Een zware mantel van wolligheid muziek

Wie even genoeg blote billen had gezien, kon afgelopen zaterdagavond naar Felix Meritis gaan voor een stemmiger afsluiting van de Gay Games dan het megaspektakel in de Arena. Daar werd de nieuwe kameropera De tweede reis van Joost Kleppe uitgevoerd. De tweede reis handelt over Jacob Israël de Haan, de schrijver die in 1919 naar het Heilige Land emigreerde. Joods en homoseksueel - in onze tijd zou De Haan tot twee maatschappelijke minderheden hebben behoord. De Haan had vooral last van een innerlijke strijd tussen deze twee identiteiten. Althans, zo wordt hij in De tweede reis neergezet: een man die verscheurd wordt door een drang naar spirituele zuiverheid en zijn seksuele driften, die hem doen vallen voor knappe Arabische jongetjes. Daarom wordt zijn personage door twee zangers verbeeld: de bas Bart Driessen en zijn alter ego de bariton Jan Willem Baljet.

Deze splitsing van het karakter is een dankbare manier om alle twijfels en conflicten van De Haan zichtbaar te maken. Soms ligt De Haan totaal met zichzelf overhoop, zoals in een van de scènes tegen het einde, die ontaardt in een hardhandige vechtpartij tussen zijn twee alter ego’s. Maar vaker is er sprake van een tedere saamhorigheid en intimiteit; de twee mannen lijken dan broers. En soms neemt het ene alter ego de gedaante aan van de jongen op wie De Haan verliefd is en zijn ze minnaars.
Tegen een eenvoudig decor - een marmeren doopvont en twee wandjes van gebutst zilver - ontwikkelt zich het verhaal, dat handelt over De Haans ‘tweede reis’: een reis naar binnen, als een vervolg op zijn 'eerste reis’ naar Israel. Een psychologisch drama met dimensies die zo universeel zijn dat de thematiek iedereen zal aanspreken.
Toch is De tweede reis een bijzonder moeizame voorstelling geworden. In vijf minuten is het verhaal verteld, de overige vijfenvijftig minuten zijn een kwestie van geduldig uitzitten. Ligt dat aan de muziek? Joost Kleppe heeft een gepassioneerde partituur voor drie strijkers geschreven. Het is muziek die sterk wortelt in het Slavische idioom van Bartók en Janácek en dus ook de traditionele klezmermuziek. Nu eens klinkt er een smachtend samenspel, dan weer een vederlicht pizzicato. Kortom, mooie muziek.
Ligt het aan de twee zangers? Inderdaad is er op hen wel wat aan te merken. Bart Driessen heeft weliswaar een mooie diepe stem met veel resonantie, zijn zware vibrato maakt een dikke soep van alle frasen. Jan Willem Baljet als alter ego heeft weer het nadeel dat hij zo legato zingt dat alle woorden in elkaar overvloeien en onverstaanbaar zijn. Toch weten beiden ook prachtige passages neer te zetten. Vooral in de samenzang ontstaat er vaak meeslepende muziek.
Ligt het aan de regie van Wim Trompert? Het stuk is statisch en sober van opzet. Geen beweging te veel, lijkt het. Maar het spel komt niet tot leven. Er zijn te veel heftige, archetypische gebaren die betekenisloos in de lucht blijven hangen. Er is veel gestaar naar de grond en getuur in de verte. Te veel gestrompel.
Een ouderwetse wolligheid hangt als een zware mantel om het stuk. En alle aspecten van de voorstelling dragen daar hun steentje aan bij. De muziek is weliswaar mooi, maar wel geschreven in een stijl van tachtig jaar geleden. Een manier van zingen die erg gekunsteld aandoet, wat de geloofwaardigheid van het drama in de weg staat. En een regie die de pathetiek in de tekst ('Ik proef in elke wijn slechts bitterheid’) nog eens onderstreept. Elk zweem van humor of ironie ontbreekt. Daar hebben de moderne gays meer kaas van gegeten.

  • De Rode Hoed in Amsterdam organiseert van 17 tot en met 28 augustus op alle doordeweekse dagen lunchconcerten. Van musicalliedjes, Latijns-Amerikaans repertoire tot middeleeuwse muziek. Toegang gratis, aanvang 12.30 uur.
  • Een spectaculair decor belooft Summerborn Opera (een gelegenheidsensemble van gerenommeerde Nederlandse musici en zangers) dat in de Manege Voorst in de Achterhoek de komische opera L'occasione fa il Ladro van Rossini opvoert. 9 tot en met 16 augustus, inl. 038-4432661.