Een week in de eerste klasse

Je kunt met de trein gaan en je kunt Eerste Klasse reizen. Dan kun je zitten. En dan kun je werken. Of vergaat horen en zien je van de mobiele telefoons en de laptop-piepen? Rinskje Koelewijn nam een abonnement en spoorde een weeklang Eerste Klas. Wie waren haar medereizigers? En is Eerste wel leuker dan Tweede? ..LE AMSTERDAM AMSTEL, maandagochtend, 5.55 uur. De zomertijd is net ingegaan. Het is donker en het voelt n¢g een uur vroeger. De eerste trein naar Eindhoven vertrekt om 6.03 uur.

EÇn passagier in de eerste klas, een jonge man met een blikje tonic en De Telegraaf. Hij vertelt dat hij defensiepsycholoog is en hij reist met een defensiekaart naar Utrecht. Vandaag gaat hij een auto kopen. Een BMW.
Tegen zevenen. De trein stopt in Den Bosch. Het wordt licht. Een blinde man met geleidehond stapt in. Al elf jaar reist Van Rooij elke dag van Den Bosch naar Heerlen, waar hij als jurist werkt. ‘De eerste zeven jaar ging ik tweede klas. Maar het werd daar steeds drukker. Als ik mijn hond het commando “Zoek plaats” gaf, zat ik bij iemand op schoot.’
Het is nog een hele toer voor Laska de hond om de eerste klas te vinden. Op de stationsborden staat wel aangegeven op welk deel van het perron de eersteklaswagons stoppen, en er staat wel een '1’ op de buitenkant van de trein, maar daar kan een hond weinig mee. ’ “Zoek eerste klas” roepen heeft geen zin’, zegt Van Rooij. 'Waar is die klotecoupÇ, voel je haar denken.’
De hond helpt Van Rooij de trein in, Van Rooij duwt de hond de eerste klas binnen. 'Ik voel het aan de pluche bekleding, en aan de klapdeurtjes. De tweede klas heeft schuifdeuren.’ De hond heeft een voorkeur voor de tweede. Ze zet haar baas het liefst neer bij iemand die zit te eten. En eersteklassers hebben zelden boterhammen in zilverpapier bij zich. Eten ze toch een croissantje, dan moet Laska een andere plek zoeken. 'In de eerste klas hoor je niet naast of tegenover iemand te gaan zitten. Mensen houden van privacy.’
'De eerste jaren heb ik me suf geprakiseerd. Wat doen die lui in de eerste klas? Je h¢¢rt ze helemaal niet. In mijn tweedeklastijd zat ik elke dag met een man of tien te kletsen. In de vijf jaar dat ik hier zit, heb ik hooguit twee mensen oppervlakkig leren kennen. Iedereen heeft zijn eigen stekje, bij voorkeur een ÇÇn- of tweepersoonszitje. Tas ernaast, krant erbij, werken en zwijgen.’
De trein nadert Eindhoven. Een man loopt door het gangpad van de eerste klas en doorbreekt de stilte met een opgewekte groet voor Van Rooij. 'Een kennis uit de tweede.’
DRUK WORDT het om 7.36 uur, als de trein uit Eindhoven duizenden Philips-werknemers meeneemt naar het hoofdkantoor in de Rembrandttoren bij Amsterdam Amstel. Dertig minuten eerder vertrekt er een extra 'Philipstrein’, waar iedereen een krant en een drankje krijgt. De meesten verkiezen een half uur langer slapen boven gratis koffie, en dus zit de eerste klas stampvol.
In de grote compartimenten zitten de mannen in pak. Ze lezen het Eindhovens Dagblad, de zaterdagbijlagen van de NRC, of ze zitten met een laptop op schoot. Onder de computer de koffer, dat is handig voor de muis. Een mobiele telefoon gaat over en doorbreekt de stilte. Hoopvol kijkt iedereen naar de eigen aktetas. De blik van teleurstelling verandert in een geãrriteerde. 'Weer zo eentje die hardop zit te bellen.’
Afgezien van de ene man die zijn secretaresse mobiel instrueert is het stil. Doodstil. In de zespersoons stiltecoupÇs even verderop is het gezellig. Er wordt gepraat, gelachen en gerookt. Daar zitten de Philips-secretaresses. Zij reizen maar ÇÇn keer in de week op en neer. Elke dag anderhalf uur, ze zijn niet gek. Zij hebben voor door de week een appartementje in de hoofdstad gehuurd.
