De mens moet zijn gedrag drastisch herzien

Een zebravisje op Prozac

Nederland huilt om nijlpaard Tanja en eist gerechtigheid voor orka Morgan.
Maar als het gaat om de link tussen dierenleed en dat roze lapje in de supermarkt, steken de meeste mensen liever hun kop in het zand. Wat als we ons echt zouden openstellen voor het lijden van dieren?

SKINNY DRUKT HAAR NEUS tegen het glas als er in het nog voor publiek gesloten dolfinarium toch ineens onbekende mensen voorbijkomen. Toen de dolfijn in 1968 gevangen werd, was ze naar schatting zes jaar oud. Inmiddels is ze hoogbejaard. Zou ze zich nog herinneren hoe het was om in de oceaan te zwemmen? Is Skinny gelukkig? Haar verzorgers denken van wel. ‘Wij observeren de dieren iedere dag, 365 dagen per jaar’, zegt hoofdtrainer Steve Hearn. 'Dan weet je of ze goed in hun vel zitten of niet.’ De internationale dierenwelzijnsorganisatie WSPA denkt van niet. Omdat dolfijnen in het wild in grote, complexe sociale groepen leven, zo'n tachtig kilometer per dag afleggen en honderd meter diep duiken. Omdat ze hoogintelligent zijn en zich dood vervelen in een krap bassin. Skinny zelf geeft ons geen uitsluitsel. Het is zeker geprobeerd, maar echt communiceren met dolfijnen kunnen we niet.

Uiteindelijk bepalen wij of we het oké vinden dat Skinny en de andere dolfijnen, zeeleeuwen en walrussen - en sinds afgelopen zomer ook weer een orka - hier in gevangenschap leven om tussen een frietje en een cola door aan ons hun kunsten te vertonen. Hetzelfde geldt voor het lot van dieren in de intensieve veehouderij, dierentuinen, paardenstallen, natuurgebieden, bossen en parken. We laten het dagelijkse beheer en toezicht over aan het ministerie van Landbouw, Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten, maar steeds vaker bemoeien gewone burgers zich, al dan niet verenigd in (ad-hoc opgerichte) actiegroepen, met de beslissingen over het welzijn én leven en dood van dieren. Zie de discussies over het dierenwelzijn in de intensieve veehouderij, het wel of niet bijvoeren van hongerende dieren in de Oostvaardersplassen en het wel of niet vrijlaten van de in de Waddenzee verdwaalde jonge orka, die inmiddels de naam Morgan heeft gekregen.

Volgens Tjard de Cock Buning, hoogleraar ethiek in de levenswetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, 'flippen we met onze meningen over het lot van dieren alle kanten op’. 'Omdat we geen echte ideologieën meer hebben en de verstedelijkte mens te ver van de natuur af is komen staan om er nog iets van te begrijpen’, aldus De Cock Buning. Maar waar verkrijgt de verstedelijkte mens die zich toch graag een mening vormt over deze dilemma’s, betrouwbare informatie? Bij de varkensboer die al twintig jaar dagelijks met de dieren werkt, of bij de directeur van Stichting Varkens in Nood die zegt echt om de biggen te geven? Bij de dolfijnentrainer die een sterke band heeft met Skinny en Morgan, of bij de wetenschapper die zijn mening baseert op internationale literatuur?

IN HET RELATIEF jonge veld van de gedragsbiologie worden de laatste jaren interessante ontdekkingen gedaan. Zo publiceerde het wetenschappelijke tijdschrift PNAS deze maand een onderzoek van het Max Planck Instituut voor evolutionaire antropologie in Leipzig waaruit blijkt dat chimpansees anticiperen op het gedrag van een soortgenoot, ook als ze die niet kunnen zien. Deze zogenaamde theory of mind (kunnen bedenken dat een ander ook denkt - en hoe en wat dan) beheersen kinderen als zij rond de vierenhalf jaar oud zijn. In januari ontdekte de Amerikaanse professor diergeneeskunde Tony Buffington van de Ohio State University dat katten ernstige ziekteverschijnselen kunnen ontwikkelen ten gevolge van stress, en in een laboratorium van de University of California bleek een zebravisje niet meer te willen zwemmen als er geen soortgenootjes in zijn bak zaten. Een kleine dosis van het antidepressivum Prozac deed hem weliswaar weer plichtmatig zwemmen, maar pas in zijn normale doen kwam hij als er andere zebravisjes in zijn omgeving waren. Het is een willekeurige greep uit publicaties van de afgelopen twee maanden van bevindingen wereldwijd over de intelligentie, het gedrag en de emoties van dieren. Onderzoek naar het verbeteren van dierenwelzijn, voorheen vooral gericht op het voorkomen van ziekte en fysiek ongemak, richt zich mede door deze nieuwe inzichten meer en meer op het voorkomen van stress en verveling. Kooiverrijking moet natuurlijk gedrag bevorderen en gestoord gedrag, bijvoorbeeld stereotiep gevangenschapgedrag zoals het stangknagen van het varken of het onophoudelijk herhalen van gedrag of loopje zoals het ijsberen van de ijsbeer, voorkomen.

