Profiel: Leonardo DiCaprio

Een wonderschone jongeman

De verleiding van Leonardo DiCaprio zit ’m in de ogen. Dat wist regisseur James Cameron toen hij in Titanic een spectrum van seksuele emotie creëerde door een enkele close-up van de lichtblauwe ogen en de dikke, donkere wenkbrauwen van DiCaprio. Dat had ook Martin Scorsese door, want DiCaprio’s ogen stralen op de posters van Gangs of New York een mengeling van gevaar en erotiek uit. En vervolgens begreep Steven Spielberg het — door DiCaprio in Catch Me If You Can een zonnebril te laten dragen en zo zijn melancholische bestaan als fraudeur en eenzame jongen aan te tonen.

Het is duidelijk dat de jonge acteur niet alleen de harten van tienermeisjes en -jongens over de hele wereld heeft veroverd, maar ook onweerstaanbaar blijkt voor Scorsese en Spielberg. Is het toeval dat twee van de belangrijkste regisseurs uit de geschiedenis van deze kunstvorm het oog als hoofdmotief in hun laatste films gebruiken? En dat juist zij ervoor kiezen met DiCaprio — hij met de ogen — te werken? In elk geval kan worden geconcludeerd dat beide regisseurs thans het beste werk uit hun carrière afleveren. Catch Me If You Can, waarin DiCaprio de rol van meesteroplichter Frank Abagnale vertolkt, is welgeteld het derde Spielberg-meesterwerk op rij; een fenomenale prestatie. De film volgt op Minority Report, waarin een tijdelijk blinde Tom Cruise de deugden van democratische waarden ontdekt, en Artificial Intelligence, waarin de ogen van mensenrobots worden uitgestoken. Op zijn beurt geeft Scorsese in Gangs of New York een glasoog aan de schurk Butcher Bill (Daniel Day Lewis), zodat zijn monstruositeit in schril contrast staat met het zuivere karakter van Amsterdam (DiCaprio).

Gangs en Catch Me zijn niet alleen cinematografische hoogtepunten, ze illustreren vooral de betekenis van DiCaprio als acteur. De wonderschone jongeman is in deze films geen acteur in de methode-stijl van Robert de Niro of Al Pacino, twee filmsterren overigens die al jaren geen enkel werk van blijvende waarde hebben gemaakt. Eerder doet DiCaprio denken aan sensuele acteurs als Paul Newman en Robert Redford. Als een jonge Redford is DiCaprio er zich in Catch Me volledig van bewust hoe hij zijn gezicht en lichaam voor de camera moet gebruiken. Redford speelde in zijn close-ups vaak met zijn hoge jukbeenderen en goed ontwikkelde kaakspieren. Films als The Sting (1973) blijven niet in de herinnering hangen door de acteerprestaties, maar vanwege het feit dat het witte doek elektrisch geladen wordt op het moment dat Redford naar de camera kijkt en lacht. DiCaprio kan dit ook, en misschien nog wel beter. In Catch Me weet hij met een frons tussen de ogen een scène een volledig andere betekenis te geven.

Ook zijn lichaamsbouw is bepalend voor zijn cinematografische betekenis. DiCaprio is niet gespierd zoals moderne sekssymbolen als Tom Cruise of Brad Pitt. Hij heeft een vreemde, jongensachtige elegantie: onnatuurlijk dik haar, volle lippen, lange benen en armen, brede heupen — als een mannequin — en vrouwelijke handen met slanke vingers. Zachte, vrijwel haarloze wangen versterken het feminiene aan DiCaprio, zodat hij buitengewoon populair is onder homoseksuele mannen. Deze vrouwelijkheid/kinderlijkheid ‚aakt hem bij uitstek geschikt voor personages die zich bevinden op de rand van volwassenheid — hij is het archetypische mankind.

Hij is ook een ster, een celebrity die «bekend is vanwege zijn bekendheid», aldus de omschrijving van de cultuurhistoricus Daniel Boorstin. Een rake definitie. De overgrote meerderheid van de prinsen en prinsessen in het rijk der sterren — Hollywood — dankt haar populariteit niet aan hun prestaties op het gebied van de film. Eerder zijn ze bekend om het verhaal van hun echte leven. Dit verhaal is even fictief als een film en het wordt geschreven door de media.

