Verkiezingen: De Achterhoek als experiment

Een vuist naar Den Haag

Als een ondergronds vuurtje sluipt de krimp de Achterhoek binnen. Omdat de inwoners vanuit Den Haag weinig steun verwachten, is hun hoop gericht op Brussel. Hoe een krimpregio het geloof in de landelijke politiek verliest.

Medium nicole 20segers een 20vuist 20naar 20den 20haag 2005092012 web

De wat gedrongen vvd-burgemeester van Bronckhorst rijdt als een oude kasteelheer in zijn zwarte Renault Mégane over zijn dertigduizend hectare grote plattelandsgemeente in de Achterhoek. Het is zaterdagmiddag, een warme wind waait door het open autoraam. Als Henk Aalderink in zijn blauw en wit gestreepte polo passeert, zwaait een bejaard echtpaar vanuit hun voortuin hem vriendschappelijk toe, even verderop doet een jonge vrouw met kinderwagen hetzelfde. Hij groet geroutineerd terug door zijn linkerhand even omhoog te steken. Voor hen doet hij het allemaal, zegt hij, voor zijn inwoners. De burgemeester van Bronckhorst zal koste wat het kost voorkomen dat het hier net zo wordt als in Noordoost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen of Zuid-Limburg. Daar heeft hij gezien hoe de ooit zo levendige boerendorpen op een paar bewoners na verlaten waren. Hij zag de dichtgetimmerde huizen, de vervallen boerderijen, de gesloten winkels, de stille scholen, de lege zwembaden. Alles was weg, dicht, over en uit. De laatste baby was er lang geleden geboren. Het is het schrikbeeld voor een regio als de Achterhoek die als eerste op de nominatie staat om ook topkrimpregio te worden. Dr’an, dacht hij. Zoals ze dat in het land achter de IJssel gewend zijn. Aanpakken, niet afwachten. ‘Als we hier niks doen, is dat ons voorland.’

Medium l1020152

Het is een voldongen feit dat de krimp ook dit gebied zal treffen, sterker: dat is al gebeurd. De kentering is een aantal jaar geleden ingezet. Terwijl tot 2008 het aantal inwoners elk jaar toenam – groei is al decennia het devies, het hele beleid is daarop gericht – vermindert het inwonertal sindsdien jaarlijks met honderd tot tweehonderd mensen: van 37.907 in 2008 naar 37.463 in 2011. Ook het aantal huwelijken neemt gestaag af – 132 in 2005, 104 in 2011 – en zelfs het handjevol mensen dat in deze traditionele streek een geregistreerd partnerschap aangaat, daalde van 22 in 2005 naar zestien in 2011. Helemaal zichtbaar is de krimp bij baby’s: in 2005 werden er 371 geboren, in 2011 waren dat er nog maar 267 – een vermindering van meer dan een kwart. Onderzoekers voorspellen dat in Bronckhorst over een paar jaar een derde van de inwoners boven de 65 jaar is. De bevolking vergrijst en ontgroent.

De crisis versnelt de komst van de krimp. En andersom. Tot 2020 was in de regio de bouw van veertienduizend nieuwbouwwoningen gepland, dat is onlangs teruggeschroefd naar zesduizend, 120 hectare industrieterrein is afgeboekt. Bijna wekelijks gaat een bouwbedrijf failliet vanwege lege orderportefeuilles, en ook andere, vaak aanverwante bedrijven sluiten gedwongen de deuren. ‘Het is geen opwekkend beeld’, bevestigt Henk Korten, senior adviseur bij het Werkgeversservicepunt van de uwv Achterhoek. Het is ook zaak dat er straks voldoende gekwalificeerde bouwvakkers over zijn, evenals hoger opgeleiden voor die bedrijven waar het wel goed gaat. De Achterhoek heeft met uitzondering van een pabo geen hogeschool of universitaire opleiding, wel een aantal mbo-opleidingen, onder andere in de techniek. De lager opgeleiden willen over het algemeen in de regio blijven, maar de hoger opgeleiden komen vaak na hun studie niet meer terug. Het percentage werklozen is met vijf nog onder het landelijk gemiddelde. ‘Maar elk jaar wordt de koek kleiner’, beklemtoont Korten. ‘De bevolkingskrimp beïnvloedt de omvang van de regionale economie, er wordt minder besteed, er is minder handel et cetera.’

