Iedere keer als het tik-tik-tik klinkt op het dak van zijn plaatstalen schuur wordt Ron Jenkins uit Farmington, West Virginia, enigszins nerveus. Regen betekent een kans op overstromingen in deze staat van bergen en beken, dus heeft hij waterpomp en zandzakken altijd paraat staan. Afgelopen zomer nog was het raak, bijna twee meter water in zijn kelder, vertelt hij. Zijn schuur – ruim genoeg voor een comfortabele driezitsbank, een ijskast vol Budweisers en Jenkins’ trots, een donkerblauwe Chevrolet Chevelle super sport zonder ook maar een krasje in de lak en de velgen zo glimmend dat je er de zijkant van je schoenen in kunt bewonderen – bleef gelukkig droog. ‘Het water is een pain in the butt’, zegt de zestiger. ‘En het lijkt steeds natter te worden.’

In West Virginia heeft iedereen een verhaal te vertellen over het water. Evan Hansen zag wat er gebeurde in 2014 toen een tank vol chemicaliën waarmee steenkool wordt gezuiverd barstte en leegliep in de Elk River, die door het zuidelijke deel van de staat kronkelt. Het drinkwater van driehonderdduizend inwoners werd vergiftigd. Het deed Hansen, een ingenieur die vanuit Berkeley, Californië, naar Morgantown, het universiteitsstadje van West Virginia, verhuisde op zoek naar een plek met fijn buitenleven, besluiten om de politiek in te gaan. In 2016 werd hij gekozen als lid van het statelijke Huis van Afgevaardigden namens de Democraten. Zijn succes ging tegen de trend in. Sinds de Grote Depressie waren de Democraten heer en meester in West Virginia. In 2016 ging de staat naar Trump en werden de Republikeinen de grootste fractie. En dus speelt Hansen ‘in de verdediging’, zegt hij. Hij probeert de heffingen die moeten worden betaald over zonnepanelen van tafel te krijgen en de aansluiting van bedrijven op duurzame energie te vergemakkelijken. Het onderwerp klimaat kan beter worden vermeden in de politiek van West Virginia, vertelt hij: ‘Praten over opwarming van de aarde is een goede manier om je plannen om zeep te helpen’.

Vlak bij de plek waar Evan Hansen kantoor houdt, laat Mohammed Atiturk een filmpje zien op zijn telefoon. Het scherm toont de eetzaal van zijn grill-restaurant ‘Istanbul’ met een kolkende massa bruingeel water, kniehoog. Dat was wat bijna vijf centimeter water in minder dan een uur doet in Morgantown, vertelt Atiturk. ‘De riolering kon de hoeveelheid water niet aan.’ Sindsdien is de parkeerplaats voor zijn restaurant een bijna onbegaanbaar stuk gebarsten asfalt. ‘Auto’s kunnen hier niet parkeren en dus krijg ik nauwelijks klanten.’ Voor Atiturks restaurant werken mannen in fluorescerende hesjes al maandenlang aan de verbreding van de waterafvoer.

De felle regens die plekken als Farmington en Morgantown afgelopen zomer teisterden, zijn voorboden van de toekomst van West Virginia. Een onderzoek van het Instituut voor Berghydrologie aan de Universiteit van West Virginia gaf in 2019 de prognoses op basis van de trends van de afgelopen jaren: een stijging van de gemiddelde temperatuur met 5,5 graden Celsius, meer verdamping langs de bergkammen, frequentere droge periodes en een toename van extreme gebeurtenissen zoals hittegolven, tornado’s en overstromingen. ‘Heter, natter, droger’, is de hobbesiaanse samenvatting van Nicolas Zegre, die het onderzoek verrichtte. Die drie op het oog tegenstrijdige variabelen sluiten elkaar zeker niet uit, zo maakt het onderzoek duidelijk. Warmere lucht betekent meer verdamping, bovendien kan warmere lucht meer vocht vasthouden, vocht dat vervolgens als uit een spons wordt uitgeknepen bij veranderende temperatuur en luchtdruk. Farmington is gelegen aan de Buffalo Creek, die bij hoogwater de bijnaam ‘Mighty Buffalo’ krijgt. Hoewel het flink regent deze keer verwacht Ron Jenkins geen onheil. Hij heeft het weerbericht gecheckt. Het blijft bij een korte bui. Pomp en zandzakken zijn niet nodig. Jenkins laat zijn schouders zakken en leunt achterover, de beweging van een man die niet anders lijkt te kunnen doen dan te berusten in zijn lot. ‘Aan het weer kunnen we toch niets doen.’

