Opheffer

Een zin bouwen

Ik heb ooit iets gelezen over een Amerikaans onderzoek naar communicatie. Daartoe hadden ze in auto’s die alleen vooruit konden iemand achter het stuur gezet. De auto had een toeter. De automobilisten kregen opdrachten. Jij rijdt rond, jij rijdt van rechts naar links, jij rijdt dwars over het veld, jij steekt schuin over. Een mens in een auto lijkt het meest op een dier, en aldus kwamen we iets te weten over de communicatie tussen dieren. Zoals een auto toetert, zo gromt, miauwt, blaft een dier. Het bleek dat de autodieren met stoppen, langzaam rijden en toeteren slechts een enkelvoudige als-dan-zinsconstructie konden ontwikkelen door middel van interpretatie van de feiten. Als ik toeter, moet jij stoppen. Als ik twee keer toeter, mag jij doorrijden. Toeter ik constant, dan mag ik voortdurend doorrijden. Op momenten dat men zich niet aan de regels hield die men zelf had bedacht of die onduidelijk waren, als men elkaar dus niet begreep, kreeg je een botsing. Men kwam niet boven een bepaald niveau uit.

Laatst zag ik de zoveelste zelfmoordbomaanslag in Israël en dacht ik: in communicatie verschilt dit niets met het autodier. Bom is toeter. Enkelvoudige als-dan-constructies waarin logica wordt gesuggereerd, maar er niet is.

Als jij je bij ons laat ontploffen, bombarderen we jouw huis, of je dorp. Helpt dat niet, dan verandert dat in: als jij je bij ons laat ontploffen, dan houden wij je leider verantwoordelijk. Als jij je bij ons laat ontploffen, dan vervallen alle overeenkomsten. Het perspectief van de zelfmoordenaar — die iets anders wil communiceren — wordt eveneens onlogisch. Als ik me opoffer, dan zal jij wel inzien dat ik gelijk heb. Als ik me opoffer, straf ik jou. Als ik me opoffer, word je wel wijzer. Alles op basis van interpretaties die, als ze getoetst worden (is dit nu wel zo?) geen stand houden. Wat ontstaat is een kluwen van misverstanden. Zoals een tijger tegenover een lam brult. De een brult: ik ga je opeten; de ander blaat: ga weg, en ze weten van elkaar niet wat er wordt gecommuniceerd. Dit duurt voort tot de ander is opgegeten of ontsnapt.

Wat de mens van het dier onderscheidt, is zinsbouw. Ik kan zeggen: bij Lobith staat de Rijn te hoog, dus hier krijgen we dan overstroming. Ik kan door mijn zinsbouw veel meer duidelijk maken. Gisteren waren hier vijanden die zeiden dat ze morgen terugkomen, dus we moeten nu alles inpakken en wegwezen — dit kan een dier niet tegen een lotgenoot zeggen. Door middel van zinsbouw kunnen we allerlei constructies weergeven. We kunnen perspectieven wisselen, uitleggen, duidelijk maken, toetsen, overtuigen, heden aan verleden knopen en ook nog waarschuwen.

In het Midden-Oosten wordt geen taal meer ontwikkeld. De antwoorden die men elkaar geeft, zijn steeds hetzelfde. Israël weet op dit moment zelfs niet meer wat te bombarderen, want alle politiebureaus, scholen, overheidsgebouwen liggen al in puin — en bij de Palestijnen wordt er ook maar domweg gerekruteerd voor de zelfmoordcommando’s zonder dat het effect sorteert. Er is geen zinsbouw — geen gezamenlijke taal. Sterker: men houdt die ook af. En dat is een politieke beslissing. Het is natuurlijk helemaal niet zo dat je Arafat feitelijk verantwoordelijk kunt houden voor die aanslag — hij weet waarschijnlijk van niks, maar je kunt hem er op deze manier wel bij betrekken. En die zelfmoordenaars bereiken natuurlijk ook niets, maar je kijkt wel uit om ze dat te vertellen, anders vind je geen nieuwe.

Een oplossing zit dus — hoe dan ook — in zinsbouw, in de ontwikkeling van een gezamenlijke taal en dus in mensen die bereid zijn met elkaar te praten en elkaars woorden te toetsen. Het aardige daarvan is dat je ook weet dat een gezamenlijke taal bindt. Het gebrek aan communicatie tussen beide landen zal nog wel enige tijd duren. Afgezien van het feit dat je mensenlevens spaart, levert een gezamenlijke taal verder namelijk nog niets op.