Een vvd-minister voor nivellering

Wie na veertig jaar trouwe dienst de baas vaarwel zegt, kreeg tot nu toe een pensioen van zeventig procent van het laatst verdiende loon. Als het aan het kabinet ligt, is dat binnenkort verleden tijd.

Het pensioen wordt dan niet meer berekend over het laatst verdiende en doorgaans het hoogste loon dat iemand ooit verdiende, maar over het gemiddelde loon dat iemand in zijn hele loopbaan heeft gehad.
De bedoelingen van het kabinet zijn duidelijk: de premies omlaag brengen en daarmee de loonkosten. En dat stimuleert de werkgelegenheid, zoals wij allen weten. Bovendien, zo meent men, wordt het op deze manier gemakkelijker voor werknemers om in de laatste fase van hun loopbaan een stapje terug te doen, ook in salaris, zonder dat dat direct vervelende gevolgen heeft voor hun pensioen.
Allemaal mooi natuurlijk, maar klopt het ook? Wat het ‘stapje terug’ betreft, de pensioenregelingen zijn zo ingericht dat bij inkomensachteruitgang een correctie plaatsvindt waardoor er voor de betrokkene geen nadeel ontstaat. Wat de verlaging van de loonkosten betreft, ook die blijft beperkt. Voor de overheidssectoren leidt het nieuwe stelsel tot een besparing van precies één procent.
Kunnen wij nu binnenkort een massaal ouderenprotest op het Malieveld verwachten? Waarschijnlijk niet. Natuurlijk, de verzamelde bedrijfspensioenfondsen hebben per omgaande een bezorgde brief doen uitgaan, en ook uit kringen van de vakbekweging is wat gesputterd. Maar die laatste, de FNV voorop, zal zeker geen massaal protest organiseren.
De reden is simpel: het middelloonstelsel, zoals het nieuwe systeem heet, is veel solidairder dan het oude eindloonstelsel. De gemiddelde monteur, timmerman of verpleegkundige blijft monteur, timmerman of verpleegkundige. Hooguit wordt hij of zij een keer chef-werkplaats of afdelingshoofd. Zelden echter directeur. Het salaris stijgt in de loop van een beperkt aantal jaren met wat periodieken en blijft vervolgens ergens 'hangen’. Zet daarnaast de carrièremaker (m/v) die behalve periodieken ook om de paar jaar als gevolg van bevordering een forse salariswinst boekt. Beiden krijgen in het eindloonsysteem zeventig procent van het laatst verdiende loon. Het verschil is echter dat de laatste gedurende het grootste deel van de loopbaan een premie betaalt die lager is dan nodig voor het pensioen dat uiteindelijk wordt uitgekeerd. Die premie is natuurlijk wel betaald, maar door degenen die geen carrière hebben gemaakt. Zij betalen op deze wijze feitelijk mee aan het pensioen van de beter gesitueerden.
Het middelloonstelsel maakt aan deze overdracht van arm naar rijk een einde. Omdat het pensioen over het gemiddeld verdiende salaris wordt berekend, betaalt ieder de juiste premie. Wie, gewend aan een hoog salaris, meer wil, kan dat regelen via aanvullende voorzieningen, maar betaalt dat wel zelf.
Een VVD-staatssecretaris die via een ingreep in de sociale zekerheid aan inkomensnivellering doet. Het is weer eens iets anders.
En het verklaart ook waarom het enige argument dat echt hout snijdt in de kabinetsstukken niet voorkomt.