Op weg naar Glasgow

Zes jaar na het klimaatakkoord van Parijs vindt deze eerste weken van november de volgende milieutop plaats in de Schotse industriestad Glasgow. De opwarming van de aarde gaat ondertussen onverminderd door en harde maatregelen zijn noodzakelijk om de in Parijs afgesproken doelen nog te kunnen halen. Wat moet er in Glasgow bereikt worden? Hoe denken de belangrijkste spelers erover? Wat zijn de obstakels? Lees erover in de serie Op weg naar Glasgow.

Een goede vijf uur rijden naar het oosten – wellicht iets minder met Jenkins’ sportwagen op topsnelheid – wordt daar beduidend anders over gedacht. Terwijl Jenkins vertelt in zijn schuur wordt er in Washington koortsachtig onderhandeld over een pakket ingrijpende klimaatmaatregelen. President Joe Biden kondigde al vroeg in zijn termijn aan dat Amerika in 2030 zijn CO2-uitstoot gehalveerd moet hebben. In 2050 moet de nullijn zijn bereikt. Om klimaatneutrale Verenigde Staten voor elkaar te krijgen moet fossiele energieopwekking plaatsmaken voor wind, zon en waterkracht. Amerika moet afstand nemen van de benzineslurpers en plaatsnemen in elektrische voertuigen, die gevoed zullen worden door een aan te leggen landelijk netwerk van laadpalen.

En de tijd dringt, voor de planeet, maar ook voor de politiek. Het Witte Huis hoopte een politiek akkoord te hebben bereikt vóór de mondiale klimaattop in Glasgow. Klimaatgezant John Kerry moest de conferentiezaal betreden als vertegenwoordiger van een land waar je wat aan hebt om te voorkomen dat de bovengrens van 1,5 graad planetaire opwarming sinds het begin van het industriële tijdperk al te ruim wordt overschreden. Dat Amerika het erop laat aankomen is een understatement. Op dinsdag 26 oktober, twee dagen voordat Biden naar Europa reisde om daar met andere wereldleiders een poging te doen een catastrofe af te wenden, was er nog steeds een patstelling in Washington.

Biden zette hoog in toen hij aantrad als president: 3500 miljard aan groene en sociale investeringen, waarvan zeker tweeduizend miljard naar directe klimaatmaatregelen gaat, plus een infrastructuurplan van nog eens duizend miljard, dat deels gebruikt kan worden voor aanleg van kabels, laadpalen, zonnepanelen en ander materieel dat een minder fossielverslaafde economie zoal verlangt. De grote klap zou komen van het Clean Energy Performance Program (cepp), dat energiebedrijven betaalt om per jaar vier procent van het verbruik van gas en kolen in te ruilen voor hernieuwbare bronnen. Bedrijven die niet meedoen worden gestraft met hogere heffingen. Met het cepp zou Amerika in 2035 een volledig duurzaam stroomnetwerk hebben.

Het lijken astronomische bedragen die nodig zijn voor een duurzame economie; 4500 miljard is ruim de helft van wat de Amerikaanse overheid jaarlijks uitgeeft en zeker genoeg om begrotingsconservatieven in Washington te verontrusten. Maar al die nullen zijn vooral optisch. Het bedrag wordt uitgesmeerd over tien jaar, waarmee het schepje dat Biden erbovenop doet jaarlijks iets meer dan de helft is van wat de VS aan defensie uitgeven. Bovendien is niets doen vele malen kostbaarder, laat onderzoek na onderzoek zien.

Een aantal jaar geleden publiceerde een team van economen en klimaatwetenschappers een artikel in Science waaruit bleek dat klimaatopwarming de VS tot aan 2100 jaarlijks vier procent van het bruto binnenlands product (bbp) zou kosten. Bij het verschijnen van het onderzoek was dat ongeveer 840 miljard dollar per jaar. Deze rekensom liet de schade veroorzaakt door rampen als overstromingen, branden en orkanen buiten beschouwing. In 2020 alleen ondergingen de VS 22 van dit soort ‘extreme weersgebeurtenissen’ met meer dan een miljard dollar aan schade. Ruim vier miljoen hectare bos brandde af. Er deden zich zoveel orkanen voor dat het aantal mogelijke namen op raakte. Iedere tropische storm krijgt een naam beginnend met een letter uit het alfabet. Na nummer 26 – orkaan Zeta – stapte de meteorologische dienst noodgedwongen over op het Griekse alfabet. In dit licht zijn Bidens klimaatmiljarden ‘niet meer dan een aanbetaling’, concludeerde Abrahm Lustgarten, milieuverslaggever bij onderzoeksplatform Pro Publica. Niets doen staat volgens hem gelijk aan ‘het omarmen van chaos en een gok wagen met de meest onvoorspelbare en ontregelende veranderingen die de mensheid ooit heeft meegemaakt’.

