Fotografie

EEN WAARDIG LEVEN

FOTOGRAFIE Stephan Vanfleteren

Belgicum, de expositie van de Vlaamse fotograaf Stephan Vanfleteren (1969) in het Fotomuseum Antwerpen, is een persoonlijker statement dan de opgeblazen tentoonstelling doet vermoeden. ‘Misschien is het een overgebleven “traumaatje” van een jongen die de kust heeft zien ombouwen tot een betonnen draak’, duidt de fotograaf zijn verlangen om het kwetsbare, unieke en vergankelijke van zijn land vast te leggen. Vanfleteren kan een redelijke foto maken onder journalistieke omstandigheden; hij is huisfotograaf van dagblad De Morgen. Maar zijn werk wint aan kracht als hij met zijn rug naar het nieuws staat en de verhalen opmerkt die ongezien dreigen te verdwijnen. Foto’s van vervallen winkelpuien die in hun soberheid doen denken aan het werk van Walker Evans. Een foto van een paar handen, een gegroefd landschap van gelooide huid. Verlaten fabrieken, auto’s, een droevig frietkot dat zich afficheert als La Reine des Fritures. Oud wint het van jong in het werk van Vanfleteren. Hij werkt het liefst met een veertig jaar oude 6x6 Rolleiflex. En alles is in zwart-wit.

Maar Vanfleteren zou als fotograaf anoniemer zijn gebleven als hij niet zulke fabelachtig mooie portretten kon maken. Hij nadert zijn onderwerpen tot hij al de gehavende groeven van hun gelaat heeft bevroren. De close-up van Julien, bijvoorbeeld: een kalende, oude man met haakneus bijna tot de mond – de confrontatie met de scherpe trekken van zijn ouderdom is direct en aangrijpend. Of de serie van Etienne, een man die zeven jaar niet had gesproken. Elke dag gaat hij op dezelfde tijd met twee tassen op stap om de duiven te voeren. De fotograaf heeft hem vijf dagen gevolgd en in intieme stroken van kleine foto’s vastgelegd. De stille man met de tassen staat plotseling in het licht, wordt een mens met een waardig leven. Ook mooi is het project van Vanfleteren over armoede en eenzaamheid in zijn land. Mannen en vrouwen, allen oud genoeg om hun dromen te hebben overleefd, in rommelige of kale interieurs, in sjofele kroegen en pensions. Anders dan bij een fotograaf als Boris Mikhailov, die Russische armoede op ranzige wijze exploiteert, spreekt uit de portretten van Vanfleteren een groot mededogen.

Vanfleteren vangt het verborgene, het dierbare. Het enige waar hij zich voor moet hoeden is zijn neiging tot nostalgie. Zijn thema’s en stijl zouden kunnen vervallen tot een behaagziek gedweep met een verleden dat nooit werkelijk heeft bestaan – voer voor nationalisten. Bovendien zijn veel van de afdrukken op de tentoonstelling van hetzelfde (tegenwoordig gebruikelijke) opgezwollen formaat op faux authentiek crèmekleurig papier. Een foto is meer dan een makkelijk aan te passen reproduceerbaar plaatje. Formaat en papierkeuze kunnen de intrinsieke eigenschappen van elk afzonderlijk beeld benadrukken, vervolmaken. Vanfleteren lijkt al te harde contrasten en keuzes te hebben opgeofferd aan toegankelijkheid en dat is onnodig voor iemand met zijn talent.

Stephan Vanfleteren, Belgicum, Fotomuseum Antwerpen, t/m 6 januari 2008