Een wrokindustrie van een miljard pond per jaar

Londen – Van alle manieren om in Engeland snel rijk te worden is het aanklagen van je werkgever een van de populairste. Is het water in de kantine te heet? Is het functioneringsgesprek niet naar verwachting? Te oud bevonden voor promotie? Steeds meer Engelsen nemen een no win no fee-advocaat die vol goede moed naar de rechtbank stapt, een instituut dat steeds meer is gaan lijken op een gokkantoor.

Het aantal zaken voor de zogeheten employment tribunals is in de laatste dertien jaar van 91.000 naar 236.000 gestegen. Bij een bleedin’ heart judge valt tegenwoordig meer te bereiken dan bij de vakbond.

De enorme stijging in het aantal rechtszaken is een gevolg van het overwaaien van de Amerikaanse schadevergoedingscultuur, die in de Verenigde Staten al heeft geleid tot het juridisch dichttimmeren van elk risico. Sinds enkele jaren is dat in Groot-Brittannië ook begonnen.

Een van deze zaken draaide om de onbeholpen rijksambtenaar Gian-Paul De Vito-Tracey, die van zijn bureaustoel was gevallen. Vanwege een daardoor veroorzaakte ‘downgrading of general intellectual functioning’ vorderde hij een schadevergoeding van driehonderdduizend pond. In Kent besloot de Australische gemeenteambtenaar Geoff Stephens onlangs zijn werkgever aan te klagen omdat collega’s hem vaak begroetten met ‘G’day Sport’ en moppen tapten over kangoeroes. Soms moet een werkgever al bloeden tijdens de sollicitatieprocedure. Zo moest een Londense kapster schadevergoeding betalen aan een sollicitante die ze om haar hoofddoekje niet had aangenomen – het tonen van het eigen haar hoorde volgens de kapster bij het werk in haar modieuze salon. Tot de meest voorkomende klachten behoren seksuele intimidatie en ‘victimisation’. In de City regende het lange tijd zaken van vrouwelijke bankiers die op genoemde grond soms miljoenen eisten. De Amerikaanse Stephanie Villalba, bijvoorbeeld, claimde 7,5 miljoen pond van Merrill Lynch. Haar falen op het werk weet ze aan ‘geïnstitutionaliseerd seksisme’ binnen de zakenbank.

Deze wrokindustrie kost het Britse bedrijfsleven jaarlijks ongeveer een miljard pond. Ook wanneer de werkgever een zaak wint, wat vaak het geval is, zijn de vaak hoge juridische kosten niet op de klager te verhalen. Soms is het daarom goedkoper om kansrijke zaken maar te schikken. Deze trivialisering van een nobele wet die werknemers moet beschermen tegen wangedrag van werkgevers zegt ook iets over de hedendaagse cultuur op het eiland, waar lichtgeraaktheid en een gebrek aan zelfrelativering samengaan met hebzucht.