Wie zijn die eurosceptici?

Een zoektocht naar een ongrijpbare vijand

Het politieke midden vecht tegen een veelkoppig eurosceptisch monster. Voormannen als Timmermans en Macron waarschuwen dat Europa zich aan de rand van de afgrond bevindt. Maar hoe concreet is dat gevaar?

Viktor Orbán op weg naar een persconferentie na een EVP-bijeenkomst in Brussel op 20 maart. Orbáns Fidesz wordt door zijn Europese familie tijdelijk geschorst © Emmanuel Dunand / AFP / ANP

Even staat hij in zijn nette pak wat ongemakkelijk te wachten tot de gastheer hem introduceert. Frans Timmermans is als pvda-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen te gast in een Brussels kantoorcomplex voor allerlei progressieve maatschappelijke organisaties. Tot die dag heeft de Europese bestuurder er nog geen voet gezet, maar eenmaal de microfoon in handen, stelt hij zich op als een legerleider die zijn troepen opzweept voor de strijd. ‘Nu is het moment daar voor een eerlijker Europa’, herhaalt hij de verkiezingsslogan. ‘Voor de introductie van minimumlonen, voor een einde van de inkomenskloof tussen mannen en vrouwen, voor goede arbeidsomstandigheden.’

De microfoon kraakt, een harde piep klinkt door de luidspreker. Timmermans schuifelt op zijn dieprode schoenen wat verder weg van de geluidsinstallatie, dichter naar de sociaaldemocraten, milieuactivisten en lobbywaakhonden in de zaal. Sommigen hebben briefjes in de hand met kritische vragen over het beleid van de afgelopen jaren. Over kansen voor een schoner en eerlijker Europese Unie die werden gemist.

Alsof hij het voorvoelt, kijkt de lijsttrekker zijn omstanders in de ogen en declameert: ‘We moeten stoppen met onszelf te geselen vanwege fouten uit het verleden. Het is tijd om op te staan voor een constructief Europa. Het is tijd, om op te staan tegen de mensen die profiteren van de destructie van Europa!’

Applaus klinkt, aangevoerd door de entourage van Timmermans. Door de lange speech is er nog maar weinig tijd voor vragen en al snel wordt de vice-Commissie-voorzitter weer begeleid naar de achterbank van de dienstauto, die in de kille februariregen geparkeerd staat. De zware woorden over ‘de destructie van Europa’ vervluchtigen in de naborrel.

Na de eurocrisis en de migratiehectiek verkeert volgens velen nu de EU zelf in een crisis. De Hongaarse president Viktor Orbán jaagt samen met de Poolse regering tout Bruxelles in de gordijnen, in Italië heeft men het helemaal gehad met de halfslachtige asielpolitiek en het Europese gezeur over begrotingsregels, en de Britten zijn nog steeds op zoek naar de uitgang.

Na Timmermans formuleerde de Franse president Macron zijn zorgen over dit vertoon van ‘nationalistisch isolationisme’. Naar 28 Europese kranten stuurde hij zijn opiniestuk met de tekst: ‘Europa was nog nooit zo in gevaar’ en ‘De Europese verkiezingen zullen beslissend zijn voor de toekomst van ons continent.’ Het was een klaroenstoot, die moest voorbereiden op de strijd. Maar waar bevindt zich de vijand?

In het najaar van 2018 zit Mischaël Modrikamen in zijn riante villa aan de rand van het Brusselse Zoniënwoud. De open haard in de ontvangstruimte is nog donker en ongebruikt, maar in het zwembad drijven reeds herfstbladeren. Het is een drukke periode voor de Waalse advocaat. Die zomer is hij door de media geïdentificeerd als de man die in Europa wel eens de ‘revolutie’ zou kunnen ontketenen. Steve Bannon, de voormalig adviseur van de Amerikaanse president Donald Trump, heeft immers hém aangewezen om in Europa de rechts-nationalistische krachten te verenigen tot één beweging: The Movement.

Sindsdien is het een komen en gaan van journalisten, die allemaal wel eens willen zien wie de man is die ervoor moet zorgen dat de onvrede die heeft gezorgd voor de verkiezing van Trump en voor de Brexit nu heel Europa zal veroveren. Modrikamen, tot dan toe een vrij marginale figuur in het Waalse politieke landschap, ervaart alle aandacht als een warm bad.