Maar in het krachtenspel tussen economische logica, menselijke overlevingsdrang en de korte horizon van de politiek lijkt ook in Amerika die laatste de allersterkste te zijn. Van meet af aan was het duidelijk dat de Republikeinen niets zouden bijdragen aan het politieke draagvlak dat nodig is voor klimaatbeleid. In de Obama-jaren ontdekte de Grand Old Party de tactiek van de totale obstructie. ‘Het enige en belangrijkste doel is zorgen dat Obama een eentermijnspresident wordt’, zo verwoordde de Republikeinse Senaatsleider Mitch McConnell destijds het uitgangspunt van zijn partij. De tactiek van politieke uithongering is ook van stal gehaald nu Biden in het Witte Huis zit. Elke wet die de Democraten er doorheen kregen wordt gevreesd als een overwinning die bijdraagt aan hun succes omdat de kiezer erop vooruit kan gaan in het dagelijks leven. ‘Honderd procent van mijn aandacht is gericht op het tegenhouden van deze regering’, sprak McConnell afgelopen voorjaar. Voor mogelijke steun aan maatregelen die een klimaatcatastrofe moeten afwenden is voor een van de twee partijen in Amerika nul ruimte.

Een kantoor na de overstroming van de Elk River in West Virginia, juni 2016 © Ty Wright / Getty Images
In 2020 ondergingen de VS 22 ‘extreme weersgebeurtenissen’ met meer dan een miljard dollar aan schade

Voor een antwoord op de vraag of Bidens ultieme klimaatpush kan slagen ondanks die totale oppositie moet je, via de landweggetjes die John Denver bezong in zijn ode aan de staat, terug naar West Virginia, en specifiek naar Farmington, een dorpje van driehonderd zielen, een handvol kerken (de meeste rooms-katholiek) en geen enkele school. Het lijkt een overtrokken koppeling, maar het lot van de planeet is direct verbonden met een kwijnende gemeenschap ingeklemd tussen bergkammen en met een inkomensmediaan die bijna twintigduizend dollar lager ligt dan in de rest van het land. De verbindende factor is Farmingtons beroemdste zoon, Joseph Manchin III, Senator namens West Virginia.

Toen de kiesgoden in november 2020 hun dobbelspel speelden, rolden ze een uitkomst die zowel hoopgevend als wreed was. De Democraten kregen vijftig zetels in de Senaat, precies de helft. In het Amerikaanse stelsel mag bij een gelijk aantal stemmen de vice-president de knoop doorhakken. Met dat vooruitzicht legde Joe Biden zijn presidentiële eed af. Ieder plan dat hij bedenkt kan worden aangenomen, zolang de gelederen van de eigen partij zich sluiten. En dat maakte Joe Manchin plotseling een van de machtigste mannen in Washington.

Waar de Alexandria Ocasio-Cortez’en binnen de partij volgens sommigen de toekomst belichamen, huist in Manchin de conservatieve ziel van de Democraten. Manchin is een voorstander van vuurwapenbezit en tegenstander van liberale abortuswetgeving. Op zijn website meldt Manchin trots dat hij in ‘74 procent van de gevallen met president Trump heeft meegestemd’. Manchin werd in 2010 verkozen mede dankzij zijn oppositie tegen het ‘cap-and-trade’-systeem dat Obama wilde invoeren. Met een beperkt aantal verhandelbare emissierechten hoopte de regering-Obama de CO2-uitstoot van de VS terug te dringen. Manchin nam een campagnefilmpje op waarin hij met een jachtgeweer de wetstekst aan flarden schoot omdat het ‘slecht zou zijn voor West Virginia’. De cap-and-trade-wet werd aangenomen in het Huis van Afgevaardigden maar was gedoemd te sneuvelen in de Senaat, en werd daarom nooit in stemming gebracht.

