Televisie: Nipkowschijven

Een wonderlijke treinreis

Bij de toekenning van de Nipkowschijven voor televisie dit jaar was er nauwelijks aandacht voor Rob Hof en zijn prachtige Sporen uit het Oosten. Ten onrechte.

Als de jury wil dat de winnaar van de Zilveren Nipkowschijf voor het beste tv-programma van een seizoen maximale aandacht krijgt, moet ze vooral geen Ere-Nipkow uitreiken. Die onderscheiding, bedacht om Van Kooten en De Bie, die toen nog volop creatief bezig waren, voor eeuwig tot buitencategorie te verklaren en hen verder buiten beschouwing te kunnen laten, heeft een andere functie gekregen: die van oeuvreprijs voor wie hoogwaardige televisie maakte, afscheid nam en nooit een Nipkow won. Mooi instrument om alsnog respect te betuigen, of om een eeuwige tweede te lauweren – maar met onbedoelde bijwerking. Woensdag meldde het NOS Journaal dat Sonja Barend de Ere-Nipkow had gewonnen. Terecht en proficiat. Maar waarom werd Ellen Blazer als voetnoot genoemd, terwijl de prijs bedoeld was voor het duo? En vooral, waarom werd Rob Hof helemaal niet genoemd, die de Nipkowschijf 2007 won voor zijn indrukwekkende, dertiendelige magnum opus Sporen uit het Oosten? Gelukkig maakte Pauw & Witteman veel goed door Barend en Hof samen uit te nodigen. Sonja vond haar bekroning geweldig, maar jaren ergernis over het feit dat ‘iedereen maar prijzen kreeg’ en zij niet werd er niet door weggenomen, liet ze weten. Wat getuigt van eigendunk, van weinig ontzag voor de reeks respectabele Nipkowwinnaars en van meer eerlijk- dan grootmoedigheid. Maar toegegeven: alle aanwezigen kenden haar tv-werk, terwijl niemand wist wie Rob Hof was of diens Aziatische treinreis door 23 landen, van Vietnam naar Turkije, had gezien. Natuurlijk pleit dat tegen een publieke televisie die het allermooiste besmuikt in de nacht programmeert. En wellicht tegen de tv-kritiek voorzover die Sporen ongemerkt voorbij liet gaan. Maar Wim de Jong heeft er in de Volkskrant met zijn grote oplage destijds jubelend over geschreven, de hele reeks is herhaald en nog altijd op internet te zien – dus pleit het ook tegen een intellectueel-artistieke elite die moord en brand schreeuwt over de inferieuriteit van het medium televisie, maar de moeite niet neemt om dat wat Waar, Goed en Schoon is te bekijken. Terwijl zij de doelgroep zijn en ze de kans dat zoiets gemaakt wordt zodoende verkleinen.

Dus nogmaals aandacht voor Sporen uit het Oosten. Gesprekken met reizigers en treinpersoneel tijdens het rijden; gesprekken buiten de trein, soms in het geheim opgenomen, met politieke ballingen, mensenrechtenactivisten, geestelijk leiders. Religie, politiek, economie, samenleven en botsen van culturen, positie van vrouwen en de effecten van globalisering. En dat alles niet door deskundigen aan gepolitoerde tafels of onder studiolampen met een gespreksleider, maar organisch, spontaan, uit het leven gegrepen. Feiten, ervaringen en gevoelens van ‘gewone mensen’, van hoogopgeleid tot analfabeet, van invloedrijk tot machteloos. Prachtig gefilmd bovendien.

Het is een mirakel dat het gemaakt kon worden in tijden van bezuiniging, doelgroeptelevisie, kijkcijferwaan en netprofielen. Alleen de financiering al moet een buitensporig karwei zijn geweest, met vijf Nederlandse zendgemachtigden, de Oostenrijkse televisie en de Duitse ard. Of het niet te veel Novib_-kalender-televisie was, vroeg Witteman, bedoelend dat die verre mensen er zo schilderachtig uitzien en dat ze zo aardig zouden zijn. Kennelijk een reactie op de wat brave leader, het enige wat hij en de _P&W-_kijkers van die dertien uur zagen. Ja, zo houd je je vooroordeel wel levend. Hof kondigde een veertigdelige treinserie over de hele wereld aan: _Toekomst-Expres. Kijk te zijner tijd. En bekijk Sporen, als het niet herhaald wordt, op internet.