‘een wonder dat ik er nog ben’

Marguerite Yourcenar maakte hem duidelijk dat hij homoseksueel is, een zin van Yvonne Keuls frustreerde zijn hele seksleven. Ramses Shaffy over seks, geld en drank. En over ouder worden. ‘Ik ben een ouwe lul. Niet mooi genoeg.’
HIJ IS DOL op interviews, vertelt-ie als we samen over de Herengracht lopen. Maar ons interview komt drie weken te vroeg. Nu zal hij moeten zwijgen over wat hem het meest bezighoudt, terwijl hij het eigenlijk wel van de daken zou willen schreeuwen: ‘Je gaat shaken!’ Maar: ‘De contracten zijn nog niet getekend.’ Ik vertel dat ik hem onlangs voor de deur van een uitgever zag staan. ‘Shit!’ roept hij, ‘je weet dus al iets.’

Wij blijken de eerste gasten in het eethuisje De Zoete Inval. Een tafeltje bij het raam. ‘Zullen we drinken?’ vraagt Ramses. Wij laten de wijnen aanrukken en praten over het jaar dat achter hem ligt en dat bepaald niet als beste zijn geschiedenis zal ingaan. Zo succesvol als hij als Don Quichotte was in De man van La Mancha, zo desastreus eindigde zijn nieuwe hoofdrol, vorig jaar, in La cage aux folles. Hij moest voortijdig afhaken. Om gezondheidsredenen, beweerde de pers. Lange stilte. 'Nou, ik viel flauw, ik moest naar het ziekenhuis.’ Hij wijst op zijn voorhoofd. 'Het suisde hier! Ik dank de hemel dat ik er nog ben. Ik ben aan iets ontsnapt, zeg!’ Dan, rustig: 'Maar goed, dat was een abrupte eh… hele moeilijke beslissing. Het hele jaar lag ineens braak!’ Wat te doen? Reizen: Turkije, India, hij is net twee weken uit Mexico terug. Een vlucht, ja: 'Ik wilde van Amsterdam weg. Ik was bang voor mijn verloedering. Als ik niet werk, als ik niet de verantwoordelijkheid heb voor een voorstelling, kan ik me suf gaan drinken. Ik wilde ook weg van de verantwoordelijkheid voor mijn vriendenkring. Veel lagen in het ziekenhuis, twee seropositief, eentje naar een verzorgingstehuis, een vroegere geliefde kwam onder een tram…’
JA, ER WAREN gedachten aan zelfmoord. 'Ik heb het gevoel dat mijn vorige levens allemaal geeindigd zijn met zelfmoord en dat het in dit leven mijn opdracht is om het niet te doen - behalve als ik helemaal crepeer. Dan zal ik euthanasie aanvragen. Ik moet nodig lid worden van die vereniging.’ Lachend: 'Dat zijn van die dingen die ik laat sloffen.’
De avond schemert al. Shaffy kijkt niet naar buiten - te druk met herinneren, met zijn verbazing over het feit dat hij nog leeft: 'Het is een wonder dat ik hier nog zit en dat mijn stem het nog zo goed doet - met al die sigaretten, drank en weet ik veel. Dat heeft te maken met mijn genen. Ik ben een halve Rus en Russen zijn ijzersterk.
Ik was vijftien, ik kwam bij mijn eigen moeder in Brussel, in haar pension. Ze had niks met alcohol, ik heb haar nooit een glas zien drinken, maar die keer heeft ze wodka, nee whisky voor mij geschonken. Ik leeg bedremmeld mijn glas, mijn moeder zegt: “Kan je niet eens drinken?!” Dat was mijn eerste confrontatie met drank - ik was in het goede Leidse milieu van mijn pleegouders opgegroeid. Maar ik drink thuis heel weinig. Ik moet echt in de kroeg zijn, onder de mensen, op feesten en partijen. Dan vind ik het heerlijk. Het is voor mij een natuurlijke behoefte om in een roes te raken.’
Had hij meer kunnen bereiken zonder die drank? 'Dat heeft geen zin, is speculatie. Ik heb er wel een slechte reputatie mee opgebouwd. Men zegt dat ik altijd te laat kom - ook al ben ik meer dan twintig jaar nooit meer te laat gekomen.’
Heeft hij het gevoel zijn talenten optimaal te hebben gebruikt?
'Nee.’ Hij leunt voor het eerst achterover. 'Helemaal niet. Ik had veel gerichter kunnen zijn, veel bezetener ook. Bijvoorbeeld met schilderen. Of met piano spelen. En als toneelspeler had ik veel gerichter… al die dingen. Ik heb van alles wat gedaan, met plezier, en dat was mijn leven en van niemand anders. Ik heb mijn talenten gebruikt op een manier die ik best vind.’
