Een witte kerst

Voor de wet is hun positie er stukken beter op geworden, maar echt veilig voelen zwarten zich nog niet in Zuid- Afrika. Al was het alleen maar vanwege de laatste rage onder verwarde blanke mannen: ‘de decemberjacht’.
DE ZON SCHIJNT, de hemel is blauw. Een zwarte man met een wit schortje voor serveert glazen vruchtensap aan blanke mevrouwen langs de kant van het zwembad. Aan mijn tafeltje is het ook een zwarte man die de koffie inschenkt; een andere zwarte man schuift de tuinstoelen aan. Het gazon van het Country Hotel in Magaliesburg is een oase van vogelgetjilp en soezerige ontspanning. Behalve voor de zwarte mannen aan mijn tafeltje. Ze zijn net gemeenteraadsleden geworden, al werken ze nog steeds voor de blanken van Magaliesburg en worden ze soms nog aangesproken met boy. Aarzelend beginnen ze te praten over dat ene probleem waar ze, nu ze officieel dorpsbestuurders zijn, iets aan zouden willen doen: het decemberjagen, ook wel white christmas, zoals de blanken het noemen. Opmerkelijk genoeg bestaat het verschijnsel, zeggen ze, pas sinds een jaar of vijf.

Sinds Mandela’s vrijlating en het begin van de verandering in Zuid-Afrika dus, kan het je als zwarte in deze tijd van het jaar gebeuren dat je, als je na zonsondergang nog op straat bent, gevolgd wordt door een auto vol blanke mannen en dat er dan op je geschoten wordt. Vorig jaar was het bestelwagenkoerier Pule van de slagerij die een kogel in zijn rug kreeg toen hij in de schemering van zijn werk naar de hoofdstraat wandelde. Pule werkt nog steeds voor de slagerij, maar nu, als kreupele, op halve kracht voor een half salaris.
Waarom die blanken dat deden? Het antwoord is steeds hetzelfde: men weet het niet, men weet alleen dat het gebeurt. En dat het de laatste jaren steeds erger wordt. Het nieuwe raadslid Steven Mahasha, nog keurig rechtop in livrei zoals het een restaurantmanager van een luxe hotel betaamt, legt uit dat de daders van vorig jaar kerstmis nogal dronken waren. ‘They were happy’, besluit hij, 'they were having fun.’
Ook in deze decembermaand zijn er al slachtoffers gevallen. De zoon van Abie Moketsi werd neergeschoten tijdens een bruiloft van blanken, een week of twee geleden. De jongen van het pompstation werd door een blanke automobilist door het autoraampje vastgegrepen en tweehonderd meter meegesleurd. En Serame Petrus Molefe, een landarbeider van boer Hendriks, werd door Hendriks ’s nachts wakker gemaakt met een pistoolschot door de vloer van zijn hut, meegenomen naar de boerderij en daar met een loden pijp bewerkt.
In alle drie de gevallen waren de daders flink boven hun theewater. 'Ze kiezen december uit om zich af te reageren’, zegt Joseph Nkomo, voorzitter van het plaatselijke ANC, 'omdat ze weten dat wij dan ook veel drinken. Dus dan kunnen ze zeggen dat de klager niet weet wat hij zegt.’ Dat is ook een verschil met vroeger: tegenwoordig hebben de blanken van Magaliesburg een excuus nodig. Want tegenwoordig kunnen zwarten naar de politie gaan.
HET IS GROTENDEELS te danken aan de nieuwe Transvaalse minister van politie, de kleine, township-geharde Jessie Duarte, dat er iets begint te veranderen in het plaatselijke politieapparaat. Om te beginnen verplichtte zij de politie tot de oprichting van plaatselijke Community Police Forums, waardoor de zwarte community een vinger in de pap van de kapiteins Botha en kolonels Oosthuizens zou kunnen krijgen. Vervolgens hield zij de notulen van genoemde forums nauwlettend in de gaten. Daarbij viel het haar op dat Magaliesburg als vanouds uitsluitend over veediefstal en openbare dronkenschap van zwarten berichtte. Ze kreeg argwaan en belde het plaatselijke ANC. Dat had nog nooit van het forum gehoord. Toen het dan voorzichtig de enige blanke ANC'er van Magaliesburg, Con Cloete, naar een forumvergadering afvaardigde, trof deze 'een vergadering aan waar zeventien boeren het met elkaar eens zaten te wezen. De twee zwarten die er ook waren, waren werknemers die door hun eigen bazen mee waren genomen. En die deden natuurlijk geen mond open.’ Sindsdien houdt de nog jonge ANC-afdeling zelf vergaderingen met de politie.