Aalderink sluit de ramen en zet de airco aan, hij voert in Steenderen zijn Mégane langs de fabriek van Aviko, de derde wereldspeler op het gebied van patat. Iedere zes minuten, zeven dagen per week, 24 uur per dag, rijdt een vrachtwagen vol aardappels uit binnen- en buitenland dit dorpje binnen. De burgemeester is er trots op. Er werken zo’n vierhonderd mensen, het is daarmee een van de grootste bedrijven in de regio waar verder vooral midden- en kleinbedrijf zit. Op de hoek van de straat hangen op de ramen van nog lege nieuwbouwhuizen grote stickers met Te Koop. De woningen worden niet meer verkocht. Dan stopt hij de auto op een verlaten, betonnen plaats, pal voor het openluchtzwembad. Links ligt de sportvereniging, vlak voor ons een piepklein basketbalveldje. Nergens iemand te zien. De burgemeester wijst vanuit de auto: daar moet de nieuwe, samengevoegde basisschool komen. Het dorp heeft nu een protestantse, katholieke en openbare school, alledrie met te weinig leerlingen. ‘Dan zit alles bij elkaar en kunnen de functies worden gecombineerd.’

Elk dorp moet ‘iets’ houden, dat is zijn stellige overtuiging. Ontmoeten, wonen, zorg, sport, kindvoorzieningen, daar gaat het om. Dus niet alles naar één dorp verplaatsen, dan lopen de andere dorpen leeg. Nu telt Bronckhorst bijvoorbeeld vijf zwembaden en 31 basisscholen. In de gemeente hebben ze gezegd: één buitenbad is voldoende. Mensen zeggen dan tegen hem: ‘Je denkt toch niet dat mijn kind 25 kilometer gaat fietsen om te gaan zwemmen?’ Maar hij weet: zo meteen hebben we helemaal niets, dan is alles dicht. We moeten kiezen: wie krijgt de school, wie het zwembad, wie de sportvereniging? Dat is niet makkelijk. Het zijn pijnlijke keuzes, maar volgens hem is dit de enige manier waarop het gebied leefbaar blijft. ‘We moeten binnen de gemeente overleggen met de school, de sportclub, de dokter, de pastoor en de dominee.’ Hij start de auto en neemt de oude weg van Steenderen naar de IJssel.

Medium l1000245

De dreigende situatie in de regio leidt niet tot grote politieke betrokkenheid, integendeel. Veel Achterhoekers halen hun schouders op. De grote verkiezingsborden langs de kant van de weg zijn nagenoeg leeg. Naast de paarse poster van de 50Plus-partij kijken alleen Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, Alexander Pechtold van d66 en Kees van der Staaij van de sgp glimlachend vanaf hun borden over de kleine velden van de Achterhoek. Bij de vorige parlementsverkiezingen volgden de Achterhoekers zo’n beetje de landelijke trend. In Bronckhorst bijvoorbeeld kreeg de pvv 11,5 procent van de stemmen, iets minder dan het landelijk gemiddelde. De vvd steeg tot 22,9 procent. Het cda – traditioneel sterk in de regio – bleef weliswaar nipt de grootste met 23,2 procent, maar daalde daarmee wel met bijna zestien procent. Niets wijst erop dat de uitdunning van het cda bij de komende verkiezingen niet ook in de Achterhoek door zal zetten.

