Toneel: Toneelmakerij (1) Verkocht

Eenvoud en vakwerk

De Toneelmakerij is een klein gezelschap dat werkt voor een publiek van kinderen en jongeren hun families onderwijzers. Kort na elkaar hebben ze twee premières gehad. Voor de eerste, Verkocht, kan het publiek tot ver in dit najaar tijdens de weekends terecht op een locatie in Amsterdam, in fabriekshallen die aan de rand van de stad in een verlaten, wijds gebied staan. Er horen namen bij als Van Gendt, Czaar Peter, Oostenburg en voc. Doorgeroeste panden zijn het, met een grauwe geschiedenis.

Het avontuur dat de zes toneelspelers daar achter hoge industriële muren spelen gaat over slavernij. De urgentie zit in een simpele vraag: wat blijft er van je over als er niks meer van je over is? Het stuk vertelt het verhaal van twee Aziatische kinderen, het meisje Destiny en de straatjongen Mini-Mini. Ze worden opgeslokt door een werkplaats waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt. Althans dat wordt ze duidelijk gemaakt door de sterke, zwarte jongen Baksteen en de oude, blinde vrouw Akuba, die er al ik weet niet hoe lang werken onder de terreur van een idiote zuiplap met een spraakgebrek, Starek. Wat ze daar precies voor rotwerk doen is niet duidelijk en het doet er ook niet toe: ze zwoegen, ze hebben niks meer over zichzelf te vertellen, ze willen eruit. Hun bazin is de strenge Mevrouw Economia, een mens dat er uitziet als je engste tantes bij elkaar gepropt in vier griezeljurken en één mantelpak. Het verhaal is verre van vrolijk, maar het wordt met verve gespeeld, bij tijd en wijle ook zeer geestig. De enorme hal, met haar geheimzinnige galmen, grote kooien en mysterieuze uithoeken, speelt mee. Wij gaan ons op de tribune in de loop van die kleine twee uur bij alles en iedereen thuis voelen.

Dat heet deftig ‘identificatie’. En die wordt mogelijk gemaakt door een sterk script en wonderschoon acteren. Zo ogenschijnlijk simpel zit dat. De bazin van het spul (Roel Adam, die ook de tekst schreef) is een lekker vet maar verre van ranzig travestienummer, een neokoloniaal monster in C Peter van Heeringen (Starek) creëert met minimale middelen een schoft met menselijke trekken die in the end wel gewoon een schoft blijft die zijn noodlot niet ontloopt. Maureen Tauwnaar kan goed op poëtische teksten kauwen, tot ze er sappiger van worden.

Ook de drie jonkies in de vertelling zijn sterk bezet. Nhung Dam koppelt voor het hoertje Destiny een verbeten realisme aan een dromerig verlangen naar vrijheid. André Dongelmans houdt zijn figuur Baksteen in het scherpe evenwicht van afgewogen tekstbehandeling en bliksemende woede. En Phi Nguyen is een nieuweling in deze jungle, de wisselingen in zijn gemoed via zijn watervlugge mimiek zijn een feest om naar te kijken. In de stuurmanshut van de regie hebben Daniël van Klaveren en Paul Knieriem gezorgd voor eenvoud en vakwerk.

En er is iets in deze productie wat me extra bevalt. De Toneelmakerij heeft als makershuis voor een jong publiek de afgelopen jaren flinke averij opgelopen. Ze zijn in feite door de (rijks)overheid belazerd en bedonderd waar ze bij stonden. En nu treden ze als herboren aan, de beheerders van een werkcontainer vol jong en veelbelovend talent. Onder de bezielende leiding van good old en young as ever artistiek leider Liesbeth Coltof. Zij is verantwoordelijk voor die andere nieuwe productie van haar Toneelmakerij. Waarover volgende week meer.


Verkocht is t/m 3 november te zien in de Van Gendthallen op het Oostenburgereiland. ­toneelmakerij.nl