'Twee jaar geleden hebben we ons beleid helemaal vernieuwd’, zegt Haig Bailan, directeur van dierentuin Artis in Amsterdam. 'Hoe mensen naar dieren kijken evolueert. In de negentiende eeuw was het doel van de dierentuin mensen te laten zien wat voor wonderlijke schepsels er allemaal rondliepen op deze aardbol. Het was een tentoonstelling. Hoe de dieren erbij zaten, deed er niet toe. Dat oorspronkelijke doel is verdwenen, we hebben in de loop der jaren steeds meer oog gekregen voor dierenwelzijn en dat heeft ons nu dus gebracht bij die focus op natuurlijk gedrag.’

Ook in Artis was jarenlang een eindeloos langs het randje van zijn kunstmatige ijsschots heen en weer lopende ijsbeer te zien. Bailan: 'We zullen nooit meer een ijsbeer houden. IJsberen hebben in het wild een leefgebied van zeker honderd vierkante kilometer. Ze zijn gebouwd om enorme afstanden af te leggen op zoek naar een prooi. Voortschrijdende kennis leert ons dat een ijsbeer, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een leeuw die ook in het wild het liefst de hele dag slaapt, ernstig lijdt onder gevangenschap en dat moet je dus niet meer willen. Dezelfde conclusie hebben we voorlopig getrokken voor orang-oetans en nijlpaarden.’ Eind 2009 overleed nijlpaard Tanja, die 49 jaar lang een van de populairste dieren was in Artis. Bailan: 'Was Tanja gelukkig? Ze was hier geboren, wist niet beter en gedroeg zich redelijk normaal, maar we weten het niet. Ze leefde in een te kleine, betonnen bak die niet meer aan de internationale husbandry guidelines voldeed, maar ze was te oud om nog naar een andere dierentuin te verhuizen.’

Bailan vindt de vraag of je dieren überhaupt mag opsluiten legitiem. 'Wij vragen ons dat ook steeds weer af. Als het geen verdedigbaar doel meer heeft, moet je jezelf durven opheffen. Maar we hebben het afgelopen jaar honderdduizend kinderen over de vloer gehad. Kinderen die soms nauwelijks met de natuur in aanraking komen en hier dieren zien, ruiken, horen. Als je iets niet kent, kun je er ook niet om geven.’ En ook volwassenen zijn vaak hun ontzag voor dieren kwijt. 'Als we veel geld nodig hebben voor bijvoorbeeld een uitzetproject in het buitenland dan neem ik potentiële sponsors mee naar de binnenverblijven van de leeuwen. Als je alleen gescheiden door ijzeren tralies een leeuw ziet brullen en afstuiven op zijn prooi, dan heeft iedereen een onmiddellijke fysieke reactie. Je hele lijf trilt van angst. Dat is ons oerinstinct. Die ervaring krijg je niet van het kijken naar een BBC-documentaire. Ik zie de dieren hier als ambassadeurs van hun wilde soortgenoten en met dat doel mag ik ze in mijn ogen opsluiten.’