Sylvia de Leur komt binnen. Ze gaat aan een tafeltje zitten in afwachting van de komst van Shaffy, met wie ze zal eten.
'Op een gegeven moment heb ik de drank drie jaar laten staan. Het goeie is dat je geen kater meer hebt, dat je niet nachtenlang doorlazert en de dag erna alleen maar in bed ligt. Dat zijn de trekken van een alcoholicus. En ik ben alcoholist. Maandag is voor mij altijd anders dan de dinsdag, begrijp je? In die drie jaar zonder drank stond mijn sociale leven op een heel laag pitje. Geen cafes meer, want ik vind het vervelend om in cafes te komen als je niet mag drinken. Mensen in een cafe die niet drinken, die vind ik ook vervelend. Zulke mensen maken me zenuwachtig. Drank heeft voor mij echt een sociale functie. Zoals nu: ik vind het fijn om te praten met een glas wijn erbij.’
Van de bitterballen en portie kaas die ik laat aanrukken, neemt hij geen hap: 'Ik moet nog eten.’
'Ik heb honger!’ roept Sylvia de Leur ons toe.
'IK WEET NIETS van leeftijd. Ik was achter in de veertig toen ik hoorde dat Yves Montand een come-back had gemaakt - op z'n zestigste. Dat vond ik al heel oud en fantastisch. Nou, ik ben nu 62 maar ik heb niets met glorieuze come-backs. Bij mij gaat het altijd door. Je merkt het ouder worden wel in je seksleven. Omdat ik alleen leef, ga ik er niet meer op uit, ik ga niet meer op jacht - omdat ik vind dat ik een ouwe lul ben. Ik vind mezelf ook niet mooi genoeg.’
Dat is toch bullshit, zeg ik, als ouderen denken dat ze niet aantrekkelijk meer zijn.
'Ja, het is vreemd, maar het is een kant van homoseksualiteit. Vrouwen zijn tegenover mannen veel royaler. Als ik een superhetero zou zijn, dan had ik niet te klagen. Homo’s zijn uit op uiterlijk en op jeugd.’ Hij ook? 'Ik val op jongeren. Al mijn geliefden waren 21 toen het begon. Joop was 21, ik was 25. Wij hebben ongeveer tien jaar met elkaar geleefd.’ Somt nu alle namen op van zijn geliefden, tot en met de laatste, mr. Mysterious, een verhouding die pas recent is uitgegaan: 'We zijn tot de Mount Everest gegaan. Met hem is de erotische verhouding stopgezet omdat-ie een vriendin heeft.’ Triomfantelijk: 'Hij komt wel morgen bij me logeren!’
'Maar ik kwam nooit zo vaak in het nichtencircuit. Een vriend van me had een nichtenkroeg in de Kerkstraat. Ik dacht laatst: ik kan me daar geen buil aan vallen, ik kan daar rustig binnenkomen. Tot mijn verbazing kreeg ik een aanbod van iemand, dat je denkt, jezus! Heb ik afgeslagen.’
Waarom? 'Aids.’ Daarvoor kun je maatregelen nemen. 'Dat vind ik heel erg vervelend. Tuurlijk heb je de theorie dat een condoom ook heel spannend kan zijn… ’t zit toch allemaal in de mind… het hele seksleven zit hier.’ Hij wijst op zijn voorhoofd. 'Ik heb een pakje condooms dat ik altijd meeneem op vakantie, en ik vind het een treurige zaak dat ik dat hele pakje altijd weer ongeschonden mee terugneem.’ Schatert het uit.
Is die zogenaamde lelijkheid je niet aangepraat?
'Het is me inderdaad aangepraat - in dat stuk Jan Rap en z'n maat van… hoe heet die dame… Yvonne Keuls. Het stuk ging over een opvangtehuis voor ontspoorde kinderen. Een homofiele jongen komt helemaal ontredderd dat huis in: hij was naar bed geweest met een man van zestig. O, is dat zo'n ramp dan, dacht ik. En heel raar, dat heeft mij heel erg gefrustreerd. Dat heb ik nooit vergeten.
Ik ben heel afstandelijk op het ogenblik wat seks en erotiek betreft, heel afstandelijk. Je wordt op een gegeven moment meer een kijker dan een doener. Ik neem het initiatief niet meer. Ik heb een cd gemaakt die heet Alleen als jij mij verleidt. Kijk, als jij mij verleidt, dan ga ik erop in. Maar vroeger verleidde ik jou. Dat is het verschil. Ik heb geen zin in de kater. Mijn vakantiereizen zijn steeds een romance geweest, maar als puntje bij paaltje komt dan…’ Hij zwijgt lang. Ingehouden: ’…dan dorst ik het niet eens!’
Omdat je niet meer het vertrouwen in je lijf hebt?