'Er zijn tekenen dat er nu een campagne is van extreem rechts tegen zwarten die zich beginnen te roeren’, vertelt Cloete, die als massieve, bebaarde blanke nog wel eens wordt bezocht door Afrikaanse Weerstands Beweging- achtige types die er ongeveer hetzelfde uitzien en dus vinden dat hij eigenlijk bij hen hoort. 'Ze praten met me over mijn veiligheid. Ze zeggen natuurlijk niet dat ze AWB'ers zijn, maar dat weet je.’ Van een van hen weet hij het zeker, want die heeft het hem verteld. 'Op dorpsfeesten en partijen zie je al die mannen, boeren, AWB-types en politieagenten, met elkaar de politiek bespreken. Daar krijg je toch niet echt een veilig gevoel van.’
Het nieuwe gemeenteraadslid Thandiwe Patricia Taffa (ook ANC) kreeg kortgeleden telefonisch van een blanke-mannenstem te horen dat ze moest ophouden 'met haar nonsens’, anders kreeg ze een kogel door haar hoofd. Op de achtergrond had mannengelach geklonken. Een andere ANC'er werd een week of twee geleden opgewacht door twee blanke mannen in een auto met afgeplakte nummerplaten. Met een pistool tegen zijn hoofd deelden ze hem mee dat hij 'moest ophouden boeren lastig te vallen over de manier waarop ze hun werknemers behandelen’. De man had kort daarvoor het Leger des Heils gebeld met een verzoek om steun voor een familie die door een boer van zijn land was gezet.
In het licht van dit alles begonnen de zwarten van Magaliesburg zich in november al zorgen te maken over een dit jaar wellicht verhevigde vorm van 'decemberjacht’. Op een vergadering die vervolgens op verzoek van het ANC plaatsvond met vertegenwoordigers van de diverse politiekorpsen in de omtrekt, gaf de politiecommissaris van het belendende Tarlton schouderophalend toe dat 'de boeren in december natuurlijk wel eens ’s avonds uit jagen gaan - op konijnen en zo’. 'Hij zei erbij dat dan soms, in het donker, per ongeluk ook wel mensen worden geraakt’, vertelt Nkomo. 'En dat de politie zou patrouilleren om dat gevaar te verminderen.’
ROND HET COUNTRY Hotel liggen pittoreske landerijen, een kindervakantieoord en een holiday resort dat Camp David heet. De op verkeersborden en slagbomen gespoten AWB- en Volksstaat-slogans beginnen pas buiten het hotelterrein, aan de half geasfalteerde zandweg. De zwarte vrouw die onze auto’s tegemoet komt lopen, kijkt blanco voor zich uit tot ze Nkomo en Cloete herkent. Het is Thandiwe Taffa, hun collega, die onlangs het dreigtelefoontje ontving. 'Dit is hier mijn vaderland’, had de blanke stem aan de telefoon gezegd, vertelt de tengere, vijfentwintigjarige vrouw. Ze glimlacht. 'Maar de blanken moeten leren begrijpen that we can lead them.’
Of er ook een blanke is met wie te praten valt? 'Barry Nichol’, zegt Joseph Nkomo. 'Hij heeft dat forum opgericht waar wij buiten werden gehouden. Maar hij doet nu zijn best onze medewerking te krijgen.’ We besluiten dus een bezoek te brengen aan de boerderij waar Nichol zijn vee- en hondenfokkerij heeft.
Barry Nichol, volgens zijn visitekaartje township development consultant, is een joviale, zilverharige man van een jaar of zestig. In het kamertje waar hij ons ontvangt staan trofeeen voor zijn fokresultaten en op de vensterbank straalt een zilverkleurige naamplaat van 'commandant Nichol’. Barry was, legt hij uit, commandant in de Citizen Force van het leger.
'Daarom ben ik het ook die samen met de politie een Community Police Force begonnen is. Ik ben altijd al community-minded geweest.’