De vraag is dan alleen nog: hoe? Artis kiest voor minder dieren in grotere verblijven met veel kooiverrijking. 'Maar je moet uitkijken dat je die aankleding niet voor de bühne doet. Dieren zijn veel minder visueel ingesteld dan mensen. Iets kan er voor ons uitzien als een rots, maar een dier trapt daar niet zomaar in. We bieden straks meer beschutte plekken. Als dieren zich willen verstoppen, moet dat kunnen’, aldus Bailan. Het is afwachten of het publiek de lange wandeling om een prachtige, maar schijnbaar lege steppe kan waarderen. Met het constant aanscherpen en bijstellen van het beleid blijft Artis een mogelijk draaiende publieke opinie een stapje voor.

'Steeds meer mensen vinden dat we er niet meer onderuitkomen’, zegt Jan Staman, directeur van het Rathenau Instituut dat publiek debat en politieke oordeelsvorming stimuleert over maatschappelijke, ethische en politieke effecten van wetenschap en technologie. 'Het lijden van dieren is niet anders dan dat van ons. We zien dat met eigen ogen, en gedragswetenschappers bevestigen het. De Amerikaanse filosoof Richard Rorty schreef een interessant artikel, waarin hij stelt dat martelen begint met de ander definiëren als wezenlijk anders dan jezelf. Pas dan kun je je gevoeligheid voor het lijden van die ander verdringen.’ Hij haalt ook de Australische bio-ethicus Peter Singer aan die al in 1975 in het boek Animal Liberation betoogde dat onderscheid maken tussen mensen en andere wezens die in staat zijn tot lijden hetzelfde is als onderscheid maken tussen mensen op basis van huidskleur. Ook een onderscheid tussen mens en dier op basis van intelligentie vond Singer destijds al onzinnig en hij gaat daarbij de vergelijking tussen de morele status van hoog ontwikkelde dieren en geestelijk gehandicapte mensen niet uit de weg.

'Er is gewoon overlap’, zegt Hans Baaij, directeur van Varkens in Nood en voorzitter van de stichting Dier&Recht. 'Voor mij staan dieren, kinderen en volwassenen op dezelfde schaal. Er is geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Dat mensen zich niet kunnen of willen verplaatsen in het dier is een gebrek aan empathie en sociale intelligentie.’ Baaij stond eens met Annechien ten Have, voorzitster van de vakgroep varkenshouderij van landbouworganisatie LTO, in een stal vol zeugen in krappe boxen. 'Ik vroeg haar of ze zich weleens had voorgesteld dat zij daar stond. Dat vond ze een absurde vraag. Maar een varken heeft net als wij een zelfbewustzijn. Die zeug weet dat zij daar staat. Van veel dieren is inmiddels aangetoond dat ze zelfbewust zijn: van olifanten, orka’s, dolfijnen, kraaien, apen. Er zijn zo veel bewijzen voor hun intelligentie. Apen herkennen lichaamstaal. Die kun je niet om de tuin leiden met een verdovingsspuit achter je rug. Die hebben meteen door dat je iets te verbergen hebt. Kraaien gooien brood in het water om vis te vangen. Maar op een boerderij zijn dieren een lijst met technische resultaten geworden. Een bulkproduct waarvan je de opbrengst kunt maximaliseren.’

Varkenshouder Theo Duteweerd zal het niet ontkennen. Hij staart zich wekelijks suf op de cijfertjes om te kijken waar hij iets kan bijsturen om zijn vleesproductie te verhogen. Hij moet wel. Door de crisis en daarbovenop het Duitse dioxineschandaal dreigt de prijs die boeren voor hun varkens krijgen zo ver te zakken dat ze in rap tempo naar het faillissement snellen. 'Iedere tien jaar halveert het aantal varkensboeren. Maar vergis je niet: niet het aantal varkens. Dat blijft gelijk.’

Heel even was Duteweerd scharrelboer. 'In 1999, voor Albert Heijn. Omdat ze me meer voor dat vlees zouden betalen, niet omdat ik nou zo graag stallen met de hand uitmest. Daar ben ik eerlijk in’, aldus Duteweerd. 'Maar het scharrelsegment van Albert Heijn liep niet en ze lieten de boel van de ene op de andere dag ploffen. Ik was bijna failliet. Dat nooit weer.’ Niet dat het welzijn van zijn varkens hem niet aan het hart gaat. 'Ik ben heel blij dat we niet meer hoeven te castreren. Ik ben nu 24 jaar varkensboer en van die rotklus heb ik mijn hele leven last gehad.’ Duteweerd is voorstander van de nu verplichte kooiverrijking, die er voor varkensboeren op neerkomt dat er iets moet hangen waarmee de varkens kunnen spelen. Duteweerd: 'Alleen jammer dat er sinds kort een balletje aan die kettingen moet, want nu spelen ze er veel minder mee.’