Met een ruime meerderheid in de Senaat zou de Biden-regering iemand als Manchin prima kunnen negeren. Maar omdat iedere stem nodig is, slaagt nog geen wijziging van de hondenbelasting zonder Manchins handtekening. ‘Joe is de kingmaker’, zegt Bill Glasscock, de burgemeester van Farmington, tijdens een gesprek in de vergaderzaal van het kleine gemeentehuis van het dorp. Hij trekt die conclusie niet zonder trots. Farmington mag dan een krimpgemeente zijn waar Glasscock al tijden op zoek is naar iemand om als politieagent te dienen, in ieder geval is het de springplank van de man voor wie de president moet buigen. Zijn naam prijkt op een verkeersbord langs de kronkelweg naar Farmington (‘geboorteplaats van de eerbare Senator Joe Manchin III’) en zijn gelaatstrekken zijn te herkennen in een gevelschildering op een verlaten gebouw om de hoek van het gemeentehuis. Een glimlachende Italo-Amerikaan, die prima gecast zou kunnen worden in een film van Martin Scorsese, met daarnaast de reclameboodschap ‘Papa Joe’s Famous Meats’.

Manchin (74) stamt uit een geslacht van emigranten die begin vorige eeuw vanuit Calabrië in Farmington terechtkwamen en in de kolenmijnen werkten. Guiseppe Manchini, ‘Papa Joe’, opende een kruidenierswinkel en werd burgemeester van het dorpje. Joe de tweede maakte zijn familie welvarend met handel in meubels, tapijten en vooral steenkool. Joe Manchin III erfde zowel de handelsgeest als het politieke talent dat in zijn bloedlijn zit. Hij verdiende miljoenen in de steenkolenhandel en bewandelde onderwijl een steil pad in de richting van de toppen van de politieke macht. Manchin werd achtereenvolgens lid van het Huis van Afgevaardigden van West Virginia, Senator in de staat en gouverneur van West Virginia. In 2010 werd hij Senator in Washington. Zijn campagnekas werd trouw gevuld door de industrie die West Virginia heeft getekend. Mother Jones, een onderzoeksjournalistiek tijdschrift, bracht onlangs in kaart dat Manchin van alle Senatoren – Republikeins en Democratisch – de meeste donaties ontvangt van de olie-, gas- en steenkoolindustrie. Manchins handelsbedrijf, inmiddels gerund door zijn zoon Joe Manchin IV, levert hem jaarlijks een half miljoen dollar op.

De vraag ‘Wat wil Joe Manchin’ was de afgelopen tijd goed voor tientallen artikelen en columns in de Amerikaanse pers. Sommigen zien in hem een politicus die zich simpelweg gedraagt als een verlengstuk van het type economie waarmee niet alleen hijzelf, maar ook zijn voorgeslacht en zijn geboortegrond diep verbonden is. Anderen wijzen op Manchins vaak uitgesproken geloof in bipartisanship, de term uit het Amerikaanse politieke lexicon die verwijst naar de traditie waarbij Democraten en Republikeinen probeerden een vergelijk te zoeken.

Een gebrek aan bipartisanship was de reden waarom Manchin eerder een rots bleek waarop Bidens ambities stukliepen. Een wet die de toegang tot de stembus zou vergemakkelijken kreeg geen enkele steun van de Republikeinen, en daarom weigerde ook Manchin te tekenen. ‘Besluiten van het Congres over stemrecht moeten het resultaat zijn van Democraten en Republikeinen die samen een weg voorwaarts vinden’, lichtte Manchin zijn standpunt toe in een artikel in de Charleston Post-Gazette, een krant in West Virginia: ‘Anders lopen we het risico op nog verdere verdeeldheid en het vernietigen van onze republiek.’ Manchins critici wezen erop dat bipartisanship een hol credo is op het moment dat de tegenpartij categorisch alle medewerking weigert.