‘Mensen zijn bang dat de identiteit van de Achterhoek verloren gaat’, verklaart cda-Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel deze daling. In de tuin van de oude parochie in het dorp Hengelo – ook van de gemeente Bronckhorst – schenkt Ormel, een slanke man met kort, golvend haar, eerder die zaterdagochtend een kop koffie in. Hij is na tien jaar Kamerlidmaatschap niet meer geplaatst op de lijst van de christen-democraten en daarmee verliest de Achterhoek haar enige cda-vertegenwoordiger in Den Haag. Dat is jammer, vindt Ormel. Hij weet goed wat er speelt in de regio. Voorheen was hij dierenarts, hij kent veel mensen, regelmatig gaat hij nog even bij de boeren op de koffie, hij leest de regionale krant, hoort bij de kapper de lokale problemen, drinkt een glas wijn met de burgemeester van Doetinchem. Maar ook hij ziet de val van het cda, en kijkt ernaar. ‘Het krimpverhaal, de jongeren die vertrekken, de plaatselijke harmonieën die geen opvolgers vinden, de streektaal die verdwijnt: mensen hebben het gevoel dat de Achterhoek hen door de vingers glipt’, vervolgt Ormel. ‘En het cda heeft op deze veranderingen de afgelopen jaren geen goed antwoord gevonden.’

Dat is vreemd, vindt hij, omdat juist het Achterhoekse naoberschap de basis is van het cda. ‘Eigenlijk’, zegt hij terwijl hij koekjes uitdeelt, ‘moet het gemeenschapsdenken van de Achterhoek naar de stad gebracht. De Nederlandse samenleving moet zichzelf opnieuw uitvinden en de Achterhoek kan daarbij een voorbeeld zijn.’ Doordat de overheid zich terugtrekt, moeten mensen zelf weer verantwoordelijkheid nemen, dat ziet hij hier gebeuren. Neem het hertenkamp achter zijn huis; de gemeente wilde het sluiten maar dorpelingen besloten het toen zelf te onderhouden. Vrijwilligers maken nu de hokken schoon, boeren brengen het voer en Ormel behandelt de herten als ze ziek zijn. ‘We moeten oppassen dat we dat gemeenschapsgevoel niet verliezen. Daarom moeten we deze gebieden koesteren’, benadrukt Henk Jan Ormel. ‘Dat betekent ook dat Den Haag initiatieven vanuit de regio beter moet ondersteunen.’

cda-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma belooft als hij tijdens de verkiezingscampagne in Doetinchem is dat het cda extra gaat investeren in krimpgebieden. ‘Hier sturen we direct een persbericht over’, reageert vvd-burgemeester Aalderink. Hij is door ervaring wijs geworden. ‘De landelijke partijen hebben alleen oog voor krimp als het verkiezingstijd is’, bromt hij. Zoals bij de laatste gemeenteverkiezingen. ‘Ze spraken over het platteland alsof ze een van ons waren, ik was helemaal blij. Ik dacht: nu zullen we het krijgen. Daarna hield het op.’ De politieke partijen besteden in hun verkiezingsprogramma’s nauwelijks aandacht aan krimpproblemen, de pvv noemt het überhaupt niet. Veel verder dan wat algemene opmerkingen – ‘We kiezen voor vitale, duurzame steden en voor ruimte om met nieuwe initiatieven de krimp in plattelandsregio’s op te vangen’ (uit het cda-programma) – komen de partijen niet. In het vvd-verkiezingsprogramma komt het woord ‘krimp’ zelfs maar twee keer voor, evenveel als bij de SP. Ook pvda, GroenLinks en d66 noemen de krimp slechts terloops. Geen enkele partij heeft een consistente visie over hoe het met de krimp om wil gaan.

Medium l1000112

Onbegrijpelijk, vindt krimpdeskundige Steven van Schuppen, researcher en publicist bij Operatie Dubbelkrimp. Want het is onafwendbaar. Volgens hem heeft het cda er nog de meeste aandacht voor, maar het komt langzaam door. De boodschap is moeilijk. Nu is het nog vooral zichtbaar in de grensregio’s, maar het zal onvermijdelijk ook het midden van het land raken, en uiteindelijk de grote steden. Maar, beklemtoont hij, het betekent niet altijd rampspoed. Volgens de krimpdeskundige moet je als bestuur krimp gebruiken en keuzes maken: land verlaten, op andere plekken bij elkaar gaan wonen zodat de voorzieningen overeind blijven, en niet geforceerd werkgelegenheid proberen vast te houden. ‘Het wordt veel te veel in een doemscenario gezet. Dat komt omdat we onze hele economie afhankelijk hebben gemaakt van demografische groei. Dat moeten we omdraaien.’