VOLGENS Hans Baaij van Varkens in Nood is het onze plicht dieren - in ruil voor het houden en doden - een fatsoenlijk leven te geven. 'Wilde varkens leven in bossen, nemen modderbaden, wroeten in de aarde op zoek naar eten en leggen gemakkelijk tientallen kilometers per dag af’, aldus Baaij. Varkens zijn volgens de wetenschap intelligente dieren die graag spelen en veel afwisseling nodig hebben. De zeugen leven in groepen met hun biggen, voor wie ze nesten bouwen. Baaij: 'Ze poepen op een aparte plek en biggen zijn binnen een week zindelijk.’ Hoe erg lijdt een varken aan dat andere, veel kortere leven zonder daglicht en beweging op een rooster boven zijn eigen poep? En moeten we daar rekening mee houden? Het is de vraag die de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer stelt in zijn bestseller Eating Animals uit 2009: 'Hoeveel leed is je stukje vlees je waard?’

'Wij geloven in de intrinsieke waarde van het dier’, zegt Helga van Veen van de Dierenbescherming. 'De belangen van het dier moeten niet alleen worden afgewogen tegen de belangen van de mens.’ De burger mag zich dan druk maken over runderen in de Oostvaardersplassen, olifanten in het circus, en roepen om animal cops om dierenbeulen aan te pakken - het lot van de enorme aantallen dieren in de veehouderij heeft voor de Dierenbescherming prioriteit. Van Veen: 'We zijn gelukkig af van kettingzeugen en kistkalveren, bijna van legbatterijen, maar we zijn nog lang niet waar we moeten zijn. De meeste mensen hebben als burger steeds meer compassie met dieren, maar als consument bereik je hem matig. Daarom proberen we nu de supermarkten en de Unilevers van deze wereld te overtuigen dat het echt anders moet.’

Het Beter Leven-kenmerk van de Dierenbescherming is een systeem waarin vlees en andere dierlijke producten in de supermarkt geclassificeerd worden met één tot drie sterren, oplopend in diervriendelijkheid. Per 1 juli is varkensvlees met één ster in de schappen van Albert Heijn de basis. Van Veen ziet het als een belangrijk succes, maar volgens Hans Baaij van Varkens in Nood is het niet ambitieus genoeg. Omdat één ster voor varkens slechts een vierkante meter ruimte, geen castratie en een speeltje betekent, en drie sterren pas gelijkstaat aan biologisch met drie keer zoveel ruimte, stro op de grond en uitloop in de buitenlucht. Maar Helga van Veen bekijkt het pragmatisch. 'Je hebt de directe winst in dierenwelzijn, maar je realiseert ook bewustwording. Wij willen beweging in die markt. Iets is beter dan niets.’

Volgens professor De Cock Buning van de VU komt de dubbele moraal van burgers die zich druk maken om het leed van runderen in de Oostvaardersplassen, maar in de supermarkt gedachteloos het goedkoopste stukje vlees pakken, voort uit een verwrongen en geromantiseerd beeld van de natuur. 'De waltdisneysering van het dier noem ik dat’, zegt De Cock Buning. 'Het is een onbedoeld effect van kinderboeken en tv-series als Flipper en Skippy. Mensen zouden een tijdje moeten meelopen bij een boerderij of slachthuis om hun referentiekader te herstellen.’

Wie geen vreemde is in de stal, is de dierenarts. Hoe kijkt hij aan tegen het lijden van het dier? 'De burger heeft bepaald dat deze dieren leven voor het leveren van vlees, melk, eieren’, zegt Ludo Hellebrekers, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMVD). 'Onze verantwoordelijkheid ligt primair bij de diergezondheid en het ondersteunen van de volksgezondheid en voedselveiligheid.’ De dierenartsen hebben het druk zat met het voorkomen van het uitbreken van ziektes als Q-koorts en de verspreiding van bacteriën als MRSA, en de controle op het verantwoord gebruik van antibiotica. _Hellebreker_s: 'Maar dat neemt niet weg dat wij ons bewust zijn van de discussie over de vraag of de productiemethodes nog passen bij onze veranderende kijk op dierenwelzijn. En we mengen ons daar ook in.’

