Een zwart kruis

COMMUNICATIE IS altijd een zaak geweest van codes en signalen, van een zodanige (her)ordening van elektriciteitskabels dat ze hun dodelijke lading naar de goede plekken zenden en kortsluiting en ongelukken vermijden. Als het gaat om macht en ras wordt het nog veel moeilijker dan gewoonlijk, en niemand wil de schuld krijgen van vergissingen. Je bevindt je in de situatie van Pontius Pilatus: hij waste zijn handen schoon van het bloed van Jezus, maar toch was hij degene die toeliet dat de mensenmassa die man zijn kleren uittrok en hem kruisigde. Jezus liet zich in elk geval niet voor de gek houden. Hij wist dat er een rover was vrijgelaten en dat in diens plaats hij, de Koning der Joden, aan een boom genageld ging worden, met zijn ballen in de wind, en dat zijn plaats in de geschiedenis tot in alle eeuwigheid onderwerp van gesprek zou worden.

Als een zwarte man op Schiphol landt, wordt hij ondergedompeld in een nieuwe omgeving, een massa communicatiekabels die verschillende boodschappen dragen, waarvan er sommige over hem gaan. Hij wordt een mysterie, een symbool, een droom, een nachtmerrie, een karikaturale Jezus aan een rubberen kruis wiens rol ofwel de redder van zijn soort is, of oplichter of gewoon een of andere wandelende kluwen onbekende communicatiesignalen. Hij weet dat hij zwart is, maar toch krijgt hij dat keer op keer te horen. Maar wat hij zeker dient te weten is hoe de autochtonen omgaan met mensen met zijn huidkleur, zijn pigment. Als ze die lynchen, dan moet hij zijn gevaarantennes aan zetten, de sensoren die hem moeten beschermen en die hem helpen zijn woorden te wegen om moeilijkheden te vermijden. Als ze niet lynchen maar spuwen, dan moet hij zakdoeken zien te krijgen om het speeksel mee af te vegen, terwijl hij ondertussen een betere manier probeert te vinden om te voorkomen dat hij wordt bespuugd. Als ze niet spugen maar schelden als matrozen die te lang geen seks hebben gehad, dan moet hij een harnas gaan dragen om zijn ziel te beschermen, want anders zou hij levend worden geroosterd door de elektrische spanning die zou kunnen ontstaan. Als ze daarentegen goedgemanierd zijn en hun donkergekleurde broeders niet willen beledigen, dan laat hij zijn dekking zakken en trekt hij zijn geïsoleerde handschoenen uit aangezien er geen gevaar is dat gevaarlijke kabels zijn verblijf moeilijk zullen maken. Per slot van rekening is de maatschappij een massa codes, en weten hoe je met de elektriciteitskabels moet omgaan die in muren en vloeren zitten, en weten op welke knoppen je moet drukken, is de sleutel tot een harmonieus leven. Nederland bevindt zich niet aan een van de uiteinden van dit continuüm: de kans dat je wordt gelyncht door skinheads is uiterst klein, maar de kansen op misverstanden, boosheid en conflicten zijn ruim aanwezig. Ik heb me nooit echt in levensgevaar gevoeld, maar ik ben me bewust van de kans dat dingen uit de hand lopen, dat een geïsoleerde kabel door een ongeluk of een andere oorzaak een dodelijk vuur naar twee of meer mensen zendt. In Oeganda was ik op vertrouwd terrein, daar was de locatie van elke kabel bekend. Als je iemands zoon of kleinzoon was, stond je positie vast. Als je daarbij nog een goede opleiding en invloed had, stond je positie zo vast als een huis. Als je niemands zoon was, dan werd je behandeld als niemands zoon, niet in elkaar geslagen, niet bespuugd, maar je was je bewust van je eigen gebrek aan gewicht, en een vlinder, een veer gaat geen ruzie zoeken met wervelstormen. Als je in Holland zwart bent, dan ben je automatisch een niemandszoon, een vlinder in de wind, een veer die buitelt en danst op de rug van een stormachtige wind. Als je zou proberen de vergissing recht te zetten, zou je een voor een alle straten in moeten lopen om jezelf voor te stellen, om aan te kondigen wie je bent, als dat al iets zou helpen. Uiteindelijk tors je de dubbele last op je schouders iemands zoon te zijn die voor een nobody wordt aangezien; per slot van rekening is migratie een egalisator: advocaat, dokter, wat dan ook, je bent gewoon een of andere zwarte vlinder die de wind kleur geeft met je rijke pigment maar die geen gewicht heeft; je bent een droom, een fantasie, een nachtmerrie die in het hoofd en voor de ogen van mensen zweeft. Dit scenario treedt in werking als je naar een winkel gaat en de juffrouw ziet dat je een broek bekijkt die maar liefst vijftig gulden kost. Je ziet haar innerlijke strijd: moet ze haar breedgeschouderde echtgenoot erbij halen of de politie bellen? Dan hoor je haar ijskoude stem: ‘Die broek die kost vijftig gulden.’ Je kunt antwoorden: 'Ik weet heel goed dat deze klotebroek vijftig gulden kost. Ik heb ogen in mijn hoofd en ik ben naar school geweest.’ Maar je bent misschien niet in zo'n letterlijke stemming. Je wilt wellicht een wat verfijnder antwoord geven. Niet per se in je eigen belang. Maar in het belang van diegenen tegen wie te vaak is gezegd dat die broek vijftig gulden kost, en voor wie de volgende keer net één keer te veel kan zijn. Je vindt de juffrouw misschien niet aardig, maar je wilt haar niet kwetsen. Wellicht kies je ervoor om deze juffrouw te vertellen dat je genoeg geld hebt om tien van die fantastische broeken te kopen. Maar wat moet je met zoveel broeken? Het hele klerezooitje in de eerste de beste vuilnisbak kieperen? Wat zou dat voor nut hebben? De juffrouw zou rijker zijn, en jij vijfhonderd gulden armer. Zij zou er zelfs een paar trucjes van kunnen leren: eerst val je ze lastig, dan beledigen, en dan proberen ze zich te bewijzen door de winkel leeg te kopen, alleen om te laten zien dat ze geld hebben. Welk geld? Wat als zij denkt dat het van een uitkering is? Zij betaalt belasting en ze heeft het gevoel dat het haar belastinggeld is dat uit jouw zak bij haar terugkomt via een broek van vijftig gulden. Geen dankbaarheid, dank u. Wat dan? Moet je haar vertellen wat voor werk je doet? Welk recht heeft zij om te weten wie jouw werkgever is? Wat als je bij een bank werkt, een verzekeringsmaatschappij, op de beurs, of als je dokter of begrafenisondernemer bent? Uiteindelijk zou je kunnen besluiten dat die trut het recht niet heeft om dat te weten en loop je weg. Ik ben een paar keer weggelopen. Maar ook heb ik er een paar keer voor gekozen deze mensen op te voeden. Het hangt allemaal af van je stemming, van de hoeveelheid elektriciteit in het systeem. In mijn opvoedende stemming nam ik de beledigende partij apart en gaf ik een gratis lezing, zonder vijftig gulden te vragen voor bewezen diensten. Ze ontkennen altijd dat ze racisten zijn. Ze wijten het aan stress, als ze van het mannelijk geslacht zijn. Of aan premenstruele spanningen als ze oud genoeg zijn, of aan terroristische aanvallen van winkeldieven met jouw postuur en huidkleur. Altijd iets om het zwiepende zwaard van dat vervloekte R-woord af te wenden. Je vraagt waarom ze mensen niet het voordeel van de twijfel geven, en elektrische alarmsystemen installeren die bellen doen rinkelen als een klant binnenkomt, of een ander bespied-apparaat. Ze hebben smoesjes. Waar het op neerkomt is dat zij individualisten zijn die jouw individualiteit ontkennen, alsof ze door die te erkennen de hunne zouden kwijtraken. Wellicht bieden ze je verontschuldigingen aan en een kopje zwarte koffie, altijd zwarte koffie. Je gaat weg en je voelt je als een brandweerman die net een brandje heeft geblust dat een winkelcentrum had kunnen verzwelgen. Dat fikkie doven zou de grote brand niet tegenhouden, een paar straten verderop, op een dag dat iemand besluit een paar kabels kort te sluiten, opzettelijk of anders. Maar jij hebt je werk gedaan. Het geval wil dat ik lid ben van een sportschool, waar vrouwen en mannen aan dezelfde machines liggen te kreunen, te zweten en hun vette pensen en dikke dijen door hun zweetklieren proberen weg te pompen. Een jaar geleden werden er nieuwe douches geïnstalleerd. Je trekt je korte broek uit, loopt naakt naar de douches en gaat naakt tussen andere mannen staan, je ballen bungelend alsof je aan een kruis hangt. Het enige voordeel dat ik daarin kan zien is dat je in alle vrijheid afmetingen kunt vergelijken, en dat er geen behoefte meer is aan de vraag of je een grote lul hebt of niet. Hij is open en bloot, gekrompen als een gegrillde paddestoel, en warm water stroomt eroverheen. We zouden kunnen proberen dat soort transparantie toe te passen in onze samenleving, maar dan zouden mensen meteen gaan roepen om hun privacy, om het recht te zijn wat ze dan ook zijn zonder daar buttons voor te hoeven dragen. Advocaat, dokter, begrafenisondernemer, zou er op de button staan. Dief, racist, terrorist, brandstichter, winkeldief, gestoorde gek - zo zouden de bellen rinkelen. Ik denk dat het huidige warnet van elektrische kabels nog lang zal blijven bestaan. Jezus of oplichter of droom of nachtmerrie of vlinder, het ritme van verkeerd begrepen signalen en gecodeerde communicatiesignalen zal voortduren; het geluid van water dat over handen stroomt en de schuld wegspoelt, zal ook gehoord blijven worden. Na de honderdste kruisiging aan een klein zwart kruis heb je een paar opties: je kunt te moe zijn om je er druk over te maken; je kunt te woedend zijn om die andere kruisiger vrij te laten; of je kunt het feit aanvaarden dat in democratieën kabels vaak onaangename boodschappen dragen en daarmee leren leven. Of ertegen vechten. vertaling: Rob van Erkelens