Lang was DiCaprio de superster van zijn eigen leven. In 1998 begonnen tijdschriften in New York te schrijven over de wilde ervaringen van DiCaprio en zijn vrienden in de nachtclubs van Manhattan en Los Angeles. Volgens het blad New York was DiCaprio de leider van een nieuwe «postgeneratie X-bende». Het groepje delinquenten bestond uit jonge acteurs als Tobey Maguire en Lukas Haas, maar ook uit het tegendraadse wonderkind van de experimentele Amerikaanse cinema, Harmone Korine, regisseur van Gummo en Julian Donkey Boy. Het beeld van DiCaprio als schuinsmarcheerder ontstond dankzij de berichtgeving in glossy’s waarin zinnen verschenen als: «In stripteaseclubs bevindt het groepje zich te midden van meisjes die zich gretig neerwerpen aan de voeten van Leo in de hoop in zijn bed te belanden.» Aldus kreeg het groepje van Leo en zijn vrienden de vrouwonvriendelijke benaming «pussy posse».

Hilarisch was vervolgens een interview met president Bill Clinton dat DiCaprio voor de zender ABC afnam. Niet alleen ging het om een popsteracteur in gesprek met een popsterpresident die tevens een uitstekend acteur is, ook kreeg de Amerikaanse natie de gelegenheid de leider van de pussy posse schouder aan schouder te zien met de grootste rokkenjager die ooit in het Witte Huis heeft gezeten. Het onderwerp van hun «interview» — internationale milieukwesties — kwam begrijpelijkerwijs niet uit de verf.

DiCaprio’s interesse voor milieuvraagstukken spruit voort uit zijn bohémienne afkomst. Zijn moeder was een Duitse die hem zijn naam gaf toen hij haar als ongeboren baby een trap gaf terwijl ze naar een schilderij van DaVinci keek. Zijn vader, een Italiaan, was een vooraanstaande figuur in de wereld van de alternatieve strips. Robert Crumb en Charles Bukowski waren familievrienden die vaak op bezoek kwamen.

Zijn achtergrond is zo vrijzinnig als de overwegend conservatieve Amerikaanse maatschappij toestaat, maar de vraag is of zijn afkomst tevens de bron is van zijn wilde kant. En is de leider van de pussy posse in staat tot meer dan slechts een ster zijn, iemand die bekend is vanwege zijn bekendheid? Nee, concludeert John Patterson, journalist van The Guardian. Hij schreef vorig jaar een artikel na een feest van de «Zonnekoning» (DiCaprio) te hebben bijgewoond. Volgens het stuk was het feest typisch Hollywood: tweeduizend gasten en overal geld, glitter en goud. In het licht hiervan, vond Patterson, was het voorspelbaar dat DiCaprio’s volgende films biografieën zouden zijn over Howard Hughes en Alexander de Grote.

Catch Me If You Cansis om honderd redenen een magistrale film. Een van de belangrijkste hiervan is de hoofdrol van Leonardo DiCaprio.

De iconologie van DiCaprio de acteur heeft veel te maken met het fenomeen «beautiful boy» zoals besproken door Camille Paglia in Sexual Personae (1990). Net als Boorstin ziet Paglia het allesoverheersende belang van persoonlijkheid, een cultus die stamt uit het heidendom en die een dominante rol in de westerse cultuur speelt. Deze cultus wordt ritualistisch aanbeden in de heilige omgeving van de bioscoop en het televisiescherm. Dat gebeurt door middel van het kijken, dat centraal staat in de westerse cultuur.

Kijken betekent begeren. Behalve de genoemde regisseurs die werkten met DiCaprio’s ogen is er ook Baz Luhrman die, het moet gezegd, hulp had van Shakespeare. In Romeo & Juliet focust Luhrman op de ogen van Romeo (DiCaprio). Hoe kan het ook anders; de tekst luidt immers: «Did my heart love till now? Forswear it, sight!/ For I ne’er saw true beauty till this night.» Dan: de verleiding. Zij aan de ene kant van een psychedelisch gekleurd aquarium, hij aan de andere. En het verschil is bijna gênant: hij is veel mooier dan zij — op een vrouwelijke manier. En meer nog dan Shakespeare had bedoeld, vallen wij voor Romeo.

