Een wedstrijd lezen

Het is nog niet zo eenvoudig om een wedstrijd te lezen. Zeker niet als je er midden in staat. Aan een komma in het midden van de nieuwe Ellroy moet je ook niet vragen wie van de hoofdpersonen het er levend af gaat brengen en wie niet.

Maar de mannen in mijn pensioengangerselftal kunnen het. Terwijl om hen heen de twintigers draven, in de waan dat elke volgende bal voor de doorbraak kan zorgen, hebben zij na een minuut of twintig wel door welke kant het opgaat. De bal gaat rond, het publiek schreeuwt - en deze mannen klimmen even boven de drukte uit om over het komende uur heen te kijken. Vervolgens kantelen ze het gewicht van het elftal een beetje naar links of naar rechts, geven ze af en toe tien minuten gas, doen wat aan gericht schelden, en verplaatsen ook nog wel eens een bal. Vooral in deze fase van het toernooi is het lezen van de wedstrijd een tamelijk exacte wetenschap: je kent de krachtsverhoudingen, de uitslag laat zich min of meer voorspellen; nu is het alleen nog zaak om al dat rondrennende toeval te sturen in de richting van de juiste afloop.
Drie mooie voorbeelden van wedstrijdlezen uit de eerste week:
Peter Schmeichels uitbarsting van vreugde na de Deense 1-0 tegen Saoedi-Arabië. Die grote witte kop scheurde open. Kijk, hij wist wel dat één goal genoeg zou zijn, maar zijn ploeggenoten kunnen nog niet zo goed lezen. En dus had hij zich lopen verbijten in zijn doel. Maar nu zat het goed. In die laatste twintig minuten zou er niks meer gebeuren. Daar zorgde hij wel voor. Het boek kon vast dicht.
Voor Aldair lag het iets ingewikkelder. Ook hij moest nog twintig minuten toen de winnende er eenmaal in lag. Normaal gesproken geen probleem. Alleen: de Schotten zijn analfabeet, en die haalden nog eens alles uit de kast, terwijl zelfs een blinde kon zien dat het er niet meer in zat. En dus trok Aldair grommend zijn kousen op. Hij speelde zijn rol mee. Schopte een paar Schotten neer, blokkeerde afstandsschoten, torende een paar keer boven de meute uit voor een strenge kopbal. Dit was meer een voorbeeld van: het boek tot op de laatste bladzijde voorlezen aan het koppige neefje dat weigert te geloven dat het toch echt de butler is geweest.
Maar de scherpzinnigste wedstrijdlezer tot nu toe was Franky van der Elst. Die had al heel snel door dat er een punt in zat. Maar dan mocht hij niet wegzakken, geen seconde. En dus zat hij overal hinderlijk bovenop. Maakte meters, stapte hier en daar iemand op zijn hielen, tikte een bal nog iets verder over de zijlijn, beet de jonge Deflandre toe dat hij moest blijven inhakken op Overmars, waakte ervoor dat Staelens zelf net géén rood kreeg, en maakte tenslotte na het laatste fluitsignaal zelfs de immer onverstoorbare Winter aan het lachen.
Het mooist waren zijn onderonsjes met Collina, de kale scheidsrechter uit Italië. Ze spraken Engels met elkaar, twee oude mannen met lange hoofden. Terwijl de volle tribunes wachtten tot het spel verder mocht, keuvelden zij nog even door: over de beste visplek in de Ardennen, de beursstanden, de kleinkinderen. En zo gingen er weer twee dure oranjeminuten voorbij.