Het ANC-raadslid Con Cloete vraagt Nichol dan, even terzijde, of hij misschien iets weet van de grote hoeveelheden vermiste R4-geweren van de Citizen Force. Het gerucht gaat dat individuele ex-leden op het platteland de wapens in hun garages en schuurtjes hebben opgeslagen. Maar daar weet Barry Nichol niets van. Op zijn beurt wil hij graag weten of het ANC nu deel gaat nemen aan zijn forum. Voorzichtig zegt Joseph Nkomo dat een democratisch forum eigenijk verkozen zou moeten worden uit alle burgers van Magaliesburg, maar Nichol vindt dat onzin. 'Tot nu toe nemen we alle beslissingen unaniem, in consensus’, zegt hij trots. Er is volgens hem helemaal geen behoefte aan meerderheidsgedoe. Dat een individuele zwarte bang zou zijn om zijn mond open te doen op een forum van bazen - goed, dat kan, geeft hij toe, al lijkt hem dat eigenlijk wat overdreven. Wat er dan voor klachten zijn? Geweld van blanken? Nu kijkt Nichol bepaald verbluft: 'Daar heeft geen zwarte die ik ken ooit iets van gezegd. Niemand heeft op mijn forum ooit een klacht ingediend.’ Cloete noemt een aantal voorvallen, die Nichol bij nader inzien wel kent. 'Ja’, zegt hij dan, 'maar laatst werd een blanke vrouw verkracht door een zwarte man. En een van mijn werknemers werd aangereden door een zwarte. Zo gebeurt er de hele tijd wel wat.’
Er wordt een tijdje gezwegen. Pas als ik glimlachend vraag of er toch misschien iets waar zou kunnen zijn van het verhaal dat sommige blanken wellicht agressief gedrag vertonen tegenover sommige zwarten, vooral in deze onzekere tijden, breekt er iets in Nichols joviale masker. 'Natuurlijk, dat bestaat’, zegt hij. 'Maar die mensen zeggen natuurlijk niets tegen mij. Ik ben Engels, niet Afrikaans. Ik ga niet naar hun kerk.’ En vervolgens legt hij omstandig uit dat hij persoonlijk 'geen verschil maakt tussen zwart, wit of groen’.
Dan komen twee politieagenten het gazon opwandelen. Nichol heeft, zo blijkt, hen verzocht een aantal net gearriveerde dakloze zwarten van zijn grond te verwijderen en de agenten willen weten waar ze precies zitten. Joseph Nkomo grijpt in: hij is voorzitter van de gemeenteraad en er wordt hier niet zomaar ontruimd, zegt hij. Eerst verstoord, maar dan plots zich Nkomo’s nieuwe positie herinnerend, breken de blanken hun onderlinge gesprek af en waarachtig, ze richten zich voor consultatie tot de zwarte.
Bij het afscheid is iedereen het erover eens: zo'n goed gesprek tussen blank en zwart heeft in Magaliesburg nog maar zelden plaatsgevonden. Of de boeren die Nichol vertegenwoordigt ook aan deze vernieuwing zullen willen meewerken? 'Moeilijk’, bromt Nichol: 'They don’t want to get involved.’ Hij geeft toe dat er achter al die boerderijhekken heel wat angst en wantrouwen broeit. Maar van de door Cloete gesuggereerde 'vernieuwingscursussen’ moet hij niets hebben. Alsof je vrije burgers tot heropvoeding kunt verplichten! Op de terugweg vraagt Joseph Nkomo zich af of hij niet een beetje onbeleefd is geweest.
Op de boerderij van Hendriks - de man die Serame Molefe met een loden pijp het ziekenhuis in sloeg - zoeken we naar zowel het slachtoffer als de dader. Er moet toestemming gevraagd worden aan de voorman, een getaande poor white van rond de dertig, die geduldig luistert naar ons verzoek om both sides of the story. Hij slaat zijn ogen neer en knikt, als een beschaamd bewoner van een huis dat de vuile was nu onherroepelijk buiten heeft hangen. Hij roept een zwarte die Molefe moet gaan halen.
Of hij veel problemen met absenteisme heeft op het bedrijf, vraag ik hem in de tussentijd, want naar verluidt heeft Hendriks Molefe geslagen omdat hij die dag niet op het werk was verschenen, daarbij niet gehinderd door het feit dat het Molefe’s vrije dag was. Ja, zucht de voorman, soms zijn er lui die drie dagen werken en nooit meer terugkomen, niet eens voor hun loon. Waarom ze hun loon niet meer willen hebben? Nee, dat weet hij niet. Hij ziet er ook niet uit alsof hij wakker ligt van die vraag.
De zwarte die dan op ons toe komt lopen is Paulina Lepeng, de vrouw van Molefe. Ze zegt dat ze niet weet waar hij is. Het laatste wat ze van de zaak gemerkt heeft, is dat boer Hendriks de vorige dag naar hun hut is gekomen om haar man mee te nemen naar de politie, om hem de aanklacht te laten intrekken. Of hij dat gedaan heeft? Ze dacht het niet. Ze staat wat te lachen, alsof het raar is om zo uitgebreid te praten over zoiets. Zelf heeft ze een fikse buil op haar hoofd en littekens overal op haar tanige, stoffige lijf. Boer Hendriks is er ook al niet. De voorman geeft ons een telefoonnummer en schrijft Hendriks voornaam voor ons op: Werner. Naar Werner Hendriks moeten we vragen. Want hij heeft ook een broer, die voor de Nationale Partij in de gemeenteraad zit.