ýe verwijfdheid van Romeo in Shakespeare’s tekst heeft een diepere betekenis. Voor Paglia is de vrouw het ultieme symbool van menselijke begeerte. Vrouwelijkheid staat gelijk aan datgene-wat-wordt-gezocht en dat is ongrijpbaar. Daarom is er altijd een vrouwelijk element in de wonderschone jongeman van de mannelijke homoseksuele cultuur.

Het mooie aan DiCaprio maakt hem onweerstaanbaar als acteur en als mens waar je naar kijkt. Maar het gaat verder: zijn persoonlijkheid als beautiful boy maakt hem tot een kunstwerk. DiCaprio is als Dorian in Oscar Wildes The Picture of Dorian Gray: beiden fuseren met hun beeltenis op het doek. Die fusie representeert volgens Paglia het ultieme erotische principe van de decadentie. Als kunstwerk — als beeldschone jongen — zijn Dorian en DiCaprio niet alleen verleidelijk, maar verleiden ze vooral — door middel van hun blik. In Wildes verhaal probeert de kunstenaar Basil onder woorden te brengen wat hij voelde toen hij Dorian voor het eerst ontmoette: «When our eyes met, I felt that I was growing pale. A curious sensation of terror came over me.» Basils angst is, zoals Paglia stelt, ingegeven door de overrompelende impact van de schoonheid van Dorian. Deze angst staat gelijk aan de reactie van de mens bij het ervaren van een groot kunstwerk. Het gevoel kan verwoestend werken, en Paglia citeert Dorian: «Er is iets fataals aan een portret. Het heeft een eigen leven.»

Dat is DiCaprio ten voeten uit in Catch Me. Hij overheerst de film niet — dat doet Spielberg — maar de jonge acteur fuseert zó met zijn personage dat zijn persoonlijkheid de raison d’êtreývan de film wordt. Voor de goede orde: dit is te danken aan het acteertalent van DiCaprio. Zijn vertolking van Frank Abagnale, die in de jaren zestig fortuin maakte met vervalste cheques, is geniaal. Met zijn charme en sensualiteit is Frank/Leo in staat iedereen om de tuin te leiden. Hij is het tegenovergestelde van de man die achter hem aanzit, special agent Hanratty (Tom Hanks), een eenzame man met een droge humor. Maar deze eigenschappen stellen hem in staat recht door Frank heen te kijken. Als pseudo-vader ziet hij meteen dat achter het masker van ontwapenende erotiek een onzekere jongeman schuilt, een mankind dat verlangt naar vroeger toen zijn echte vader en moeder nog bij elkaar waren. Charme maakt plaatst voor melancholie als Frank een donkere bril opdoet. Als de ogen verdwijnen, vervaagt DiCaprio.

Zo zijn de ogen van DiCaprio ook de ogen van Spielberg. In een scène vlucht Frank naar het huis waar zijn moeder samen met een andere man woont. Inmiddels heeft ze een dochtertje. Vanuit de tuin kijkt Frank door het raam naar binnen, waar het meisje op de grond naast haar moeder speelt. Met dit verlangen naar geborgenheid en het rouwen over eenzaamheid en verloren onschuld is Spielberg op zijn best. De scène in de tuin is verpletterend. Nog nooit heeft de regisseur deze gevoelens met zoveel stijl en diepgang onderzocht. Eerder gebruikte hij Peter Pan, het robotkind David in A.I. en de fascistische rechercheur in Minority Report. En nu dan de ster DiCaprio, de wonderschone jongeman die een kunstwerk op zich is door de wijze waarop hij kijkt, en wiens ogen ook de onze zijn, de ogen van begeerte.

Catch Me If You Can van Steven Spielberg draait sinds 6 februari in de bioscoop