En dat is nu precies wat vvd-burgemeester Aalderink wil. Hij bekijkt het positief: ‘Meer doen met minder’, is zijn leuze. Daarom hebben ze in de Achterhoek gekozen voor verduurzaming. ‘Wij zijn een gebied van toerisme, maar ook van landbouw, stront, koeien, varkens’, stelt Aalderink. ‘Dus wat kunnen we beter doen dan dat gebruiken?’ Hij wil naar een bio-based economy en uiteindelijk energieneutraal zijn. ‘Zo gaan we een toekomstbestendig gebied ontwikkelen voor de Achterhoek. Als dat loopt, ga ik met pensioen.’ Henk Aalderink is een actief man. Van de mavo, mbo en een zelfstandig ondernemerschap in de beveiligingsbranche klom hij op tot lid van Gedeputeerde Staten Gelderland en sinds 2005 is hij burgemeester van Bronckhorst. Daarnaast is zijn lijst met nevenfuncties te lang voor een A4’tje. Aalderink heeft nooit de ambitie gehad landelijk te gaan, het is de Achterhoek waar hij zich voor wil inzetten.

Medium l1010145 10000

We rijden door Bronkhorst, het stadje waar de gemeente – die sinds de herindeling van 2005 ruim veertig dorpen, kernen en buurtschappen telt – naar is genoemd. De burgemeester wijst naar links: op dat, nu hoogwuivende, maïsveld zouden dertig nieuwbouwwoningen worden gebouwd – allemaal geschrapt. Volgens hem ligt de toekomst voor de bouwbedrijven eveneens in verduurzaming. Als ze willen overleven, moeten ze iets doen. Samen met banken en stakeholders. ‘Daar ligt de grote kans. Iedereen zal een slag moeten maken. Daar staan we uiteindelijk met heel Nederland voor. We zitten in een scharnier in de tijd, als we het oplossen, zal dat een opleving van de economie betekenen.’ Ook Aalderink beschouwt de Achterhoek daarbij als voorbeeld voor de rest van Nederland. ‘Wij lopen hier nu voor, ik voorspel dat in 2018 duurzaamheid big business is.’

Hij draait het raam open, de geur van net gemaaid gras dringt de auto in. Als Den Haag niets doet, dan maar op een andere manier, dacht hij begin dit jaar. Hij besloot samen met de tien grootste plattelandsgemeenten van Nederland een vuist te maken naar Den Haag. Ministers bezoeken om de haverklap stadswijken, maar komen nooit op het platteland; dat gevoel herkenden alle plattelandsregio’s. Afgelopen maand stuurde deze zogenoemde p10 het eerste persbericht uit: ze eisen in de volgende regeerperiode meer ruimte en minder regels. De Achterhoek wil een experimenteergebied zijn om de krimp aan te kunnen pakken. ‘Geloven in de eigen kracht, dat is de Achterhoekse mentaliteit’, stelt de burgemeester terwijl hij zijn linkerarm uit het open raam steekt. ‘Wij hebben het gevoel op het platteland dat we onze eigen boontjes moeten doppen. Maar we hebben de stad ook nodig. En andersom. Al is het maar om te recreëren en een buitenhuis te bezitten.’

Zijn Mégane nadert Olburgen, waar de dorpelingen hopen op de heiligverklaring van de negentiende-eeuwse zieneres Dorothea Visser die volgens de overlevering de stigmata van Christus op haar lichaam droeg. ‘Nog maar 27 leerlingen’, wijst Aalderink als we langs de kindertekeningen op de ramen van de Sint Willibrordus-school rijden. Dit voorjaar organiseerde hij een stormberaad voor de hele gemeente. De overheid moet terugtreden, de krimp manifesteerde zich en hij zat met een bezuiniging van zes miljoen. Hij zei tegen de inwoners van Bronckhorst: ‘Wij kunnen het niet meer alleen, help ons.’ Aalderink legde zijn inwoners drie vragen voor: of ze zich herkenden in de krimpsituatie, of ze oplossingen zagen en of ze daaraan wilden meewerken. ‘Daarmee hebben we een andere sfeer gecreëerd. Iedereen werd zich ervan bewust dat er iets moest gebeuren, mensen wilden de handen uit de mouwen steken.’

