Een wrang bevrijdingsfeest in Mosul

Mosul – ‘Ook eentje voor mijn kreupele moeder graag. Die kan zelf niet komen’, zegt de 28-jarige Nadia Slaman. Ze staat voor de laadruimte van een vrachtauto in West-Mosul en steekt haar handen wanhopig in de lucht om een extra voedselpakket te bemachtigen. Een paar maanden terug bevrijdde het Iraakse leger Nadia’s woonwijk van terreurgroep IS. Maar de feestvreugde van toen heeft plaatsgemaakt voor radeloosheid. Zij en haar familie lopen op hun tandvlees: ze hebben geen huis meer, geen inkomen en zijn volledig afhankelijk van hulp.

Ook op de burelen van de Iraakse premier Haider al-Abadi in Bagdad is de feeststemming inmiddels omgeslagen. In juli riep hij na ruim acht maanden oorlogvoering trots de ‘totale bevrijding’ van Mosul uit, maar het bijbehorende feest werd overschaduwd door aanhoudende gevechten in de stad – luchtaanvallen en sneuvelende soldaten incluis. De glans van Mosuls ontzetting was er toch al af, met die totale verwoesting van mens en stad. Bovendien gooide IS roet in het eten door het doek zelf te laten vallen en vlak voor de officiële overwinning de al-Nuri-moskee, het eeuwenoude gebedshuis waar IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi drie jaar terug het kalifaat uitriep, op te blazen.

Maar de grootste smet op het bevrijdingsfeest ligt nu in de Tigris-rivier, waar een macabere stoet opgezwollen lijken, te verminkt voor identificatie, stroomafwaarts dobbert. Vermoedelijk het werk van de Iraakse krijgsmacht die in rap tempo vermeende IS-strijders oppakt, martelt en executeert – onrechtmatige vergeldingsacties die niet langer worden weggestopt.

Terwijl diezelfde troepen zich opmaken voor de ontzetting van overgebleven IS-bolwerken Tel Afar en Hawija wuift premier Abadi de uitwassen weg als ‘individuele acties’. Een misplaatst gebaar, want hoewel het leeuwendeel van de Irakezen deze wanpraktijken verkiest boven omkoopbare rechters en gelooft in het principe van oog om oog, tand om tand, is dit ‘gewoon’ de voortzetting van Iraks uitzichtloze geweldsspiraal en mogelijk zelfs een voedingsbodem voor IS 2.0.

Eerlijk is eerlijk, de ontmanteling van het kalifaat is slechts het begin van een ellendig lange strijd. Ook voor Nadia. Onder de terreur van IS stond haar straat bekend als de ‘dodenweg’. Ze verloor er één broer aan de honger en één aan een kogel. Haar derde en oudste broer werd maanden terug door IS gedetineerd. ‘Wat ik écht nodig heb’, snikt Nadia, ‘is iemand die me kan vertellen of hij nog leeft.’ Een hulpverlener duwt een pakket met ingeblikte groenten in haar armen. Een dun doekje voor het bloeden.