Hellebrekers somt op waarover de dierenartsen zich de afgelopen jaren hebben uitgesproken: 'Het onverdoofd castreren van biggen, het couperen van staarten van schapen, het onbedwelmd slachten, het fokken van de dikbilkoe die alleen met een keizersnede geboren kan worden.’ Maar veel meer dan zich uitspreken tegen zulke praktijken kunnen ze niet. 'Zo simpel als Hans Baaij het vaak voorstelt is het niet. Neem het castratiedossier. Ga je verdoofd castreren? Niet castreren?’

Dierenartsen zien de aandacht voor het psychisch lijden van het dier groeien, maar kunnen daar in de praktijk nog weinig mee. 'Het vaststellen van een depressie is nog niet zo eenvoudig. Er moet eerst fatsoenlijk onderzoek naar worden gedaan’, aldus Hellebrekers. De Dierenbescherming bracht in 2009 het leed van in eenzaamheid wegkwijnende paarden onder de aandacht. Hellebrekers: 'De meeste paardenbezitters weten dat het kuddedieren zijn. Als dierenarts heb je een voorlichtende en adviserende rol, maar ik zie mezelf nog geen eigenaar bij de inspectie aangeven omdat zijn paard alleen op stal staat.’ Van kooiverrijking ziet hij dat het bijdraagt aan positief gedrag. 'Maar een varken is waarschijnlijk pas echt gelukkig als hij wakker wordt op stro en met een flinke sprong in een warme modderpoel landt. De karbonade gaat dan wel 22 euro kosten. Het is een illusie te denken dat je de intensieve veehouderij de wereld uit kunt helpen.’

Dirk-Jan Verdonk, werkzaam bij dierenwelzijnsorganisatie WSPA, schreef als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht over de geschiedenis van dierenwelzijn in zijn proefschrift Het dierloze gerecht. 'Vanuit de christelijke traditie is het zo gegroeid dat we mishandeling van dieren als een probleem zien, maar het gebruik van dieren niet’, aldus Verdonk. 'De intensieve veehouderij zoals we die nu kennen is niet een bewuste keuze geweest, maar een ontwikkeling die zich, na de Verlichting en daaropvolgende sterke scheiding tussen cultuur en natuur, grotendeels buiten ons zicht voltrok. Onze kennis over het gedrag en de behoeftes van dieren is sindsdien enorm gegroeid, maar inmiddels zitten die dieren in een systeem dat daar nooit rekening mee heeft gehouden.’ De weg terug blijkt moeilijk. Verdonk: 'Wat zijn de consequenties als we ons openstellen voor het lijden van dieren? De meeste mensen steken hun kop in het zand. En dat wordt ons gemakkelijk gemaakt. De link tussen dierenleed en dat roze lapje in de supermarkt is er niet, want wanneer zie je nou een varken?’

MENSEN gaan liever kijken naar dat andere hoogintelligente dier. Vanaf volgende week is het in Dolfinarium Harderwijk weer dringen geblazen voor de bassins van tuimelaar Skinny en orka Morgan, over wie inmiddels besloten is dat ze - nu haar familie niet gevonden is - niet terug kan naar zee.

Ook in Harderwijk zijn ze het gewend hun bestaansrecht te verdedigen. 'We laten zien wat een unieke dieren dit zijn’, zegt directeur Marten Foppen tegen de achtergrond van onophoudelijk fluitende walrussen voor wie het al dik lente is. 'Maar vermaak is ook een doel. Daar is vraag naar en wij bieden dat.’ Met het dierenwelzijn komt dat volgens hem niet in conflict. 'Er is de laatste twintig jaar veel verbeterd’, zegt hoofdtrainer Steve Hearn. 'Door jarenlang observeren weten we beter hoe we ze moeten motiveren en stimuleren. Als een dolfijn zich verveelt, heb je direct geen show meer.’