TWEE LOGISTIEK managers van de sound-afdeling zitten samen op een bankje bij de klapdeur. De een leest de Kampioen, de ander dut. Dit is de eerste dag van de achtste week dat ze in de trein zitten, zegt de dutter. Hem valt de dagelijkse reis zwaar. 'Al die vertragingen…’ De ander vindt de reistijd geen verloren tijd. 'Waar mijn laptop is, daar is mijn werk.’ Elke dag gaan ze op en neer naar Amsterdam, en elke dag zitten ze op dezelfde plek bij de deur. Daar is meer ruimte. 'De robotachtige routine zit er al aardig in. We weten precies bij welke tegel op het perron we moeten staan. De deur van de eerste klas is dan nog maar ÇÇn stap.’
Normaal staan eersteklassers als Engelsen in de rij op het perron en laten elkaar beleefd voorgaan. Maar is het druk, zoals op het station in Den Bosch om acht uur, dan veranderen eersteklassers in tweedeklassers. Dan moeten ook zij zich breed maken voor de deur en dringen en duwen voor een zitplaats. De prijs voor beleefdheid is staan. 'Een kuddedier’ voelen de Philips-managers zich. 'Het is net Artis. Je leert elkaars gewoonten kennen. Je weet precies wie er bij de Railtender een gevulde koek bestelt.’
De conducteur komt binnen. 'Goedemorgen’, roept hij. Geen respons. Hij loopt terug, en komt opnieuw binnen. 'Goedemorgen heren.’ Hij geeft het antwoord zelf maar: 'Goedemorgen conducteur.’
Doodziek worden hij en zijn collega ervan. De arrogantie van die lui. Ze behandelen de conducteur als een stuk vuil. Hun service - conducteurs zijn tegenwoordig geen kaartjesknipper meer maar 'gastheer’ - wordt niet op prijs gesteld. 'Ze lezen de krant en leggen hun kaartje op tafel. Kom je controleren, dan kijken ze niet op of om. Het vervoerbewijs moet je zelf maar zoeken.’
De ergsten zijn de 'negen tot vijf-baasjes’ met een eersteklaskaart betaald door de baas, vinden de conducteurs. 'De mannen die net een streepje hoger staan dan wij. Die voor de sier de NRC lezen, of zo'n Engels blaadje, de Wall Street Journal. Allemaal kapsones.’
Dat zijn de stressers. De kantoorslaven. Vrouwen zitten er bijna niet tussen, en als ze er al zijn, dan is het enige verschil het grijze mantelpakje. Verder zijn ze net zo stug. 'Praten met elkaar doen ze niet. Ons zien ze niet staan, tenzij er iemand in de coupÇ zit die wÇl praat. Dan vragen ze ons die te verwijderen. En ze zaniken tegen ons als ze moeten staan. Jammer meneer, zeggen we dan, u heeft een vervoerbewijs, geen plaatsbewijs.’
De echte grote jongens, uit de top van het bedrijfsleven, die zijn in orde. 'Die hoeven de schijn niet op te houden. Die vertellen over hun zakenreizen, die zitten met ons te ouwehoeren, en ze groeten als we langskomen.’
DE EERSTEKLASREIZIGERS in de stoptrein zijn ook anders, zegt de oudste conducteur. 'Die gasten komen van de dorpen af. Die sleep je mee naar een groot station.’ Ze zijn amicaler, vriendelijker. Maar komt hij dezelfde stoptreinpassagiers in een intercity tegen, dan klappen ze dicht. Lezen ze weer de beurspagina’s in plaats van De Telegraaf.
Smakelijk kunnen de conducteurs lachen als er mensen zitten die er niet eerste klas - pak, stropdas, aktetas - uitzien. 'Als wij binnenkomen zie je de pakken hoopvol naar elkaar seinen: “Die wordt er vast uitgezet”.’
Jurgen (29) realiseert zich dat hij met zijn donkere huid, spijkerbroek en groen T-shirt met korte mouwen uit de toon valt. 'Je ziet zo dat ik niet in een of andere raad van bestuur zit.’ Hij zit op dinsdagochtend even voor achten in de sneltrein naar Den Haag CS. Toch is hij, net als veel van de reizigers in pak, jurist. Hij werkt op interimbasis bij verscheidene sociale diensten in het land.
'Meestal zit ik met drie collega’s in de trein. Doen we alsof we in de tweede zitten. Lekker ouwehoeren.’ Zijn werkgever betaalt de trajectkaart eerste klas. 'Maar binnenkort krijgen we een lease-auto. Jammer.’
