Reportage Zimbabwe

Eens de graanschuur van zuidelijk Afrika

Het steeds verder geïsoleerde Zimbabwe verkeert in een zware crisis, zowel humanitair als economisch en politiek. Alleen de Zuid-Afrikaanse president Mbeki is nog in gesprek met president Mugabe, én met diens politieke tegenstander Morgan Tsvangirai. Dat zou hoop kunnen bieden.

HARARE — Uit de autoradio klinkt telkens weer hetzelfde vrolijke deuntje. Mthulisi Mathuthu, die een stukje meelift, neuriet enthousiast mee. «Jammer dat de teksten zo beroerd zijn», zegt de journalist, «anders had ik de cd wel gekocht.» Aan het eind van de song weer dezelfde slogan: «Ons land is ons succes.» Mathuthu: «Je reinste propaganda natuurlijk. Alle radiozenders zijn verplicht ieder half uur een van de overheidsjingles te draaien. Je hoort dit nummer zo’n zeventig keer per dag. Maar het is leuke muziek.»

De populaire Andy Brown zingt over de landbezettingen, vertaalt Mathuthu. «Afrikanen moeten eindelijk het land van de witten afpakken. Niet alleen in Zimbabwe, ook in Zuid-Afrika. En in Mozambique. Afrika voor de Afrikanen, eind aan het kolonialisme. Samen bewerken we het land.» Op televisie gaan de opgewekte klanken gepaard met beelden van monter ploegende boeren, pruttelende tractoren en sexy dansende vrouwen. Ook een vinnig kijkende Tony Blair komt in het spotje, dat halverwege iedere journaaluitzending voorbij komt, even heel kort in beeld. Minister van Informatie Jonathan Moyo heeft alle registers opengetrokken om de Zimbabwanen weer te laten geloven in wat zijn baas president Robert Mugabe de «derde Chimurenga» noemt: de laatste bevrijdingsstrijd tegen het kolonialisme, de strijd tegen de Britse inmenging in de Zimbabwaanse economie.

Maar dat lukt niet echt. Sinds de presidentsverkiezingen van 2002 is de humanitaire situatie voor de Zimbabwanen alleen maar verslechterd. Door droogte, aids en de op de radio bejubelde herverdeling van landbouwgronden wordt nog altijd niet de benodigde voedselproductie gehaald. Bijna drie miljoen plattelandsbewoners zijn in het land dat eens de graanschuur van zuidelijk Afrika was afhankelijk van noodhulp. Miljoenen anderen zijn naar het buitenland uitgeweken: als kansloze vluchtelingen naar Zuid-Afrika of Botswana of als arbeidsmigranten naar Engeland, Australië en de Verenigde Staten. De goed opgeleide Zimbabwanen zijn daar zeer gewild, maar laten gaten achter in eigen land. Naast deze gangbare braindrain maakte Zimbabwe het afgelopen jaar ook kennis met «binnenlandse braindrain»: artsen en onderwijzers die ervoor kozen hun door de overheid onderbetaalde baan te verruilen voor een beter verdienende commerciële betrekking. Chirurgen zitten achter het loket bij wisselkantoren, onderwijzers verkopen op straat telefoonkaarten.

«Mugonomics», noemen de Zimbabwanen Mugabes uit de hand gelopen staatsfinanciën. Eens moest het economische mechanisme waarmee Zanu-PF, de partij van de president, haar aanhang beloonde, instorten. «Het patronagesysteem van Zanu is uniek in de wereld», meent voormalig vrijheidsstrijder Wilfred Mhanda die in de jaren zeventig zij aan zij met Mugabe vocht voor de onafhankelijkheid van zijn land maar niets moet hebben van de zelfbenoemde oorlogsveteranen die nu dood en verderf zaaien op het platteland. «In veel dictatoriale regimes krijgen de steunpilaren van dat regime bakken met geld, mooie auto’s of luxueuze huizen cadeau. Hier krijg je eenvoudigweg de vrijheid te doen en te laten wat je wilt. Je mag corrupt zijn, je mag tegen bespottelijke bedragen overheidsbedrijven overnemen, je mag tegen woekerprijzen geld verhandelen — alles kan zonder dat justitie ingrijpt.» Op korte termijn is dit een voor delig systeem: het kost de staat ogenschijnlijk niets. Maar bestendig is het niet. «Het systeem erodeert. Op een gegeven moment zakt alles in elkaar en ontstaat een schaduweconomie die groter is dan de officiële economie. De landbezettingen waren de druppel die de emmer deed overlopen.»

