Gabriel Kousbroek

Eens zal mijn tijd komen

Doet het ertoe dat Gabriël Kousbroek de zoon is van Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy? Nee en ja. In zijn getekende autobiografie Kousboek, een wonder van vrolijke pijnlijkheid, laat hij zien hoeveel last hij heeft ondervonden van de naam Kousbroek. Dacht hij geheel op eigen kracht met zijn tekeningen binnen te kunnen komen bij de Panorama, ging het de redactie daar toch weer om zijn illustere familienaam.

Gabriel Kousbroek, Kousboek, € 19,95

Medium kousboek

En stond hij argeloos getuige te wezen van de onthulling van een monument voor Simon Vinkenoog, werd hij zo ongeveer in elkaar geslagen door de bedrogen echtgenoot van de vrouw die bleek bezweken aan haar liefde voor Kousbroek senior. Voortdurend blijkt de naam Kousbroek de gemoederen te verhitten, bijvoorbeeld vanwege het standpunt dat de essayist innam bij de literaire verwerking van het Nederlands-Indië-trauma. ‘Ben jij de zoon van die lul?’ wordt hem geregeld toegeroepen. ‘Wacht maar!’ roept het getekende getergde alter ego van de auteur/tekenaar op een van de eerste pagina’s. ‘Eens zal mijn tijd komen! En dan pak ik jullie terug!’

Inderdaad zou je Kousboek kunnen interpreteren als een vorm van terugpakken. In prachtige precieze tekeningen, bedrieglijk helder van lijn en kleur, opent Gabriël Kousbroek de beerput van zijn jeugd, al is dat misschien wel wat erg zwartgallig gesteld. Wrang hoogtepunt in dit opzicht is in ieder geval het familiale bezoek dat rond zijn pubertijd wordt afgelegd aan Gerard Reve en Matroos Vos, residerend in Zuid-Frankrijk. Terwijl zijn vader en nieuwe vrouw nog eens het glas heffen en kennelijk de andere kant op blijven kijken, wordt het vriendje van Gabriël tegen de muur gezet door geile Gerard. Meer onderhuids pijnlijk zijn de scènes met de geliefde moeder, en de scheiding van zijn ouders. Lopen over het algemeen in deze fragmenten van een leven tekst en beeld tamelijk letterlijk synchroon, wat iets heel ontwapenends heeft, soms zijn de tekeningen woordeloos. Dat geldt bijvoorbeeld voor die scheiding, en de boze periode die daarop volgde. ‘Ik was zestien en boos op de wereld’, heet ’t in dit chapiter. ‘Mijn vader was drie jaar ervoor gescheiden van mijn moeder en had mij daarvan de schuld gegeven, ik had moeite om mijn stiefmoeder te accepteren als mijn tweede moeder, ik was blijven zitten in mavo 2, ik was van drie scholen weggestuurd, van huis weggelopen om te gaan kraken in de Haagse binnenstad en ik had het jaar ervoor drie maanden in de bak gezeten voor poging tot doodslag op een politieagent tijdens een rel om Beatrix’ verbouwingskosten van Huis ten Bosch.’ Onder die droge tekst staan dan vijf tekeningen die ieder op zich een veel langer verhaal laten vermoeden.

Medium kleingeld pag 3

Een vorm van terugpakken allà, maar dan meer in de manier waarop de tekenaar nu eindelijk de spotlights op zichzelf richt. En mij aan het huilen van het lachen bracht met zijn krankzinnige avonturen. Met een afrekening heeft dit egodocument dan ook helemaal niets te maken. Daarvoor is er simpelweg te veel liefde in de tekeningen. Kijk hoe precies de zoon zijn vader neerzet, in diens moeite hem de dingen te tonen die hij mooi of interessant vond. Of lees – en kijk – hoe heroïsch de moeder handelde toen haar zoon de vondst van zijn leven deed in het Forum Romanum. Sowieso is het verbluffend hoe goed hij hun fysionomie treft. Het laatste hoofdstuk, ‘De dood en mijn moeder’, is van een schrijnende pracht. Wie Ethel Portnoy wel eens heeft geïnterviewd, weet hoe haar huis was, en haar kat, en zijzelf, een beetje. De zoon had haar niet mooier kunnen gedenken.