zwanger kunnen worden’. 'De pil maakt je borsten mooier en is goed voor iedereen - inclusief de textielindustrie die grotere bh’s moet maken’, sprak dr. Malcolm Potts in zijn tijd als directeur van het International Fertility Research Program (1977). Het toppunt van seksisme.
MAAR ONDERTUSSEN klinken tegen die tijd de eerste kritische geluiden op vanuit de vrouwenhuizen. Langzamerhand blijkt dat niet alle kleindochters van Aletta Jacobs en Marie Wilhelmina Rutgers-Hoitsema zich zo 'bevrijd’ voelen door de komst van de pil. Die perste vrouwen namelijk in een nieuw, dit keer hormonaal 'keurslijf’, met alle bijwerkingen van dien. Zo schreef Anja Meulenbelt in 1975 in Sekstant: 'Dat we dankbaar zijn voor de technische vooruitgang betekent niet dat we kritiekloos moeten slikken wat ons wordt aangeboden of voorgeschreven. Vrouwenbevrijding betekent niet alleen de mogelijkheid om niet zwanger te worden als je dat niet wilt, maar het baas in eigen buik zijn betekent ook: genoeg informatie hebben om je eigen gezondheid niet in gevaar te brengen.’ 'Weet wat je slikt’, waarschuwde Meulenbelt haar zusters dan ook.
Verder werd geklaagd dat de vrouw niet zozeer seksueel bevrijd, als wel doorlopend beschikbaar werd gemaakt door de pil. Vrouwen die de pil slikken, kunnen niet meer 'nee’ zeggen tegen hun wellustige mannen met als 'excuus’ het risisco van zwangerschap, maar zij krijgen, aldus een bozig feministisch vertoog uit die tijd, 'onbeperkte seksuele beschikbaarheid aangeprezen, verpakt in een handige doordrukstrip’. Of, zoals Meulenbelt schreef: 'Vruchtbaarheid was voor onze grootmoeders tenminste een min of meer geaccepteerd argument om niet altijd te hoeven. Dat wordt vrouwen ontnomen zonder dat de machtsrelaties in het gezin maken dat ze werkelijk zeggenschap hebben over haar seksualiteit.’
De pil werd kortom niet langer slechts geprezen, maar werd ook wel gezien als een 'patriarchaal onderdrukkingsinstrument’, uitgedacht door mannen in laboratoria, voorgeschreven door mannen in spreekkamers, ten behoeve van mannen in bed. Met de pil draagt de vrouw in heur eentje de verantwoordelijkheid voor de anticonceptie; zijn genot staat wéér voorop, ongecompliceerd en ongehinderd door condooms, want zij zal hen beiden behoeden voor ongepland nageslacht.
Moderne vrouwen moesten seks - óók van Dolle Mina - dan wel eindelijk leuk gaan vinden, in de vrouwenpraatgroepen werd steeds duidelijker dat de seksuele revolutie hun minder seksuele vrijheid en plezier had gebracht dan zij hadden verwacht. De technische loskoppeling van seksualiteit en voortplanting mocht dan realiteit zijn geworden, de manier van vrijen bleef op voortplanting gericht, waarbij aan háár behoeften nog altijd vaak voorbij werd gegaan.
Vanaf het einde van de jaren zeventig werd hardop uitgesproken dat voor het bereiken van het vrouwelijk orgasme de 'coïtus’ vaak een weinig effectieve methode is. Dit kwam ook duidelijk naar voren uit de geruchtmakende seks-enquêtes die indertijd door de Amerikaanse onderzoekers Masters & Johnson en Shere Hite werden gehouden. De coïtus, ook wel als pikgericht vrijen bestempeld, werd niet langer erkend als enige en ideale vorm van seksueel contact, wat voor vrijgevochten vrouwen meteen een zwaarwegend argument werd tegen de voortdurende aanwezigheid van kunstmatige hormonen in hun lichaam.
De pil, vinden sommige feministen in die tijd, houdt de scheve verdeling van lusten en lasten over de seksen in stand. De lusten zijn nog altijd voor hem, terwijl zij de last van de verantwoordelijkheid voor de voorbehoeding plus de bijwerkingen daarvan op haar tengere schouders krijgt. In het vrouwenhuis werd daarom besloten dat men niet langer 'pikgericht’ maar 'anders’ zou gaan vrijen. Dan had men de pil meteen niet meer nodig. Al was het ditmaal niet met spandoeken, vrouwen gingen hun orgasme opeisen. En 'anders vrijen’ zou hun een gezond orgasme in een gezond lichaam geven.