In het ANC-kantoor in de hoofdstraat is inmiddels Serame Petrus Molefe gearriveerd. De tengere zesendertigjarige heeft hechtingen op zijn hoofd, een kreupel been en een starende blik in zijn ogen. Molefe kent boer Hendriks al zesendertig jaar, zegt hij, want hij is op Hendriks’ boerderij geboren. Boer Hendriks is 'best een goede man’, als hij niet gewelddadig is, vindt Molefe, maar natuurlijk heeft geweld in hun relatie wel altijd een rol gespeeld.
Het eerste wat hij zich daaromtrent herinnert is hoe de blanke jongens toen ze tieners werden auto’s kregen. Toen begonnen ze de zwarte kinderen voor de lol achterna te zitten, vetelt hij. Sindsdien is rennen en wegduiken gewoon. Maar nu heeft hij dan een aanklacht ingediend. En die aanklacht trekt hij niet meer in, al heeft boer Hendriks hem een loonsverhoging van honderd procent beloofd. Hendriks heeft hem al eerder zonder reden in elkaar getremd. Dat was vorig jaar december. 'Hij wil helemaal niet meer voor Hendriks werken’, vertaalt Taffa. 'Hij eist schadevergoeding en pensioengeld.’
HET LEVEN VAN Serame Molefe loopt, weet ik als we wegrijden, misschien wel meer dan ooit gevaar. De veranderende relaties op het platteland doen denken aan wat er vaak gebeurt als een mishandelde vrouw een scheiding aanvraagt: zij heeft weliswaar de instanties aan haar zijde, maar hij heeft nog steeds zijn vuisten en als hij ten onder gaat, dan moet zij maar mee. Con Cloete illustreert deze geestesgesteldheid met het verhaal van de AWB'er die hem ooit bekende dat hij en zijn vrouw na AWB-bijeenkomsten waar het zwarte armageddon werd afgekondigd, altijd de neiging hadden zich van kant te maken. Maar nu hij bij Cloete thuis een aantal keurige zwarte kinderen ontmoet had, had hij weer hoop. 'Die lui moeten het nieuwe Zuid- Afrika in worden gesleurd’, zegt Cloete. 'Maar hoe krijg je ze daar?’
In de dagen die volgen laat ik boodschap na boodschap achter voor boer Hendriks. Ik repeteer in gedachten tientallen keren wat een mens tegen hem kan zeggen; dat hij niet alles wat hij heeft opgebouwd kapot moet maken; dat hij eens over zijn angsten zou moeten leren praten; dat het misschien zo erg nog niet is. Maar vooralsnog reageert boer Hendriks niet.
TOCH IS ER HOOP, zo blijkt als ik na kerst en nieuwjaar nog eens met mijn gesprekspartners uit Magaliesburg bel om te horen hoe de feestdagen verlopen zijn.
'Het was heerlijk rustig’, zegt een opgeluchte Steven Mahasha, die daarmee meer op de landwegen doelt dan op zijn eigen kerstweek, want in de blanke toeristenoorden is gewoon doorgewerkt. 'We hebben ’s avonds nog rondgereden om de boel in de gaten te houden, maar er gebeurde niets.’ Alleen de vrijdag voor Kerstmis was er een incident: een boer schoot zijn tuinman in de knie omdat deze volgens hem de tuin had verwaarloosd. 'Maar dat was alles’, zegt Mahasha. 'Er is niet gejaagd.’
Dat de boeren dit jaar van hun 'sport’ hebben afgezien, is volgens Mahasha geheel en al te danken aan minister Jessie Duarte, die wat hem betreft de titel heldin van zwart Magaliesburg dragen mag. 'Ze kwam hier nog vlak voor kerst om de politiecommandanten te waarschuwen - wat zeg ik, waarschuwen; ze zat ze gewoon te bevelen! Dat ze moesten patrouilleren en dat ze, als er toch iets illegaals zou gebeuren, wel eens wat zouden meemaken!’ Mahasha kan er nog niet over uit: 'Niet alleen de politie, ook wij van het ANC zaten te beven.’
Er werd tussen kerst en nieuwjaar dan ook zeer hevig gepatrouilleerd in Magaliesburg. 'Zelfs helikopters waakten over ons’, verzucht Mahasha alsof hij het over engelen uit de hemel heeft. 'We had a wonderful Christmas.’