Vanuit een luie stoel vertelt de raadsman hoe hij contact zocht met Bannon, ze een ‘klik’ hadden en ze hun plannen smeedden voor een ‘wereldwijde club’ van rechts-conservatieve nationalisten.

In feite bestaan er tegenwoordig twee visies: die van de globalisten en van de nationalisten, schetst hij zijn wereldbeeld. ‘Waar wij voornamelijk nationaal opereren, hebben onze tegenstanders zich internationaal georganiseerd in instituties zoals de EU, de Verenigde Naties, Davos, Bilderberg en de Open Society Foundations van Soros. Het is daarom belangrijk dat ook wij elkaar opzoeken, leren kennen en netwerken vormen, omdat we denken dat we op terreinen als soevereiniteit, het beperken van immigratie en de strijd tegen de radicale islam elkaar kunnen helpen.’

De onbekende Waal presenteert zichzelf als spin in dat nationalistische web, dat zich weldra over de wereld zal uitspannen. De EU is de eerstvolgende prooi die zal moeten buigen voor de rechts-conservatieve overmacht.

Er komt evenwel niets van terecht. In het grijze kantoor van pvv’er Marcel de Graaff, een paar kilometer van de villa van de advocaat, wordt een week later slechts gegniffeld als diens naam ter sprake komt. De Graaff zit op één lijn met zijn collega Gerolf Annemans van het Belgische Vlaams Belang, die ook al niets met Modrikamen te maken wil hebben. Een charlatan, wordt hij genoemd.

Het tweetal staat daar niet alleen in. Ook andere partijen zijn huiverachtig zich bij The Movement aan te sluiten. Marine Le Pen van Front National (vorig jaar Rassemblement National gedoopt) heeft er bezwaar tegen dat een Amerikaan (Bannon) zich probeert te mengen in Europese aangelegenheden en de woordvoerder van Forum voor Democratie laat weten ‘geen Amerikaanse organisatie nodig te hebben om ons te ontwikkelen’.

Uiteindelijk zal de lancering van The Movement in januari worden opgeschort en keert de rust in de villa bij het Zoniënwoud. Maar dat betekent niet dat er geen rechtse samenwerking is. ‘Wij bestaan al jaren’, stelt De Graaff in zijn kamer in het Europees Parlement. Met ‘wij’ doelt de pvv’er op de eurosceptische partijen in het Europees Parlement, die binnen Europese fracties samenwerking hebben gezocht. Na de winst van 2014 wisten partijen als de pvv, het Vlaams Belang, het Italiaanse Lega en Rassemblement National zich te verenigen in de anti-EU-fractie Europa van Naties en Vrijheid (env). ‘Een vruchtbare samenwerking’, vindt De Graaff.

Ook Nigel Farage (Ukip) was uitgenodigd, maar die bleef liever ver van de antisemitische geur die om Rassemblement National hangt. Op zijn beurt richtte de Brexit-promotor daarom nog het Europa van Vrijheid en Directe Democratie (evdd) op, waartoe ook de Italiaanse Vijfsterrenbeweging behoort.

Samen hebben env en evdd 78 zetels, iets meer dan een tiende van het Europees Parlement. Volgens De Graaff is het genoeg om een verschil te maken, omdat andere partijen zich nu genoodzaakt voelen hun standpunten over te nemen. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij het migratiebeleid. Her en der worden grenzen gesloten. Zelfs Duitsland heeft een nieuw grensregime naar Oostenrijk toe afgekondigd. Dat had niemand een aantal jaar terug voor mogelijk gehouden.’

Een andere eurosceptische querulant is de Fidesz-partij van Viktor Orbán binnen de Europese groep evp. In relatief korte tijd is de Hongaarse president verworden tot de grootste schandvlek van de EU, een rol die hij met zichtbaar genoegen op zich heeft genomen en die hem tot held van eurosceptici in heel Europa heeft gebombardeerd. Hoe meer vanuit Brussel kritiek wordt geuit op alle liberale waarden die Orbán aan zijn laars lapt, hoe meer hij verongelijkt kan afgeven op die ‘ondemocratische’ technocraten die het op Boedapest gemunt hebben.

cda-lijsttrekker Esther de Lange vindt desondanks ‘die lui op de flanken die hier de boel willen slopen’ het grootste gevaar voor Europa. Ze gebaart om zich heen, naar haar collega’s in de ledenbar van het Europees Parlement in Straatsburg. Een tafeltje verderop klinkt een scherpe discussie waarbij er druk met papieren heen en weer geschoven wordt. ‘Het ziet er niet gezellig uit’, grijnst ze.

