Ramsey Nasr, Onze-lieve-vrouwe-zeppelin

Een zeppelin voor iedereen

Ramsey Nasr
Onze-lieve-vrouwe-zeppelin

De Bezige Bij, 176 blz., ! 18,90

Van de vijand en de muzikant

De Bezige Bij, 200 blz., ! 17,90

Moeilijke vraag voor de stadsdichter van Antwerpen: «Mag ook een kopstuk van het Vlaams Belang je gedicht op prijs stellen? Of moet je ervoor zorgen dat híj het in elk geval slecht vindt?» Ramsey Nasr, in 2005 stadsdichter van Antwerpen, stelt de vraag in de aantekeningen van Onze-lieve-vrouwe-zeppelin, de bundeling van zijn Antwerpse gedichten. Tijdens een van Nasrs optredens zat Gerolf Annemans van de extreem-rechtse partij in de zaal. En die zat te genieten. Het zal je maar gebeuren, als Nederlands-Palestijnse allochtoon in België.

Uiteindelijk accepteert Nasr het: «Ik denk dat je kunt trachten niemand bij voorbaat uit te sluiten. Zelfs Gerolf Annemans niet. Iets in mijn maag draait zich om terwijl ik dit schrijf. Maar ik ben het er wel mee eens.»

Het had niet veel gescheeld of Nasr was helemaal geen stadsdichter geworden. Hij had al toegezegd, toen de hel losbarstte rond een opinieartikel van zijn hand. Nasr bekritiseerde de muur die Israël in de bezette Palestijnse gebieden bouwde en vroeg zich af waarom dat land alle VN-resoluties ongestraft naast zich neer mocht leggen. Volgens hem was er maar één oplossing voor het Palestijns-Israëlische conflict: volledige terugtrekking van Israël uit de bezette gebieden. Het stond er allemaal kraakhelder en toch kreeg Nasr de vreemdste verwijten voor de voeten geworpen: hij zou een «hetze» tegen Israël voeren, hij zou het stadsdichterschap niet waard zijn, hij zou de oorlog willen importeren. Nasr: «Ik herinner mij een gesprek op het kabinet met de burgemeester en de schepen van cultuur, ten tijde van de heisa, waarbij op zeker ogenblik bloedserieus werd gesteld: ‹Het belangrijkste is nu dat er snel een gedicht komt›!»

Er kwamen in totaal tien stadsgedichten en daarin doet Nasr wat hij predikt: hij sluit niemand uit. In tegendeel, hij schrijft ronduit innemende poëzie. De gedichten zijn zo zangerig, sympathiek en geraffineerd dat de meeste lezers er linksom of rechtsom gevoelig voor zullen zijn. Kijk maar eens naar deze regels uit het gedicht Het huis van honing en melk dat hij schreef naar aanleiding van de bedroevende omstandigheden waarin huisjesmelkers illegalen in Antwerpen laten wonen:

weldoeners weten: elke mens is een vierkante meter, elke meter

een luxeleven voor wie weinig excuus of geen enkel bezit.

weldoeners lichten op in de duisternis. ze verhuren een aambeeld

om in te wonen, slaan erop totdat het bloost. tot het bloost als een matras.

antwerpen, gij zijt een schone stad, gevuld met onzichtbare wanhoop.

de huurders van uw paradijs zochten hogere honing en appelspijs.

men gaf ze bittere bijen te eten, loodwitte melk. nog bleven ze bij u.

zegt gij het dan. wat moet een mens met zijn vreemden aanvangen?

De «weldoeners» waar de illegalen van afhankelijk zijn, mishandelen hun huizen, zodat die huizen gaan blozen als aambeelden. Generen de huizen zich voor hun slechte staat? Moeten ze daarom blozen als een matras? Een «blozend matras» doet trouwens denken aan muffe oude roze matrassen waarop het slecht slapen is; een illegaal ligt natuurlijk niet in een hemelbed. En dan moet «Antwerpen» antwoord geven. Wie is «Antwerpen»? Het zijn de gebouwen, maar natuurlijk ook de bewoners en stadsbestuurders. Antwerpen is een paradijs: daarin mag toch niemand wanhopig worden? Als iemand ondanks alle ellende in de stad wil blijven, moeten we die dan niet beter behandelen?

Deze regels laten zien waarom de gedichten van Nasr zo innemend zijn. De eerste twee regels leunen op een typisch poëziefilosofietje: elke mens is een vierkante meter. De derde en vierde regels (het blozende matras) zijn experimenteel, Vijftiger-achtig, en roepen vragen op over hun betekenis. De vijfde en zesde regel (de hogere honing en appelspijs) zouden niet misstaan in een Griekse tragedie. De loodwitte melk doet denken aan de zwarte melk van Paul Celan en de vervolging van minderheden. Ten slotte komt de dichter met een retorische vraag, een opdracht tot nadenken, een politiek dilemma. Bijna iedereen zal in deze regels iets van zijn gading kunnen vinden en ze zien er bovendien totaal niet versnipperd of bijeengeraapt uit.

Het zijn niet allemaal zulke politieke gedichten. Een groot deel van de bundel gaat over de hilarische geschiedenis van de zeppelin. Zo schrijft Nasr over de jezuïet Francesco Lana, die in 1670 dacht dat er maar één ding lichter was dan lucht: geen lucht:

nu koesterde francesco plannen

voor een groot formaat schip

met 4 glanzende bollen erop

wanneer je die bollen nu

maar hard genoeg luchtdicht zoog

vloog je

volgens diezelfde theorie

zweeft vacuümverpakte koffie

los rond tussen de rekken van de aldi

hangen magnetronmaaltijden tegen het plafond

ergens schuilt een denkfout

Op dezelfde toon vertelt Nasr over «graaf Z», die commerciële vluchten met de zeppelin als een ontheiliging van zijn plan zag. Dat ding was bedoeld om mee te bombarderen. Antwerpen was de eerste stad die vanuit een zeppelin gebombardeerd werd.

Tegelijk met Onze-lieve-vrouwe-zeppelin heeft Nasr de essaybundel Van de vijand en de muzikant uitgebracht. Dat bevat het artikel over Palestina en Israël dat zo’n herrie opleverde, plus allerlei artikelen die erop volgden. Maar er staan ook over muziek en poëzie stukken in die de moeite waard zijn.