Een wolletje

Ze zijn een modern stel.

Ik zou ze intellectuelen noemen; beiden zijn academisch gevormd, lezen hun literatuurtje en krantje, weten welke tentoonstellingen er in de musea bezocht moeten worden en vinden het fijn om te discussiëren over de problemen van deze tijd.

Toch lijkt het wel of ze niet weten wat liefde is.

Ik weet dat ook niet. Maar zij suggereren dat ze daar verstand van hebben.

‘We zijn dol op elkaar!’

Moderne opvattingen sluipen hun relatie binnen.

Geen vlees, geen suiker, zorgen over het milieu dus er moeten grote uitgaven aan het huis worden gedaan.

Mijn eigen dochter en haar vriend hebben dat ook, maar die zijn niet zo rigide.

Deze lieden wel.

En het is net of ze elkaar continu examen afnemen.

‘Heb je wel gekeken hoeveel suiker er in deze jam zit?’

‘Volgens mij is dat door kinderhandjes gemaakt in India.’

‘Schat, heb je gelezen hoe we een bijenhotel op ons balkon kunnen maken?’

‘Ik heb nooit gedacht dat ik om de politiek zou moeten huilen, maar ik heb dat verleden week toch gedaan toen ik hoorde hoe er over het klimaat werd gesproken. Jij keek er ongeëmotioneerd naar, dacht ik.’

‘Facebook is gevaarlijk toch?’

Ik zie hoe de een het heeft afgelegd – iets wat je altijd in een relatie ziet.

Eén wint, de ander levert in.

Wie wint is meestal toch degeen met het meeste geld.

Hij wint dus.

Maar de laatste tijd wint zij.

De nieuwe emancipatiegolf geeft haar wapens om terug te vechten.

De beste ­garantie voor een lang ­huwelijk is dat de een totaal afhankelijk is van de ander

‘Jullie kantoor is echt een mannenwereld.’

‘We kunnen gewoon geen goede vrouwen vinden.’

‘Jezus Christus, moeten we anno 2019 het hier nog over hebben?’

‘Het is echt zo!’

Hij legt het af.

‘Al die recensenten kunnen wel gelijk hebben dat het maar literatuur is, maar ik heb geen zin in al die boeken waarin mannen de hoofdrol spelen.’

‘Maar het gaat toch om hoe het geschreven is, schatje?’

‘Ik heb gewoon geen zin in al die mannenprobleempjes.’

Het vreemde is dat ik bij deze gesprekken aanwezig ben. Als vriend van de familie. Ik word er daarom goddank niet in betrokken.

Hun verhouding is een wolletje dat aan het vervilten is.

In zijn hoofd wordt alvast een klein leger klaargezet dat wraak moet nemen voor de subtiele nederlagen. Het ergst zijn trouwens haar overwinningen van het morele gelijk. Iedere keer als zij het ‘juist’ heeft, leidt hij een paar soldaten op.

Soms kijkt hij of er al een paar aan het kwartier maken zijn.

Elk decennium verandert overigens de opvatting over wat liefde is. Nooit is er sprake van gelijkwaardigheid en altijd lijdt een van de partners aan schuldgevoel. Schuldgevoel moet een onzichtbare balans in een verhouding in evenwicht houden. Wie zegt dat ze na al die jaren nog een goed huwelijk hebben, heeft dat sinds een paar jaar of liegt. Meestal liegen ze.

De beste garantie voor een lang huwelijk is dat de een totaal afhankelijk is van de ander.

Het stel gaat binnenkort naar het buitenland.

Niet naar Frankrijk of Italië. Maar naar Vietnam. Fietsen.

‘Iets meer van de omgeving zien dan de muffigheid hier.’

Ik zeg dat ik dol ben op de Europese muffigheid en dat mijn vakantie me wederom naar Italië voert.

Ik vertel ze over een weduwe die een aantal jaren geleden op het land tussen de olijfbomen een klein hok heeft gemaakt van klei, takken en andere troep waar ze een Mariabeeldje heeft neergezet, een foto van haar man en een rozenkrans. Het hok is afgedekt met een zeil tegen de regen.

Elke dag gaat ze even naar die zelfgemaakte schrijn en gaat op haar knieën en bidt voor haar man.

‘Mooi hoor’, zeggen beiden ontroerd.

Dat ik de anekdote verzon, verzwijg ik.