Medium l1000052

Veel maakbedrijven kwamen na de oorlog vanuit Amsterdam naar de Achterhoek vanwege de arbeidsethiek: ‘Niet lullen maar poetsen.’ Dat is nog steeds zo, beklemtoont Martin Stor, directeur van het Achterhoeks Centrum voor Technologie – dat alleen uit de directeur bestaat – op het terras van de Dru, een hip cultureel jongerencentrum in de omgebouwde gietijzeren pannenfabriek, in Ulft. Stor, een breedlachse man, koppelt vanuit zijn auto, met iPad en drie telefoons, bedrijven en organisaties aan elkaar, onderzoekt vraag en aanbod om zo de innovatie te bevorderen. Drie jaar geleden raakte hij in paniek toen hij steeds vaker bij bedrijven hoorde hoe slecht het ging. ‘Plotseling daalde de omzet naar nul. Bedrijven die voorheen een portefeuille hadden die voor meer dan een jaar vol zat.’ Hij belegde een crisisbijeenkomst in de Dru op zaterdagochtend met ondernemers en overheid, ook de burgemeester van Bronckhorst was erbij. ‘Er ontstond een enorme spirit; we verzamelden veel ideeën en besloten samen te werken.’

Uiteindelijk is het convenant Achterhoek 2020 ontstaan, ondertekend op 30 november 2011 door Achterhoekse ondernemers, overheid en maatschappelijke organisaties als scholen en zorginstellingen met als doel samen te ‘werken aan een Achterhoek die in 2020 en daarna een duurzaam vitale regio met een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving is’. En deze doelstelling sluit aan bij Europa 2020, benadrukt burgemeester Aalderink, die net EuroNederlander 2012 is geworden. Zijn hoop is niet gericht op Den Haag, maar op Brussel. Hij laat een A4’tje zien met een organogram van hokjes en pijlen: onderaan projecten van werkgroepen in de Achterhoek, bovenaan de Europese Commissie. Dit voorjaar stapten veertig Achterhoekers in de bus naar Brussel, spraken daar met Europarlementariërs, lobbyisten, ambtenaren uit de commissie voor regionaal beleid. Want, zo benadrukt de burgemeester, in tegenstelling tot de meeste landelijke partijen zijn ze zich in de Achterhoek terdege bewust van het belang van Europa. De Achterhoek vormt een Euregio met het Duitse grensgebied en gaat samenwerken met de Portugese Algarve om kennis over zonnetechnologie uit te wisselen. Aalderink wil één grote pot geld uit de Europese Structuurfondsen om zo het hele Achterhoekse plan aan te pakken. ‘Europa bestaat uit 282 regio’s. Wij zoeken elkaar op. In de regio’s gebeurt het. Wij herkennen elkaars ontwikkelingen, leren van elkaar.’ Even rijdt hij langzamer op de dijk, kijkt naar de uiterwaarden van de IJssel. ‘Wij laten zien dat een kleine gemeente veel kan doen met Europa, terwijl de Nederlandse regering het alleen maar heeft over het rondpompen van geld.’

‘Als ze ons hier willen houden, moet er eindelijk naar jongeren geluisterd worden.’ Dat is de belangrijkste boodschap van Kayo Klein Obbink (26), bestuurslid van de net opgerichte vereniging JongAchterhoek. De magere jongen met kuif zit samen met medebestuurslid Esther Kruese (25) – haar donkere haar nonchalant in een staart – aan een donkerbruine houten tafel in het oude café van zijn oma in Varsseveld. Hier, in café De Weerd aan de rand van het dorp, kwam hij vroeger vaak na school, dan liep hij direct door naar achteren. Sinds zijn oma is gestorven, woont hij er zelf. Alles is nog zoals zij het heeft achtergelaten: een halfronde, houten bar, erboven langwerpige groengrijze lampen van aardewerk, dik tapijt op de grond. Kayo en Esther hebben allebei elders gestudeerd, maar wilden niets liever dan terug naar de Achterhoek. En zo zijn er nog veel meer jongeren, weten ze. De cultuur hier is bijzonder, zeggen ze. Hard werken, sociaal, het contact met de buren. ‘Het naoberschap bestaat echt. Die binding is belangrijk’, zegt Kayo. ‘Het gemuudelijke’, vult Esther aan. ‘Het is relaxt hier.’