Dan gebeurt er iets uitzonderlijks. De jonge man tegenover Jurgen mengt zich in het fluisterend gevoerde gesprek. Ze zitten al maanden samen in dezelfde trein. Nu breekt het ijs. 'Ik heb jou nog nooit met een stropdas om gezien. En waar zijn je collega’s?’ vraagt Nico (33).
Nico heeft een stapel dossiers op schoot. Hij werkt op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. 'Het territoriumgedrag is geinig. De zitplaats wordt afgebakend met grote tassen en jassen.’ Het is de sport om juist op de gebarricadeerde plek te gaan zitten. Om te pesten.’
Maar de gewoonte van elke dag dezelfde trein leidt ook bij Nico en Jurgen tot vaste patronen. Altijd dezelfde stoel, aan het gangpad, en altijd achteruit. 'Wat een getut.’
DIEZELFDE dinsdagochtend, maar dan na de spits. Het is 9.11 uur. Een advertentie op de buitenkant van het treinstel: 'Je dag begint met het AD’. Dat geldt niet voor de eersteklasreizigers naar Utrecht en verder. Hun dinsdag begint, nog steeds, met de zaterdagkaternen van de NRC. Een man leest Manager en literatuur.
Twee mannen en een vrouw zitten luid te praten. Het zijn twee machinisten en een hoofdconductrice op weg naar een vergadering van de vakorganisatie in Utrecht. Eigenlijk mogen ze niet in de eerste, ze hebben een jaarkaart voor de tweede. 'Maar het is een ongeschreven regel dat NS-personeel eerste klas reist.’
Ook al zouden ze willen, ze mogen geen eersteklasjaarkaart. 'Tot een bepaalde salarisschaal is een NS'er verplicht tweede te reizen. Verdient hij meer, dan mag hij eerste.’
De salarisnorm die geldt voor de NS'ers lijkt ook een ongeschreven regel voor de overige eersteklasreizigers. De gemiddelde passagier is jurist, consultant, projectmanager, of heeft een soortgelijke functie met een andere ronkende naam. Dat er ook een paar huisvrouwen zitten, is toeval. Ze hebben een tweedeklasticket naar de Huishoudbeurs. De trein is zo vol, ze m¢esten wel uitwijken naar de eerste.
Een ouder echtpaar zit overdwars op de stoelen en kijkt naar buiten. 'Kijk, wij zijn oud. Wij hebben behoefte aan wat rust en comfort.’ Het ritje naar Utrecht is voor hen een 'feestelijk uitje’. Een nadeel: die bellende zakenlui. 'Z¢ ordinair.’
Twee Unilever-mannen - 'Bassie en Adriaan op tournee’ - reizen altijd samen. Ze vliegen vandaag nog naar Milaan. Als de baas betaalt zitten ze eerste klas. 'Maar privÇ neem ik de tweede. Je betaalt zoveel meer voor een kaartje, en waarvoor? Het enige verschil is dat je meer kans hebt op een zitplaats.’ In Itali‰ krijg je in de trein een jus d'orange en een krantje aangeboden. Spijtig dat 'dat stukje extra service’ ontbreekt bij de NS. 'De KLM doet het toch ook?’
Drie tachtigjarige dames uit Eindhoven zitten 'lekker luxe’ in een coupÇ apart. Ze gaan naar de Keukenhof. Sinds ze hun 60+-kaart hebben reizen z¡j eerste klas. Op een dag vrij reizen kost dat maar twaalfeneenhalve gulden extra. Nee, vroeger gingen ze nooit zo duur. Alleen de jongste van het stel ging per eerste klas op huwelijksreis. 'Naar Nunspeet.’
WOENSDAGOCHTEND, 8.50 uur. In de dubbeldekker van Den Haag CS naar Lelystad zit het prototype eersteklasreiziger. De man, rond de veertig, in grijs pak, heeft de vierzitsbank omgebouwd tot kantoor. Op de bank tegenover hem zijn koffer. De laptop op schoot. Op de zitplaats naast hem de agenda, de pennenset en zijn jas. Tussen de banken een opvouwfiets. De mobiele telefoon ligt op het tafeltje. Alleen de secretaresse ontbreekt. Als de conducteur komt, overhandigt de man hem geen OV-kaart, en ook geen treinkaartje, maar een soort creditcard. Udo Smit heeft een abonnement bij Transvision, een dochtermaatschappij van de NS. 'Ik stap in de trein, bestel mobiel een reis. Transvision boekt die. En de conducteur kan het via mijn Odyssee-card controleren.’
