Stroop

Eentje is de eerste

Wat als ’t eerst kwam, gaat als eerste verder. Op 14 februari schreef Jan Tromp in de Volkskrant: «De president waakt als eerste over de veiligheid van de natie.» Een zin die twee dingen kan betekenen: de president is de eerste die over de veiligheid waakt, of: de veiligheid is het eerste waar de president over waakt. Maar ook wat Tromp met als eerste precies bedoelt, is niet duidelijk. De woordgroep als eerste komt in de Nederlandse kranten gemiddeld zestig keer per dag voor. De meeste keren levert dat geen onduidelijkheid op, maar er zijn altijd wel vier of vijf gevallen bij die de lezer met vraag tekens opschepen. Zoals deze:

  1. «Ik denk wel dat als je ooit met Nederland opnieuw zou beginnen, je waarschijnlijk niet als eerste aan een monarchie denkt.» (Jeroen Pauw in Het Parool, 14-02-05) (kan betekenen: dan ben je niet de eerste die aan een monarchie denkt, of: dan is een monarchie niet iets waar je ’t eerst aan denkt)

  2. «En als Harlinger zoek je dan als eerste een pand in Harlingen» (Leeuwarder Courant, 14-02-05) (vraag: ben je de eerste zoeker, of zoek je eerst een pand in H. voordat je iets anders doet?)

  3. «Zo heb ik bijvoorbeeld als eerste een 180 gegooid.» (Twentsche Courant, 14-02-05) (ben ik de eerste of heb ik eerst 180 gegooid?)

Vanouds werd in dit soort gevallen eerst of ’t eerst gebruikt. En dat was glashelder. Een voorbeeld uit Lodewijk van Deyssel, Blank en Geel, blz. 99: «Zij vatte weer moed en ging het eerst de schilderijengalerij binnen.» Dit kan alleen maar betekenen dat zij daarna iets anders binnenging. Het eerst is hier een bijwoordelijke bepaling die iets zegt over de volgorde van meerdere han delingen. Had Van Deyssel geschreven: «Ze ging als eerste de schilderijengalerij binnen», dan zou een oudere lezer gedacht hebben dat zij de eerste van een reeks bezoekers was, de jongere lezer houdt (ook) rekening met de betekenis dat ze daarna iets anders bezocht. Misschien denkt hij daar zelfs wel ’t eerst aan. In elk geval kan het eerste opgevat worden als bijwoordelijke bepaling, maar ook als bepaling van gesteldheid, die iets van «haar» lijkt te zeggen: ze is de eerste.

Het toenemende gebruik van als eerste in de betekenis «(’t) eerst» is een gevolg van een verruiming van de syntactische potentie van de bepaling van gesteldheid. Tot voor kort waren er voor die bvg maar twee gebruiksmogelijk heden. Hij zei iets over het onderwerp: «Als voorzitter ben ik er trots op» (betekenis: ik ben de voorzitter en ik ben trots) of over het lijdend voorwerp: «Ik beschouw hem als eerste onder zijns gelijken» (betekenis: volgens mij is hij de eerste, met de betekenis «de beste»).

De verschuiving is begonnen in zinnen als: «Feit blijft dat SBS6 dit als eerste doet.» (AD, 11-02-05) Hier wordt nog wel bedoeld dat een organisatie de eerste is van een reeks (hier: omroepen), maar ’t gebruik van ’t eerst zou hier ook goed kunnen omdat de daad van SBS6 eerder komt dan die van een andere omroep.

Volgende stap is die waarbij als eerste wel betrekking heeft op een reeks, maar een van ongelijksoortige zaken: «En ‹uiteraard› kopen zij als eerste het tijdschrift Bruid Bruidegom» (Amersfoortse Courant, 15-02-05) (betekenis: «als eerste van wat ze zoal doen»).

Nog verder zijn we in: «Dat hij als eerste een bezoek aan de EU brengt, is iets dat je een paar maanden geleden niet voor mogelijk had gehouden» (over Joesjtsjenko, NRC Handelsblad, 17-02-05). Bedoeld is hier niet dat J. de eerste bezoeker van de EU is maar dat de EU zijn eerste reisdoel is. De plaatsing van als eerste maakt de zin er ook niet duidelijker op. Wanneer als eerste zoals hier in een vervolgzin vervangen kan worden door daarna (daarna bezoekt hij Moskou), fungeert als eerste feitelijk als een bepaling die iets van de volgorde van twee handelingen of gebeurtenissen zegt, een bijwoordelijke bepaling dus en dat is nieuw.

Het meest vergaande voorbeeld is het volgende, waarbij met geen enkel zinsdeel verband gelegd kan worden: «Als snel duidelijk is waar de griep in Nederland als eerste de kop opsteekt, zou het middel preventief moeten worden gebruikt door mensen in de omgeving van de zieken» (Brabants Dagblad, 15-02-05). Als eerste heeft hier volledig de betekenis van ’t eerst overgenomen.

Blijft de vraag waar het succes van dit als eerste door wordt veroorzaakt. Want vreemd is het wel, deze opkomst van een woordgroep die langer is dan de oorspronkelijke en die bovendien onduidelijkheid in de hand werkt. Als iemand zegt: «Ik poets als eerste mijn tanden», kan hij drie zaken bedoelen:

  1. ik poets eerst mijn tanden, dan mijn schoenen;

  2. ik poets eerst mijn tanden, dan ga ik ontbijten;

  3. ik ben de eerste die zijn tanden poetst, mijn vriendin moet wachten.

Waarschijnlijk is in de meeste gevallen betekenis 2 bedoeld, maar voorheen zou die dan ook in de vorm van 2 gegoten zijn. Misschien maakt de verruiming van de mogelijkheden van als eerste deel uit van de tendens in het Nederlands om allerlei functies en betekenissen door steeds minder vormen of woorden uit te drukken. De opkomst van omgaan met in allerlei betekenissen en combinaties: «hoe ga je om met je buren, met verdriet, met zinloos geweld en met onze taal», is daar ook een voorbeeld van. En ook de vervanging van plaats door plek!