Een zeer Britse revolutie

Londen - Een politieke aardbeving heeft het Verenigd Koninkrijk afgelopen nacht getroffen en de breuklijn ligt bij de Muur van Hadrianus. Ten noorden daarvan is er een socialistisch Schotland ontstaan en ten zuiden een Conservatief Engeland.

Londen - Een politieke aardbeving heeft het Verenigd Koninkrijk afgelopen nacht getroffen en de breuklijn ligt bij de Muur van Hadrianus. Ten noorden daarvan is er een socialistisch Schotland ontstaan en ten zuiden een Conservatief Engeland.

Het Koninkrijk is niet langer Verenigd. David Cameron zal doorgaan als Britse premier, maar dan vooral als premier van Engeland, Wales en Noord-Ierland. Een vorm van federalisme lijkt onvermijdelijk.

Tot op de dag van de verkiezingen leek het erop alsof het Verenigd Koninkrijk het decor zou worden van een politieke chaos, met de Tories als grootste partij, maar met een linkse minderheidsregering onder leiding van Labours Ed Miliband, in het zadel gehouden door linkse nationalisten uit Wales en Schotland. Deze droom van links spatte donderdagavond om elf uur Nederlandse tijd uiteen. De exit poll voorspelde een ruime Conservatieve meerderheid. Miliband kon het niet geloven.

Het was het begin van een politiek slagveld. De Liberaal-Democraten betaalden een enorme prijs voor regeringsdeelname. Ministers en staatssecretarissen als Vince Cable, Ed Davey, Danny Alexander, Simon Hughes en David Laws verloren hun zetels. Partijleider Nick Clegg overleefde, maar zal vertrekken. In Engeland verdeelden Labour en de Conservatieven de Liberale zetels. In het noorden werden ze opgevreten door de Scottish National Party van Nicola Sturgeon.

Gesterkt door het onafhankelijkheidsreferendum won de SNP liefst 56 van de 59 zetels. Het grootste slachtoffer was Labour, dat de Schotten decennialang voor lief had genomen en genadeloos werd afgestraft. Rode Tories, zo werden ze genoemd. De Schotten liepen niet bij Labour weg, maar ze voelden dat ze in de steek waren gelaten door Labour. Sturgeon vaart een duidelijk linkse koers, zoals Labour dat deed in de dagen voor New Labour.

De wat stijve, onhandige en weinig charismatische Miliband, hoe links hij ook is (‘Red Ed’), lag slecht in Schotland. Maar niet alleen daar. De Engelse kiezers blijken ook weinig van hem te moeten hebben. Te links, te nep, te onbetrouwbaar. Wekenlang hebben ze hem in de waan gelaten dat hij een kans maakte op het premierschap, maar uiteindelijk kozen de miljoenen zwevende kiezers in Engeland voor zekerheid, net zoals de Schotten dat deden tijdens bij het referendum.

Hij zal vertrekken en Labour zal weer terugkruipen naar het veilige midden, terwijl de Tories nu de handen vrij hebben om te kunnen doen wat ze willen: bezuinigen op de sociale zekerheid, het houden van een EU-referendum, het in ere herstellen van de vossenjacht, het verlagen van belastingen en het uitbreiden van het aantal vrije scholen. In Camerons schaduw zal Boris Johnson nog een paar jaar moeten wachten eer hij een gooi doet naar het leiderschap.

De grootste uitdaging van Cameron ligt in het hoge noorden. Hij wil de unie handhaven, maar dat kan alleen maar door nog meer macht over te brengen naar Edinburgh. Het Verenigd Koninkrijk zal een meer federale structuur krijgen. Voorlopig zal er geen nieuw onafhankelijkheidsreferendum komen in Schotland, maar dat kan veranderen als de Britten besluiten om in 2017 uit de Europese Unie te stappen. Het is een heel Britse revolutie: stapje voor stapje. En via de stembus.