TONEEL

Een wieg in de tuin

Expats

De vertelling van Expats door Het Toneel Speelt (tekst: Peter van de Witte, regie: Mark Rietman) voltrekt zich in vijf delen. In de twee openingsscènes wordt duidelijk waar we zijn (chique woning van een jong zakenechtpaar in Peking) en wie wie is. De vlotte zakenman Thomas (34) is van het type ruwe-bolster-géén-pit, zijn assertiviteitszaadleidertjes heeft hij al een poosje geleden laten doorknippen. Zijn vriendin Barber (29) houdt niet van China en met name niet van de Pekinese zomers, ze verbiedt het binnenshuis roken omdat ze zwanger wil worden en paft zelf als een schoorsteen in de binnentuin. Als de conversatie iets te gecompliceerd wordt roept ze hard ‘kanker’ in de veronderstelling dat de wereld daar eenvoudiger van wordt. Van het bezoekende echtpaar heeft Mark (35) bij zijn politieke correctheid het verkeerde beroep gekozen (journalist), zijn vriendin Ellen (37) nadert met rasse schreden een vroeg intredende menopauze en lijdt overduidelijk aan verschijnselen van borderline. De meegekomen Pim (34) heeft last van een lat-relatie ver overzee, van overgewicht en een imagoprobleem. Dan is er nog Clyve (34), een Amerikaan die Chinees heeft gestudeerd en Engels spreekt. De Chinese mevrouw Li Chou (50) voorziet iedereen van drankjes en hapjes. In de voorstelling doet zij ook een Hans Klok-act, maar misschien heb ik dat niet of verkeerd begrepen.
De beide openingsscènes van Expats ambiëren conversation pieces te zijn, met opwaaiende veenbrandjes als attractie. Aan het eind van de tweede scène wordt in de binnentuin een wieg ontdekt met een te vondeling gelegde baby. Binnen tien pagina’s maakt Clyve een opmerking over de beroerde toekomstverwachtingen van de baby en vertrekt om op onderzoek uit te gaan. Clyve’s opmerking wordt, mensenrechtentechnisch gezien, verkeerd begrepen en leidt tot een plotwending die Hitchcock suggereert, maar in feite bespottelijk is: in deel drie wordt besloten de baby te doden. In deel vier wordt gesuggereerd dat die klus is geklaard en nuttigt men, duidelijk aangedaan, een Chinese maaltijd. Na weer twintig pagina’s keert Clyve terug: hij heeft de ouders gevonden en wil de baby terugbrengen. Resteren nog dertien pagina’s voor deel vijf. Daarover verklap ik maar niks meer.
Expats is drama gemaakt volgens de Black & Decker-dramaturgie: van dik hout zaagt men een verhaal met de subtiliteit van spoorbielsen. Verder wordt iemand opgevoerd die iedereen dwingt voortdurend Engels te praten, waarna een dom vrouwtje op pagina 108 zegt: 'Ik word echt doodmoe van dat Engels de hele tijd’ - die humor dus.
Ik ben voor alle zekerheid een tweede keer gaan kijken te midden van overigens enthousiast en jong publiek. De somberaars onder ons hebben de metaforische kracht van de vertelling klaarblijkelijk gemist. Vinden de makers. De al dan niet dode baby staat voor de laatste restjes vooruitgangsoptimisme en is derhalve een mirror to nature, zoals elk goed theater zou moeten zijn, aldus actrice Lies Visschedijk in een interview. Maar dat is nou precies het probleem. Dit stuk strompelt voort middels een prikbordendramaturgie en de machteloze conversatietoontjes van de mindere soapserie. Allemaal niks mis mee, van mij mag het, bak er desnoods een feuilleton van in afleveringen, bouw er voor mijn part een theater omheen, exploiteer het een seizoen lang, compleet met tjap-tjoimaaltijden in de zaal. Maar zullen we afspreken dat we het niet het-toneel-speelt zullen noemen? En zullen we Hamlet en Shakespeare erbuiten laten, Lies Visschedijk! En de volgende keer misschien nog één keertje extra lezen samen. En daarna de auteur een paar maanden naar zijn schrijfhuis terugsturen?

Expats staat volgende week nog drie avonden in de Haarlemse schouwburg, en van 28 maart t/m 3 april in het Amsterdamse DeLaMar Theater