Eenenzestigplussers

Deze aflevering is alleen bestemd voor mannelijke personen jonger dan zestien en ouder dan eenenzestig.

Let op, kinderen! Hiermee kunnen jullie je woordenschat verrijken!
Mooikutje, Neukspies, Begrijpendekut, Diepduwer, Argelooskutje, Doodneuker, Ongebreideldekut, Kuttenkraker, Pikkentrekster, Kutbeklimmer, Zijdekutje, Lulinplonski, Malvenroosje, Kontflepper, Wreedpik, Priktongetje, Snoesje en Poesje.
Zo heten de hoofdpersonen in Anti-Justine of de wellust der liefde van Restif de la Bretonne. Het is, met afstand, het vervelendste stuk pornografische literatuur dat ik voor deze rubriek heb gelezen. Hoewel, gelezen… Het is ook het eerste boek dat ik niet keurig van a tot z heb doorgeploegd, mijn ijzeren plichtsbesef ten spijt.
Anti-Justine (1798) is het antwoord op Justine of de tegenspoed der deugdzaamheid (1791) van D.A.F. de Sade.
Restif vindt Sade een viezerik, een vuilschrijver en een wreedaard. Sade haalt vrouwen omlaag, vernedert ze en kwelt ze. In zijn Anti-Justine plaatst Restif vrouwen weer op een voetstuk. Hij verheft ze en vereert ze. Vindt hij.
Ik vind juist Restif een viezerik. Hij maakt van vrouwen platte orgasmemachines. Zoals alle slechte pornografen dat doen. En juist Sade verheft de vrouw, althans Justine. Hij geeft haar een messcherpe tong, waarmee ze de nihilistische denkbeelden van haar kwelgeesten te lijf gaat.
‘Niets zou in een werk als dit misplaatster zijn’, schrijft Restif halverwege zijn boek, 'dan een filosofische verhandeling: dat zou de smaak bederven van het verhaal, evenals van de filosofie zelf.’
Restif is heel duidelijk over zijn pornografische bedoelingen. Die zijn niet filosofisch maar praktisch. Mannen moeten door zijn boek weer oog krijgen voor de bekoorlijkheden van hun echtgenotes.
En van hun dochters, weet je als je het boek leest. Want het verhaal gaat over een vader die eigenhandig en met hulp van wat vrienden zijn dochter klaarstoomt voor haar aanstaande echtgenoot.
Restif was een kleinburger, Sade een aristocraat. Restif was een kruiper, Sade een rebel. Terwijl Restif zijn dagelijkse gang naar de hoeren maakte, reisde Sade, achter de tralies van de Bastille, langs de afgronden van zijn geest.
Maar Martin Ros, vertaler van Anti-Justine (zojuist verschenen in de Martin Ros-Bibliotheek van uitgeverij Aspekt/ De Prom) vindt het allemaal prachtig wat die Restif vertelt. Hoewel, vindt hij dat echt? Hij schreef het nawoord kennelijk zonder zijn vertaling, die hij zo'n vijfentwintig jaar geleden al onder pseudoniem publiceerde, nog eens over te lezen. Hoe kan hij anders beweren dat Restifs verbeelding wreder is dan die van Sade? (Anti-Justine bevat welgeteld één wrede scène, en de wreedaard wordt later wreed gestraft.) En dat Restif geen homoseksuele scènes kent? (Vrouwen verwennen in Anti-Justine veelvuldig vrouwen, maar dat wordt in de platte pornografie nooit als homoseksueel gezien; bovendien wordt een jongen breedvoerig door zijn vader misbruikt, maar misschien valt in Ros’ erotische wereldbeeld zulke incest buiten de homoseksualiteit.)
Sade is geweest, meldt Ros voorts, Restif gaat het helemaal maken. Hij stelt ons vijf dikke delen Restif in het vooruitzicht, te verschijnen bij de 'nieuwe uitgever Aristos in Baarn’. Maar wie moeten die boeken van Restif in vredesnaam gaan lezen? Al die eenenzestigplussers in Baarn zeker?