'Ja! Maar de romances zijn er wel altijd - alleen bereiken ze dat ene punt dan net niet. Er zijn altijd veel jonge jongens en…’ - kucht - ’…en meisjes. Ja, ik ben biseksueel. Dat ik als homoseksueel te boek staat, komt omdat ik dat destijds superduidelijk heb willen profileren. Dat was namelijk goed voor Joop (Admiraal) en voor mij. Het was in de tijd dat van homo-emancipatie nog niet werd gesproken. Iedereen schrok zich te pletter. Men kreeg er uiteindelijk een wonderlijk soort respect voor. Toen we uit elkaar gingen, gold het rouwproces niet alleen voor mij, maar eigenlijk voor iedereen die ons kende. We waren een soort idylle geworden - en dat was echt voordat de emancipatie kwam.
Er zijn ook vrouwen geweest. Nee, niet Liesbeth List, we hebben geen erotische relatie. Alleen op het toneel - dan ben ik haar man en echt helemaal, dat vuur ik ook af op haar. Maar buiten het toneel niet, daarvoor is onze lifestyle te verschillend. Er was een vrouw met wie ik kinderen had moeten hebben. De tijd was er toen rijp voor. Ik had ze graag gehad. Jammer dat het er niet van is gekomen.’
Anderzijds: 'Kinderen die zo'n vader hebben als ik - wat daar van terecht moet komen? Het is toch okee zo.’
WAAROM ZIJN al je relaties steeds uitgegaan?
'Omdat een huwelijk niet te lang moet duren. ’t Eindigt altijd in een vorm van gevangenis en daarom gaat het uit. Ik hou van vrijheid. Maar een seksloos bestaan is heel onbevredigend. Laat ik het zo zeggen: ik moet weer verliefd worden om liedjes te kunnen schrijven. Ik ben benieuwd naar mijn ouderdom. Ik begin nu pas aan die volgende fase. Ik zie wel op tegen de aftakeling, dat je ontzettende gebreken gaat krijgen. Maar als je dat terzijde legt - hoewel dat eigenlijk niet eens kan - dan is ouder worden een avontuur. Echt een groot avontuur. Een aaneenschakeling van afstand doen: dat is ouder worden. Ik heb een paar voorbeelden in mijn omgeving. Gezegende mensen. Mijn pleegvader: negentig. Mary Dresselhuys: achtentachtig. Ze functioneren ongelooflijk. Maar die hebben dat aftakelingsproces ook niet. Wat hen zo enorm levend houdt, is een ding: zin hebben. Zin hebben in het leven.’
Uit de verte staart Sylvia de Leur naar ons tafeltje. Moet hij niet eens naar zijn eetafspraak? Nee, schudt hij.
'Edith Piaff noemt het la chance: het geluk dat je overkomt. Daar moet je op de een of andere manier klaar voor zijn. En je moet het herkennen. Als je het niet herkent, dan gaat het geluk heel erg triest aan je voorbij. Het komt altijd naar me toe en als het niet zo is, dan doe ik het zelf. Shaffy Chantant, het Shaffytheater, allemaal zelf gedaan.
Ik kom net terug uit Mexico en mijn toekomst, zoals dat heet, is een onbeschreven blad. Op oudejaarsavond, bij mijn vriendin Mary Dresselhuys, is er een man van achtentachtig die mij iets aanbiedt dat eventueel… in ieder geval een fikse toevoeging aan mijn leven zal geven. Zoiets weet je toch niet van tevoren? Ik ontmoet die man. ’t Is nog niet gekomen tot een contract, maar…’
Hij licht steeds meer tipjes van de sluier op: 'Wat ik ga doen, is heel riskant.’ En: 'Als het doorgaat, zal ik keihard moeten werken.’ Of: 'Je mag wel opschrijven dat ik weer ga zingen.’ Pas begin februari zal het bekend worden. Het gaat om iets op het toneel en om een autobiografisch getint boek waar de uitgever nog over moet beslissen.
Werken, hij zal trouwens wel moeten, want wat is er voor zijn oude dag geregeld? 'Niets. Geen pensioen, niets. Ik heb er niet aan gedacht - mijn manager niet, mijn accountant ook niet. Mijn werk stond nooit in relatie tot geld. Het enige wat ik weet, is dat er geld binnenkomt als ik iets doe. Voor de rest is mijn relatie met geld: uitgeven. Ik moet het in mijn broekzak hebben voor dagelijkse dingen: eten, drinken. Ik koop geen bezittingen. Ik heb in mijn leven veel geld verdiend, maar heb daar eigenlijk nooit iets van gemerkt.’
'IK HOU ERG VAN het alleen zijn. Alleen zijn is vrijheid, volledig bij jezelf kunnen zijn en niet gestoord worden: dat is de schoonheid van alleen zijn. Zoals Marlene Dietrich gezegd heeft: “Het is moeilijk te leren alleen te zijn. Maar als je het eenmaal kunt, dan geef je het niet gauw af.” Dat begrijp ik heel goed. De andere kant van de medaille is eenzaamheid en die is verschrikkelijk: verlangen naar iemand die er niet is.’