'VROUWEN VRIJEN NOG STEEDS meestal zoals mannen dat willen’, meent huisarts Marij Ebeling van het Vrouwengezondheidscentrum Aletta in Utrecht. En onderzoekster Jyotsna Gupta, onlangs gepromoveerd op voorbehoeds- en vruchtbaarheidstechnieken, vindt het nog altijd een belangrijk nadeel van de pil dat de 'gender relaties’ er niet door ter discussie worden gesteld. In die zin vindt zij de pil niet een instrument, maar juist een barrière voor vrouwenemancipatie.
Het is nu twintig jaar later en miljoenen vrouwen slikken inmiddels zonder morren de pil. De pil is ingeburgerd, de vrouwenbeweging is ingekapseld en de protesten zijn verstomd, maar eigenlijk is er niets veranderd want de pil is nog altijd een 'hormonaal corset’, vindt Ebeling. Zij verbaast zich erover dat vrouwen en masse en kritiekloos aan de pil zijn. Het plan van minister Borst om de pil uit het ziekenfondspakket te halen illustreert volgens Ebeling treffend hoe gewoon men de pil is gaan vinden. Maar de pil ís helemaal niet gewoon, vindt zij. De huisartsen van Aletta vragen hun patiëntes altijd om ook andere dan hormonale voorbehoedmiddelen te overwegen, zoals het spiraaltje of het (vrouwen) condoom.
Nederland staat te boek als een van de meest perfecte geboortenregelende naties ter wereld. Nergens is het aantal tienerzwangerschappen en het abortuscijfer zo laag als hier. Grotendeels dank zij de pil.
Als voorbehoedmiddel is de pil een groot goed, voor vrouwen maar zeker ook voor mannen, die zich nergens zorgen over hoeven te maken. Nederlandse mannen en jongens blijken gewoonweg te verwachten dat hun vriendinnen de pil slikken. 'Anders vrijen’ is niet in plaats van, maar er hooguit bij gekomen. Dus slikt zíj hormonen, in de hoop er gezond bij te blijven. En kijk hem eens schrikken als er wordt gerept over een pil voor mannen, of over de mogelijke aantasting van de mannelijke fertiliteit. Iedereen raakte subiet in rep en roer toen wetenschappers een verband legden tussen de opvallende daling van het aantal spermacellen van westerse mannen en de aanwezigheid van pil-hormonen in het milieu. Stel je voor dat mannen in zichzelf ook maar een spoortje zouden terugvinden van de hormonen die vrouwen in grote hoeveelheden slikken!
VOOR VROUWEN IS DE PIL echter heel gewoon. Ze past ook zo perfect in deze tijd, waarin wij collectief geloven in de maakbaarheid van het lichaam. De pil is de grote planner in vrouwenlevens. Zij kunnen hun menstruatie ermee plannen en hun nageslacht. De pil is ook de grote gladstrijker in sekslevens. Dank zij de pil hoeft men niet onder de gordel te rommelen met enge condooms, pasta’s of pessariums. De pil is het ultieme consumptiegoed: makkelijk, schoon, systematisch en praktisch. Zelfs de menstruatie komt precies op tijd en geeft veel minder problemen die vrouwen van allerlei belangrijke zaken kunnen afhouden. De pil maakt vrouwen nog altijd voortdurend 'beschikbaar’, nu óók voor de arbeidsmarkt. Want als je zo'n last hebt van je maandelijkse bloeding, dan ga je toch aan de pil!
Omdat de pil zo gewoon is geworden voor vrouwen, moeten zij nog altijd zorgen voor de voorbehoeding. Negentig procent van al het onderzoek dat wordt gedaan naar nieuwe anticonceptiemethoden betreft volgens het Nederlands Platform Vrouwen en Gezondheid middelen die door vrouwen moeten worden gebruikt. Maar wellicht zijn mannen binnenkort toch ook de klos. Al hebben zij bitter weinig animo, de Wereldgezondheidsorganisatie werkt stug door aan het ontwikkelen van een pil, of liever een prik voor mannen. Mooi zo. Want de lastendruk van de liefde is nog altijd onrechtvaardig over de seksen verdeeld.