Ariel Dorfman

Een waarschuwing voor dictators

Kreeg Milosevic de koude rillingen toen Pinochet werd gearresteerd? Zo niet, dan had hij ze moeten krijgen, zoals vanaf nu alle tirannen.

Ik vraag me af wat Slobodan Milosevic dacht toen hij, in oktober 1998, het nieuws hoorde dat de voormalige dictator van Chili, Augusto Pinochet, in Londen was gearresteerd door rechercheurs van Scotland Yard, op beschuldiging door een Spaanse rechter van genocide en marteling. Kreeg Milosevic de koude rillingen bij de gedachte dat een buitenlandse rechtbank voormalige staatshoofden voor de rechter kan brengen? Voorzag hij wat zijn eigen lot zou kunnen zijn? Of voelde hij zich gesterkt door de vernedering van zijn Chileense tegenhanger en was hij vastbesloten zelf nooit overgeleverd te zullen zijn aan de genade van welke rechter dan ook, buitenlands of Servisch?

Wat Milosevic’ gedachten op dat moment ook zijn geweest, het was die laatste veronderstelling over zijn gemoedstoestand die in de jaren die volgden de overhand kreeg. Toen ik de radio- en televisieprogramma’s langs ging om de noodzaak te verdedigen voormalige dictators te berechten in andere landen dan hun eigen land wanneer dat daar niet toe in staat was, werd ik steevast onthaald op de ernstige bedenkingen van zowel commentatoren als bellende luisteraars, die ervan overtuigd waren dat aanklachten zoals die waarmee Pinochet werd geconfronteerd onderdrukkers ertoe zou aanzetten ten koste van alles aan de macht te blijven, tot hun laatste kogel was verschoten.

Was het niet beter om de dictators met hun oorlogsbuit zachtjes te laten verdwijnen in de nacht van hun retraite en de mensen die onder hun bruutheid leden de ellende van een aanhoudend maatschappelijk conflict te besparen? Was dat niet een kleine prijs om te betalen voor de levens die gered konden worden? En was dit niet een zaak die het best kon worden overgelaten aan de burgers van het land in kwestie, die per slot van rekening degenen waren die zouden profiteren van een snel vertrek van de despoot van dat moment?

En Milosevic was de naam die steeds maar weer opkwam, vooral nadat het Internationale Oorlogsmisdaden Tribunaal in Den Haag de toenmalige Joegoslavische president in mei 1999 aanklaagde voor misdaden tegen de mensheid. Wacht maar af, en je zult zien, zeiden ze tegen me: het proces tegen generaal Pinochet zal het einde van Milosevic oneindig lang vertragen.

We hebben afgewacht, en we hebben gezien. We hebben het volk van Servië in oktober 2000 in opstand zien komen tegen Milosevic. We hebben gezien dat niet werd toegegeven aan de Joegoslavische tiran, of dat hem waarborgen tegen toekomstige vervolgingen werden geboden om hem ervan te overtuigen af te treden.

We hebben gezien dat het voorspelde bloedbad geen werkelijkheid werd ondanks het feit dat Milosevic en zijn trawanten geen garantie van volledige onschendbaarheid werd geboden. En zes maanden later zit de voormalige sterke man van Servië in een Belgradose gevangenis waar hem aanklachten wegens corruptie en machtsmisbruik wachten, en waar de dreiging te worden uitgeleverd aan het VN-tribunaal in Den Haag hem nog steeds boven het hoofd hangt.

Hoewel je er niet aan kunt en moet twijfelen dat de protesten van duizenden Servische mannen en vrouwen — zoals in het geval van Chili of Polen of Indonesië, om maar een paar opvallende gevallen uit drie continenten in de afgelopen decennia te noemen — er uiteindelijk toe leidden dat het regime dat hun onderdrukte ten val kwam, is het net zo waar dat we de rol niet moeten onderschatten die internationale pressie speelt, niet alleen waar het een dictator betreft maar ook in het verzekeren dat be wind slieden van de voormalige regering voor de rechter gebracht kunnen worden.

Als deze aanhoudende buitenlandse roep om een of andere vorm van verantwoordelijkheid van zo groot belang blijkt te zijn, is dat vanwege een bizarre morele ziekte die in onze tijd overgangen naar democratie teistert. Ik heb de situatie in mijn eigen Chili gezien, en ik zie hem nu weer in Joegoslavië. Maar al te vaak zijn het leden van de nieuwe regering — de mensen die het verzet tegen de dictator leidden — die selectief geheugenverlies prediken, en hun burgers vragen om naar de toekomst te kijken en niet naar wat er gisteren is gebeurd. Het onderzoeken van de verschrikkingen, het oprakelen van oude misdaden en het voor de rechter slepen van voormalige bewindslieden leidt alleen maar de aandacht af van het belangrijkste doel: nationale verzoening, zeggen ze.

In het geval van Chili vergaten de nieuw gekozen democratische leiders dat die mythische eenwording van een versplinterde natie onmogelijk kon worden bereikt door de pijn van het verleden te negeren. Ze begrepen niet dat er een prijs betaald moest worden voor het verlenen van volledige onschendbaarheid aan de voormalige leider en zijn volgelingen. Die prijs was de afbrokkeling van het recht en een zware wissel op onze ethische toekomst. Pas nadat een hooggerechtshof in Spanje besloot het proces tegen onze dictator te gaan voeren — iets waarvan wij Chilenen herhaaldelijk hadden verklaard dat we het niet konden en niet wilden — waren wij zo beschaamd dat we Pinochet konden vervolgen toen hij in januari 2000 eenmaal was teruggebracht naar Santiago om zogenaamd medische redenen.

Het proces dat nu tegen Pinochet wordt gevoerd en het proces tegen Milosevic dat op het punt staat te beginnen, laten ons derhalve zien dat het toenemende gezag van internationale tribunalen de zoektocht naar gerechtigheid op lokaal en internationaal niveau eerder ondersteunt dan tegenwerkt. Ergens, dichtbij, vandaag of morgen, moet een andere despoot naar deze aanklachten tegen voormalige staatshoofden kijken en hij zou heel goed tegen zichzelf kunnen zeggen: «Ik zal tot het einde toe aanblijven. Dit overkomt mij niet. Ik ben onverslaanbaar.»

In plaats van te antwoorden dat hij gelijk heeft en absolute onschendbaarheid te bepleiten om hem zo ver te krijgen dat hij afstand doet van de macht, zouden we moeten verkondigen dat de internationale gemeenschap niet werkloos zal toekijken en de misdaden uit het verleden in de vergetelheid laat verdwijnen. We zouden moeten eisen dat hij in de gebarsten spiegel van Milosevic kijkt en in de moordzuchtige, opgejaagde ogen van Pinochet, en dat hij, eens en voor altijd, zijn eigen toekomst zal zien.

Vertaling: Rob van Erkelens