Toch belichaamt dat tafereeltje precies wat De Lange graag wil behouden, zegt ze. ‘De Europese Unie is bedoeld als tafel om met elkaar aan te gaan zitten en aan oplossingen te werken. Als het midden leegloopt en je alleen flanken overhoudt die heilig geloven in het eigen gelijk, dan functioneert Europa niet meer.’ De cda’er waarschuwt daar als Nederlanders niet te nuchter over te doen. ‘We denken al gauw: ach, het zal wel loslopen. Maar op het moment dat partijen als de pvv binnen Europa een kritische massa krijgen, kan de boel ineens omslaan, zoals we met de Brexit hebben gezien.’

Zodra het gesprek echter op Orbán komt, schiet De Lange in de verdediging. Dan wijst ze juist op de risico’s van uitsluiting en isolatie. ‘In West-Europa bestaat er een neiging om alles wat Orbán doet verkeerd te vinden’, meent ze. ‘Begrijp me niet verkeerd, ik ben ook erg tegen het afbreken van de persvrijheid et cetera, maar ik vind wel dat we soms vergeten begrip te hebben voor wat er speelt in Oost-Europa. We moeten blijven proberen die brug te slaan, anders creëer je verdeeldheid in Europa. Pas als praten niet meer helpt, moet dat consequenties hebben.’

‘Als het midden leegloopt en je alleen flanken overhoudt die heilig geloven in het eigen gelijk, dan functioneert Europa niet meer’

Een paar weken later bereiken de spanningen binnen de christendemocratische gelederen in Europa echter een kookpunt als overal in Hongarije campagneposters verschijnen waarop Commissie-voorzitter en evp-prominent Jean-Claude Juncker zwartgemaakt wordt. Orbáns Fidesz wordt door zijn Europese familie geschorst.

Brussel, maart 2016, PVV-politicus Geert Wilders op een colloquium van de Beweging voor Naties en Vrijheid (EVP), de Europese partij waar onder meer het Vlaams Belang deel van uitmaakt. Tweede van rechts partijvoorzitter van Vlaams Belang Tom Van Grieken © Jonas Roosens / ANP

Op een enorm projectiescherm boven een podium de contouren van een man en een zwangere vrouw afgebeeld, met tussen hen in drie kinderen. Ze houden elkaars hand vast, met op de achtergrond een wereldbol en de tekst ‘World Congress of Families’. Dit internationale netwerk van oerconservatieve, christelijke bewegingen heeft in 2017 Boedapest uitgekozen om te vergaderen over het terugdringen van het homohuwelijk, het afschaffen van abortuswetgeving en het verbieden van porno.

De Hongaarse president Orbán ziet hier zijn kans schoon om zijn eigen agenda met die van de christenfanatici te verenigen: hoe meer kinderen uit eigen schoot, hoe beter. ‘Steeds minder huwelijken brengen steeds minder kinderen voort, waardoor de bevolking vergrijst en krimpt’, klaagt hij. ‘Europa, ons gezamenlijke thuisland, is terrein aan het verliezen in de bevolkingsstrijd tussen de grote beschavingen.’

De beelden zijn verzameld door de Europese emancipatiebeweging epf, als waarschuwing. Voorman Neil Datta, door zijn christelijke tegenstanders ook wel ‘toplobbyist van de internationale baby-moordenaars-industrie’ genoemd, had ze alvast doorgestuurd ter introductie van zijn verhaal. Nu scharrelt hij door zijn met papieren bezaaide kantoor op zoek naar een tafel en stoelen. Als dat niet lukt, loodst hij zijn bezoek een zijkamertje in en zet een mok met water neer.

Nog half verontschuldigend begint hij zijn verhaal. Het is de afgelopen jaren allemaal een stuk ingewikkelder geworden. ‘Binnen de EU bestond lange tijd amper georganiseerde oppositie tegen emancipatievoorstellen. Maar sinds een jaar of zeven komen we steeds vaker dezelfde namen tegen. Er is een gemeenschap die contact onderhoudt en regelmatig bijeenkomt, om te proberen mensenrechten te ondermijnen.’