De journalist Evan Osnos legde in een uitgebreid profiel in The New Yorker nog een drijfveer van Manchin bloot. Manchin heeft bijna alle denkbare politieke functies gehad. Hij is rijk. Hij is machtig. Gevraagd door Osnos wat hij wilde voor zijn staat in ruil voor zijn stem schamperde Manchin dat hij niet te koop was voor de top van de Democratische Partij. ‘Alsof een paar honderd miljoen de zaken zouden kunnen regelen. Ze willen dat ik verander, dat ik meebuig. Ik zeg nee. Ik ga niet veranderen.’ In het profiel kwam Manchin naar voren als de stem van Amerika’s witte werkende klasse, getekend door het gevoel van overbodigheid dat ook dreigt voor de fossiele industrie waarin velen van hen werkzaam waren. Manchins voornaamste klacht leek een gebrek aan respect te zijn. Tegen Osnos vertelde Manchin dat Trump hem regelmatig aanzocht, terwijl Obama hem in acht jaar tijd drie keer had gebeld. ‘De vorige keer dat de Democraten aan de macht waren, was Manchin niet echt een prioriteit’, concludeerde Osnos.

Inmiddels is Manchin al tijden prioriteit nummer één, zeker sinds hij heeft aangegeven niet voor Bidens omvangrijke klimaatpakket te zijn. In progressieve kranten wordt hij onder vuur genomen als een Democraat die eigenlijk meer Republikein is. Fox News vroeg hem of hij zich niet beter bij de Republikeinen kon aansluiten. ‘Het zou een stuk makkelijker zijn’, antwoordde Manchin. Een geruchtenstroom over een mogelijke politieke overstap was het gevolg. Beide kanten van het politieke spectrum koesteren hier hetzelfde besef: Manchin mag dan een onwillige Democraat zijn, hij bekleedt wel een zetel namens die partij, de enige namens West Virginia in heel Washington. En op cruciale momenten zijn de Democraten blij met hem, zoals toen hij tegen het afschaffen van Obamacare stemde.

Pete Buttigieg, minister van Infrastructuur, dreigde Manchin dat er mensenlevens op het spel staan vanwege zijn onwilligheid de klimaatmaatregelen te steunen. Maar ook dit soort druk lijkt weinig uit te halen. In Washington woont Manchin op een jacht genaamd ‘Almost Heaven’ dat is aangemeerd in de Potomac River, alsof hij wil aangeven dat hij ‘the swamp’ liever niet betreedt. Manchins ‘vloeibare’ woonkeuze was begin oktober aanleiding voor demonstranten uit West Virginia om naar zijn verblijf te kanoën met protestborden met ‘don’t sink West Virginia’ erop. Het was toen duidelijk dat Manchin het grote obstakel zou worden voor Bidens agenda. Hij vond de extra uitgaven voor zorg te hoog, had twijfels bij de infrastructuurplannen en zag niets in het schone-energieprogramma waarmee het Witte Huis de klimaatdoelen hoopte te halen. Vanaf de achterplecht riep hij demonstranten toe dat West Virginia ‘nu eenmaal anders was’ en dat hij hoopte dat het Witte Huis en Capitol Hill verder zouden onderhandelen. De confrontatie tussen Manchin en de kiezers uit West Virginia was een perfecte illustratie van het moment. Peddelende burger versus een machtspoliticus met boot die blijft, ook als het waterpeil stijgt.

Senator Joe Manchin op een bijeenkomst met mijnwerkers in het stadhuis van Matewan, West Virginia, maart 2017 © Bill Pugliano / Getty Images
Manchins voornaamste klacht jegens zijn eigen Democratische Partij: Trump had hem regelmatig aangezocht, Obama had hem maar drie keer gebeld

In zeker opzicht had Manchin gelijk – West Virginia ís anders, zij het niet op de manier die hij waarschijnlijk bedoelde. In de ranglijsten van de vijftig Amerikaanse staten bungelt West Virginia vaak onderaan. Nummer 47 in opleidingsniveau, nummer 48 wat betreft economie, nummer vijftig in infrastructuur en volksgezondheid. En West Virginia is de staat waar het risico op schade door overstromingen het grootst is. Een combinatie van achterstallig onderhoud en geografische lotsbestemming – het berglandschap dooraderd met rivieren, stroompjes en kreken – betekent dat wegen, elektriciteitscentrales en andere kritieke infrastructuur al gauw wegvallen bij overstromingen. ‘Montani semper liberi’ is het motto van de staat – bergbewoners zijn altijd vrij. Het is in toenemende mate een theoretische vrijheid, ingekaderd door wat plaatsvindt op een steeds warmere planeet.

