Een wankele zege

New York - Met zeven stemmen verschil heeft het Huis van Afgevaardigden Obama’s wet tot hervorming van de nationale gezondheidszorg aangenomen. Is het een historische gebeurtenis voor de Democraten of politieke zelfmoord, vraagt David E. Sanger, veteraan onder de politieke commentatoren, zich in The New York Times af. Misschien beide, voegt hij eraan toe. Voor Europeanen die sinds generaties aan de verzorgingsstaat gewend zijn, zou aanvaarding van zo'n wetsontwerp geen probleem veroorzaken. Op het ogenblik hebben 32 miljoen Amerikanen geen medische verzekering. In West-Europa zou het de natuurlijkste zaak van de wereld zijn om aan die misstand zo gauw mogelijk een eind te maken. Rechts Republikeins Amerika heeft er een gezochte aanleiding in gevonden om de politieke burgeroorlog die hier al een jaar of vijftien woedt (sinds de opkomst van Newt Gingrich, met zijn Contract with America) met hernieuwd fanatisme voort te zetten.
Het eerste memorabele dieptepunt sinds het einde van de Koude Oorlog is de Lewinsky-affaire. Bill Clinton heeft zich niet presidentieel gedragen, maar hij was de eerste niet. President Warren Harding had zelfs een speciale lijfwacht die hem waarschuwde als mevrouw Harding in aantocht was. Dat Clinton het met de huwelijkstrouw niet zo nauw nam, was al eerder bekend. Toen het nieuws over Monica via de media van Rupert Murdoch uitlekte, waren de Verenigde Staten diep in de problematiek van de Joegoslavische burgeroorlogen gewikkeld. Dat verhinderde de Republikeinen niet onder leiding van de speciale aanklager Kenneth Starr te beginnen met het grondigste onderzoek dat zich ten slotte tot mondiaal entertainment heeft ontwikkeld. Toch heeft Clinton het impeachment overleefd.
De volgende confrontatie kwam met de verkiezingsstrijd tussen George W. Bush en Al Gore, de verwarring door de niet werkende stemmachines in Florida, en ten slotte de benoeming van Bush tot president door het hooggerechtshof. Some call it Treason, schreef de jurist Vincent Bugliosi. Rechts Amerika bleef de toon aangeven. Na een lange campagne die, zoals later duidelijk is gebleken, voornamelijk bestond uit leugens en waanvoorstellingen, werd precies zeven jaar geleden de aanval op Irak geopend. Die oorlog begon pas goed nadat hij op 1 mei 2003 door Bush gewonnen was verklaard. Nog altijd heeft Irak de status van een failed nation.
De fase die we nu beleven is begonnen met het aantreden van Barack Obama als kandidaat tegen John McCain. Ultrarechts zette een campagne op touw. Hij was eigenlijk geen Amerikaan, in het geheim moslim, bevriend met een terrorist, wilde een socialistische staat vestigen. De laster trof geen doel, de overwinning van Obama werd een euforie waardoor het verzet tijdelijk verstomde. Maar de erfenis van acht jaar Bush is niet als bij toverslag opgeruimd. De natie blijft verstrikt in twee niet gewonnen oorlogen, de economische crisis duurt voort, de werkloosheid blijft toenemen en in de buitenlandse politiek bevestigen Iran en Israël-Palestina voorlopig nog hun onoplosbaarheid. Onder deze omstandigheden heeft zich de problematiek van de gezondheidszorg ontwikkeld.
Met hernieuwde energie en de gebruikelijke methoden hebben de rechtse Republikeinen zich tegen de gezondheidswet verzet. Weer een poging van de president om een socialistische staat te vestigen. Er zouden geheime plannen zijn tot het oprichten van ‘death panels’ die zouden beslissen of ouden van dagen nog wat verder mochten leven of voor euthanasie in aanmerking kwamen. Het verzet werd gesteund door de Tea Party Movement, de beweging die de individuele vrijheid van de Amerikaan door Obama bedreigd ziet, en niet zonder racisme de felste campagne voert.
Met deze overwinning lijkt er weer een ronde in de strijd besloten. Maar vergis je niet. Rechts is verre van verslagen. 'Na zoveel jaar van bittere polarisatie staan de Amerikanen op de rand van een collectieve identiteitscrisis’, schrijft Sam Tanenhaus in The New York Times. 'Ze delen niet langer een gemeenschappelijk systeem van gedachten, ze zijn het niet meer eens over de ware betekenis van de democratie.’ De natie is gespleten. 'De twee delen hebben elkaar praktisch niets te vertellen. Beide worden beheerst door een geest van protest, in een tijd waarin het protest de meest dynamische kracht in de politiek lijkt te zijn.’ De diagnose zou voor Nederland kunnen gelden, of opnieuw voor Frankrijk en in zekere mate voor het hele Westen. 'Terwijl de Amerikanen worstelen om zich een idee van hun toekomst te vormen, richten ze hun blik met heimwee naar het verleden - om daarin te zien wat daar het meest bevalt.’ Ook dat komt Nederlanders bekend voor. Ze verlangen terug naar hun prachtige landje, dat toen nog niet door het tuig bedorven werd.
Welk prachtige landje? Dat van de oorlog tegen Indonesië? Van het 'geen woning geen kroning’? Van het poldermodel? Prachtige landjes bestaan alleen in de verbeelding van protesteerders die geen praktische oplossingen weten voor de toekomst maar hun volgelingen wijsmaken dat met onuitvoerbare middelen het paradijs morgen vrij toegankelijk is. Het wachten is nu op dit radicale experiment van de onvermijdelijke mislukking.