Als recent voorbeeld noemt Datta de Istanbul Conventie, het EU-voorstel dat als doel had om geweld tegen vrouwen uit te bannen. ‘Ik dacht dat dit een makkelijke overwinning zou zijn, maar allerlei actoren werden opgesteld die zich daartegen keerden. Uiteindelijk verklaarde Bulgarije het verdrag ongrondwettelijk waardoor het niet door de EU bekrachtigd kon worden.’

Inmiddels heeft Datta wel een idee hoe die verschillende ‘actoren’ via informele netwerkjes verbonden zijn en elkaar weten te vinden als het nodig is. Orbán en het internationale netwerk van diepgelovigen vormen daar slechts één voorbeeld van. Zorgvuldig schetst hij zijn tegenstanders. Ten eerste is er de aloude religieuze beweging ‘die zich heel sterk richt op de verbinding van man en vrouw’. Hij voegt toe: ‘Tegenwoordig zijn de meeste gelovigen die fase echter wel een beetje voorbij.’ Ten tweede noemt Datta de extreem-rechtse groeperingen, zoals fascisten, neonazi’s en dergelijke, ‘die eigenlijk nooit echt zijn weggegaan’. En als nieuwste ontwikkeling ziet de epf-voorman het populisme, ‘ontstaan als reactie op politieke partijen die niet beantwoorden aan behoeften in de samenleving’.

Wat er volgens hem nu gebeurt, is dat deze laatste beweging meesurft op de andere twee stromingen. ‘Op z’n minst zijn ze vriendschappelijk naar elkaar.’ Als voorbeeld schetst hij de verkiezing van Trump, met de zeer religieuze Mike Pence als vicepresident. ‘Trump is drie keer getrouwd en hij gokt, maar toch krijgt hij applaus van de christelijke achterban’, fronst Datta. ‘Hetzelfde soort reacties zie je bij AfD in Duitsland en Front National. Er ontstaat een cocktail waarbij figuren als Orbán, Poetin en Trump hun eigen beleid proberen te legitimeren door allianties te sluiten met vertegenwoordigers van de “christelijke waarden”. Ze zijn geïnteresseerd in die stemmen. En omdat de christenen niet echt andere vrienden hebben, kunnen ze die contacten goed gebruiken.’

In een opiniestuk op de Europese nieuwswebsite EUobserver schreef d66-europarlementariër Sophie in ’t Veld vorig jaar hoe in haar ogen de Europese Unie al veel langere tijd te kampen heeft met een ‘gezamenlijke agenda’ van ‘Europa’s religieuze nationalisten’, die individuele vrijheden trachten te ondermijnen. Haar punt: het ‘gevaar’ komt eerder uit deze conservatief christelijke hoek dan van zo’n ijdele Modrikamen en zijn vriendjes.

Telefonisch licht In ’t Veld haar column toe. Ze merkt op dat extreem-rechtse, conservatieve clubs zowel Amerikaans als Europees geld proberen te kanaliseren in hun pogingen de progressieve Europese verworvenheden onderuit te halen. Ook de Europese partij European Christian Political Movement (ecpm,) waarin de ChristenUnie het voortouw neemt, zit er volgens haar kniediep in. ‘In zekere zin weet ik het nog te waarderen ook’, smaalt ze. ‘Want ze proberen van Europa een waardengemeenschap te maken, iets wat juist wij, pro-Europese partijen, zouden moeten doen.’

Auke Minnema, directeur van ecpm, legt zijn theelepeltje neer en denkt even na. ‘ecr is een beetje een vergaarbak’, zegt hij dan, nu met zijn kopje in de hand. ‘Je hebt er zowel linkse als rechtse figuren tussen zitten. Als ecpm proberen we vooral een christendemocratisch geluid te laten doorklinken. Maar omdat we “eurorealistisch” zijn, worden we al snel weggezet in het rechtse hoekje. Subsidiariteit is voor ons nu eenmaal erg belangrijk. Europa moet zich niet overal mee bemoeien.’

Zoals veel van zijn collega’s is Minnema ook enigszins argwanend jegens de gevestigde media, die in zijn ogen al snel partij kiezen voor het progressievere geluid. En als de naam van Sophie in ’t Veld valt, kost het de ecpm’er duidelijk moeite zijn irritatie te onderdrukken. Hij kent de verdachtmakingen, reageert hij, maar van samenwerking met Steve Bannon is absoluut geen sprake. ‘Zijn toon staat ons niet aan’, aldus Minnema. Niet voor niets maakt diens pion Benjamin Harnwell geen deel meer uit van ecpm: ‘We zijn gestopt met die samenwerking omdat hij naar rechts was opgeschoven.’

