‘een zonsondergang verkoopt altijd’

WAT ZAL MIJN antwoord zijn als ze me komen vragen waar ik mijn hele leven eigenlijk mee bezig ben geweest? Mensen zeggen dan de raarste dingen, zelf hebben ze waarschijnlijk niets in de gaten. Hopen maar dat ze mij niet kunnen vinden tegen die tijd.

Wat zei John Hinde toen het hem werd gevraagd? ‘Mijn hele wezen was geobsedeerd door de behoefte om mijzelf uit te drukken in het medium fotografie. De stijl die deze uitdrukking vorm moest geven, kristalliseerde langzaam in mijn gedachten.’
Meer dan honderd miljoen mensen hebben de ansichtkaarten van deze man in hun handen gehad. Ze stuurden ze op of ze vonden ze in hun brievenbus, met de hartelijke groeten erop en 'het is hier hartstikke leuk’. En zo'n man begint over zelfexpressie, en gedachtekristallen.
Het zal zijn gekomen door de tentoonstelling van zijn levenswerk, Hindesight, die in het Irish Museum of Modern Art heeft gehangen. Toen de bijbehorende catalogus werd gemaakt, met enkele citaten van de kunstenaar erin, moet hij van de zenuwen zijn vergeten hoe het ook alweer zat. Aan het eind van je leven een overzichtstentoonstelling in een heus kunstmuseum, daarvan raken zelfs de sterksten op drift. Wat jarenlang vanzelf is gegaan, wordt opeens kunst en moet dan grote gevoelens torsen. Maar bij een andere gelegenheid heeft hij eens gezegd: 'Een zonsondergang verkoopt altijd.’ Dat lijkt er meer op, John, zo kennen we je weer.
DE EERSTE ansichtkaarten die John Hinde in Ierland op de markt bracht, waren grote foto’s die ongewoon krachtig van kleur waren dank zij een voor die tijd ingenieus kleurseparatieprocede. In de zomer van 1957 zette hij zes van die kaarten in een kaartenstandaard op Shannon Airport. Daar kwamen de vliegtuigen uit Amerika aan, en daar vandaan vertrokken ze weer. Hij verschool zich achter zijn standaard en luisterde de gesprekken van komende en gaande toeristen af.
Mensen sturen hun ansichtkaarten naar familie en vrienden om te laten zien dat ze het leuk hebben, ontdekte hij. En ook al is de vakantie tegengevallen, en dat gebeurt nog al eens, dan bijten ze liever hun tong af dan de thuisblijvers daar iets van te laten merken. Dus er moet een grote behoefte aan ansichtkaarten zijn die de werkelijkheid wat rooskleuriger voorstellen, heeft hij toen bedacht.
Kleur was daarbij van belang, vrolijke en zonnige kleuren. Dat zou leugen nummer een worden, in Ierland scheen namelijk niet veel zon. Bloemen en fleurige planten op de voorgrond, dat werd leugen nummer twee. Hij nam ze mee in de achterbak van zijn auto en schoof ze onder in beeld. Lupines op winderige heuveltoppen, rozen in zandgrond. Twee vliegen in een klap: een fleurige sfeer en dieptewerking. Op compositorisch uitgekiende plekken zette hij zijn figuranten neer. Daar was hij een meester in. Elk roeibootje, elke visser, elke toerist stond daar omdat Hinde het zo wilde.
En de mensen vonden het prachtig, hij ving hun enthousiaste commentaar op vanachter de kaartenstandaard. Het ging goed met Hinde Studios, hij nam fotografen in dienst en legde ze uit hoe het moest. Denk erom: altijd iets kleurigs op de voorgrond. D. Noble, E. Ludwig en J. Willis, zij luisterden goed en zij konden het ook.
Ik weet nog dat ik alleen maar hun ansichtkaarten kocht, toen ik in 1977 voor het eerst door Ierland fietste. Ze hadden aan de onderkant een dun wit randje, waarop links in kleine letters de plaats van de opname en rechts wie hem had gemaakt. Die weidsheid, die composities, die kleuren. Ook toen ik er voor de zoveelste maal was natgeregend, had ik niet het gevoel dat er iets niet klopte met de zonnige kaarten van John Hinde Studios.
De catalogus van zijn tentoonstelling Hindesight is sinds kort in Nederland te koop. Onomwonden wordt daarin de trukendoos door de assistenten en door de meester zelf uit de doeken gedaan. Toen pas kreeg ik door wat ik jarenlang voor zoete koek had geslikt, maar het kon me niet schelen. Mooi blijft mooi, hoe je er ook aan komt. Wat is dat toch, dat de verbeelding sterker maakt dan de realiteit? Hebben die twee eigenlijk wel iets met elkaar te maken?
Vorig jaar ben ik met een fly-drive-vlucht weer eens terug geweest. Op het vliegveld stond een auto klaar, even oefenen met het links rijden en op naar de westkust, daar was ik nog niet geweest. Twee weken heb ik er rondgereden met een vriendin, we keken onze ogen uit. Die landschappen en die donkere luchten waar even de zon doorheen komt, en voor je het echt heet begint te krijgen, is hij alweer weg. Het was hartje zomer en op de mooiste stukken waren we nog alleen.
Op een van de laatste dagen nam ik een haarspeldbocht. Altijd een beetje oppassen met haarspeldbochten. 'De asbak, de asbak!’ werd naast me geroepen. Even dacht ik dat er een ramp was gebeurd. Mijn reisgenote wees door het voorruit naar iets in de verte. Een vuilnisbak die dwars over de weg lag?
De ansichten van John Hinde zijn alleen sporadisch nog te koop. In 1972 heeft hij zijn firma verkocht en daar wordt nu onder zijn naam de vreselijkste kitsch gemaakt. Maar zijn oude werk is als plastic asbak nog in souvenirshops te vinden. Wel even zoeken. We hadden er een gekocht met een snelstromend bergriviertje erop. Op de voorgrond stonden enkele rododendrons in bloei. De auto langs de kant gezet en de plek opgezocht vanwaar de opname was gemaakt. Nergens rododendrons te bekennen.
En wat doet John Hinde tegenwoordig? Hij woont in Spanje en maakt landschappen met olie en gouache. Het staat in de catalogus.