Smit, manager bij een software house kan er uren over vertellen. Over vervoer op maat, en over het minimaliseren van variabele kosten. Vervoer is voor hem 'een uit de hand gelopen hobby’. 'Een modale lease-auto, een Golfje 4.1 bijvoorbeeld, kost minstens dertienduizend gulden per jaar. Weet je hoeveel keer je van dat geld eerste klas met de trein kunt?’ Maar een OV-jaarkaart is ook niet ideaal, vindt hij. 'Zit je een jaar lang vast aan de trein.’
'Met een Odyssee-kaart kan ik altijd met de trein. Maar wil ik een weekendje naar de Vogezen met m'n vrouw, dan bel ik Transvision en bestel een cabriolet.’ Zelf fietst hij van het station naar het werk. Regent het, dan belt hij hetzelfde bedrijf voor een taxi.
Smit is om. Zijn auto, een 'chique Volvo 440 met leren bekleding en audio-installatie’ heeft hij weggedaan. En wat zo'n abonnement kost? Triomfantelijk grijpt Smit zijn laptop. 'Per maand bespaar ik zo'n zeshonderd gulden.’ Hij heeft een idee: 'Geef de mensen met veel treinkilometers een bonus. Dat ze bijvoorbeeld een weekendje een Porsche met open dak kunnen krijgen.’ Verontschuldigend: 'Ik ben een autofanaat.’
Smit zit altijd boven in de dubbeldekker. 'Kan ik de files bekijken.’ Vertragingen deren hem niet. 'Het interesseert me niet hoe lang ik erover doe. Als ik snel van Den Haag naar Duivendrecht wil, dan moet ik drie keer overstappen. Moet ik mijn werk onderbreken en al mijn spullen weer inpakken.’ Smit neemt de stoptrein, die gaat rechtstreeks, en doet er lekker lang over. Nu alleen nog de telefoon aan de laptop koppelen, dan kan hij ook internetten en mailen vanuit de trein.
De trein arriveert in Duivendrecht. Smit vouwt zijn fiets uit. De telefoon gaat. Een bericht van Transvision. De auto die hij heeft gereserveerd voor komend weekeinde, staat klaar. Hij gaat met vrouw en kinderen op stap, en voor gezinsuitjes kiest hij altijd een ruime wagen. Dit keer een multi purpose vehicle.
DE LAATSTE trein. Een psychiater bladert door congresstukken van die dag. Twee schooldecanen praten na over de vergadering, waarin 'baanbrekende beslissingen’ zijn genomen. De eerste klas in de intercitytrein uit Maastricht, vertrek om 21.31 uur. De reis loopt via Eindhoven, Den Bosch en Utrecht naar Amsterdam, eindbestemming Haarlem.
De trein op dit 'halsslagadertraject’ is twaalf wagons lang. Drie daarvan zijn bedoeld voor mensen die vijfenvijftig procent meer voor hun kaartje betalen. Op dit late uur zijn de eersteklascompartimenten nagenoeg leeg.
Vier mannen, drie uit Israel en ÇÇn Nederlandse Chinees, spelen een potje backgammon in een afgesloten werkcoupÇ. Ze zijn voor 'business’ in Nederland. Als de ongenode gast vraagt naar de aard van hun 'business’, ontsteekt de Chinees in woede. Hun duurbetaalde privacy wordt geschonden.
Een Amsterdammer met recht omhoogstaande grijze haren knikkebolt op de cadans van de trein. Hij komt terug uit Belgi‰, waar hij de laatste hand heeft gelegd aan een boek over Erik de Noorman. Sinds de komst van de walkman reist h¡j eerste klas. Het liefst zat hij in een grote Amerikaanse slee met airconditioning, maar helaas. Hij heeft geen rijbewijs.
Hij ergert zich aan de tweedeklasreizigers: 'Poten op de bank, tassen in het gangpad, en een herrieding op hun kop.’ De mentaliteit van de tweedeklasser, of liever de samenleving in het algemeen, is verruwd, vindt hij. Voor rust, comfort, privacy en veiligheid betaalt hij graag wat extra.
De trein passeert naargeestig verlichte stations en arriveert precies om middernacht op station Amsterdam Amstel. Over zes uur zal de trein weer vertrekken richting Eindhoven.