Een wandelend en lachend mysterie

Bivak is een mooi woord. Keren is een mooi woord. Bivakkeren is dubbelmooi. Vroeger had je dubbeldik van Jamin. Vroeger had je Lucebert in zwarte schipperscoltrui met zwarte keep en Che Guevara-haar. Een wandelend en lachend mysterie. Belangrijke schakel in mijn bestaan.

We zaten niet op elkaars lip, maar waren blij als we elkaar ontmoetten, hoe of waar ook. In negentienhonderdzoveel stelde Lucebert me voor aan Tony in cafe’ De Papegaai, ook wel Johnny Bar geheten, een door een doe-het-zelver ingerichte 8 tot 2-kroeg. Een wand vol miniatuurflesjes, een laatste vluchthaven voor de eenzaamheid van de nacht. Op een wrakke piano speelde de Apotheker schlagers. In dat decor werd ik voorgesteld aan Tony.
Het zijn vreemde gestolde driedimensionale foto’s.
Samen met Lucebert naar Parijs gelift en ergens in Brabant in een dorp gestrand. Tasje in onze hand, beleefd aan wat we dachten een boer gevraagd of hij een zeer eenvoudige slaapplaats voor ons wist, bijvoorbeeld een schuur of een hooiberg. Ja hoor, en we mochten met de familie meeeten. ’s Avonds werkte de hele familie aan het beschilderen van gipsen oorlogswandtegels - ‘Gedenk de doden 1940-1945’. Een gedeelte van de lange tafel schilderde de Duitse versie. Wij schilderden dapper mee. ’s Ochtends verder liften en ieder f2,50 rijker. Kleine historie.
Luce Bert was een jeugdvriend van Hans Andreus, de dichter die voortdurend op zoek was naar het licht. Toeval lijkt mij uitgesloten. Beiden lazen Rilke op hun negentiende jaar, vertelde Lucebert mij. Lucebert is een levende herinnering.
de papavergeur van de zwarte sneeuw Lucebert de onuitgesproken kreet van mens onzichtbare steunpilaar jouw poezie gaat nooit dood heeft mensen nieuw bewustzijn bijgebracht zwelging van overdracht met warmte voor die het voelen kan de werkelijkheid gezien vanuit jouw getekende spiegel vrolijke en sombere gedichten in je schilderijen zich jin-jang vormend tot een geheel licht