Toneel: Amor fati

Een woeste registratie

Alexander Brouwer als ‘de poppenspeler’ ®, Harriët Stroet als Fati en Sky Lemmer (l) als Amor in Amor fati © werkplaats walhalla

‘Zo, dit voelt goed, zeg!’ verzucht na het opzwepende, meerstemmige zeemanslied uit het begin van Amor fati de ruige zanger van de vierkoppige band De Noormannen. ‘Dat ik eindelijk weer eens muziek kan maken voor eh…’ Je verwacht dat hij ‘publiek’ gaat zeggen, maar met een duivels lachje zegt hij: ‘…geld’. Publiek is er namelijk niet. Dat is het hele punt. Amor fati is de kerstshow die het Rotterdamse theater Walhalla in december zou hebben uitgebracht. Ze hadden er zelfs een loods voor afgehuurd om het publiek op anderhalve meter te kunnen ontvangen, zegt zanger Flip Noorman die tevens de verteller is, én de schrijver, én de componist van het eigentijdse muzikale sprookje.

Hij is intussen close in beeld. Te close, alsof hij een vlogger is. Heeft zelf de camera ter hand genomen voor een rondleiding door de grote, kale ruimte. Wijst in het duister theaterregisseur Arnon Luijten aan, met wie hij het project bedacht en die nu achter een camera staat. Hadden ze alles moeten cancellen toen de tweede coronagolf roet in het eten gooide? Nadat ze telkens ‘het script, de vorm, de locatie en de begroting’ hadden aangepast? (‘Men riep steeds dat kunst troost biedt’, zegt de vloggende verteller. ‘Maar wie troost de kunstenaar?’) Afzeggen zou bovendien vreemd zijn voor een project met de titel Amor fati, oftewel ‘Heb het lot lief.’

De omarming van het corona-lot leverde een spectaculaire, meeslepende ‘theatrale thuisbelevenis’ op. Geen amechtige livestream uit een leeg theater die de nodige fantasie vereist van het internetpubliek, maar een woeste registratie die het beste combineert van theater op locatie en een uitgekiende verfilming. Deze gebeurtenis meemaken vanuit huis heeft in de winter ook zo z’n voordelen, houdt de duivelse verteller de thuiskijkers voor. ‘U zit lekker warm thuis, dus niet zeiken hè? Hier is het fucking koud. Laten we muziek maken om het warm te krijgen!’

Prachtig in beeld gebracht is alleen al het beginbeeld. Een enorme zeepbel daalt hemels belicht neer onder omineuze sciencefictionklanken, alsof het een ufo is. Die zeepbel, dat is de liefde. Een ouderwets geklede jongeman, later geïntroduceerd als ‘de poppenspeler’, vangt de liefdesbel in zijn open handen. Twee vrouwelijke gratiën betwisten elkaar om de levensduur van zijn illusie. Amor is een sensueel wezen (zangeres Sky Lemmer) dat de zeepbel van de liefdeszoeker hoop inblaast. Fati is een heerlijk zwartgallige Harriët Stroet. In een lied over een ‘ballonjongen’ en een ‘spijkermeid’ prikt zij de zeepbellen door. Begint de poppenspeler, kwetsbaar neergezet door Alexander Brouwer, over een prins die een prinses wakker kust, dan haalt zij MeToo erbij. In de filmmontage denkt hij Amor te kussen, maar kijkt hij ineens in de ogen van het lot. Huidhonger, het ongeremd delen van organismen, en het grote onvermogen van de kunstenaar die ineens marginaal bleek te zijn: het komt allemaal terug in deze woeste revue. De moraal van dit heerlijke kerstsprookje, dat nog heel januari te bekijken is: we waren vergeten om bescheiden te zijn.


T/m 31 januari online te zien, theaterwalhalla.nl