Commentaar: Racismeconferentie

Een ziekte van de geest

Het definitief bezegelen van de overwinning op de apartheid en het bevestigen van de eendracht in de strijd tegen racisme. Misschien zelfs openlijke excuses van voormalig slavendrijvende landen en compensatie van de nazaten der onvrijen. Dat was de bedoeling van de Anti-Racisme Conferentie van de Verenigde Naties die werd gehouden in het Zuid-Afrikaanse Durban. Maar het liep anders. Palestijnse afgevaardigden en hun Arabische medestanders gijzelden de bijeenkomst, en deden hem uitmonden in een diplomatieke rel.

De meerderheid van de afgevaardigden uit honderdvijftig landen sprak «grote bezorgdheid» uit over «de toename van de racistische praktijken van het zionisme» dat «is gebaseerd op raciale superioriteit». Toen de verklaring als eindtekst dreigde te worden aangenomen, verlieten Israël en de VS woedend de conferentie. Eerder al tekenden vertegenwoordigers van zo'n zesduizend NGO’s een verklaring waarin Israël een «racistische apartheidsstaat» werd genoemd.

Het gebeurde zo ongeveer op het moment dat twee Israëlische politieagenten in Jeruzalem een verdachte man aanhielden, die zich prompt opblies toen hij in de gaten kreeg dat hij er gloeiend bij was. De Palestijnse terrorist was niet aan uiterlijke kenmerken te herkennen. Hij ging gekleed als een orthodoxe jood. Misschien was hij op weg naar de heiligdommen in het centrum van de stad. Daar is het goed moorden, want die zijn altijd druk bezocht.

Nu de oorlog zich heeft uitgebreid naar de VN-conferentie in Durban blijkt eens te meer hoe geïsoleerd Israël is komen te staan in de wereld. En hoe ver de Palestijnen gaan. Het is nogal wat om Israël te betichten van racisme. Her en der werd de verklaring veroordeeld als antisemitisch, maar desondanks bleef de steun enorm.

De Palestijnen willen internationaal de aandacht vestigen op het Israëlische geweld in hun gebieden. Dat ze dat kenschetsen als «zionisme» (het streven naar een joodse nationale staat die heel oudtestamentisch Palestina — Eretz Israël — omvat) is begrijpelijk. Maar door het racisme uit de kast te halen, hebben de Palestijnen diplomatiek gezien hun hand overspeeld. In hun streven naar internationale waarnemers is Amerikaanse en Europese steun onontbeerlijk.

Los van het feit dat Palestijnen en Israëli’s niet «raciaal» verschillen, laten radicale Palestijnse Hamas- en Islamitische Jihad-leiders zich met de regelmaat van de klok uiterst onplezierig uit over joden, en schijnen mede door Nederland gefinancierde Palestijnse schoolboekjes bol te staan van de discriminatoire nonsens. Een onderzoek daarnaar is wel toegezegd door minister Van Aartsen maar nog niet uitgevoerd. Voor Israël zelf is deze discussie niet nodig. Daar is veel aandacht voor het apartheidsgevaar dat het onderdrukken van de Palestijnen met zich meebrengt.

De enorme steun die de «zionisme is racisme»-teksten kregen van landen en organisaties die niets met het conflict van doen hebben, is verbijsterend. «Racisme is een ziekte», zei Nelson Mandela in de speech waarmee hij de conferentie opende, «een ziekte van de geest.» Dat die ziekte nog lang niet is uitgewoed, werd treurig genoeg in Durban bewezen.