Een zaal vol gebroken harten

Marja Pruis leest veel meer dan ze in de papieren Groene kan of wil bespreken. Deze week: Een rooie aan de kant van de weg van Anne Tyler.

In feite schrijft Anne Tyler al decennia varianten op onze Libris Literatuurprijs-winnaar Uit het leven van een hond. Het maakt de bekroning van Sander Kollaard verder niet minder verdiend, het is hoogstens opmerkelijk met hoeveel opluchting een Nederlands literair werk wordt omhelsd dat nu eens over het gewone, menselijke bestaan lijkt te gaan, met een mannelijke antiheld in de hoofdrol. Tyler grossiert erin, in mannelijke antihelden en gewoon geluk. Soms lijkt het wel eens meer van hetzelfde, Tylers productie ligt hoog, maar dat is wonderbaarlijk genoeg toch niet het geval. Ze is ‘gewoon’ heel goed, niet zo vreemd dus dat ze dit jaar wederom is genomineerd voor de Booker Prize, samen met onder meer Hilary Mantel en Kiley Reid. Redhead by the Side of the Road heet haar nieuwste, en in het Nederlands klinkt dat net zo onaantrekkelijk: Een rooie aan de kant van de weg. Op het eerste oog doet deze Tyler aan als een van haar meest onspectaculaire, die daar dan weer spectaculair in is. Ook omdat ik dacht: hoe gaat ze deze geschiedenis een bevredigend einde geven. But she did it.

Micah Mortimer is de typische Tyler-man die zelf geen idee heeft wie hij is en welk effect hij heeft op zijn omgeving. Hij is begin veertig en heeft een ingesleten dagelijkse routine, is daar ook tevreden mee. Hij had een werkomgeving waarin hij zich voortdurend bedonderd en opgejaagd voelde, en kon toen iets eenmannerigs overnemen. Hij is een computerhulp; mensen, vooral vrouwen, bellen hem met alle lullige problemen die je kunt hebben met je computer. De printer die het niet meer doet, het wachtwoord dat je kwijt bent.

Hij wordt opgeschrikt uit z’n dagelijkse gang als zijn vriendin hem de wacht aanzegt, ze stopt ermee, en hij snapt eigenlijk niet waarom. De lezer snapt dat wel. Als zij haar huis uitgezet dreigt te worden, is er geen moment dat het in hem opkomt om te zeggen: kom maar bij mij.

Micah heeft een geschiedenis van verbroken relaties, op den duur werken al die vrouwen hem op de zenuwen, storen ze hem in zijn dagelijkse gangetje. Maar nu, nu hij weer alleen is, merkt hij dat hij nergens meer plezier in heeft, ook niet in hardop Frans spreken als hij kookt, ook niet om te fantaseren dat er een verkeersgod meekijkt als hij zich op de weg bevindt en zich keurig aan alle verkeersregels houdt, ook niet als hij op vrijdag zijn keukenvloer mopt.

Als er een jongen op de stoep staat die hoopt dat hij zijn vader is, en diens moeder weer even in zijn leven komt, en er een heel andere versie blijkt te bestaan van hoe hun relatie ooit eindigde, wordt hij langzaam wakker, zoals alle ongelukkige eenzame mannen van Tyler langzaam wakker worden, meestal met behulp van een vrouw. En dat doet ze dan weer onvergelijkbaar mooi. ‘Ik ben een zaal vol gebroken harten’, zegt hij tegen Cass, zijn laatste vriendin.

Ook een mooie gedachte, de ex die tegen hem zegt: ‘Ik vraag me wel eens af of onze kinderen speciaal voor ons geselecteerd zijn. (…) Ik vraag me af of de Heer ons kinderen geeft met het oog op hun leerzaamheid voor ons.’ Als Micah haar vraagt wat haar zoon haar dan leert, antwoordt ze: ‘Het leerzame zou zijn dat hij zo’n totaal andere mens is dan ik.’

Tyler verovert je, verovert mij, keer op keer, of je, of ik, nu wil of niet. Ik ken geen schrijver die met zo’n intelligente simpelheid een onopvallende ziel neerzet, iemand die denkt dat hij op de kermis aan een grijpkast staat en de prijs maar niet te pakken krijgt. De knoppen werken niet goed, denkt hij dan. Mooi ook hoe ze hem contrast geeft met zijn drukke, chaotische zussen, hun volte en lawaai waaraan hij als kind al probeerde te ontsnappen.