In een bassin gevuld met vijftien miljoen liter zeewater dat werd opgezogen voor de kust van Schotland, zwemmen dolfijnen, walrussen en zeeleeuwen in afgescheiden delen. 'Er zwemmen ook vissen’, zegt hoofd educatie Ida Smit. 'Dat was wennen voor de in gevangenschap geboren dolfijnen, maar het instinct om te jagen is er nog en soms pakken ze er eentje.’

De bezoekers achter het glas worden gezien als kooiverrijking. Net als de tegen extra betaling aangeboden aaisessies (25 euro) en het in wetsuit afdalen in het bassin (125 euro), dat hier geen 'zwemmen met dolfijnen’ mag heten, maar er verdomd veel op lijkt. Smit: 'Als de dolfijnen het niet leuk zouden vinden, zouden we het niet doen.’ De fysieke interactie met de dieren is belangrijk voor bezoekers, meent Smit. 'Je kunt wel bordjes ophangen, maar die leest niemand. Beleving doet zo veel meer.’

Smit vertelt enthousiast over het onderzoek dat is uitgevoerd om de gevoeligheid van de snorharen van walrussen te bepalen. 'Bij vormpjes met een doorsnede van slechts enkele millimeters konden ze nog een rondje van een vierkantje onderscheiden. Met die snorharen wroeten ze in de zeebodem op zoek naar kleine schelpdiertjes.’ De kolossen glijden gracieus voorbij over een kale betonnen vloer. Smit: 'Hier eten ze geen schelpdieren omdat de schelpen de waterzuiveringsinstallatie zouden verstoppen. Maar vis is een prima alternatief.’

Al sinds de jaren tachtig worden de dolfijnen in gevangenschap geboren. 'Wil je al die dieren euthanaseren dan?’ vraagt hoofdtrainer Hearn. 'Die kunnen niet terug naar zee. Het enige wat wij doen is de populatie van dieren in gevangenschap in stand houden.’ Maar ook Hearn komt wel eens tot nieuwe inzichten over wat je wel en niet met een dolfijn moet doen. 'Vroeger deden we een dolfijn een grote bril op en dan hielden wij een bordje met een tekst op z'n kop en dan ging die dolfijn op zijn rug zwemmen om zogenaamd die tekst te lezen. Dat doen we niet meer. En we laten ze ook geen bootje meer voortrekken. Niet omdat het schadelijk is voor het dier, maar omdat we het ethisch niet vinden kloppen. Er zijn leukere dingen die je kunt laten zien, zoals sprongen en salto’s die ze in het wild ook maken.’

Hoe dit inzicht zich rijmt met de ook dagelijks opgevoerde show waarin zeeleeuwen met talloze attributen een verliefde matroos en zijn meisje spelen en een boef in de gevangenis stoppen, laat hoofdtrainer Hearn liever uitleggen door zijn baas. Foppen: 'Je moet mensen een breed dagje uit bieden. Al die dieren kunnen een overkill zijn. Die zeeleeuwenshow is al jaren de populairste show hier.’ Hearn bestrijdt dat de dieren hun kunsten enkel uitvoeren omdat er een visje tegenover staat. 'De dolfijnen krijgen zestien pond vis per dag, waarvan maximaal dertig procent tijdens shows. Het draait om de band tussen trainer en dolfijn. Je gaat samen iets leuks doen.’

Met de aanwinst van orka Morgan mag het dolfinarium dit jaar weer rekenen op om en nabij een miljoen bezoekers. Al is niet duidelijk hoe lang Morgan hier nog te zien zal zijn. Ze verblijft in een tijdelijk bassin en ook in de dolfinariumwereld is algemeen geaccepteerd dat orka’s, die in het wild hun hele leven in familieverband doorbrengen, alleen niet gelukkig zijn. Ze zal waarschijnlijk worden overgebracht naar een van de SeaWorld-parken in Amerika waar de pas tweejarige orka nog zeker twintig jaar geld in het laatje kan brengen met het natspatten van toeschouwers. Of Skinny en Morgan gelukkig zijn met hun door ons toebedeelde lot, valt nog niet objectief vast te stellen, maar deze hoogintelligente dieren hoeven in ieder geval niet bang te zijn op een dag te worden opgehaald voor de slacht. Al is dat, als je het door de ogen van een Japanner bekijkt, niet zozeer een verdedigbare morele keuze als wel een kwestie van cultuur.