De rente schiet derhalve deze maand door de negenhonderd procentgrens. En het offi ciële inflatiecijfer beloopt in januari rond de zevenhonderd procent, het hoogste niveau sinds het verval enkele jaren terug serieus inzette. Kostte een heel witbrood in 2002 nog zeshonderd dollar, rond de afgelopen kerst dagen betaalden de inwoners van Harare 2500 dollar. De torenhoge inflatie maakt papiergeld in het hele land een schaars goed. Door de ingestorte toeristenmarkt en de gekelderde export zucht Zimbabwe onder een groot tekort aan buitenlandse deviezen. Harde munt wordt duur betaald: terwijl op de officiële markt achthonderd Zimbabwaanse dollars tegenover één Amerikaanse dollar staan, is de koers op de parallelmarkt bijna het tienvou dige: een op zevenduizend.

Op de zeldzame momenten dat de banken wel voldoende geld op voorraad hebben, verlaten handelaars de kantoren met uitpuilende verhuisdozen vol bankbiljetten. De coupures zijn domweg te klein. Ook de in september onder grote hilariteit ingevoerde «bearer cheques», waardepapieren van vijfduizend, tienduizend en twintigduizend zimdollar met een korte uiterste houdbaarheidsdatum, bieden wat dat betreft geen soelaas.

Veel hoop op een verbetering van de economische situatie is er niet. De oogsten voor komend jaar zullen andermaal niet overhouden. Harde deviezen door export van landbouwproducten, zoals in de jaren tachtig en begin negentig, blijven dus nog even uit. Enig lichtpuntje was voor sommige mensen de aanstelling van Gideon Gono als nieuwe gouverneur van de Centrale Bank. Gono is in het dagelijks leven directeur van een commerciële bank en blijft dat ook. Dat is weliswaar belangenverstrengeling, maar omdat Gono er persoonlijk bij gebaat is als de economie in rustiger vaarwater komt, wordt hem dat niet al te zwaar aangerekend.

Zimbabwe lijdt niet alleen onder een economische en humanitaire crisis. Ook politiek verkeert het land in een vacuüm. President Mugabe maakt geen aanstalten op te stappen en het opvolgingsdebat binnen zijn Zanu-partij zit in een impasse. Door de verlenging van de schorsing van Zimbabwe door het Britse Gemenebest — waarop Mugabe zelf het lidmaatschap van de organisatie opzegde — is het land verder geïsoleerd geraakt. Alleen de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki is nog met Mugabe in gesprek. Mbeki gunt zijn voormalige strijdmakker een «zachte landing», een vertrek van het politieke toneel als elder statesman die niet alleen maar slechte dingen voor zijn land heeft gedaan. De Zuid-Afrikanen zien de opvolger van Mugabe bij voorkeur weer uit de Zanu-partij komen. De Movement for Democratic Change (MDC) van Morgan Tsvangirai is in hun ogen nog te onvolwassen. Niettemin sprak Mbeki afgelopen maand tijdens een bezoek aan Harare voor het eerst ook uitgebreid met de oppositieleider.

Ook in eigen land neemt de onvrede over de geringe slagkracht van de MDC toe. Dr. Lovemore Madhuku van de National Constitutional Assembly stond in 1999 aan de wieg van de partij. Kerken, vakbonden en burgerorganisaties probeerden toen voor het eerst gezamenlijk een vuist te maken tegen de almacht van president Mugabe. In het begin ging dat goed, zegt Madhuku. Met succes werd in 1999 campagne gevoerd tegen een nieuwe grondwet en bij de parlementsverkiezingen, een jaar later, verwierf de MDC een fors aantal zetels. Daardoor waren de verwachtingen voor de presidentsverkiezingen van 2002 hooggespannen, zegt Madhuku. «Ten onrechte. De MDC realiseerde zich niet hoe ver de huidige regering wilde gaan om haar macht te behouden. Dat was nogal naïef. Terwijl de oppositie buiten de steden nauwelijks toegang had tot de media en de staat miljoenen investeerde in een geoliede campagne, dachten Tsvangirai en de zijnen zomaar even de verkiezingen te gaan winnen. Zo werkt het dus niet. In dit land bestaat sinds 1980 geen onafhankelijke machinerie meer die verkiezingen organiseert. Zelfs de stembiljetten worden door bedrijven van Zanu-kopstukken gedrukt.»

Bovendien realiseerde de oppositie zich niet dat de uitstraling van Mugabe op het platteland nog altijd niet is uitgewerkt, zo meent Madhuku. «Zijn achtergrond als overwinnaar van de bevrijdingsoorlog en zijn anti-westerse retoriek spreken veel mensen aan. Als stedelingen dachten we allemaal dat Mugabe niet meer populair zou zijn. Ook wisten we niet dat sommige mensen wel degelijk in een eigen stukje landbouwgrond geïnteresseerd waren. De MDC had over de landverdeling nauwelijks ideeën en betoogde onder invloed van de witte boeren die zich bij de partij aansloten slechts dat het snelle herverdelingsprogramma een onding was.»