Ja, hij heeft last van eenzaamheid. Maakt omhelzende armgebaren: 'Omdat je ontzettend graag iemand in je armen wilt hebben.’
Hij is niet bang om in de vergetelheid te geraken. 'Daar hou ik mij geen minuut mee bezig. Ik voel me niet beroemd in Nederland. Ik ben bekend, logisch: ik heb een publiek vak.’ Nee, het is nooit zijn doel geweest om voor het voetlicht te gaan staan. 'Nederland nodigt daar niet toe uit. Hier zal ook geen Michael Jackson opstaan. Dit is geen glamourland. Dat past niet hier.’
Maar internationaal is hij ook niet gegaan. 'Dat was dom, maar het kwam er niet van omdat ik zo ontzettend bezig was met hier. Dom, want ik spreek mijn talen ontzettend goed.’
Wat had het je kunnen opleveren?
'Avontuur! En het avontuur is bij mij het hoogste goed.’
Het hoogste?
'Nee, dat zijn er maar drie: vrijheid, liefde en vertrouwen. Vrijheid is het allerhoogste. Vrijheid is in wezen jezelf zijn. En vooral: weten wie je bent.’
AMSTERDAM HEEFT hem nooit losgelaten. 'Ik heb die liefde zeer duidelijk uitgezongen - tot het laatste lied dat ik vorig jaar heb gemaakt, dat heet Mama Mokum. Toen ik een tijdje ergens anders had gewoond, ontdekte ik dat: Amsterdam is een moeder voor me! Mama Mokum.’
Geen vader, de stad?
'Dat is niet zo omarmend - ook in mijn eigen leven niet. Nee, een vrouwelijke stad vind ik… Nou ja, er komen allerlei jeugddingen boven…’
Over zijn moeder: 'Aristocrate, wordt verliefd op mijn vader, een aankomend diplomaatje op de Egyptische ambassade. Ik voel dat ze een gepassioneerde liefdesverhouding hebben gehad. Toen moest er vorm aan gegeven worden: een huwelijk. Ze had me al in haar buik op haar huwelijksdag, met de hele reutemeteut, receptie. Op diezelfde middag nog zei ze: “Ik moet even naar buiten.” Ze is nooit meer teruggekomen. Ze zei later: “Ik heb gepassioneerd van je vader gehouden. Maar ik ben een onafhankelijke vrouw, een Russin. Ik kan geen rol spelen die mij niet ligt. Dat zou een lijdensweg geworden zijn.” Dat bedoel ik met wijsheid.’
Had ze dat niet voor het huwelijksfeest kunnen bedenken?
'Ze had een paspoort nodig! Ze moest mevrouw Shaffy worden, want ze was refusee. Het is heel traumatisch voor mijn vader geweest, een onbeschrijflijk gezichtsverlies. Ja, ik kies de kant van mijn moeder.’
Hij levert een levenslange strijd tegen faalangst: 'Ik ben iemand die enorm tegen iets kan opzien en als je ergens tegen opziet, dan moet je het juist doen. Dan zie je achteraf hoe onzinnig het was om ertegen op te zien. Het is faalangst - en als je het dan toch gedaan hebt, dan doet het er niet toe of het gelukt is of niet. Het feit dat je het gedaan hebt, is een enorme voldoening. Ik ken niet dat gevoel van: uit ervaring kunnen putten. Ik kan ook niet op routine draaien. Het is elke keer weer in het diepe duiken.
Ik geloof dat ik nog niet echt toe ben aan Dostojevski. Tolstoj wel. Dat ligt mij natuurlijk ook heel erg, z'n poezie en z'n aristocratie. Ik voel mij absoluut aristocraat, maar niemand hoeft dat te weten.
Marguerite Yourcenar heeft mijn leven veranderd met haar Memoires d'Hadrien. Ze heeft me duidelijk gemaakt dat ik homoseksueel ben.’
Volgt het verhaal van een voorganger van de Romeinse keizer Hadrianus, die verliefd was op een jonge slaaf, maar toch ander bezoek liet overkomen, waarop de slaaf zelfmoord pleegde, en de keizer - gek van verdriet - aan de hele Middellandse-Zeekust standbeelden liet plaatsen van die slaaf. 'Dat maakte mij helemaal los en binnen een maand was ik verliefd op Joop… Het was fantastisch. Een groot schrijfster.’
Als ik bij mijn vertrek De Leur mijn excuses aanbiedt voor de vertraging, zegt zij: 'Ga alsjeblieft pocketjes over hem schrijven.’ Ze hapt van een stokbrood: 'Veel, veel pocketjes.’