Toch is het niet zo dat Minnema de sirenenzang uit nationalistische hoek volledig ontkent. ‘We worden wel voor het karretje van de rechtspopulisten gespannen.’ Maar: ‘We zijn er ook zelf bij. Dat zag je toen voormalig Front National-mensen bij ons wilden aankloppen. Zij moesten verder kijken. De nationalistische kaart zul je ons niet zien trekken. Ook Orbán hoort niet bij ons thuis. Zelfs al zijn er onderwerpen waar we het best met hem eens zijn, we zouden een lidmaatschapsverzoek van hem niet aanvaarden.’

Hoe het dan wel zit? ‘In feite hebben we vriendjes in vrijwel alle grote fracties’, aldus Minnema. ‘Zo zitten christelijke europarlementariërs uit de verschillende partijen samen in werkgroepen waarbinnen we samenwerken op onderwerpen als mensenhandel en medisch-ethische zaken. We gaan hier niet voor de macht, maar voor de impact.’

Als een onneembaar bastion glanst het Europees Parlement in de prille voorjaarszon. Buiten wordt gedemonstreerd voor de positie van buschauffeurs, binnen klinkt haastig gerinkel van kopjes en lepeltjes. Agnes Jongerius is na Timmermans de nummer twee op de pvda-lijst voor de Europese verkiezingen. Aan haar de kans om eens en voor altijd uit te leggen waar haar voorman op doelde met de ‘destructie van Europa’.

Maar meteen wijkt ze van het draaiboek af. ‘Ik heb niet zo veel met het begrip “populisme”’, reageert ze plompverloren. ‘Ik denk dat wat Rutger Bregman deed bij het Davos-forum, waar hij de belastingtarieven van de rijken aankaartte, een jaar geleden óók nog als populistisch geduid zou worden. Nu vindt iedereen dat hij de vinger op de zere plek legt.’

De voormalige vakbondsvrouw vertelt hoe ze voor de Europese verkiezingen van 2014 langs de deuren liep met haar bos rozen, toen dezelfde doemscenario’s circuleerden. Een vrouw deed open, en zei prompt: ‘Ik haat Europa.’ Wat Jongerius toen deed? ‘Ik moest enorm lachen!’ Vervolgens bleef ze wel een tijd op de drempel staan praten. Over de Grieken, die heus niet op hun 55ste met pensioen kunnen om onder de olijfboom te gaan hangen. En over de Polen die ‘onze banen’ komen inpikken. Want Jongerius vindt: ‘Je moet er niet bang voor zijn, maar het gesprek aangaan.’

Tegelijkertijd begrijpt ze de onvrede wel, zegt ze, terwijl er een bel klinkt die aankondigt dat er zo gestemd gaat worden. ‘We hadden inderdaad een systeem ingericht dat het mogelijk maakte dat allerlei handige harry’s via een brievenbusfirma in Boekarest mensen naar Nederland stuurden om hier uitgebuit te worden. Alleen heb je wat meer tekst nodig om uit te leggen dat het hier niet om Roemeense “harry’s” gaat, maar om Nederlandse transportbedrijven.’

Dat soort misstanden wil Jongerius graag oplossen en zo zal ze zich deze campagne ook naar haar kiezers profileren. Maar om nu te zeggen dat Europa aan de rand van de afgrond staat? Ze krijgt het niet over haar lippen. ‘Iedereen denkt altijd in historische tijden te leven’, aldus de cum laude afgestudeerde historica. ‘Natuurlijk zijn de Europese verkiezingen belangrijk. Alleen niet voor het “project EU”, maar voor de vraag of je het busvervoer moet liberaliseren of niet. Uiteindelijk is er ook genoeg tegenmacht. Kijk naar de studenten die voor een beter klimaatbeleid demonstreren, daar word ik nou blij van!’

Een tweede stemmingsbel klinkt. Jongerius staat op. ‘Ik moet nu echt rennen’, zegt ze. ‘Ik kan de stemming niet missen.’ Met een stoute knipoog besluit ze: ‘Het zal maar nét de stemming zijn over de liberalisering van het busvervoer!’