Hoezeer de bezongen onafhankelijkheid van de staat wordt dwarsgezeten door het weer weet John Wyatt, pastor, countryzanger en pleitbezorger van de volkscultuur van de Appalachen, de bergketen die recht door West Virginia loopt. Wyatt is geboren en getogen in Rainelle, een stadje dat begin vorige eeuw groeide rondom een grote houtzagerij. In de zomer van 2016 werd Rainelle getroffen door snel stijgend water. In de middag was Wyatt nog bezig zijn meubilair op balken te zetten, zodat het droog zou blijven. ‘Een paar uur later was ik alles kwijt’, vertelt de zeventiger. ‘En dan had ik nog geluk.’

Er vielen in West Virginia 23 doden door de overstroming, in Rainelle werden vijftienhonderd huizen verwoest. Wyatt verloor zijn woning, in zijn handel in muziekinstrumenten stond het water tot aan het plafond. Hij denkt nog vaak aan de nacht toen de hoofdstraat niet te onderscheiden was van de rivier die langs Rainelle loopt. Samen met een vriend bond hij een kano en een roeiboot aan elkaar en hielp hij tientallen mensen die vastzaten op hogere verdiepingen om weg te komen. ‘Het was donker. Overal hoorde je geroep om hulp. Ik slaap nog steeds slecht, telkens als het regent’, vertelt hij.

Het water trok na een paar dagen weer weg en liet een gehavende stad achter. Het lokale motel is sindsdien gesloten – met als gevolg dat reizigers en toeristen Rainelle niet meer aandoen. Het aanpalende benzinestation is ook dicht en vertoont nog steeds prijzen van vijf jaar geleden. Op een hoger gelegen deel van het stadje werden noodwoningen gebouwd met geld uit Washington en de inzet van vrijwilligers uit andere staten. ‘Hope Village’ is inmiddels een permanent onderdeel van Rainelle geworden.

In een van die woningen wacht John Hudsonpiller tot hij zijn werk als vrachtwagenchauffeur kan hervatten. In de nasleep van de overstroming verliep zijn rijbewijs. Zijn identiteitspapieren raakte hij kwijt waardoor hij geen nieuwe aanvraag kan doen. Hij heeft zijn geboortebewijs nodig. ‘Maar ook dat is weggespoeld.’ Hudsonpiller klust ondertussen bij als monteur, in afwachting van nieuwe documenten en totdat hij de tienduizend dollar die nodig zijn voor een vrachtwagenrijbewijs bij elkaar heeft.

Hudsonpiller is blij met zijn nieuwe woning, vertelt hij. Hij houdt van het uitzicht op de bergketens die in de herfstmaanden een indrukwekkend schouwspel van gele, groene en rode boombladeren bieden. Hij wil in Rainelle blijven, en dat maakt hem uitzonderlijk. Van alle staten maakt West Virginia de rapste ontvolking van heel Amerika mee. In de afgelopen tien jaar kromp de omvang van de bevolking van 1,85 miljoen naar 1,79 miljoen, waarmee de staat een zetel kwijtraakte in het Huis van Afgevaardigden in Washington. Gebrek aan werk is de voornaamste verklaring die demografen geven voor de leegloop.

De demografische neergang is een sluitstuk van de geschiedenis van West Virginia, dat zich in 1863 afsplitste van Virginia dat voor de Confederatie koos. Ruim een eeuw was West Virginia de staat die Amerika’s vooruitgang van brandstof voorzag. Er zijn weinig plekken in de VS met dikkere steenkoolreserves. West Virginia beschikt bovendien over grote voorraden metallurgische kool, het pure soort waarmee extreem hoge verbrandingstemperaturen bereikt kunnen worden en dat daarom geschikt is voor de staalindustrie. Van de fossiele winst is bijzonder weinig aan de staat zelf ten goede gekomen, vertelt Thom Rodd, een milieuadvocaat die een tweede carrière begon in de natuurbescherming. ‘In feite is West Virginia altijd behandeld als een kolonie. Bedrijven van buiten kwamen naar hier, persten winst uit de natuurlijke bronnen van de staat en lieten de opbrengsten naar elders vloeien.’ Er lijkt bijna sprake van een kosmische wraak, mijmert Rodd tijdens een lunch in Morgantown. ‘De staat die is uitgebuit door een industrie die verantwoordelijk is voor een groot deel van de uitstoot van broeikasgassen speelt nu een cruciale rol in het tegengaan van klimaatverandering.’