Maar er zijn te veel obstakels. Die wil JongAchterhoek aan de kaak stellen. Het initiatief kwam oorspronkelijk vanuit de jongeren van d66, maar dat is het nu allang niet meer. Esther gaat niet stemmen – er wordt te veel gezegd en te weinig gedaan – en Kayo stemt op de Partij voor de Dieren. Ze hebben vier thema’s op de agenda staan, ten eerste het openbaar vervoer. ‘Dat is echt een drama’, roept Esther. Je moet een auto hebben om te kunnen bewegen hier. Woonruimte is eveneens een groot probleem. Esther staat al twee jaar op de wachtlijst voor een huurwoning. De huizen die te koop staan, zijn vrijstaande eengezinswoningen; veel te duur voor jongeren. Ook werk vinden is voor hogeropgeleiden erg lastig. En ten slotte: uitgaan. ‘Kermissen worden elk jaar groter, maar steeds meer kroegen gaan dicht.’

Medium l1010304 10001

Hun hoop ligt bij de regio Achterhoek. Burgemeester Aalderink heeft dit voorjaar de jongeren bij elkaar geroepen om met ze te praten. Een goed initiatief, vinden beiden. Nu is het afwachten. Er is krimp, maar gemeenten moeten investeren in wat jongeren willen. ‘Een op de vier jongeren wil weg. Wij zijn een grote groep’, besluit Kayo. ‘Als je krimp echt wilt tegengaan, moeten ouderen buiten bestaande kaders gaan denken.’

Iets verderop in het dorp vloeit in de feesttent het Kuukenhok op de Varsseveldse Volksfeesten – de kermis in de volksmond – het bier rijkelijk. Op het podium zingt Hans Keuper achter de trekharmonica met zijn beroemde Achterhoekse band Boh Foi Toch. Hier maken ze zich niet druk over de krimp, noch over de verkiezingen, sterker nog: ze merken er niets van. Op deze dorpsfeesten ook geen stands of optredens van politieke partijen, zoals bij Lowlands en andere grote festivals. Marcel Laar (30), de jonge voorzitter van de Oranjevereniging van Varsseveld, komt enthousiast aanrennen. ‘Krimp? Varsseveld groeit juist.’ Hij denkt er niet over weg te gaan. ‘Dit is mijn kermis’, zegt hij. Een heel jaar zijn ze met de organisatie bezig. ‘En er zijn elk jaar weer meer optochtwagens.’ ‘En now’, roept Keuper, ‘is ut tied veur de koningen, d’r wud un ni-je koning gebore…’ Vijf vendeliers verspreiden zich zwaaiend met hun vlaggen in de zaal. Marcel kondigt op het podium de winnaar van het vogelschieten aan: de nieuwe koning van Varsseveld. En dan is het tijd voor het kermislied, de tent zingt mee, op de wijs van Una paloma blanca: ‘Als de zon schijnt hier in het oosten, en de straten zijn versierd, dan is het tijd om feest te maken…’

De auto van de burgemeester van Bronckhorst zoeft in Baak langs de lege velden van voetbalvereniging de Bakermat waar de netten uit de doelen zijn verdwenen. Aan de rand van Steenderen wijst Aalderink naar de laatste uitbreidingswijk: ’t Paradijs. Thuis legt hij met een groots gebaar de stapel krimpdocumenten naast de schaal met plakjes cake op de tuintafel. Dit zijn de cijfers, zegt hij, je kunt er maar beter op voorbereid zijn. ‘Ik hoop dat het lukt, en als dat niet zo is, heb ik in ieder geval mijn best gedaan. Als je de krimp echt wilt keren, is er maar één oplossing: een boel kinderen krijgen.’