Madhuku is teleurgesteld in de MDC. Het was in 1999 de bedoeling een zo breed mogelijke tegenbeweging te mobiliseren, maar inmiddels staat de partij te veel op zichzelf. De verdeeldheid in de oppositie speelt de regering in de kaart. Madhuku: «De MDC is geen brede volksbeweging meer, maar een gewone politieke partij met dezelfde naar binnen gekeerde trekjes als Zanu. Het politieke leiderschap moet worden versterkt. Tsvangirai hoeft heus niet weg, maar de partij moet wel volledige openheid betrachten over de manier waarop aan de toekomst van Zimbabwe wordt gewerkt. Zijn er gesprekken met Zanu-PF? Leg dan maar eens uit waar die over gaan. Nu weet iedereen dat er een dialoog is begonnen, maar alleen de secretaris-generaal en Tsvangirai ontkennen in alle toonaarden. En zij maken de dienst uit.»

Ex-guerrilla Wilfred Mhanda gaat nog een stapje verder. Hij staat heus positief tegenover de oppositiepartij, maar is bewust zelf nooit lid geworden. Om eerlijk te zijn, zegt hij, heeft Mugabe wel een beetje gelijk als hij uithaalt naar westerse imperialisten die Tsvangirai zouden zien als hun ledenpop. «De Britten en Amerikanen steunen de partij met bakken vol geld. Ze willen gewoon een eenvoudige wisseling van de wacht: Zanu eruit, MDC erin. Een sterke civil society is het laatste waar ze op zitten te wachten. Dat geeft in de toekomst alleen maar problemen met stakingen en demonstraties.» Maar zo makkelijk gaat dat niet, zegt Mhanda. «De grootste strategen in dit land behoren tot de Zanu. De MDC bedoelt het ongetwijfeld goed, maar ze hebben bij lange na niet de capaciteit in huis. Hoe kun je bovendien opeens de macht overnemen als politie, leger, inlichtingendienst en rechtspraak gedomineerd worden door Zanu-mensen?»

Een zaterdagochtend in december. In een hal aan Samora Machel Avenue in Harare waar normaal gesproken landbouwtentoonstellingen worden gehouden, drommen afgevaardigden van de MDC samen voor hun jaarlijkse congres. Het is een hele meevaller dat de bijeenkomst van de oppositiepartij gewoon doorgang kan vinden. Buiten de hoofdstad zijn regelmatig partijmanifestaties op het laatste moment afgeblazen nadat jongerenmilities, de beruchte green bombers die voor Mugabe het vuile werk opknappen, met harde hand voor partijleden de weg versperden. Nu niets van dat al. Bijna niemand heeft onderweg serieuze problemen ondervonden. De sfeer buiten de stad was uitermate gemoedelijk, meldt de delegatie die gisteren uit het oosten van het land kwam rijden. Misschien dat het bezoek van de Zuid-Afrikaanse president Mbeki, die Zanu opriep tot formele gesprekken met de MDC, toch enig effect heeft gehad.

De partijleden bidden, herdenken de doden, zingen en dansen. Iedere spreker die het podium betreedt, begint met een arsenaal aan strijdkreten. «Door moed en hoop wordt angst overwonnen», luidt het thema van het congres niet voor niets. Ook MDC-president Tsvangirai houdt een oppepverhaal. In 2004 moet het allemaal gebeuren: dat wordt «het jaar van de mensen, het jaar waarin het volk zal regeren», roept hij luidkeels omdat de geluidsinstallatie het heeft begeven.

Voordat het volk werkelijk aan de knoppen zit, zal afgerekend moeten worden met Robert Mugabe, de sluwe dictator die het spel vooralsnog slimmer speelt dan zijn tegenstrevers.

Enkele honderden meters verderop aan de brede straat waar de MDC-leden confereren, torent hoog boven de boomtoppen het monstrueuze monument uit dat Mugabes macht en geschiedenis als bevrijder van Zimbabwe extra cachet moest geven. «Heroes’ acre» heet het. Rondom een door Noord-Koreanen ontworpen, ruim honderd meter lang en honderd meter breed natuurstenen AK47-geweer, liggen de helden begraven van de tweede Chimurenga, de bevrijdingsoorlog van de jaren zeventig. Joshua Nkomo ligt er, maar ook Chenjerai «Hitler» Hunzvi, de leider van de landbezetters die in 2001 weinig heroïsch aan aids overleed. In 1992 kreeg Sally Mugabe, de eerste vrouw van de president, een prominente plek op de Kalashnikov toebedeeld: net achter de hoge muren die de magazijnen van het geweer moeten voorstellen. Naast haar graf bevindt zich een goed opgepoetste zwarte tombe zonder naam. Er is vast een plaatsje gereserveerd.