Uiteindelijk schiet de staat zichzelf in de voet, meent Rodd. ‘Verduurzaming zou juist banen kunnen opleveren. En de natuur wordt aantrekkelijk voor toerisme als die niet langer wordt verwoest door steenkoolwinning.’ Volgens Rodd zal zijn staat uiteindelijk een groene toekomst in worden gesleept. ‘Alleen gebeurt dat schreeuwend en schoppend. Iedereen hier weet dat de fossiele industrie langzaam stervende is’, zegt hij, maar steenkool verdwijnt niet zonder gevecht. Volgens Rodd speelt Manchin hier een dubbelrol, als de vertegenwoordiger van een verdwijnende economie én als iemand die West Virginia een nieuw tijdperk in zal leiden. ‘Manchin kwam hier naar de universiteit als American football-speler. Dat is hij in feite nog steeds. Hij wil degene zijn die de bal over de lijn draagt.’

In Washington, ondertussen, schoof Joe Manchin aan bij de Economic Club, een praatforum voor de Amerikaanse politieke incrowd. Manchin schoof onwennig op zijn stoel, en keek meer naar het publiek dan naar de interviewer. Hij gaf een inkijkje in wat hij met president Biden besproken had tijdens een bezoek aan diens huis. Twee Joe’s, beiden katholiek, opgegroeid in industrieel Amerika, en ook nog eens van dezelfde leeftijd en beiden veteraan in Washington. Toch was dit een eerste echt persoonlijke kennismaking. Hij benadrukte ook zijn onderhandelingsstrategie. ‘Ik probeer te begrijpen waar de ander vandaan komt, zoals ik verwacht dat anderen begrijpen waar ik vandaan kom.’ Manchin leek het letterlijk te bedoelen.

Farmington, West Virginia, werd meermalen aangehaald. Het resultaat van het gesprek met de president was dat het Clean Energy Performance Program, de motor van Bidens klimaatagenda, waarschijnlijk zou worden geschrapt. ‘De weg vooruit is innoveren, niet elimineren’, zei Manchin. Die gedachte leek recht gedaan, maar nog belangrijker was de ontmoeting zelf geweest, en vooral: dat die bij Biden thuis had plaatsgevonden. De roep om erkenning waar Osnos op wees in The New Yorker klonk door in Manchins woorden. ‘Ik weet nu wie de president is, en de president weet hopelijk wie ik ben’, sprak hij. Tot besluit pleitte hij voor een onderhandelingspauze, om te kijken of de volksvertegenwoordigers in Washington dichter bij elkaar konden komen.

Volgens Evan Hansen, de politicus uit Morgantown, is tijd juist niet in het voordeel van West Virginia. ‘Zonder rappe vermindering van uitstoot van broeikasgassen gaan we hier alleen maar meer overstromingen en andere gevolgen van klimaatverandering zien’, zegt hij. ‘En die groene economie gaat er komen, maar de banen dreigen nu aan deze staat voorbij te gaan.’ In Rainelle concludeert ook John Wyatt dat tijd eerder een vijand dan een vriend is. ‘Over de overstroming van 2016 werd gezegd dat zoiets eens in de duizend jaar zou gebeuren. Ik vrees dat het geen 995 jaar gaat duren voordat de volgende komt.’

De onderhandelingspauze waar Manchin om vroeg kwam er niet. De Amerikaanse democratie deed wat democratieën altijd doen: praten tot er een compromis uit rolt. Op donderdagavond 28 oktober verstuurde het Witte Huis een persbericht. De 3500 miljard die Biden hoopte te kunnen uitgeven aan zijn groene en sociale agenda was gehalveerd. Zoals Manchin had aangekondigd was het schone-energieprogramma geschrapt. In plaats daarvan zou Amerika 555 miljard uittrekken om duurzame energie te subsidiëren. Het Witte Huis noemde de plannen ‘historisch’ en de ‘grootste investering ooit om de klimaatcrisis te bestrijden’. Manchin prees ze aan als ‘het product van maanden onderhandelen tussen alle leden van de Democratische Partij’, maar liet niet weten of hij er ook echt voor zou stemmen.

Een deal mocht Bidens nieuwe plan dan ook niet heten. De Air Force One vertrok naar Europa met daarin een president die een ‘raamwerk’ op zak had voor Glasgow. De eerste stop was Rome, waar Biden samen met andere wereldleiders een muntje in de Trevi-fontein wierp. Het moest geluk brengen voor een klimaattop die gastland Groot-Brittannië omschreef als een ‘laatste, en beste hoop’.