Een wonder van lompheid

Nog te zien in West-Knollendam van 12 tot en met 16 april, Antwerpen (tot en met 9 april), Leuven (19 tot en met 21 april) en Groningen (26 april tot en met 6 mei). Inl: 075-310231.
Theatergroep Hollandia presenteert een tweeluik te West-Knollendam onder de verzamelnaam Boerenstukken. Geen boer te zien; we doen er het beste aan de term ‘boerenstukken’ overdrachtelijk te verstaan. In de betekenis van ‘boerenbedrog’ (log) en ‘boerenslimheid’ (aards) misschien? Ja, de gehanteerde stijlmiddelen in het acteren - regie: Johan Simons - ogen behoorlijk lomp. De kaalslag in de vormgeving - Monica de Jong en Eliane Smits - is aards, heeft de geur van turfmolm. Maar niets is hier wat het lijkt. De boerse karikaturen gaan op den duur ontroeren, hun lijden, hun sterven wordt groots getoond.

Zelden ben ik zo sprakeloos en zo onttakeld uit een voorstelling gekomen als in West-Knollendam, waar Hollandia Yankeeweiland van Kerstin Specht en De laars en zijn sok van Herbert Achternbusch speelt (met een boerenmaaltijd tussen die twee keer anderhalf uur theater in). In Yankeeweiland spreekt een oudere vrouw, genaamd Anna Kern, over haar leven. Ze praat tegen een sprakeloos kind. ‘Ik moet wel praten,/ anders val ik in slaap./ Wegpraten./ De geesten./ Die nemen je niet als gevangene, die vreten je op met huid en haar.’ Anna praat zichzelf naar een einde toe. Op een weiland waar ooit de Amerikanen hun tenten opsloegen. En waar zij door de vijand werd genomen. De abortus werd veel te ruw uitgevoerd. Anna kon nooit meer kinderen krijgen. Dus adopteerde ze een kind uit het gezin waar ze ooit diende. En met dat kind keert ze terug naar het weiland van de Yankees. Tegen het stomme meisje kan Anna eindelijk spreken. Zichzelf naar het einde vertellen.
In De laars en zijn sok zijn Fanny en Herbert stervende. Fanny heeft een lelijk gezwel in haar buik. Herbert is gewoon op. Ze zijn elkaars verhaal, en elkaars publiek. Met een bewonderenswaardige vitaliteit houden ze hun einde op afstand, zoeken het tegelijkertijd op. Achternbusch’ tekst lijkt hermetisch. Fanny en Herbert vertellen, kruipen in de huid van iemand anders (actrice, bijbelse Romein).
Nogmaals: de speelstijl lijkt lomp, plat, volks - boers. Neem Jacqueline Blom, die Anna Kern speelt in Yankeeweiland. Ze heeft een merkwaardige platvoetloop ontwikkeld en mixt zangerig Utrechts en bonkig Achterhoeks. Het eerste kwartier ergerde ik me gek, daarna kwam de fascinatie voor dit tekstovergoten stervensritueel. Wat een tekst trouwens (en wat een vertaling - dank Tom Blokdijk!) schrijft de Duitse schrijfster Kerstin Specht: 'Waarom is hier nou nergens een deur,/ die je achter je dicht kon doen./ Het leven is een vossehol, met allerlei ingangen,/ en opeens is er geen uitgang.’
Linda Olthof speelt het stomme kind. Een fabuleuze motoriek, met diezelfde mengeling van zangerigheid en onverwachte, hoekse draaien - een choreografie van de wanhoop. En zoals ze turfmolm eet, en zich door Anna het gruis van de tong laat vegen! Dat is een onvergetelijke, pijnlijke scene.
En dan Fanny en Herbert, een dubbele travestie van Peter Paul Muller en Betty Schuurman. Ook hier laten de acteermiddelen zich aanvankelijk als grof, plat, karikaturaal bezien en beluisteren. Betty Schuurman, in roestbruin kostuum, sprekend als een Westfriese boer die een cursus algemeen beschaafd Wassenaars heeft uitgeprobeerd. En Peter Paul Muller, in gezwollen opoe- uitmonstering, met een feilloze serie tics van heftige pijnen, sprekend in een soort slissend Brabants.
In de eerste minuten dacht ik: dit kan niet! Die aversie maakte echter al gauw plaats voor iets wat op ontroering lijkt. Niet sentimenteel. Harder. Een flits aan herinneringen aan ooms en tantes, opa’s en oma’s uit mijn plattelandsjeugd, die praatten en praatten om het naderende eind niet te zien. Maar zo mooi vertellen konden ze niet.
Die oude frituurvetfabriek in West-Knollendam is een wonder van industriele archeologie, waar Hollandia een perfecte neus voor heeft. Over een paar weken wordt-ie gesloopt. Zorg dat u er bent geweest.